Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Openbaar Bestuur

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Openbaar Bestuur

7 minuten leestijd

Duo-raadsleden: toejuichen of afwijzen?

Inleiding

door drs. CL. Freeke

Het duo-raadslid begint gemeengoed te worden, zowel in kleine als grote gemeentes. De gemeente Amsterdam introduceerde het duo-raadslid in 1983. Vorig jaar vond een evaluatie plaats en geconstateerd werd dat het experiment voor verlenging in aanmerking kwam. De gemeente 's-Gravenhage is hier vorig jaar mee gestart met een variant op het Amsterdamse model. Moeten wij dit nieuwe fenomeen toejuichen of afwijzen? Hieronder volgt een beschrijving vanuit de praktijk van een Haagse eenmansfractie.

Wat is een duo-raadslid?

Naarmate het gemeenteraadswerk zwaarder wordt, met name voor de kleine fracties, ontstaat behoefte aan ondersteuning van het raadslid. Wat veel tijd kost is de voorbereiding van en het deelnemen aan commissievergaderingen van advies en bijstand. Om het raadslid op dit gebied te ontlasten is het instituut van duo-raadslid ontwikkeld. Dit is te omschrijven als een niet-raadslid, dat namens een fractie aan het commissiewerk deelneemt (1). In Den Haag wordt overigens om formeel juridische redenen de voorkeur gegeven aan het begrip fractievertegenwoordiger. Een raadszetel kan immers slechts door één persoon gelijktijdig worden bezet.

Voordelen van duo-raadsleden

Het belangrijkste voordeel is de vermindering van de werkdruk, waardoor minder commissies beter kunnen worden 'gedaan' en er ook tijd vrijkomt voor contact met de bevolking, het bedrijfsleven en de achterban. Anderzijds kan de fractie in meer commissies vertegenwoordigd zijn, waardoor de informatie-uitwisseling naar beide kanten kan verbeteren. Het college van B& W kan in een eerder stadium kennis nemen van standpunten van kleine fracties, terwijl het duo-raadslid zijn vragen reeds tijdens de commissievergaderingen kan stellen en beantwoord krijgen. Deskundige personen met relatief weinig tijd kunnen worden ingeschakeld bij hef raadswerk, waardoor een kwaliteitsverbetering kan optreden. Er kan bovendien kadervorming plaatsvinden, waardoor een soepeler opvolging van raadsleden mogelijk is.

Nadelen van duo-raadsleden

Het belangrijkste nadeel dat veelal genoemd wordt is het bezwaar van rechtsongelijkheid. Het zou leiden tot een vertekening van de verkiezingsuitslag. Het zou beter zijn om bij de volgende verkiezingen meer zetels te behalen (2). Wij merken op dat duoraadsleden alleen in commissie-verband opereren (beleidsvoorbereiding) en geen enkele inbreng hebben tijdens de raadsvergadering (beslissing). Aldus bezien wordt de machtsverhouding in de gemeenteraad niet gewijzigd ten gunste van kleine fracties. Een tweede nadeel kan zijn de vermindering van de kwaliteit van het raadsdebat, omdat het raadslid niet deelgenomen heeft aan de discussies in de commissievergaderingen. Dit is een communicatie-probleem. In schaduvirfractieverband zal de informatie-uitwisseling goed georganiseerd moeten worden. Zowel vóór als na de commissievergadering moeten raadslid en duo-raadslid met elkaar overleggen. Met behulp van tijdig beschikbaar komende verslagen van commissievergaderingen moet de handicap voor het raadslid niet al te groot zijn. Er kunnen wel conflicten ontstaan als raadslid en duo-raadslid tot verschillende partijen behoren en in een concreet geval verschillende opvattingen hebben. Het duo-raadslid mag in commissieverband geen privé-opvatting verkondigen, tenzij hij dit uitdrukkelijk vermeldt.

Als derde nadeel wordt wel genoemd het niet-beëdigd zijn van een duo-raadslid. Hij kan omgekocht worden en niet primair het gemeentebelang dienen. Wij tillen hier niet zo zwaar aan omdat gewerkt wordt in de beleidsvoorbereidende sfeer. Er ontstaan alleen risico's als het raadslid sterk onder invloed staat van een dominant duo-raadslid.

Tenslotte kunnen de financiën een bezwaar zijn. In Amsterdam kost het de gemeente niets, omdat het raadslid een deel van zijn honorarium afstaat aan het duo-raadslid. In Den Haag wordt aan het duoraadslid een presentiegeld uitgekeerd, dat wel ten laste van de gemeente komt.

Alternatieven voor duo-raadsleden

De duurste oplossing is liet aantal raadsleden te verdubbelen. Een eenvoudiger oplossing is geestverwanten laten inspreken op openbare commissievergaderingen. Zij kunnen echter niet deelnemen aan de discussie die na de inspraak volgt. Een ander alternatief is het selectief bezoeken van commissievergaderingen door het raadslid. De werkdruk blijft dan echter groot. Samenwerking met andere kleine fracties kan een oplossing zijn, maar dan moeten zij wel enigszins geestverwant zijn. Ook kan de inbreng van het raadslid in een commissie schriftelijk geschieden, maar dan mist hij de discussie en de informatie-overdracht vanuit het college van B& W.

De Haagse situatie

De introductie van duo-raadsleden aldaar was te danken aan de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen 1986. Na uitgebreide hertelling van de stemmen kwam de volgende zetelverdeling tot stand: PvdA 18 zetels, WD 11 zetels, CDA 10 zetels. Links Den Haag (PSP/CPN/PPR) 3 zetels, D'66 2 zetels en SGP/GPV/RPF 1 zetel. Na lang onderhandelen werd een college gevormd van zeven wethouders (PvdA 5, Links Den Haag 1 en D'66 1) steunend op de kleinst mogelijke meerderheid (23 van de 45 zetels). Door de overbedeling van wethouders voor 'links' kwam de afvaardiging van raadsleden in commissies in gevaar en ontstond behoefte aan hulptroepen. Zonder duo-raadsleden had de 'oppositie' bij 14 van de 16 commissies de meerderheid, terwijl bij de overige twee commissies de zetels gelijk verdeeld waren. Na de benoeming van duo-raadsleden in de commissies verloor de 'oppositie' de meerderheid in 4 commissies en nam het aantal commissies met gelijke krachtsverhoudingen met een gelijk aantal toe. Het ontbreken van meerderheden in commissies is voor het college van B& W overigens geen enkel probleem om normaal te regeren. De beslissingen vallen immers in de raad en daar heeft zj de steun van de helft plus één. De afvaardiging van duo-raadsleden in commissies was met name gericht op vermindering van de werkdruk en niet zozeer om het college van B& W aan meerderheden te helpen.

In het beleidsprogramma 1986-1990 werd afgesproken dat fracties met minder dan vijf leden een duo-lid mochten afvaardigen. Bij de uitwerking van dit beleidsvoornemen werd het getalscriterium los gelaten, omdat dit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Aan alle fracties werd toegestaan om fractievertegenwoordigers te benoemen met een maximum van het aantal leden van de fractie (inclusief wethouders). Wel werd tegelijkertijd bepaald dat een fractie niet een duo-raadslid tot commissielid mocht voordragen als reeds een raadslid van dezelfde fractie lid van de commissie was. Op deze wijze werd het voor grote partijen onaantrekkelijk gemaakt om duo-raadsleden af te vaardigen.

Vanuit onze fractie hebben wij bezwaar gemaakt tegen de koppeling van het aantal duo-leden aan het aantal raadsleden. Immers de kleinste fractie heeft de meeste behoefte aan extra mankracht. In het raadsvoorstel ter introductie van duo-leden was opgenomen dat het streven was naar een vertegenwoordiging van alle fracties in alle commissies. Onze fractie was in 11 commissies niet vertegenwoordigd, maar kreeg slechts één duo-raadslid, terwijl Links Den Haag in 5 commissies ontbrak en 3 duo-raadsleden kreeg toegewezen. In eerste instantie werd ons bezwaar van tafel geveegd overigens met de erkenning dat onze redenering logisch was. Na een half jaar kwam het college van B& W na pressie vanuit het CDA ons gedeeltelijk tegemoet en werden ons 2 duo-raadsleden gegund.

Evaluatie

Het zal duidelijk zijn dat steller dezes een groot voorstander is van duo-raadsleden, maar dan alleen als commissielid, werkend in de beleidsvoorbereidende sfeer. Het moet een technisch hulpmiddel blijven (3). Deze positieve houding is onder meer gebaseerd op praktijkervaringen. Vijfjaar geleden kreeg onze fractie voor het eerst een raadszetel. Na vierjaar was het raadslid min of meer gedemotiveerd door overbelasting en gebrek aan adviseurs. In de nieuwe raadsperiode is de inbreng in het raadswerk kwalitatief en kwantitatief sterk verbeterd, niet in de laatste plaats door het optreden van een duo-raadslid. Voor hef eerst werd een alternatieve begroting ingediend. Inmiddels is een initiatief-raadsvoorstel opgesteld. De plaatselijke pers neemt onze fractie meer serieus, etc. De getuigende boodschap van ons raadslid gaat nu gepaard met een actief meedenken over locale problemen. Daarbij zijn wij ons goed bewust dat een gebed om wijsheid onmisbaar is voor een goede taakvervulling.

1. zie Haags raadsvoorstel 274 van 1986

2. zie artikel dr. C.J. Verplanke: 'Twijfel over duoraadslid' in 'De Nederlandse Gemeente' d.d. 17 oktober 1986.

3. zie interview drs. F. Meijer van Meijbeek in 'Binnenlands Bestuur' d.d. 6 juni 1986.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1987

Zicht | 32 Pagina's

Openbaar Bestuur

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1987

Zicht | 32 Pagina's

PDF Bekijken