Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verslag afscheidsdienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verslag afscheidsdienst

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

ds. A. Schultink van de gemeente Bruinisse op 13 oktober 2010

De dienst wordt aangevangen met het zingen van Psalm 48:4. De Schriftlezing is uit Filippenzen 2. Daarna gaat ds. Schultink voor in gebed. Na het gebed wordt gezongen Psalm 123:1 en 2.

De tekst voor de prediking is Filippenzen 2:12 en 13. Alzo dan, mijne geliefden, gelijk gij allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veel meer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven; Want het is God Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.

Deze tekst wordt uitgewerkt in twee punten:

1. Niet alleen in mijn tegenwoordigheid 2. Maar nog meer in mijn afwezigheid

Geliefden, We hadden gedacht in dit bijzondere uur samen te overdenken de verzen 12 en 13 uit Filippenzen 2. Paulus had gearbeid in Filippi en in zijn tegenwoordigheid waren ze gehoorzaam geweest, maar toen hij afscheid van die gemeente had genomen waren ze gehoorzaam gebleven, want Paulus zegt: veel meer nu in mijn afwezen. In de Handelingen der apostelen kunnen we lezen hoe Paulus in Filippi is gekomen. In een gezicht zag hij een Macedónisch man die zei: Kom over in Macedónië en help ons. We kunnen dat ook wel zeggen in deze bijzondere ure. Het is zeven-en-een-half jaar geleden dat er een roep uit deze gemeente kwam ”Kom over en help ons”.

Paulus heeft ook de strijd moeten ervaren in zijn leven toen hij in Macedónië kwam. Er was geen kerk, alleen enkele vrouwen die samenkwamen bij de rivier. Maar hij heeft dat Woord uitgedragen en een Lydia is in het hart gegrepen. Zij nam acht op hetgeen van Paulus gesproken werd. Dat was een wonder. Dit verwekte vijandschap, tegenstand.

Paulus en Silas zijn ten slotte in de gevangenis terecht gekomen. Daar zijn ze het middel geweest voor de stokbewaarder. Op die manier is er in Filippi een gemeente ontstaan. We lezen door al de brieven van Paulus heen de strijd die er altijd maar was tegen valse invloeden, valse leraren, valse leringen. Hij heeft gewaarschuwd. Hij is ten strijde getrokken om het Woord zuiver te houden naar dat eeuwige Goddelijke welbehagen. Dat is een weg van een totale afbraak en afsnijding van alles wat van ons is. We moeten als een ontledigde zondaar aan Zijn voeten terecht komen. Een andere weg is er niet.

De gemeente van Filippi lag hem nauw aan het hart. Deze gemeente was trouw en gehoorzaam geweest. In het vierde hoofdstuk lezen we dat deze gemeente, als enige, Paulus tijdens zijn gevangenschap in Rome in de middellijke weg heeft onderhouden.

Ook wij kunnen zeggen, zo zei ds. Schultink, dat er een verbinding lag in de gemeente. U hebt mij verdragen, ook in de prediking. We hoeven niet weg, maar we moeten weg, het is Gods wil.

Nu de apostel in Rome is, en de gemeente herderloos, gaat hij de gemeente van Filippi vermanen door middel van een brief. Hij gaat de gemeente van Filippi de leer zoals hij die daar gebracht heeft nog een keer voorhouden. We kunnen dit lezen in de eerste drie verzen van ons teksthoofdstuk. En in Filippensen1:6 lezen we: ertrouwende ditzelve, dat Hij Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus. Hij spreekt hier tot degenen die in het hart gegrepen zijn. Het is dat gedeelte van de zichtbare kerk, dat getrokken is uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Mag ik nu ook het woord tot hen richten die daar, al is het maar in beginsel, geen vreemdeling van zijn? Ik heb u gewezen op de noodzaak van een meerdere kennis van die gezegende Middelaar. De prediking moet gericht zijn op verzoening met God. Er kan een beginsel zijn van het leven der genade, dat we die Persoon door de traliën van het Woord hebben mogen zien. Het is zeker geen kleine zaak, ontmoetten we maar meer van zulke zielen; maar ik heb u daar nooit in laten rusten. Het gaat erom, niet anders te weten dan Jezus Christus en Dien gekruisigd. Maar daar is wat aan verbonden. Dat is een prediking die een gemeente geen rust gunt. En nu is het waarschuwende, het persoonlijke in de prediking wel weg, maar we moeten niet vertragen. Daarom geeft hij een krachtige aansporing met de woorden: aar veel meer nu in mijn afwezen.

U moet standvastig blijven in de leer der zaligheid en die moeten we verdedigen. Maar er volgt ook: erkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven. En dat niet op een remonstrantse wijze. We lezen in 2 Kor 7:10 dat droefheid naar God het juiste kenmerk is van genade. De droefheid naar God is de smart in de ziel dat ik God kwijt ben en dat vanwege mijn schuld, zonden en ongerechtigheden. De verloren zoon kwam tot zichzelf toen hij de zwijnen weidde. Op de puinhopen van zijn bestaan en leven zien we bij die verloren zoon een droefheid naar God. De oorzaak is niet alleen dat hij tegen zijn vader gezondigd heeft, maar bovenal tegen de Hemel. Hij gaat overdenken, en werken. Er komt een omkering in zijn leven. Wij kunnen die zaligheid als zodanig zelf niet werken. Die zaligheid worden we deelachtig door vreze en beven en is vrucht van de zaligheid die Christus verworven heeft.

Genade als zodanig bewaart echter niet voor de zonde. Denk aan David. Alleen als genade beoefend wordt. Dat zien we in Jozef. De vreze des Heeren bewaarde hem voor de zonde. Juist daardoor werkte hij zijns zelfs zaligheid uit, door de gemeenschap die in Christus te vinden is. Daardoor krijg je ook een opwas in de kennis en in de genade van Christus.

De Geest gaat ons ontdekken aan ons verdorven bestaan. Dit drijft uit om in tere vreze voor God te willen leven en alles uit te willen sluiten wat van een mens is. Wij hebben ook alles van 's mensen zijde afgesneden.

Er wordt gesproken over vreze en beven. Als een prediker de gemeente verlaat, ligt zij open voor strikken en aanvallen van de vorst der duisternis. Daar is Paulus nu zo benauwd voor, zodat hij de gemeente aanspoort daartegen te waken. Hij wil de gemeente houden bij de zuiverheid van de leer en bij de bevindelijke kennis, ook in de opwas van die Persoon. Want het is God Die in u werkt. Hij werkt het willen en het werken.

Tussenzang: salm 145:6

Geliefden nu is het zover, het ogenblik van afscheid nemen. Van de zomer hebben we het beroep aangenomen. Droefheid en rouw gingen door het midden van de gemeente. Het is nu een beetje verwerkt. Ik wens u van mijn zijde het allerbeste toe. De catechisanten heb ik geprobeerd onderwijs te geven. Als je jong bent denk je nog heel wat voor je te hebben. Voor je het weet ben je aan het eind van je loopbaan gekomen. En dan…. Dat moet je maar eens bij de oude mensen gaan vragen die op hun sterfbed terecht zijn gekomen. Als je sterft zoals je geboren bent moet je voor eeuwig verloren gaan. En dan onder de waarheid verkeerd te hebben. Eén ding is nodig. Ga er niet aan voorbij. De Heere mocht het willen geven.

Hoe vaak hebben we niet gestaan aan het graf van geliefden uit uw midden. Ik heb tegen deze avond opgekeken als tegen een berg, want het is geen kleine zaak als we samen zeven-en-een-half jaar met elkaar op hebben mogen trekken. We hebben lief en leed gedeeld. Met gebreken onzerzijds. Toch ben ik gewaar geworden dat de Heere er wel eens in mee kwam. Nu gaan we weg. Ik weet hoe het ligt in het midden van de gemeente. Er zijn banden gelegd. En dan denk ik ook aan de broeders kerkenraad. We mogen zeggen dat we in alle liefde met elkaar zijn opgetrokken. Dit heeft de gemeente gevoeld. Het ambt is dienend. De Heere mocht de kerkenraad bijstaan. Ik zou in God Drie-enig willen eindigen. Hij moet eeuwig de eer ontvangen. Na het dankgebed wordt gezongen Psalm 72:11. Vervolgens worden ds. en mevr. Schultink toegesproken door ouderling J. Jansen. Deze laat hen staande toezingen Psalm 73:12, waarna ds. Schultink eindigt met de zegenbede.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.gergeminned.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2010

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Verslag afscheidsdienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2010

De Wachter Sions | 8 Pagina's