Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verslag bevestigingsdienst ds. A. van Voorden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verslag bevestigingsdienst ds. A. van Voorden

10 minuten leestijd

tot predikant van de gemeente te Opheusden op woensdag 7 juli 2010

Na een vacatureperiode van 6 jaar, mocht de gemeente van Opheusden op woensdag 7 juli j.l. weer een eigen herder en leraar ontvangen in de persoon van ds. A. van Voorden, afkomstig van De Beek-Uddel. De bevestigingsdienst werd geleid door de consulent, ds. J. Roos, die tot 2004 de gemeente als herder en leraar mocht dienen.

Deze bijzondere dienst in het geheel gevulde kerkgebouw werd begonnen met het zingen van Psalm 77:8. Na het lezen van 1 Timótheüs 4 en gebed, werd gezongen Ps. 19:6 en 7.

Ds. Roos merkte in zijn inleidend woord op dat er veel door hem heen ging, nu hij op de preekstoel waar hij zelf zovele malen Gods Woord heeft uitgedragen, geroepen werd om zijn geliefde ambtsbroeder aan de gemeente van Opheusden te verbinden. Toen de soevereine Heere hem de weg naar Barneveld leidde, heeft hij afscheid genomen van de gemeente van Opheusden met de woorden uit 1 Korinthe 13:13a: n nu blijft de liefde. Spreker kan zeggen dat het thema van de afscheidspredicatie ook nu nog geldt: De liefde blijft'. In die tijd werd hij tevens bepaald bij de woorden van Kolossenzen 1:18: n Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente, Hij Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn. De Heere beloofde daarmee dat Hij als de getrouwe VerbondsGod voor de gemeente van Opheusden zou blijven zorgdragen. Daarom hopen we dat in de verbintenis van ds. Van Voorden aan de gemeente van Opheusden, een bevestiging mag worden gezien van hetgeen de Heere eerder heeft beloofd.

Het tekstwoord voor deze bevestigingsdienst was 1 Timótheüs 4:16: eb acht op uzelven en op de leer, volhard in deze; want dat doende zult gij én uzelven behouden én die u horen.

Het thema van de preek was: Bij uw verbintenis aan de gemeente van Opheusden willen we u wijzen op:

1. de heilige plicht, 2. het gezegend nut.

De apostel Paulus heeft in zijn brief aan Timótheüs, en daarmee aan al Gods knechten, gewezen op de noodzakelijkheid om 'de heilige plicht' waar te nemen: Heb acht op uzelven en op de leer, volhard in deze. Hiertoe behoort niet alleen om altijd voor ogen te houden dat God u geroepen heeft, maar ook om te weten wat het ambt inhoudt, en om altijd recht afhankelijk van de Heere te zijn. Om zonder Hem niets te kunnen doen. Wellicht zult u denken: ik ben al zeven-eneen-half jaar predikant, dus ik weet het al. Timótheüs was ook al langer werkzaam als herder en leraar, maar toch achtte de Heilige Geest het nodig om Paulus te inspireren deze woorden aan hem te schrijven. Juist daarom wil de apostel erop wijzen om dit telkens voor ogen te blijven houden: Heb acht op uzelven. U hebt daarin te volharden. Een oudvader die ook hoogleraar was, heeft zijn studenten ingeprent om drie boeken te bestuderen. Allereerst het boek van Gods Woord. Daarnaast het boek van Gods kerk en ten slotte het boek van ons hart en geweten.

Onze tekst zegt om allereerst het boek van onszelf door te nemen: Heb acht op uzelven. De Heere weet wie Zijn knechten zijn, maar Hij wil ook hebben dat zij zelf weten wie ze zijn. Dan gaat het er niet om, om te weten hoeveel gaven een leraar heeft of voor hoevelen hij het middel tot bekering geweest mag zijn, maar om te weten wat voor een hart hij omdraagt. Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja dodelijk is het; wie zal het kennen? . Ons hart is vol trotsheid, hoogmoed, eigendunk. Daarom is het zo nodig om een bevindelijke kennis van ons eigen hart te hebben. Als we ons eigen hart niet hebben leren kennen, de bodemloosheid van ons verdorven bestaan, zullen we ook het hart niet kennen van degenen die aan onze hoede zijn toebetrouwd. De apostel Paulus was daar zelf ook achtergebracht. Daarom kon hij zeggen: Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont. Maar dan zullen we ook met Petrus hebben leren zeggen op de vraag: Hebt gij Mij liever dan dezen? Heere, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U liefheb. Kijk maar in mijn hart. Daarom is het gedurig maar weer nodig om te weten wie wij zelf zijn, maar ook dat op de bodem van ons hart leeft: Heere, ik kan zonder U niet leven. Zonder U kan ik mijn ambtelijke werk niet verrichten.

Heb acht op uzelven of Jezus in het middelpunt van uw gedachten, of Jezus in het middelpunt van uw gebedsleven, of Jezus in het middelpunt van uw prediking is. Of Jezus Degene is waarop u leunt en steunt. Of Jezus' bloed en gerechtigheid de enige gronden zijn waarop u leven en sterven kunt. Ja, of dat Goddelijke welbehagen nu alles voor u is, omdat de oorzaak van het zaligworden nu alleen daarin begrepen ligt, in dat eenzijdige, soevereine Godswerk. Als u dit mag doen, dan zullen uw preken geen samenraapsel zijn uit boeken van oudvaders en dergelijke, of een opgezegd lesje van hetgeen u bestudeerd hebt. Dan zult u ook niet met een gemoedelijk praatje op de preekstoel komen. Maar dan zal uw prediking opkomen vanuit dat Goddelijke welbehagen en zult u alles afsnijden wat van de mens is, en zult u alleen heenwijzen naar die gezegende Borg en Middelaar als de enige Naam die onder de hemel gegeven is door Welken wij moeten zalig worden. Dat is de prediking waar Gods volk Amen op zal mogen zeggen.

Daarom vermaant de apostel niet alleen om acht op uzelf te hebben, maar ook op de leer. En hij voegt eraan toe: volhard in deze. Het verkondigen van de zuivere leer is een van de voornaamste stukken van het leraarsambt. Als we zelf de leer van vrije genade niet kennen, kunnen we die ook nooit recht verklaren. Het zuivere evenwicht tussen Wet en Evangelie dient in de prediking tot uitdrukking te komen. In de rechte prediking zal ook bewogenheid doorklinken met degenen die nog voor eigen rekening leven. Met bewogenheid en zachtmoedigheid hebt u hen aan te spreken en ze te wijzen op de noodzakelijkheid van de waarachtige bekering en het geloof in Christus. In deze prediking zal ook worden voorgehouden hóe Christus nu alleen waarde krijgt, namelijk in een weg van totale verlorenheid, want Hij is gekomen om het verlorene te zoeken.

2. De apostel wijst in de tweede plaats op het 'gezegend nut' van deze heilige plicht: want dat doende zult gij én uzelven behouden én die u horen. Dus als u acht hebt op uzelf en op de leer, zult u én uzelf behouden én die u horen. We hopen van harte, geliefde broeder, dat u ook vruchten mag zien op uw arbeid. We hebben hier tien jaar gestaan en we weten hoe de Heere daar ook getuigenis aan heeft willen geven.

Daarom hoop ik, gemeente van Opheusden, dat de Heere het Woord zal willen zegenen. Wat bedoelt Paulus met de woorden: en uzelven behouden? Wil de apostel daarmee zeggen dat Timótheüs nog onbekeerd is? Nee, dat bedoelt Paulus niet, maar wél dat hij geen 'bekeerde dominee' mag worden. Timótheüs zal in zichzelf altijd een arme zondaar moeten blijven, die gedurig maar weer moet zeggen: 'Heere, mag ik gezaligd, mag ik bekeerd worden? ' Dan zult u telkens met lege handen voor de preekstoel staan, want de Heere heeft niets nodig uit ónze handen, maar wij hebben alles nodig uit Zíjn handen.

Timótheüs moest dagelijks inleven dat hij het bloed en de gerechtigheid van Christus nodig had. Dan staat u niet als predikant op de preekstoel, maar als een grote zondaar. Dan kunt u zich niet meer verheffen boven de gemeente, maar dan mag u juist opgeleid worden tot dat Goddelijke welbehagen, dat daarin nu alleen de grond van zaligheid ligt. Dan zal het Woord voor u ontsloten worden en krijgt u een geopende deur. Dan wordt de ruimte ontsloten die er ligt in die enige Middelaar, vanuit het Goddelijke welbehagen. Als Christus weer eens alles mag worden, dat Hij dierbaar, beminnelijk en noodzakelijk is, dan zult u Hem de gemeente ook uitstallen en voorstellen, en zeggen: Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij binnen van Christuswege: Laat u met

God verzoenen. U hebt dus niet alleen te zeggen wat het níet is, maar ook wat het wél is. Om uzelf daarin vrij te maken van het bloed van de hoorders, opdat niemand ongewaarschuwd het kerkgebouw zal verlaten. Dan zult u niet moe worden om die leer van vrije genade te verkondigen.

Dat doende zult gij én uzelven behouden én die u horen. Dan zal de Heere Zijn Geest aan het Woord paren en zullen de hoorders acht hebben op de prediking van het Woord, evenals een Lydia, die acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd. Die behoudenis is hier in beginsel en straks volkomen. Wat houdt die behoudenis dan in? Om God Drieenig boven alles lief te hebben en te mogen zwemmen in die oceaan van eeuwige liefde. Dan mag men een volkomen kennis hebben van de drie Goddelijke Personen, God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Daar zijn Gods knechten niet meer nodig. Daar mag men staan in lange witte klederen voor de troon Gods, gewassen in het bloed des Lams.

Ds. Roos wenste ds. Van Voorden van harte toe dat door middel van de prediking vele hoorders een geestelijk gehoor zullen mogen ontvangen en tot die eeuwige behoudenis zullen mogen geraken, waar God alles zal zijn en in allen. Daar behoeven we geen acht meer te hebben op onszelf of op de leer, maar daar mogen we eeuwig acht hebben op een drie-enig God, storeloos. Eeuwig!

Na het zingen van Ps. 102:16 werd het eerste gedeelte van het bevestigingsformulier voorgelezen door ds. M. Krijgsman. Vervolgens stelde ds. Roos de daarin opgenomen vragen, waarop ds. Van Voorden antwoordde met een plechtig 'Ja ik, van ganser harte'.

Na het uitspreken van de zegenbede uit het formulier, las ds. Roos een brief voor van ds. F. Mallan ter gelegenheid van de bevestiging van ds. Van Voorden. Ds. Mallan schreef onder meer:

’Mijn aardse loopbaan is haast ten einde. Ik mag, ziende op de bijzondere zorg des Heeren die van mijn jonge jaren tot op heden over me geweest is, een goede overgang vanuit het aardse leven naar het hiernamaals tegemoet zien. Maar de Heere zorgt er wel voor dat ik niet als een grote man, maar als een zeer gering en zondig schepsel het weten zal, dat ik de zaligheid alleen uit genade zal verkrijgen. Ik hoop dat de Heere uw arbeid in Opheusden tot zaligheid van verdoemelijke zondaren zal willen gebruiken. De gemeente van Opheusden is me ook altijd lief geweest, zeker ook wel van oude tijden, als er nog zulk echt volk van God in haar midden werd gevonden, waaraan ik me zeer nauw verbonden mocht weten.

Ik moet nodig eindigen, en wens u en de gemeente dan ook nogmaals de onmisbare zegen des Heeren toe, als u gedenkende ds. F. Mallan.’

(Reeds de volgende dag, 8 juli, mocht ds. Mallan zijn wens verkrijgen, en overgaan van de strijdende naar de triomferende Kerk, waar God alles is en in allen).

Hierna sprak ds. Roos zijn geliefde ambtsbroeder ds. Van Voorden in hartelijke bewoordingen toe, waarin hij niet alleen zijn verbondenheid aan de gemeente van Opheusden noemde, maar ook hoe ds. Van Voorden eerder zoveel jaren in Opheusden heeft gewoond en deze gemeente heeft gediend in het ambt van diaken en ouderling. Nu mag hij als herder en leraar aan deze gemeente zijn verbonden. Ook mevrouw Van Voorden en de verdere familie werden hierin betrokken.

Op verzoek van ds. Roos werd ds. Van Voorden staande toegezongen Ps. 134:3, waarna de dienst werd afgesloten met het lezen van het laatste gedeelte van het bevestigingsformulier en het daarin opgenomen dankgebed. Als slotzang werd gezongen Ps. 90:9.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.gergeminned.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 2010

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Verslag bevestigingsdienst ds. A. van Voorden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 2010

De Wachter Sions | 8 Pagina's