Bekijk het origineel

„En gij zult mijne getuigen zijn.”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„En gij zult mijne getuigen zijn.”

(Pinksterfeest.)

7 minuten leestijd

Hand. 1 : 8 b.

Volgens de mededeeling van Lucas bekoorde het bovenstaande tot de allerlaatste woorden, door den Heere Jezus tot de zijnen gesproken, vóór Hij voor hunne oogen opvoer ten Hemel. Beginnende van Jeruzalem en voortgaande tot aan het uiterste der aarde, wisten Zijne dienaren nu wat zij te doen hadden. Als met eigen hand had de Heere hunnen lastbrief geschreven; daaraan hadden zij zich te houden; daarin was alles samengevat: getuigen van alles wat zij gehoord en gezien hadden. Geen navolgen van kunstelijk verdichte fabelen, maar krachtig in den Heere, welbewust en verzekerd van de waarheid der zaak, altijd en overal waar zij als getuigen van hun Heere en Zaligmaker optreden. Gewichtige taak, heerlijke roeping, voortreffelijkste aller werkzaamheden: getuigen van Jezus te zijn!
En hoe zullen mannen van zoo geringe afkomst, van zoo lagen staat, — hoe zullen die Galileesche mannen hunnen last kunnen volbrengen? Hun getuigenis zal tegenspraak, hun optreden vijandschap doen openbaar worden. Hun Heere en Meester is vervolgd en aan het kruis gedood, en zouden zij niet hetzelfde hebben te wachten ? Zeker; want Jezus zelf had hun dit voorspeld, maar geen nood, want de belofte des Vaders zou hun geschonken worden en zij zouden ontvangen de kracht des H. Geestes, Slechts weinige dagen zijn te Jeruzalem onder bidden en geloovig verwachten doorgebracht. De dag van het Israëlitisch Pinksterfeest is aangebroken. Eendrachtelijk, als broeders van ‘t zelfde buis, is men liefelijk vergaderd, en ziet, daar komt den door Jezus beloofden Trooster. De H. Geest wordt uitgestort! En met dien Geest vervuld, spreken deze mannen, als getuigen van Christus, de groote werken Gods. Getrouw aan hunne roeping en zending, gedoopt met den H. Geest, sterk in den Heere, hebben Christus Apostelen aan het getuigen van Christus hun leven gewijd, en hebben voor alle volgende eeuwen allen dienaren des Heeren een voorbeeld gegeven, hoe men van Christus moet getuigen. En de gewijde historie leert ons, dat de Heere medewrocht en hoe er velen toegebracht zijn tot de gemeente, die zalig wordt. Bij vernieuwing zullen weldra de feestklokken geluid en de feestvierende menigte geroepen worden, om op te gaan naar de plaatsen des gebeds.
Herinner het U, dienstknechten des Allerhoogsten, Gezanten van den verhoogden gezegd, ook tot u heeft gezegd: „En gij zult mijne getuigen zijn.”
Wars van het spreken over kerkelijke kwesties, over politiek, over twistvragen van allerlei aard en alle dergelijke dingen, hoore men alom van de groote welken Gods gewagen.
Dat alleen beantwoord aan de behoefte van arme zondaars. Daardoor alleen zal God Drieëenig verheerlijkt en geprezen worden. De wereld ligt in het booze. De afval neemt steeds toe. Alle vijandelijke machten spannen samen tegen God en Zijnen gezalfden.
Niet door kracht noch door geweld, —niet door menschelijke wetenschap of kunst, maar door de kracht en de genade des Heiligen Geestes zal Jezus Koninkrijk alom komen.
Herinner het u, christenen! wat de Heere zijnen dienaren heeft opgedragen. Wacht niet anders, bidt en begeert niets anders, dan dat de Heere hen daartoe vorme en bekwame. Tracht in denzelfden geest der liefde en des geloofs, evenals op dien eersten Nieuw-Testamentischen Pinksterdag, samen te komen, waar de Heere u roept. Volhardt in gebed en geloof. Jezus leeft. Verheerlijkt aan ‘s Vaders rechterhand, ziet Hij in genade en ontferming op u neder, waar ge uwe stemme tot Hem opheft en uwe ziele voor Hem uitstort.
In vele opzichten is ‘s Heeren kerk aan eene dorre aarde gelijk geworden. Velen zeggen: „wie zal ons het goede doen zien ?”
Maar als andermaal de Geest uit de hoogte mocht komen en als een vuur ging werken in de harten van zondaren, dan zou eene nieuwe en heerlijke lentetijd aanbreken.
Andermaal zouden dan zonen en dochteren profeteeren; spotters zullen beschaamd, zondaren verslagen worden, en al het volk des Heeren zal zich verheugen in het heil van Jakobs God. Getuigen van Jezus! Dat kenmerkt de ware prediking des Evangelies, maar ook het werk der genade in het hart van den zondaar. Hebt ge Jezus in onverderfelijkheid lief gekregen, — hebt ge Hem aangenomen als uw Heiland en Verlosser, — is Hij uw leven geworden, wees dan, ieder in zijnen kring, met de gaven u geschonken, een getuige van Christus. Een getuige tegen alle on- en bijgeloof, tegen alle ongerechtigheid, tegen alle formalisme, in één woord tegen alles wat in strijd is met het heilig Woord van God. Toont der wereld, dat ge niet haar, maar Christus toebehoort. Gevoelt ge u onmachtig en onbekwaam in u zelven, weet dan, dat de genade Gods tot alles genoeg is.
Genoeg ook om een getuige van Hem te zijn, Die u heeft liefgehad met eene eeuwige liefde van voor de grondlegging der wereld. Genoeg om ten einde toe te volharden in de belijdenis der hoop. Laat wereld noch Satan uwe feestvreugde rooven. Gedenkt Gods wonderen, van ouds her gedaan. En klimme in vereeniging des geloofs en der liefde ons onderling gebed, met den Vaderlandschen dichter op: (*)

»Hoe heilig straalt des Konings Bruid!
Gelijk een duive blinkt zij uit.
Met zilverwitte veeren.
Wat bloeit ze in stille majesteit,
Vol schoonheid en ootmoedigheid,
De jonge kerk des Heeren!
Keer weer, gij vroegste christentijd!
In de eerste lentestralen;
En Gij, die ‘t Licht der der waereld zijt!
Doe weer den Trooster dalen!

Hij houdt Zijn Woord, Hij blijft getrouw.
Hij, die de zwakken sterken zou
En zaligen, die treuren;
Zijn Jongren buigen biddend neer:
Daar dreunt het huis, daar komt de Heer
Uit Sions open deuren!
Daar daalt gelijk een stormgeluid,
De Heilige Geest van Boven,
En stort zich als een vuurdoop uit
Op allen die gelooven!

Ziet nu die handvol visschers staan,
Met englenkrachten aangedaan.
Gezalfd tot hemeltolken!
Een Thabor wordt die Pinksterzaal;
Die Pinksterrede één lofchoraal,
Dat heendringt door de wolken.
Des Heeren liefde, die hen blaakt,
Doet hen, in alle talen.
Het heil, dat zielen zalig maakt,—
De wonderen Gods verhalen!

Dat is die Simon, — buigend riet,
Die driemaal zweer: »Ik ken Hem niet!”
Verwonnen door een vrouwe:
Daar rijst hij, als een rots geplant!
Schoon heel een waereld knarsentandt,
Nu houdt hij Jezus trouwe.
Verneem het nu, gij Jakobs Huis!
Gij Vriend en Vijand tevens!
De Heer, genageld aan een kruis,
Herleefde als Vorst des Levens!

Dat zijn die lammren, zwak en laf.
Gevloden van den herdersstaf.
Bij de eerste wereldslagen:
Wel lamm’ren nog in lijdzaamheid.
Maar leeuwen ook, ter dood bereid.
Ja, stervende alle dagen.
Geen saamgezworen wolfsgebroed
Zal in hun mond doen zwijgen:
Eer zullen ze in hun martelbloed
Van ‘t kruis ten Hemel stijgen!

Ja, Godswoord! ja, Uw adem ruischtl
Een moker, die de rotsen gruist.
Tweesnijdend zwaard, dat zijt ge!
Uw scherpte dringt door merg en been:
De diepste zielsverborgenheên,
Gemoed en geest, doorsnijdt ge!
.Gestorv’nen rijzen, waar gij spreekt!
Tot bidden en tot boeten!
Gevangenen, wier kluister breekt.
Omhelzen Jezus voeten!

Dat had de stoutste niet gehoopt:
Drieduizend door den Geest gedoopt!
Een graanoogst op de klippen!
Wat Godgewijde Heldendrom!
Wat meer dan Vorstlijk Priesterdom,
Vernieuwd van hart en lippen!
Op cherubsvleuglen zweeft de maar’,
Om alle vleesch te zeeg’nen:
De Joëls profecy wordt waar, —
Gods almachtsteekens reeg’nen!

Zij blijven bij de Apostelleer,
Begiftigd door hun Hoofd en Heer
Met alle Geestesgaven.
Het Evangelie blijft hun licht, —
De lamp, waarop hun oog zich richt.
De goudmijn waar ze uit graven!
Zij gaan, om één banier geschaard,.
Op de eigen pelgrimsbane.
En Eng’len dekken, met hun zwaard.
De heil’ge karavane!

*) TEN KATE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1891

Het Wekkertje | 4 Pagina's

„En gij zult mijne getuigen zijn.”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1891

Het Wekkertje | 4 Pagina's

PDF Bekijken