Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op weg naar honderd jaar SGP

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op weg naar honderd jaar SGP

20 minuten leestijd Arcering uitzetten

Een reactie op de jubileumbundel voor de SGP

Met haar 90 jaar is de SGP de oudste politieke partij in Nederland. De heer Schutte schetst het perspectief voor de SGP aan de hand van drie thema's: de toekomst van politieke partijen in ons land; de SGP als politieke partij binnen dat bestel en tot slot enkele dilemma's waarvoor de partij in de toekomst staat.

Het is een goed initiatief van de Guido de Brès-Stichting ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van de SGP niet alleen om te zien naar die lange tijd waarin de SGP groeide naar de oudste partij van ons land, maar vooral ook te proberen vooruit te zien naar het eeuwfeest.

Dat zoiets een hachelijke zaak is, heb ik zelf eens ervaren toen ik mij ertoe liet verleiden tien jaar vooruit te zien, toen naar de millenniumwisseling. De inkt van mijn toespraak was nog niet verbleekt of de muur in Berlijn viel en allerlei verwachtingen en prognoses bleken op losse schroeven te staan.

Zoiets zou u en mij opnieuw kunnen overkomen. Bij al ons denken over de toekomst zal ons altijd de lacobitische voorwaarde voor ogen moeten staan. Een voorwaarde die door ds. Kater in zijn bijdrage aan de bundel treffend wordt geformuleerd: "In het licht van het verlangen naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde kan het nooit het grootste, diepste verlangen van de SGP zijn om haar honderdjarig jubileum te mogen vieren." (blz. 16)'

Ook met deze voorwaarde in gedachten is het wel nodig vooruit te zien. En vooruitzien kan alleen als je goed oog hebt voor de tijd waarin je leeft en voor de ontwikkelingen die gaande zijn, dichtbij en wereldwijd.

Jubileumbundel

De jubileumbundel heeft als onder-titel Missie - Identiteit - Perspectief. Drie kernbegrippen die inderdaad van belang zijn voor de visie op de toekomst van de partij. Een rijke verscheidenheid aan thema's komt aan de orde. De tijd waarin we leven wordt geanalyseerd en principieel gewaardeerd. De blijvende waarde van het SGP-gedachtegoed wordt door velen benadrukt. Missie en identiteit komen ruimschoots aan de orde. Maar hoe zit het met dat derde begrip Perspectief.

Daar is het uiteindelijk toch om begonnen? Hoe zien de schrijvers het perspectief voor de SGP Anno Domini 2018? Op welke mogelijke ontwikkelingen in het komende decennium moet de SGP zich voorbereiden? En voor welke keuzen zullen de partij en haar leden dan komen te staan?

Het is opvallend dat de meeste schrijvers in de bundel met een boog om die vragen heen lopen. Enkele jongeren waarschuwen dat de SGP haar vanzelfsprekendheid kwijt is en voor jongeren slechts een optie is geworden. Zij bepleiten verdere doordenking van de beginselen van de partij en noemen als voorbeelden de vrijheid van onderwijs, integratie en islamisering en nieuwe sociale kwesties. Waarschijnlijk belangrijke punten voor de politieke agenda van de komende jaren. Maar de uitwerking van deze agenda laten zij - misschien in

de beste tradities van de partij - aan de ouderen over. Enkele relatieve buitenstaanders als De Blois en Spruyt steken hun nek verder uit door aan te bevelen als partij onderscheid te maken tussen principes en partijfolklore, waarbij het maar de vraag is of wat zij als folklore zien, door anderen niet ook van een principiële lading wordt voorzien.

Herijking van tradities

De eindredacteur van de bundel Jan Schippers sluit af met de bespreking van zeven zaken waarop de hedendaagse samenleving stelselmatig in conflict komt met de Bijbelse of reformatorische overtuiging waarop de SGP haar politieke handelen baseert, waarna hij een aantal waardevolle opmerkingen plaatst hoe hiermee in de komende tijd om te gaan. In ieder geval niet door het verleden van de partij te idealiseren. Integendeel, hij zegt: "Traditionalisme en verstarring belemmeren het effectief reageren op nieuwe ontwikkelingen. Standpunten die vertegenwoordigers van de partij in het verleden innamen, worden dan van toepassing verklaard voor alle tijden. Wanneer de situatie zich grondig wijzigt, is ook een herijking van een stellingname aan de Bijbel noodzakelijk, wil de partij haar gedachtegoed vruchtbaar maken voor de samenleving waarin zij nu staat."(blz. 139)

Aan deze oproep tot herijking van traditionele standpunten wordt mijns inziens het meest gehoor gegeven door ds. Visscher in zijn bijdrage over Politiek in een seculier land en een seculiere tijd.

Al eerder kreeg ik de gelegenheid mijn visie te geven op de belangrijkste vraag waar de SGP de komende tien jaar voor staat. In het Reformatorisch Dagblad van 6 mei j.l. schreef ik toen een opiniebijdrage onder de titel: 'SGP, ontzeg eigen rechten anderen niet'. Voor mijn doen was ik daarin, dacht ik, tamelijk prikkelend in de richting van de partij. Maar voor zover ik heb kunnen nagaan is het na publicatie oorverdovend stil gebleven. Hoe dan ook, ik wil graag proberen u te helpen uw agenda voor de komende jaren in te vullen. Ik wil dat doen aan de hand van drie mijns inziens relevante thema's:

1. De toekomst van politieke partijen in ons land.

2. De SGP als politieke partij binnen dat bestel.

3. Enkele dilemma's waarvoor de partij in de toekomst staat.

'Traditionalisme en verstarring belemmeren het effectief reageren op nieuwe ontwikkelingen.'

1. Toel< omst poiitiel< e partijen

Het zal niemand ontgaan, dat het fenomeen 'politieke partij' in ons land onder druk staat. Oude tegenstellingen vervagen, de aanhang van traditionele partijen is op een ongekende manier in beweging, programpartijen met leden krijgen steeds meer concurrentie van bewegingen die zich verenigen rond personen. De SGP lijkt tot nu toe al die stormen redelijk te doorstaan, maar we moeten ons niet verkijken op zaken als de stabiliteit van het ledenbestand. De partij zou, gelet op de omvang van haar achterban en de relatieve grootte van de gezinnen, in de loop de jaren gestaag in aanhang gegroeid moeten zijn. Het tegendeel is het geval. Kennelijk is het waar wat Nijsink en Kloosterman signaleren, dat met de teloorgang van de zuil ook de SGP haar vanzelfsprekendheid kwijt is en voor jongeren slechts een optie is geworden, (blz. 115)

De toekomst van politieke partijen in ons land is dus alleen al door maatschappelijke ontwikkelingen ongewisser geworden. Daarnaast - maar niet helemaal los daarvan - zie je dat ook overheid en samenleving

zich steeds meer inlaten met de politieke partij als fenomeen. Eigenlijk is de situatie in Nederland wat dat betreft best bijzonder. Politieke partijen zijn onmisbaar in ons democratisch bestel, maar als je vraagt waar de positie van deze partijen in ons recht verankerd is, is het antwoord nog niet zo simpel. In onze Grondwet tref je van alles aan over de organen van en in de staat, maar het woord 'politieke partij' komt er niet in voor.

Anders dan in veel andere democratieën hebben we tot nu toe ook geen speciale wet op de politieke partijen. Dat is een bewuste keuze geweest. De overheid heeft zich niet willen bemoeien met politieke partijvorming. Politieke partijen zijn in feite verenigingen, opgericht en in stand gehouden door burgers, waarop het gewone verenigings-en rechtspersonenrecht van toepassing is. Geen toestemming van de overheid dus voor de oprichting van een partij. Maar ook geen partijverbod als een partij de overheid niet zint.

Partijverbod?

Als iemand toch vindt dat een bepaalde partij over de schreef gaat, is het alleen de rechter die met toepassing van het gewone rechtspersonenrecht kan uitspreken dat de partij verboden wordt omdat de werkzaamheid van de partij in strijd is met de openbare orde. Twee jaar geleden heeft de rechter in de zaak van de zgn. Pedofielenpartij nog eens uitgesproken dat er dan wel heel wat mis moet zijn: Als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel moeten zodanig worden aangetast dat sprake kan zijn van ontwrichting van de samenleving.

De overheid wil dus vanouds zo ver mogelijk af blijven van een beoordeling van het bestaansrecht van een politieke partij. Dat oordeel is aan de kiezers.

De SGP heeft ervaren dat dat nog niet betekent, dat een politieke partij niet met de rechter te maken kan krijgen. Maar dat gaat dan via de omweg van faciliteiten waarop een partij aanspraak wil maken. Een simpele faciliteit is de registratie bij de Kiesraad om onder eigen naam aan verkiezingen te mogen deelnemen. Verder strekkend is het verkrijgen van overheidssubsidie.

'De toekomst van politieke partijen in ons land is alleen al door maatschappelijke ontwikkelingen ongewisser geworden.'

Financiering partijen

We kennen geen Wet op de politieke partijen maar wel een Wet subsidiëring politieke partijen. En naar het zich laat aanzien binnenkort een Wet financiering politieke partijen. Dat lijkt een subtiel verschil - subsidiëring of financiering, maar het verschil heeft een principiële kant.

Er zit een zekere logica in als de overheid die subsidie verleent daaraan voorwaarden verbindt. Bijvoorbeeld over verantwoording van de besteding van de subsidie. Maar het is een stap verder als de overheid voorschriften gaat geven over de manier waarop politieke partijen aan inkomsten via giften, sponsoring e.d. mogen komen. Zulke voorschriften zijn er nu al in beperkte mate maar deze zullen straks in nieuwe wetgeving worden uitgebreid door openbaarmaking van giften en gevers voor te schrijven en maxima te stellen aan bedragen die door één persoon of instantie gegeven kunnen worden.

Achtergrond hiervan is, dat politieke partijen steeds minder gezien worden als puur particuliere organisaties en steeds meer als organisaties die een belangrijke rol spelen in het publieke domein. In die laatste opvatting moeten partijen aan allerlei eisen van goed bestuur voldoen, zoals die bijvoorbeeld ook gelden voor scholen en zorginstellingen. Daarbij doet het er minder toe of het gaat om democratisch georgani-

seerde partijen of om politieke bewegingen zonder leden maar die wel deelnemen aan verkiezingen. Dat is een standpunt, dat binnen de Tweede Kamer breed gesteund wordt, maar waarop ook vanuit de Raad van Europa wordt aangedrongen. Onlangs gebeurde dat nog in een rapport van de Raad over transparantie in de financiering van politieke partijen in Nederland, waarbij de invalshoek was de mate waarin politieke partijen mogelijk vatbaar zijn voor corruptie.

Afnemende vrijheid

Als we proberen te kijken naar de situatie in 2018, dan is het dus van belang te bedenken dat alle partijen dan beschikken over minder beleidsvrijheid als het gaat om de inrichting van de eigen organisatie. Nu behoeft dit op zichzelf niet zo'n probleem te zijn voor een serieuze politieke partij. Transparantie betrachten over de eigen organisatie en financiering kan het vertrouwen in de partij ten goede komen. Maar u hebt in de praktijk ervaren dat de grens tussen inhoudelijke en organisatorische zaken diffuus kan zijn. Immers, is de vraag wie lid of bestuurslid van een partij kan zijn nu een organisatorische of toch ook een inhoudelijke?

Ook de huidige Wet subsidiëring politieke partijen kent een heel inhoudelijk criterium voor het vervallen van het recht op subsidie, n.l. als de partij door de rechter is veroordeeld wegens discriminatie. De bedoeling is dit in de nieuwe wet uit te breiden tot veroordeling wegens een terroristisch misdrijf. Argumentatie hiervoor is, dat dergelijke misdrijven raken aan de grondslagen van de democratische rechtsstaat. Met andere woorden: de handelwijze van een politieke partij kan door de wetgever en de rechter als zó laakbaar worden beoordeeld, dat de partij in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking dient te komen. In de huidige wijze van denken over discriminatie en gelijke behandeling zit hier een potentieel risico voor de SGR Ook om die reden zal de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak van eventuele strijd met het Vrouwenverdrag van principiële betekenis kunnen zijn, ook voor de toepassing van de komende Wet financiering politieke partijen.

Een formeel verbod van de SGP op grond van de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek zie ik zo maar niet gebeuren. Dat zou een zo forse inbreuk zijn op het algemene rechtspersonenrecht en op de bestaande jurisprudentie, dat geen rechter daaraan zal durven beginnen. Maar dat wil niet zeggen, dat de wetgever niet zou kunnen proberen via op politieke partijen toegesneden wetgeving de SGP voor de keuze te stellen te stoppen met wat anderen zien als discriminatie óf af te zien van overheidsbekostiging en andere faciliteiten.

'In de huidige wijze van denken over discriminatie en gelijke behandeling zit een potentieel risico voor de SGP.'

Hete hangijzers

Het zal voor u duidelijk zijn, dat zulke wetgeving haaks zou staan op de regels van een democratisch bestel en zou getuigen van verzet tegen een beroep op de Bijbel als dat niet zou passen in de opvattingen van een meerderheid. Maar wat doen we met zo'n constatering? Zien we het als het zoveelste bewijs van de secularisatie? Of vormt zo'n ontwikkeling ook aanleiding tot enig zelfonderzoek?

Janse constateert in zijn bijdrage, dat we niet moeten verwachten dat de SGP groot kan worden door sympathie en steun van buiten. Daarvoor zijn er te veel obstakels in het beginselprogram en de gereformeerde achtergrond van de partij die niet uit de weg kunnen worden geruimd.(blz.72) Maar de vraag die dan gesteld

moet worden is of het hier altijd gaat om obstakels die God op onze weg legt of om obstakels die meer te maken hebben met de reformatorische cultuur en traditie. Die laatste kunnen zeker een interne waarde hebben, de achterban of de geestehjke voorlieden kunnen er erg aan gehecht zijn. Maar mogen ze ook een blokkade vormen bij de realisering van christelijke politieke doelen?

Laat ik in dit verband enkele hete hangijzers mogen noemen, in de hoop dat u die niet meteen van u werpt omdat ze aan de orde gesteld worden door iemand die behoort tot een partij, waarvan Janse zegt dat daar de notie van de roeping van de overheid om naar Gods Woord te regeren achter de horizon lijkt te verdwijnen, (blz. 70) U zult trouwens zien dat de hangijzers ook in de jubileumbundel worden genoemd.

Positie van de vrouw

Een heet hangijzer is natuurlijk de positie van de vrouw. Het zal u wellicht niet verbazen, dat Spruyt het vrouwenstandpunt de zwakte van de SGP noemt, waardoor je jezelf nodeloos isoleert (blz. 40). Maar ook uw eigen burgemeester Kats voorspelt dat dit standpunt de SGP blijft achtervolgen, zo sterk dat dit veel mensen vaak blokkeert om naar de verdere inhoud van de SGP te kijken, (blz. 85) Nu wil ik niet onderschatten hoeveel moeite het de SGP al gekost heeft op dit punt te komen waar het nu staat: wel lidmaatschap en actief kiesrecht voor de vrouw, maar geen passief kiesrecht. Maar bent u er echt van overtuigd, dat God in Zijn Woord het regeerambt en dus het passief kiesrecht aan de vrouw ontzegt, niet alleen in de kerk maar ook in politiek en maatschappij? Zo ja, hoe sterk zijn de argumenten daarvoor als u bedenkt dat ze tot voor kort ook werden gebruikt om vrouwen het gewone lidmaatschap en soms ook het actief kiesrecht te ontzeggen? Met andere woorden: legt Gód hier een blokkade, terwijl andere blokkades uit het recente verleden bij nader inzien toch menselijker waren dan werd gedacht? Dat zijn vragen om de komende tijd over na te denken.

Belijd voluit dat God de HEER regeert, ook over overheden en in de politiek. Maar spreek niet over en suggereer geen politiek beginsel van de theocratie.'

Theocratische politiek

Een begrip dat zeker tot het gedachtegoed van de SGP behoort is theocratie. Een begrip waarvan Van Berkum zegt, dat het sinds de jaren zestig van de vorige eeuw gebruikt wordt om aan te geven dat bij het ontwerpen van overheidsbeleid het gezaghebbende Woord van God uitgangspunt moet zijn. (blz. 50) Het heeft sedertdien tot heel wat discussie aanleiding gegeven, zoals wel blijkt uit de vele publicaties die er in christelijke kring over verschenen zijn.

Er bestaat ook veel verwarring over, een verwarring die riskant is in een tijd waarin anderen op hun manier spreken over theocratie. De theocratie wordt dan een excuus voor mensen om christelijke politiek als zodanig af te wijzen, omdat zij zien dat theocratisch denken bij sommige moslims leidt tot gevaarlijke vormen van fundamentalisme. Er is dus heel wat aan gelegen om als christenen geen onduidelijkheid te laten bestaan wat we bedoelen als we een overheidsbeleid bepleiten waarvan het Woord van God uitgangspunt is. Ik vraag in dat verband aandacht voor de reacties in de bundel op de stelling, dat de gereformeerde theocratie ervan uitgaat dat kerk en staat elk hun eigen roeping hebben, maar toch met één doel: de verbreiding van het Woord van God. De Apeldoornse hoogleraar Den Hertog antwoordt daarop: "Nee, dat kon alleen in het 'corpus christianum'. En ik vind het ook niet echt Bijbels." En het SGP hoofdbestuurslid Van den Belt

reageert: "Theocratie belijden is niet hetzelfde als theocratie uitvoeren.... De overheid dient de voorwaarden te scheppen voor de kerk en zich niet met de inhoud van de verkondiging te bemoeien."(blz. 128). Mijns inziens waardevolle antwoorden, die kunnen voorkomen dat christenen en radicale moslims onder één noemer worden gebracht. Tot schade van de doorwerking van het christelijk geloof.

Mijn advies aan de SGP is dan ook: Belijd voluit dat God de HEER regeert, ook over overheden en in de politiek. Maar spreek niet over en suggereer geen politiek beginsel van de theocratie. Doe recht aan de eigen functie van overheid en politiek in Nieuwtestamentisch perspectief door te spreken over'Bijbels genormeerde politiek'.

Geestelijke vrijheid

Een oud hangijzer dat de SGP ook steeds weer opbreekt, is dat van de geestelijke vrijheid. Ds. Visscher spreekt in dit verband van een lastig dilemma waar de SGP in de komende tijd nog regelmatig aan herinnerd zal worden. We beroepen ons op de grondwettelijk verankerde vrijheid van godsdienst en van onderwijs, en verweren ons zo met kracht tot voor de rechter tegen aanvallen op die vrijheden van de kant van het Clara Wichmann-instituut en haar geestverwanten. Maar tegelijk zoeken SGP-ers naar mogelijkheden om te voorkomen dat anderen van dezelfde rechten gebruik maken voor het stichten van een moskee of het oprichten van een school.

Een bekend weerwoord in dit verband is, dat de partij weliswaar geen voorstander is van godsdienstvrijheid voor ieder maar wel opkomt voor de vrijheid van geweten. Maar ik herhaal hier de stelling die ik eerder in het Reformatorisch Daglad betrok, dat dit een schijnoplossing is. Gereformeerden hebben terecht nooit genoegen genomen met slechts vrijheid van geweten, omdat zij vrijheid wilden hun godsdienst te belijden en beleven. Zouden niet-christenen dan gedwongen mogen worden zo'n gekunsteld onderscheid wel te maken? Het zal in ieder geval blijven werken als een argument voor de stelling, dat de handhaving van de grondwettelijk gewaarborgde geestelijke vrijheid voor alle burgers bij de SGP niet in goede handen is. Moet je je tegenstanders dat argument als het ware aanreiken? Is het een onderscheid dat rechtstreeks voortvloeit uit Gods Woord en de belijdenis? Volgens mij niet, wanneer je oog hebt voor het eigen karakter van het Koninkrijk van Christus, voor Zijn zorg en lankmoedigheid voor de wereld als Hij niet wil dat het onkruid voortijdig van de akker wordt verwijderd.

Als je bij de exegese van deze gelijkenis niet blijft staan bij wat Calvijn en de kanttekenaren er in hun tijd van zeiden, maar ook rekening wilt houden met vier eeuwen gereformeerde theologie sedertdien.' Dan kun je ais christelijke partij je tegenstanders recht in de ogen zien en hen tegelijk wijzen op de betekenis voor de publieke samenleving van een handelen naar Gods geboden.

'Gereformeerden hebhen terecht nooit genoegen genomen met slechts vrijheid van geweten, omdat zij vrijheid wilden hun godsdienst te belijden en beleven.'

Frontlinies van vandaag

Dat brengt mij bij een laatste vraag: Waar zitten vandaag de grootste tegenstanders? Waar bevinden zich Ae frontlinies^. Het is vooral die vraag waar het in de bijdrage van ds. Visscher om gaat. Hij ziet - evenals Holdijk - twee fronten: de islam en de progressief-liberale seculariteit (blz. 106) Maar hij trekt ook een conclusie: "De grootste uitdaging voor staatkundig gereformeerde politiek is het antwoord op de seculari-

satie. Niet (de vermeende dreiging van) de islam, maar de secularisatie vormt het grote probleem van de nabije toekomst." (blz. 98)

Hij raakt daarmee een gevoelige snaar. In reformatorische kring wordt vaak gewaarschuwd voor een dreigende islamisering van Nederland. Het Reformatorisch Dagblad vertolkte dat geluid onlangs nog naar aanleiding van de aanbeveling van de heer Aboutaleb tot burgemeester van Rotterdam. In een commentaar maakte de redactie een vergelijking met eerdere benoemingen van ongelovige en bijna anarchistisch getinte burgemeesters. Het benoemen van een praktiserende moslim zou nog een stap verder gaan. Anders vertaald: liever bijna anarchist dan moslim! Wanneer je dit echt meent, rijst bij mij de vraag of je nog wel oog hebt voor de frontlinies zoals ze werkelijk lopen in het Nederland van de 21e eeuw.

Ik onderstreep graag wat ds. Visscher in zijn bijdrage zegt: "Het is geboden voorzichtig te zijn met de alom heersende liberale islamkritiek.... Bijbelgetrouwe christenen horen in de bestrijding van de islam niet thuis in het seculiere kamp."(blz. 102)

De invloed van de islam, vooral in onze grote steden, is zeker een punt van zorg, ook voor de overheid. Maar hèt antwoord daarop kan niet door de overheid gegeven worden, zeker niet door aanhangers van nietchristelijke godsdiensten te behandelen als tweederangs burgers, aan wie we fundamentele vrijheden

onthouden die we voor onszelf claimen. Hèt antwoord op ongeloof en bijgeloof, van moslims of van liberale seculieren, is het Evangelie van Jezus Christus dat in de kerk verkondigd wordt. Het is een goede zaak dat steeds meer kerken zien dat het zendingsveld in de 21e eeuw primair in eigen stad of dorp gelegen is.

Slot

Ik heb van de uitnodiging van het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP iets te zeggen naar aanleiding van het jubileum van de SGP een nogal vrijmoedig gebruik gemaakt. Niet om me te bemoeien met interne zaken van de partij. Wel omdat ik meen dat we als christenen aan dezelfde frontlinies staan. Het is dan een verantwoordelijkheid voor ieder christen alles te doen wat mogelijk is om te voorkomen dat onze gemeenschappelijke tegenstanders al te gemakkelijk bressen slaan in onze linies.

'Het is een goede zaak dat steeds meer kerken zien dat het zendingsveld in de 21e eeuw primair in eigen stad of dorp gelegen is!

Noten

1 Ue gL'uoemde paginanummers in deze bijdrage verwijzen naar; drs. ).A. Schippers e.a. (eindred.), Op weg naar honderd jaar SGP. Missie, visie, perspectief, uitgave Guido de Brès-Stichting, Gouda 2008

2 De kanttekenaren bij de Statenvertaling merken bij Matt. 13 : 30 op: Hiermee wil Christus niet wegnemen het ambt der overheid in het straffen der bozen, noch der kerk in het uitoefenen der tucht, maar geeft te kennen dat men daarin voorzichtigheid moet gebruiken en dat de huichelaars en de bozen niet geheel kunnen geweerd worden, overmits zij van de ware gelovigen somwijlen niet wel kunnen onderscheiden worden'. Ook Calvijn ging uit van de gedachte, dat het er in deze gelijkenis om gaat hypocrieten in de kerk te dulden. Dr. C. Trimp wijst deze exegese af. Het gaat volgens hem kennelijk niet om interne verhoudingen binnen de gemeente van Christus. De les van de gelijkenis is, dat Christus' zaak op aarde geen behoefte heeft aan en niet gediend is van gewelddadige eliminatie van tegensprekers en valse profeten. Zie: n C. Trimp, "Onkruid tussen de tarwe", in: ns Burgerschap, december 1989.

Dit artikel werd u aangeboden door: Wetenschappelijk Instituut voor de Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 december 2008

Zicht | 53 Pagina's

Op weg naar honderd jaar SGP

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 december 2008

Zicht | 53 Pagina's