Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Sprekend Gerrit Holdijk: ontspanning vanuit overtuiging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Sprekend Gerrit Holdijk: ontspanning vanuit overtuiging

21 minuten leestijd

Naast een bedreven denker en geoefend schrijver blijkt Holdijk ook een boeiende gesprekspartner te zijn. Dit interview bestaat uit welgekozen citaten uit vraaggesprekken die eerder zijn verschenen in andere opinie- en dagbladen. Echte Holdijkiaanse onderwerpen komen hierbij uiteraard aan de orde.

We veronderstellen even dat Holdijk in zijn schommelstoel zit. Met kalme regelmaat trekt hij aan zijn pijp. Denkpauzes verschaft hij zich door de pijp opnieuw te vullen en aan te steken. Hij voelt zich vrij om te reflecteren op een diversiteit aan gespreksonderwerpen. Maar ook zijn eigen persoon en positie ontkomt daar niet aan: “Ik ben geen politicus”, relativeert hij. ”Ik ben slechts een jurist in de coulissen van de politiek.” Van een interview wil hij niet spreken. Liever heeft hij het over een bespiegelend gesprek. “Hoe zien jullie dat”, vraagt hij soms. “Onderbreek me als ik het verkeerd zie”, zegt hij herhaaldelijk.1 Het tekent zijn bescheidenheid.

Moeilijke opdracht
Eind maart 1998 zorgde de SGP voor enige opschudding toen haar fracties in de verenigde vergadering van de Staten-Generaal als enigen tegen het voorgenomen huwelijk van prins Maurits met Marilène van den Broek stemden. “Er is een rechtstreekse relatie tussen onze politieke idealen en de religie van het koninklijk huis. Het huwelijk van Maurits met een roomskatholiek meisje doorbreekt een traditie die voor ons onaantastbaar is”, aldus senator G. Holdijk in een verklaring tot de pers.2 Ook bij de toestemmingswet inzake het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander met Máxima Zorre - guieta in 2001 plaatst senator Holdijk enige kritische kanttekeningen. Dat riep weerstand op en kribbigheid bij minister-president W. Kok. Later zegt Holdijk hierover het volgende: “Bij de toestemmingswet voor het aanstaande kroonprinselijk huwelijk (…) heb ik, hoezeer ik ook heb getracht te objectiveren, blijkbaar toch een zenuw geraakt, vooral bij een aantal roomskatholieke medelanders, door te herinneren aan de oorsprong van het protestantse Oranjehuis. Anderen zullen het releveren van dit element irrelevant en daarom buiten de orde hebben geoordeeld. Ik vond dit één van de moeilijkste opdrachten in mijn parlementaire loopbaan, maar ik heb het wel met overtuiging gedaan.”

“Ik begrijp ook nog steeds niets van de commotie. Waarom kan er niet op een meer ontspannen en volwassen manier over de verschillen in beleving van de historie gesproken worden? Het heeft mij bij veeljarige, intensieve contacten met rooms-katholieken nooit in de weg gestaan. Hoezo intolerant? Als je iets zegt wat misschien uit de politieke toon valt, maar wezenlijk is voor je politieke stellingname, waarom zou dat onverdraaglijk zijn? Het is mij nadien trouwens opgevallen dat degenen die tot enigszins objectieve waarneming in staat waren én op de hoogte zijn van het klassiek-denken niet vreemd opgekeken hebben van mijn bijdrage aan het debat.3

Boerenleven van weleer
Van het koningshuis gaan we naar het landleven in de provincie Gelderland. Dat kent voor Holdijk weinig geheimen. Het verbaast dan ook enigszins dat Holdijk onder de Gelderse Statenleden was te vinden die tijdens de gratis Museumdag (najaar 2008) in de musea op zoek waren naar een geheim. In dat verband kreeg de Oudheidkamer in Nunspeet bezoek van Gerrit Holdijk, SGP-Statenlid en ook lid van de Eerste Kamer. In het kader van de herfstactiviteiten voor kinderen in de Gelderse musea is dit jaar (2008) het thema ‘Ontdek het geheim’. De Oudheidkamer in Nunspeet heeft dit jaar een thematentoonstelling ‘Het boerenleven van weleer’. Er staat een wannemolen. Met fragmenten van foto’s maken de kinderen een speurtocht door het museum en ontdekken het geheim van de wannemolen. Voor Holdijk was de wannemolen niet onbekend. Hij kende ‘m al uit zijn boerenleven van weleer.4

Partij kiezen voor de dieren
Dat boerenleven leidde er mede toe dat Holdijk in het voorjaar van 2000 de inzegening van het huwelijk tussen prins Constantijn en Laurentien Brinkhorst weigert bij te wonen. Hij wil minister Brinkhorst van Landbouw niet de hand hoeven schudden. Een reactie die door vele boeren wel begrepen werd, maar waar vele politici en stadse lui zich over verbaasden. Was het een overdreven uitbarsting van emotie? Holdijk: “Bij de mond- en klauwzeer-epidemie en uiteraard vooral de wijze waarop die door de overheid tegemoet is getreden, kwam alles in mij in verzet vanwege de principieel onverantwoorde en disproportionele aanpak. Mijn boerenafkomst speelde mij daarbij ongetwijfeld parten, maar de verontwaardiging zat dieper. Het uit puur economische motieven op grote schaal gezonde dieren doden en vernietigen gaat naar mijn diepste overtuiging radicaal in tegen de zorgplicht voor vee dat aan onze zorgen is toevertrouwd. Vanuit dat besef kón ik op datzelfde moment geen feest vieren in gezelschap van de eerstverantwoordelijke minister voor dit overheidsbeleid.”5

Vrouwen in de partij
Over dit voor de SGP en voor feministische clubs gevoelige thema heeft Holdijk zich niet veelvuldig publiek uitgelaten. Op een wat roerige bijeenkomst, die begin jaren ‘90 georganiseerd werd door de kiesvereniging van de SGP Apeldoorn, las hij als voorzitter het veertiende hoofdstuk van de Romeinenbrief. Daarmee aangevend dat de vraag of vrouwen volwaardig lid konden zijn van een politieke partij voor staatkundiggereformeerden geen principiële, maar een middelmatige kwestie zou moeten zijn. Jaren later, in september 2001, liet Holdijk tijdens een bijeenkomst van het Leidse dispuut Panoplia van de reformatorische studentenvereniging CSFR weten dat hij geen bezwaar had tegen vrouwelijke SGP-wethouders. Hij vond de positie van vrouwen in de kerk niet te vergelijken met die van vrouwen in de politiek en was van mening dat de partij een ‘te grote kwestie’ had gemaakt van haar vrouwenstandpunt.6 Hiermee toont Holdijk zijn ontspannen kijk op dit vraagstuk.

Theocratie
Een ander, voor Holdijk veel wezenlijker thema, is dat van de theocratie. Daarover zegt hij kernachtig het volgende: “God regeert. Theocratie is een gegeven, een geloofswerkelijkheid. Dat betekent dat het een Seinsverständnis is, het omvat ons hele leven en het is niet alleen maar een politieke aangelegenheid. Primair is het een geloofsbelijdenis van de kerk.”7 “Met Groen van Prinsterer vind ik dat de overheid z’n steentje mag bijdragen aan de kerstening. Ik ben voorstander van de scheiding van kerk en staat en de vrijheid van de kerk ten opzichte van de staat. Maar dat zie ik, tegelijkertijd, nog steeds niet als de normale toestand, of je het nu Oudtestamentisch of Nieuwtestamentisch benadert. De normale toestand zou voor mij toch zijn een huwelijk van kerk en staat – met een zekere dualiteit en scheiding van machten uiteraard. Echtscheiding zie ik nog altijd niet als de normaalste zaak van de wereld.”8

Artikel 36 NGB
Voorgaande visie is consistent met Holdijks kijk op Artikel 36 van de van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Artikel 36 geldt voor sommigen binnen de SGP als de hoogste wet, alsof het nog boven de Schrift uitstijgt. Voor mij geldt: het is een kerkelijke belijdenis, geen politieke belijdenis. Het is een aan de tijd en omstandigheden gerelateerde belijdenis. (…) Maar het allerbelangrijkste van artikel 36 vind ik het appel dat er van uit gaat, op de overheid en op een ieder, maar in de eerste plaats op de overheid. En dat blijft, verkort of onverkort, recht overeind staan.”

Welk appel?
“Dat een staat nooit en te nimmer het Koninkrijk Gods zal realiseren. Volgens artikel 36 is het wel zo dat de staat een taak en een functie heeft in dat Koninkrijk. ‘Het Koninkrijk in het vlees’, zoals Van Ruler zei: het Koninkrijk hier op aarde. Als je aan artikel 36 vasthoudt, zeg je: ‘Christus is Koning der koningen en Heer der heren’, ook van onze overheden. Dat appel gaat er uit van artikel 36. En vervolgens moet de overheid zich, als dienaresse Gods, afvragen welke rol er in politieke zin voor haar is weggelegd als het gaat om de gestalte van het Koninkrijk op deze aarde. Dat blijft, met of zonder zwaard, overeind staan.”9

Over Van Ruler
Zijn naam is gevallen. Dr. A.A. van Ruler, hoe kan het anders, als Holdijk over dit onderwerp aan het woord is: “Eén van zijn aforismen is altijd leidend voor mij geweest, het bekende aforisme uit Religie en politiek: ‘Zo weet het geloof uit het Woord dat de werkelijkheid theocratisch en de theocratie werkelijkheid is.’ Voor mij is die uitdrukking een vorm van houvast, zowel in mijn persoonlijk leven als in mijn werk als Eerste Kamerlid.”10

In het jaar 2008 bestaat de SGP negentig jaar. Op een jubileumbijeenkomst stelt partijleider Van der Vlies dat het beter is om de term ‘theocratie’ niet meer te gebruiken. Zij roept allerlei misverstanden op. Holdijks reactie daarop getuigt van partijhistorisch inzicht: “Ik vind de discussie werkelijk van ondergeschikt belang. Eigenlijk zijn we weer terug bij ds. Kersten. Die had zijn ban al over de term theocratie uitgesproken, sindsdien was het een taboewoord. In de periode van ds. Abma, die van 1963 tot 1981 Tweede Kamerlid was, is het woord in zwang gekomen, waarschijnlijk door de invloed van Van Ruler. Ikzelf werd in 1972 beleidsmedewerker bij de SGP. Vanuit de CSFR was ik met Van Ruler en het begrip theocratie vertrouwd. Het maakte binnen de partij opgang zonder dat daar een bepaalde bedoeling achter zat. Sinds enkele jaren is de term belast en beladen door de discussie over de Islam.”11

Steen des aanstoots
Volgens de partijtop roept het woord theocratie te gemakkelijk associaties met moslimfundamentalisten op. Holdijks repliek is kritisch en duidelijk:
“Die redenering is typerend voor hoe we momenteel binnen de SGP met gevoelige zaken omgaan. Het zijn de omstandigheden, anderen, die ons min of meer dwingen om een woord niet meer te gebruiken. Vergelijk het met die hele discussie rond het vrouwenlidmaat schap, een middelmatige toestand natuurlijk. Sommigen zeggen dat we dat probleem dan uit de wereld moeten helpen. Maar dan zeg ik: nee! Welk volgend issue staat er dan voor de deur? Je moet niet zomaar opzij gaan voor kritiek. Stel dat er helemaal geen kritiek meer was, dan kan de SGP zichzelf wel opheffen. Een steen des aanstoots zullen we altijd blijven. En misverstanden zullen er altijd blijven, en tegenstellingen zullen we daardoor altijd oproepen.”

Volgens u legt de SGP-top het woord theocratie verkeerd uit?
“Ja, inderdaad. Binnen de SGP is de theocratische belijdenis versmald tot een politiek program. Er wordt altijd gesproken over het ideaal van de theocratie, zoals dat dan heet. Tegen dat spraakgebruik heb ik me menigmaal gekeerd. Van Ruler merkte terecht op: ‘Idealen zijn idolen en idolen zijn afgoden.’ Dat heb ik altijd goed in mijn oren geknoopt. Theocratie is volstrekt het tegendeel van idealen of het najagen van een ideaal, ze is primair een geloofsbelijdenis, levende werkelijkheid.”

Krampachtigheid niet nodig
“Binnen de SGP wordt vaak ook gesproken over de spanning tussen ideaal en praktijk. In die spanning geloof ik dus niet, we moeten echt af van dat woord ideaal. De theocratie als ideale regeringsvorm zal nooit worden gerealiseerd, tot de jongste dag niet, niet bij een minderheid en niet bij een meerderheid van de SGP. Het is de spanning tussen geloof en werkelijkheid waar we in staan. Die spanning heeft te maken met de totale, integrale geloofswerkelijkheid. We geloven dat er een Schepper is die de geschiedenis te boven gaat, die vandaag regeert, die ook zal regeren. Die belijdenis zal tot de jongste dag spanningen met de werkelijkheid oproepen. En ja, de politiek is slechts één klein onderdeeltje in die totale geloofswerkelijkheid. Dat besef heeft bij mij altijd geleid tot een ontspannen omgang met het woord theocratie, krampachtigheid is dan niet nodig.”12

Over het wezen van tolerantie
Van theocratie naar tolerantie. Volgens sommigen ga je dan van het ene naar het andere uiterste. Maar Holdijk onderschrijft de stelling van Van Ruler dat zonder theocratie tolerantie een onmogelijkheid is. Daarom is tolerantie geen concessie aan de waarheid.

Holdijk pleit voor tolerantie per confessie: “Deze dieptolerante houding leidt er evenwel niet toe dat keuzes, zeker in politicis, kunnen worden ontgaan. Je zult dan ook voor de dag moeten komen met je opvatting over wat naar jouw idee de meest zegenrijke oplossing of aanpak van een vraagstuk is. Daar steekt niet in directe zin bekeringsijver achter, maar wel terdege het besef dat ik mijns broeders hoeder ben (en omgekeerd). Toch wordt zo’n houding al gauw door anderen als intolerant ervaren, zo blijkt meer-en-meer. En dat juist op een moment dat tolerantie zo ongeveer als ultieme politieke waarde wordt beleden.”13

Hoe typeert u de tolerantie in onze democratie? Is er tegenwoordig sprake van tolerantie of onverschilligheid?
“De waarde van de tolerantie staat in de politiek hoog genoteerd. Ik vertrouw het veelvuldig gebruik van het woord tolerantie niet zo erg. Hebben degenen die dat woord in de mond nemen nog wel besef van de diepste betekenis ervan: het dulden en verdragen, het lijden eraan en tegelijkertijd het eerbiedigen van afwijkende opvattingen en gebruiken? Tilt men daar zwaar aan of laten ze ons koud? Respect is dan een ander woord voor onverschilligheid, uitgesproken door de overmachtige. Als dat zo is, is tolerantie een dun laagje ijs geworden, waar we bij het minste of het geringste zó maar doorheen zakken. Tolerantie heeft dan geen fundament, is leeg geworden. Het is een verlegenheids - oplossing voor de waarheidsvraag geworden.”14

Wat vindt u ervan om politicus te zijn?
“Je kunt het in de politiek niet gauw voor iedereen goed doen, dat weet je en dat lot heb je te dragen. Dát is ook een zeer wezenlijke notie van tolerantie: het verdragen en verduren van kritiek, ook al tracht je iedereen zoveel mogelijk recht te doen en te respecteren.”15

Waarom klaagt de SGP en haar reformatorische achterban steeds over het gebrek aan begrip en tolerantie? Ze zouden toch niets anders mogen verwachten? Is de intolerantie die de SGP ontmoet niet een logisch gevolg van de intolerante opstelling tegenover homo’s, islam, zondagsarbeid enzovoort?
“Ja, het lijkt een merkwaardige paradox: de SGP wordt door anderen als intolerant ervaren en de SGP voelt zich af en toe intolerant bejegend door anderen. Maar is dit niet een schijn-paradox en feitelijk het echte probleem van de tolerantie-idee? Absolute tolerantie is onmogelijk, zou zichzelf opheffen.”16

Vreemde verbazing
“Trouwens, we moeten ook niet al te klagerig doen over die intolerantie die we ondervinden. We moeten ons er ook niet al te zeer over verbazen. We zijn gewaarschuwd. Ik roep nog maar eens een woord van Van Ruler in herinnering. In een lezing uit 1948 zei hij al dat het einde van de neutrale verhouding van kerk en staat in zicht was. Een kerk die werkelijk het koningschap van Jezus proclameert, ook en allereerst over de staat, heeft alle kans, aangegrepen en uitgeroeid te worden, zo zei hij. Dát noemde hij ook een zuivere verhouding van de staat tot de kerk: de kerkvervolging, de keerzijde van de theocratie. Tertium non datur17: óf christenvervolging óf theocratie. Dat lijkt overdreven, bijna apocalyptisch, maar is het ten principale niet waar? Wanneer men niet de eis stelt dat de staat de kerk erkent als kerk van Jezus Christus, dan getuigt dat van lijdensschuwheid, aldus Hoedemaker.”18

Conservatisme en christelijke politiek
Uit zijn bijdragen aan Zicht weten we dat Holdijk naast belangrijke overeenkomsten een essentieel verschil ziet tussen christelijke en conservatieve politici. Hij vindt dat een christen nooit zonder meer het conservatisme als een uitgewerkte politieke filosofie kan omarmen. Ingaand op de overeenkomsten tussen de levens- en wereldbeschouwing van conservatieven en christenen, zegt Holdijk: “De visie op de mens is hét raakpunt. Maar dan stuiten we direct al op een verschil. De mens zoals die is, is niet van nature zo. We zijn van hoge komaf.” Een tweede raakpunt is de nadruk van conservatieven op de natuurlijke orde en de natuurlijke ontwikkeling, op historie en traditie. Maar ook hier openbaart zich een “fors frictiepunt.” “Conservatieven hebben wel aandacht voor de waarde van religie, maar gaan niet uit van de openbaring als exclusieve waarheid. In het christelijke denken vormt de openbaring altijd een mogelijke correctie of kritische toets op het natuurrechtsdenken.”19

Volgens Holdijk kunnen christenen en conservatieven het in ieder geval ook eens zijn in de afwijzing van progressieve politiek. “Die getuigt van een volstrekte overschatting van de politiek en van de mens in deze bedeling. Vanuit die gedachte heb ik zelf ook affiniteit met conservatieven. Wat mij [verder] vooral erg aanspreekt in het conservatieve gedachtegoed is de staatsopvatting. Conservatieven vinden dat de overheid er primair is om orde te scheppen en de chaos te bedwingen die ontstaat als mensen hun eigen gang gaan. Van Ruler zag dat precies zo. In mijn beleving is dat iets heel anders dan de politiek die de ChristenUnie nastreeft, namelijk het streven naar gerechtigheid in de samenleving en het doorvoeren van vernieuwingen.”20

Over de ChristenUnie…
“De ChristenUnie heeft, ten opzichte van haar voorlopers GPV en RPF, de afgelopen jaren duidelijk een koerswijziging ondergaan die niet onopgemerkt is gebleven. De partij zoekt duidelijk aansluiting bij het ideeëngoed van progressieven: we willen de wereld verbeteren en dat doen we via de politiek.” Volgens Holdijk veroorzaakt deze koerswijziging “een forse scheidslijn tussen de ChristenUnie enerzijds en conservatieven en SGP’ers anderzijds.” “Bij Van Ruler vind je zulk soort uitspraken ook niet”, zo vervolgt hij. “Het is allemaal veel voorlopiger. Hij spreekt wel over tekenen en voorlopige gestalten van het Koninkrijk Gods, maar die volgen op de prediking en liggen nooit in het verlengde van menselijke bijdragen via de politiek. Dat idee van steeds hoger en steeds beter vind ik overmoedig. De conservatieve idee van een scheppingsorde die we moeten bewaken en behoeden, blijft me daarom wel aanspreken. Het is immers ook binnen die orde dat de ruimte ontstaat waarbinnen het Evangelie kan worden verkondigd.”21

…en over het CDA
Ook in het program van uitgangspunten van het CDA tref je volgens Holdijk nauwelijks conservatief te duiden elementen aan. “Dat is geen wonder, want de leiders van de drie partijen hadden zich in de tien voorafgaande jaren22 beijverd om zo progressief mogelijk te zijn. De belangrijkste verschuiving is, denk ik, de verandering in het mensbeeld. Men werd activistischer, wilde er wat van gaan maken en de samenleving gaan verbeteren. De wortels daarvan vind je al bij Kuyper, maar de radicale uitwerking ervan impliceert een ontkenning van het realistische mensbeeld van conservatieven en christenen.”23 Jaren later zegt Holdijk als het ware in vervolg op deze woorden: “Vandaar dat ik zo’n moeite heb met het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie. De overheid moet wat mij betreft veel meer vèrbiedend dan gébiedend optreden – juist vanuit de primaire opdracht om het kwaad te beteugelen. Het huidige kabinet zegt, met alle goede bedoelingen: ‘We willen dit gebieden ter preventie van dit kwaad en ter preventie van dat kwaad.’ Ja, daar heb ik echt moeite mee.”24

Maar in de Eerste Kamer vormt u met uw collega’s Van den Berg (SGP), De Boer, Kuiper, Lagerwerf-Vergunst en Schuurman (CU) toch een gezamenlijke fractie?
Die samenwerking bestaat al jaren en wil Holdijk niet op het lichtst verbreken. Ook niet na de Eerste Kamerverkiezingen in 2007, wanneer de ChristenUnie met CDA en PvdA in een coalitie zit. Blijkbaar is hij toch gehecht aan samenwerking met de ChristenUnie in de Eerste Kamer. Na een gesprek met collega Schuurman, zei Hol - dijk daarover: “Wij kunnen op basis van de bestaande regels met elkaar verder. Dat we misschien minder vaak dan vroeger gezamenlijk het woord voeren over een onderwerp of verschillend zullen stemmen, hoeft geen probleem te zijn.” Dat de ChristenUnie deel uitmaakt van de coalitie, is volgens Holdijk evenmin een probleem. “De Eerste Kamerfractie opereert minder politiek dan de Tweede Kamer en is niet gebonden aan het regeerakkoord.”25


Pluriformiteit
Een ander onderscheid tussen CDA en ChristenUnie enerzijds en de SGP anderzijds wordt gevormd door de moeite die staatkundig-gereformeerden hebben met de acceptatie van de neutrale staat. Holdijk spreekt liever van de onpartijdige staat: “Het tactisch aanvaarden van de onpartijdige staat heeft te maken met de erkenning van de pluriformiteit, de multiculturele samenleving. Dat heeft te maken met het accepteren van feiten. En ja, dat je feiten moet accepteren, daar hoef ik geen ommezwaai voor te maken. Die feiten gaan niet buiten Gods regering om. In die zin zijn ze voor mij gegeven. Ik belijd dat Hij ook vandaag regeert, in ons persoonlijke leven en in de grotere verbanden. En hoe ik dat allemaal redelijk moet verklaren, dat weet ik uiteraard ook niet; het blijft een geheimenis. Maar het zijn wel de feiten.”26

Leren van de CHU?
De SGP zou misschien nog wel wat kunnen leren van de mildheid van de Christelijk-Historische Unie, een van de voorlopers van het CDA. Want is dat niet het probleem binnen de SGP: het voortdurend denken in termen van absolute tegenstellingen?
“Ja, het zou soms wel wat milder mogen, inderdaad. Het is allemaal wel te verklaren vanuit het verleden, de positionering van de gereformeerde gezindte en alle gevoeligheden. Sommigen redeneren zelfs: ‘Als de SGP iets meer de nadruk zou leggen op de godsdienst vrij - heid, kan de partij zich wel opheffen.’ De middenweg zou wel wat vaker bewandeld kunnen worden.”27

Een èchte volksvertegenwoordiger
Holdijk zit al jaren namens de SGP in de Eerste Kamer en in de Gelderse provinciale staten. En hij voelt zich een echte vólksvertegenwoordiger. Holdijk: “Als politicus ben je er niet alleen maar voor een partij. Je zit er wel namens een partij maar niet voor een partij. De eerste doelstelling is toch de chaos en de anarchie van de zonde een beetje bedwingen. Voor ons als SGP zou de alledaagse en primaire zorg moeten zijn: het op de been houden van de rechtsstaat, op basis van de mensen die de rechtsstaat altijd hebben gedragen, maar ook op basis van de beginselen die wij als SGP altijd hebben gehuldigd. Want de zorg voor de rechtsstaat hoeft niet in strijd met artikel 36 (van de NGB) te zijn. Integendeel. Zoals artikel 36 zegt: ‘Opdat de ongebondenheid der mensen bedwongen worde’.’’ 28


Curriculum Vitae mr. Gerrit Holdijk

Geboren te Uddel op 17 november 1944.

Gehuwd met Leny Groen; samen hebben zij een dochter en een zoon.

Gymnasium aan het Christelijk Lyceum in Apeldoorn (van 1957 tot 1963)

Studie Notariaat en Rechten aan de Rijksuniversiteit Utrecht (van 1965 tot 1971)

Werkzaam als zelfstandig juridisch adviseur (vanaf 1971)

Beleidsmedewerker ‘juridische en moeilijke zaken’ van de SGP-Tweede Kamerfractie (van 1972 tot 2009)

Studiesecretaris van de Stichting Studie- en Vormingscentrum SGP (van 1976 tot 1978)

Redactielid van Zicht, vanaf 1991 als voorzitter (van 1977 tot 2009)

Bestuurslid van de Guido de Brès-Stichting, Studiecentrum SGP (van 1980 tot 1996)

Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (van 1986 tot 1987 en vanaf 1991)

Lid van de Provinciale Staten van Gelderland (vanaf 1987)

Bestuurslid van de Stichting Koningin Wilhelminahof, steunpunt voor ouderen (vanaf 2009)

Holdijk is verder al jaren hoofdbestuurslid van de Gereformeerde Bond en redacteur van De Waarheidsvriend. Verder was hij lange tijd redactielid van Wapenveld, het orgaan van de RRQR, de reünistenvereniging van de CSFR.

De bibliografie van mr. G. Holdijk omvat vele essays en artikelen. Hij redigeerde Dominee in de politiek. Het Tweede Kamerlidmaatschap van ds. H.G. Abma 1963-1981 (’s-Gravenhage 1982) en publiceerde Christenen en burgerlijke ongehoorzaamheid (’s-Gravenhage 1985).


Noten
1 Vgl. Pieter Jan Dijkman en Herman Oevermans, ‘Fundamenteel is voor mij de lankmoedigheid Gods. SGP-senator Holdijk over de theocratiediscussie in zijn partij’, in: Wapenveld, jaargang 59 nr. 1, februari 2009, p. 16.

2 Reformatorisch Dagblad, 1 april 1998.

3 Wim H. Dekker en Beppie de Rooy, ‘Tolerantie als morele deugd. Interview met senator Holdijk’, in: Wapenveld, jaargang 51 nr. 5, oktober 2001, p. 38.

4 Nunspeet verder, oktober 2008

5 Wapenveld, oktober 2001, p. 38.

6 Nederlands Dagblad, 22 september 2001

7 Wapenveld, februari 2009, p. 16.

8 Idem, p. 19.

9 Idem, p. 19-20.

10 Idem p. 16.

11 Idem, p. 16.

12 Idem, p. 17.

13 Wapenveld, oktober 2001, p. 39.

14 Idem, p. 40.

15 Idem, p. 38.

16 Idem, p. 39.

17 Een derde (mogelijkheid) is niet gegeven, JAS.

18 Wapenveld, oktober 2001, p. 40.

19 B.J. Spruyt, ‘Conservatieve partij kan noodzaak worden’, interview met mr. G. Holdijk, in: Reformatorisch Dagblad, 9 september 2000.

20 Idem.

21 Idem.

22 De periode die vooraf ging aan de totstandkoming van dat program, JAS.

23 Reformatorisch Dagblad, 9 september 2000.

24 Wapenveld, februari 2009, p. 22.

25 Nederlands Dagblad, 13 maart 2007.

26 Wapenveld, februari 2009, p. 18.

27 idem, p. 21-22.

28 idem, p. 22.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 2009

Zicht | 64 Pagina's

Sprekend Gerrit Holdijk: ontspanning vanuit overtuiging

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 2009

Zicht | 64 Pagina's

PDF Bekijken