Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het is zonde!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het is zonde!

10 minuten leestijd

Het is een algemeen bekend woord: zonde. Heb je net een nieuwe auto gekocht, rijd je er een deuk in. Dat is toch zonde! Deze uitdrukking is kenmerkend voor de manier waarop in de samenleving over de zonde wordt gesproken: net zo oppervlakkig als ‘foutje, bedankt.’ Zou het in de kerk ook zo oppervlakkig toegaan? ‘Natuurlijk, we zijn allemaal zondaren, immers?’ We zijn er meestal snel klaar mee.

Kees Kraayenoord, voorman van de Mozaïek-gemeenten baarde in februari 2024 wel enig opzien toen hij in een preek stelde dat in evangelische kringen de aandacht voor ernstige thema’s als zonde en bekering naar de achtergrond is geraakt. Dit door de nadruk op het welkom voor iedereen, ongeacht wie je bent en hoe je leeft, op de genade, de liefde, de warme deken enz. Eigenlijk komt zijn boodschap erop neer dat je wel mag komen zoals je bent, maar niet kunt blijven zoals je bent. Dus is nodig dat in de prediking gewezen wordt op de noodzaak van bekering. Deze vult Kees Kraayenoord vooral in als radicale navolging van Jezus. Maar ook zonder dat het Bijbelse onderscheid tussen de eerste principiële bekering en de dagelijkse bekering gemaakt wordt, verdient deze oproep aandacht.

Bekering (omkeren) heeft te maken met het inzicht dat we op een verkeerde, ja doodlopende weg zijn. Het moet dus ook benoemd worden wat de verkeerde weg is. Als de zonde niet wordt aangewezen, hangt een oproep tot bekering in het luchtledige. Kees Kraayenoord heeft nogal wat bijval gekregen, ook van bekende vertegenwoordigers uit kerken van gereformeerd belijden.

Dit geeft ons aanleiding om als kerken in de spiegel te kijken en ons te bezinnen op de vraag of er bij ons ook iets is gaan ontbreken en hoe we aan herbronning kunnen doen als het gaat over het thema ‘zonde’ en de daarbij behorende vraag naar de verlossing van de zonde. Op verzoek van de redactie wil ik daar enkele gedachten aan wijden.

Zonde en genade

Allereerst liggen hier theologische vragen. Wat is zonde eigenlijk en hoe verhoudt zich de zonde tot de genade? In de Barthiaanse theologie is de genade zo overheersend dat er zelfs geen aparte plaats voor de zonde is ingeruimd in de dogmatiek: dat is te veel eer voor dit kwaad. Het komt hooguit terzijde en in algemene zin aan de orde in prediking en onderricht maar niet persoonlijk toegespitst. Herkenbaar? Dit is echter helaas de snelste manier om niet alleen het zondebesef te doen vervlakken maar ook de genade te laten verbleken. De genade wordt gemeengoed, vlak en goedkoop. Want zoals een oude spreuk zegt: wordt Adam niet geleerd, dan Christus niet begeerd. Met ‘Adam’ wordt op de zondeval gedoeld, met ‘Christus’ is de genade bedoeld. Het goud van de genade zal pas schitteren tegen de zwarte achtergrond van de zonde. Het aanwijzen en ontmaskeren van de zonde dient tot de persoonlijke verootmoediging, en deze wil brengen tot de persoonlijke bewondering van Gods genade, overvloeiende voor de grootste van de zondaren (naar de titel van John Bunyans biografie).

De Bijbel over de zonde

De aanwezigheid van zonde en kwaad in de menselijke samenleving - en de soms desastreuze gevolgen ervan in de praktijk van het leven - zal niemand ontkennen, maar de vraag moet onder ogen gezien worden of de zonde iets incidenteels is of iets structureels. Is de aanwezigheid van al dat kwaad domme pech en verdient de mens iets beters omdat hij ten principale toch goed is? Het antwoord dat de Bijbel op deze vraag geeft is ondubbelzinnig en radicaal: er is niemand die goed doet, zelfs niet één (Rom. 3:9-20). De Bijbel ziet de mens namelijk in zijn relatie tot God en dat is een door ons moedwillig verbroken relatie (vgl. HC vr.&antw. 9).

Wat is dan volgens de Bijbel zonde? Er zijn in het Oude Testament vooral drie verschillende woorden voor: het doel missen (chattaat), afbuigen van de rechte weg (‘awoon) en rebelleren (pèsja). In het Nieuwe Testament vinden we het woord hamartia, dat afwijken van Gods goede orde betekent. Anomia ziet op de wetteloosheid en adikia betekent ongerechtigheid. Het een staat uiteraard niet los van het anders, zodat Johannes zelfs kan schrijven: alle ongerechtigheid (adikia) is zonde (hamartia) (1 Joh. 5:17).

Is zonde altijd een concreet voorval? Nee, want Paulus kan over de zonde spreken als een macht die de mens in zijn wurgende greep houdt (Rom. 5:12-21). Dit heeft alles te maken met de val en ongehoorzaamheid van Adam in het paradijs. Daarmee heeft de zonde zich in onze genen genesteld: het maakt de mens, ieder mens van nature tot een slaaf van de zonde (Rom. 6:20). Het is een wetmatigheid die zelfs na ontvangen genade de christen blijft lastigvallen: ‘de wet van de zonde die in mijn leden is’. (Rom. 7:23). Er zou nog meer te noemen zijn, uiteraard, zoals verbondsverbreking, ongehoorzaamheid, wetsovertreding, hoogmoed, liefdeloosheid, kwaad en onrecht. En ongeloof, dat is de grootste zonde.

Maar laten deze enkele verwijzingen naar het Bijbels spraakgebruik voldoende zijn om ons duidelijk te maken dat de zonde niet een incidenteel foutje is wat we snel kunnen herstellen, maar dat het als een dodelijk kankergezwel in ons is dat ons ten verderve sleept. Het is ook niet iets dat van buitenaf tot ons komt (en waar we dus zelf niets aan kunnen doen en niet verantwoordelijk voor zijn) maar het zit in ons, diep vanbinnen: in ons hart. ‘Want uit het hart komen voort kwaadaardige overwegingen, alle moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, lasteringen’, zegt de Heere Jezus in Mattheüs 15:19.

Hoe ter sprake brengen?

De vraag van de redactie is hoe de zonde ter sprake gebracht kan worden in prediking, pastoraat en catechese. In antwoord op deze vraag wil ik op een paar dingen wijzen, zonder volledig te (kunnen) zijn. Concreet dient met de volgende overwegingen rekening te worden gehouden.

Allereerst dient de prediker, pastor of catecheet zelf bevindelijk weet te hebben van de zonde, ik bedoel: van het erge van de zonde. Het karakter van de zonde is zo Godonterend. Het gaat in tegen de liefde van God en het miskent Zijn trouw en Zijn genadige bedoelingen met de mens die Hem de rug heeft toegekeerd. Zonde mag dus nooit als een formele wetsovertreding opgevat worden waarvoor je weliswaar een bekeuring kunt krijgen (of een ander soort straf) wat je vooral vervelend vindt voor jezelf. De zonde is echter zo erg voor de Ander.

Dat brengt mij bij een tweede overweging. Het is daarom zo erg voor de Ander, omdat Hij onze Schepper is. Wij danken ons leven aan Hem. Hij heeft als Schepper recht op ons leven en de zonde is dat wij Hem dat recht durven ontzeggen. Zal het leem soms tegen zijn formeerder zeggen: Wat maakt u? (Jes. 45,9). Wij hebben Hem niet nodig en vullen zelf ons leven wel in.

De Schepper is niet een object, een neutraal oorsprongsprincipe, maar een zeer groot, heilig, en liefdevol Wezen. Als derde overweging is te bedenken dat de zonde zowel Zijn heiligheid als Zijn liefde miskent. Heiligheid is niet op te vatten als een soort morele correctheid, maar ziet op het gans andere van God: Zijn onmetelijke volkomenheden, zoals goedertieren (verbondstrouw) rechtvaardig, barmhartig, genadig, lankmoedig. Zijn heiligheid doortrekt en kenmerkt al Zijn eigenschappen. Zijn liefde is heilige liefde. Zonde is opstand tegen en miskenning van Zijn heilige liefde. Dat is zo kwetsend.

Een gebroken ruit kun je laten herstellen en de kosten ervan betalen, maar een gebroken relatie? Dat is veel ingrijpender. Juist vanwege Zijn heilige liefde kan God de aantasting daarvan niet straffeloos laten passeren. Hij neemt dat hoog op.

Als God bij Zijn indrukwekkende verschijning aan Mozes Zijn eigen deugden uitroept (Ex. 34,6), wordt in direct verband daarmee gezegd dat Hij de ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar anderzijds de schuldige geenszins onschuldig houdt. Dit lijkt een tegenstrijdigheid maar dat is het niet. Het bewijst dat in Gods hart liefde en heiligheid geen tegenstelling zijn. God werkt niet over de schuld en de zonde van de mens heen. Maar Hij heeft Zelf een manier bedacht waarop Hij Zijn heiligheid en rechtvaardigheid handhaaft en Hij toch de zondaar genadig kan zijn. De lijnen van Zijn rechtvaardigheid en Zijn liefde kruisen elkaar op Golgotha. Sion wordt door recht verlost. Dat is een vierde overweging, dat in prediking, catechese en pastoraat niet over de zonde gesproken moet worden alsof het een op zichzelf staand onderwerp is. Wie de zonde ernstig neemt, kan de genade niet verzwijgen. Juist de ernst van de zonde maakt de genade zo bijzonder.

Oorzaken van afnemend zondebesef

Kunnen er oorzaken worden benoemd die bijdragen aan het afnemend zondebesef? Dat lijkt mij wel. Ik wijs daarbij op de invloed van de tijdgeest en op een eenzijdige visie op het verbond en de gemeente.

Hoewel er verschil is tussen het moderne en postmoderne levensgevoel, hebben ze gemeenschappelijk dat ze uitgaan van de autonomie van de mens. Ons huidig tijdsgewricht wordt meestal als postmodern aangeduid, maar de moderniteit is ook nog steeds aanwezig in het denken van mensen, met nadruk op individualiteit en zelfredzaamheid. In het seculiere mensbeeld is geen plaats ingeruimd voor God en al helemaal niet voor Zijn wet als norm voor ons leven. Het woord autonomie betekent dan ook: we zijn onszelf tot wet. Niemand heeft iets over mij te zeggen. Wat goed of fout is, dat maak ik zelf wel uit. Het postmoderne klimaat voegt daaraantoe: het gaat om wat voor mij goed voelt. Iets kan niet fout zijn of zondig als het voor mij goed voelt. De kerkmens ademt deze geest in en dat beïnvloedt zijn zelfbeeld. De boodschap van de Bijbel lijkt niet erg aan te sluiten bij dit levensgevoel. Moeten we dan de Bijbelse boodschap masseren en aanpassen, of juist dit levensgevoel ontmaskeren?

U begrijpt wel dat het laatste zowel onze roeping is als de remedie tegen een vervlakkend zondebesef. Dit brengt ons tot de volgende aandachtspunten:

1. De oproep tot persoonlijk geloof en bekering dient aan de orde te komen. Niet alleen (dagelijkse) bekering als levensheiliging, maar de eerste bekering als de vernieuwing van ons hart.

2. Het kader waarin de zondekennis staat, is die van de geloofskennis van de enige troost (HC zondag 1 vr.&antw. 2).

3. In dat kader gaat het niet om hoeveel, maar hoe groot mijn zonde en ellende is. Niet de hoeveelheid maar de hoedanigheid is van beslissend belang. Een besef van het erge van de zonde brengt tot droefheid over de zonde en de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid.

4. Het raakt de verhouding van en de onlosmakelijke verbondenheid tussen wet en evangelie. De aanklagende functie van de wet heeft als doel het evangelie te laten schitteren. Er is geen evangelie als het niet laat zien dat de wet is vervuld door Iemand Anders in mijn plaats.

5. Dit alles raakt de visie op en de aanspraak van de verbondsgemeente: wordt ervan uitgegaan dat de gehele gemeente deelt in de genade, dan is de genade iets geworden wat er gewoon bij hoort. Een valse rust is dan het gevolg, met rampzalige afloop.

6. De ware vreugde in God bloeit op als de gemeente leert verstaan en doorleven dat Hij werkelijk uit genade om Christus’ wil onze zonden vergeeft en in Christus een getrouw Vader is. Dit noopt tot een leven der dankbaarheid, in godsvrucht en heiliging. Uit liefde tot God gaan we in de praktijk van ons leven de zonde haten en laten.

Ten slotte

Zoals je de duivel geen betere dienst kunt bewijzen dan hem te verzwijgen of zijn bestaan te ontkennen, zo is het ook met de zonde. Wie in prediking, pastoraat en catechese de eer van God en het geestelijk welzijn van de gemeente wil dienen, zal hen die aan onze zorgen zijn toevertrouwd eerlijk dienen te behandelen. Zo wordt de bron van ware vreugde ontsloten, die uitloopt op een heerlijke toekomst, die daarom zo heerlijk zal zijn omdat er geen zonde (2 Petr. 3, 13) en vervloeking (Openb. 22, 3) meer zal zijn, maar God zal zijn alles in allen (1 Kor. 15,28; Openb. 21, 3).


Ds. H. Korving is emeritus predikant van de CGK Maranathagemeente op Urk.

Dit artikel werd u aangeboden door: Christelijk Gereformeerde Kerken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2025

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's

Het is zonde!

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2025

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's