Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE RAZZIA VAN DECEMBER 1944

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE RAZZIA VAN DECEMBER 1944

26 minuten leestijd

Op 20 december 1944 (precies veertig jaar geleden dus) werd door de Duitse bezetting een organisatie op touw gezet om grote aantallen jonge arbeidskrachten naar Duitsland te kunnen sturen. Reeds in juni 1943 waren de jongens van 18 en 19 jaar voor de arbeidsinzet naar Duitsland gestuurd. Ging het in 1943 om jongens van een beperkt aantal geboortejaren, in december 1944 ging het om een veel groter aantal jongens en mannen van 17 t/m 40 jaar. In november 1944 was reeds de bevolking van Roterdam opgeschrikt door wat genoemd werd de razzia's van het Duitse regime.

Daar waren de mannelijke inwoners van 17 t/m 40 jaar reeds opgepakt, bijeen gedreven en naar Duitsland op transport gesteld. Dat was op Goeree en Overflakkee intussen bekend geworden en men vermoedde heel sterk, dat dit hier wellicht ook plaats zou vinden. Op 20 december daarna was inderdaad ons eiland Goeree en Overflakkee „aan de beurt".

Het was mistig en een ijzig koude wind joeg in matige snelheid over de Flakkeese velden. De dag ervóór hadden groepjes jonge

De dag ervóór hadden groepjes jonge mannan onopvallend hun woning verlaten in de hoop een veilige schuilplaats te kunnen vinden. Sommigen gingen er alleen van door. In kerkgebouwen, in grote en kleine schuren verstopte men zich met de moed der wanhoop. Eén man kroop zelfs in zijn dorsmachine welke in een loods geborgen stond.

Men hoefde zich niet af te vragen waarom men zich schuil hield. Lees maar het in erbarmelijk Nederlands gestelde bevelschrift

Ondanks dit nadrukkelijke bevel van een meedogenloze vijand, brachten familieleden en vrienden voedsel en drinken bij de ondergedokenen. Dat gebeurde in het geheim, maar doordat zoveel mensen rechtstreeks bij de gebeurtenissen betrokken waren, werden de meeste geheimen spoedig prijs gegeven.

Trouwens er waren ook gevallen bekend van verraad! Zo'n geval deed zich voor in Sommels

Zo'n geval deed zich voor in Sommelsdijk. Een bakkerszoon had zich schuil gehouden in een tuinhuisje midden in het gebeid van de Wildeman. Geslagen door de Duitse slavendrijvers werd de ongelukkige man bij de reeds gearresteerde mensen, die op de Voorstraat bijeen stonden, gevoegd.

Nog erger is het geval van een jonge man, die op zoek was naar een schuilplaats en in één van de polderwateren jammerlijk verdronk.

Niettegenstaande al deze moeilijkheden welke met dit gewaagde onderduiken gepaard gingen, volhardden nog heel wat jonge mannen in hun stoutmoedige poging aan de klauwen van de Duitse adelaar te ontkomen. Zij gingen als onderduikers verder de oorlog in.

Afgesloten

In de vroege morgen van de 20ste december hadden de Duitsers alle toegangswegen naar de dorpen met prikkeldraad afgesloten. Binnenin de dorpen begon de razzia, een militair georganiseerde drijfjacht op mannelijke arbeidskrachten. Er was toen feitelijk geen familie meer te vinden of men moest een zoon, een man, een vader, een broer enz. aan de Duitsers afstaan! Uit grote gezinnen met opgroeiende jon

Uit grote gezinnen met opgroeiende jongens moesten wel drie, vier of soms wel vijf mannen het onmenselijke en bovendien overbodige bevel opvolgen. De situatie waarin Duitsland toen verkeerde was immers hopeloos^'

In Middelhamis werde de mannen van Middelharnis en Sommelsdijk ondergebracht in de omgeving van Hotel Meijer. Vissersdijk en Vingerling werden met prikkeldraadversperringen afgesloten en langs de kade behoefde natuurlijk geen afzetting te worden geplaatst. De situatie in het O.T.-lager aan de Phi

De situatie in het O.T.-lager aan de Philipshoo^esweg te Dirksland was maar weinig verschillend van die van Middelharnis. De mannen van Melissant moesten zich melden in het O.T.-lager te Dirksland. Te Stellendam werd men ondergebrat in

Te Stellendam werd men ondergebrat in 30 reeds gevorderde woningen. De mannen van Ouddorp moesten zich melden bij de cichoreifabriek aan de Smalle Einde, hoek Provincialeweg. Goedereede vormde een uitzondering in

Goedereede vormde een uitzondering in verband met een heersende, besmettelijke ziekte. In Goedereede werde de mannen niet opgepakt.

Die eerste dag was de opkomst voor de Duitsers teleurstellend. Onvoldoende opkomst?

Daar wist de bezetter wel wat op te vinden. Er volgde direkt een nieuwe bekendmaking. Leest u maar de eveneens in slecht Nederlands gestelde bekendmaking.

De uitwerking van deze bekendmaking brak voor het merendeel het verzet. De berichten werden aan de mensen in de schuilplaatsen doorgegeven.

Op die 21ste december kwamen de meeste mannen en jongens welke waren weggekropen, weer tevoorschijn. Verkleumd van de kou gingen ze eerst huiswaarts.

Er waren onder die omstandigheden maar weinig mensen welke hun emoties de baas konden blijven. Immers, nu was de tijd gekomen van

elkaar afscheid te nemen. Gepakt en gezakt trokken ze manmoedig naar de meidplaatsen waar de dag tevoren al zoveel lotgenoten waren heen gegaan. Men verdween achter het prikkeldraag en men was voortaan beroofd van de vrijheid, voor zover daar tijdens de bezetting nog sprake van was.

Rondom de opvangventra was het intussenzwart geworden van de mensen. Ieder probeerde nog een laatste glimp op te vangen van dierbare familieleden, buren, kennissen of vrienden. Men slaagde er zelfs in pakjes af te geven.

Huwelijk

Twee jonge mensen waren in ondertrouw. Zij zouden op die bewuste 21 ste december in het huwelijk treden. Maar de jongeling van het tweetal zat op de 20ste al achter de spaanse ruiters op het Vingerling. Gelukkig voor hen beiden vond door tussenkomst van een aantal personen het huwelijk op de secretarie van Middelharnis toch plaats. Echter op voorwaarde dat de nieuwe echtgenoot zich de volgende dag moest melden. Gebeurde dat niet, dan zou de hele familie worden opgepakt. Toch werd er bij fotograaf Rotsma op geïmproviseerde wijze (met kunstbloemen) een huwelijksfoto genomen. De man ging terug en kon daarna geluk

De man ging terug en kon daarna gelukkigerwijze in aanmerking komen voor een vrijstellingsbewijs.

Er waren nog twee gevallen bekend van personen die in dezelfde situatie verkeerden.

Het huwelijk van deze inwoners kon echter niet tijdig ambtelijk worden voorbereid. Dramatisch genoeg zijn juist deze twee mannen nimmer teruggekeerd en aan het thuisfront werden later twee kinderen geboren welke hun gevangen genomen vader nooit zouden kunnen zien.

Er waren meer gevallen bekend waarvan de man werd weggevoerd terwijl de vrouw in blijde verwachting was. Het leed dat aan het thuisfront door de vrouwen doorstaan werd, mag in dit relaas niet worden vergeten. De vrouwen en moeders werden gekweld door angst en onzekerheid. Door verdriet en machteloosheid. Toch bleef men hopen op een goede afloop

Op weg

Om drie uur in de middag bewogen de zo pas verworven arbeidsslaven zich in een lage stoet van Hotel Meijer door het dorp naar het gebouw van de R.H.B.S. Daar hebben de mannen de nacht doorgebracht. De andere dag om twee uur moesten de mannen opnieuw aantreden in rijen van vijf man naast elkaar. Uiteraard onder begeleiding van de Duitse Wehrmacht zette de stoet zich in beweging, nu in de richting van het Havenhoofd te Middelharnis. Op de eerste dag van de razzia (de 20ste

Op de eerste dag van de razzia (de 20ste december) waren ook in het O.T.-lager in Dirksland dejonge mennen bijeengebracht. In de loop van de dag brachten familieleden, meest moeders of vrouwen, nog gauw een warm middagpotje naar hun naaste verwanten.

Pas om 10 uur 's avonds kreeg men

ongeveer een driekwart liter waterige soep.

De soep was in ieder geval warm. De andere dag kwamen ook in Dirksland de mannen welke zich oorspronkelijk hadden verborgen, tevoorschijn en meldden zich alsnog in het O.T.-lager.

Intussen zag het ook hier, net als bij Hoterl Meijer in Middelhamis, zwart van de mensen. Wat stond er te gebeuren?

Wat stond er te gebeuren? Tenslotte werden alle geruchten de kop ingedrukt en moesten de Dirkslandse en

Melissantse manschappen aantreden om hun lange, erbarmelijke reis naar het vijandige land te beginnen, 's Middags om twee uur ging men op weg. De bagage was op wagens geladen, die voor de stoet werden voortgereden.

Vele soldaten, met het geweer in de aanslag, begeleidden de ongewapende gevangenen. Van het lager gingen ze door het Poldersweegje, de Geldersedijk op, het Korteweegje in. Ze trokken al lopend door Sommelsdijk en Middelhamis.

Halt

Halverwege de Oosthavendijk te Middelharnis stopte de lange stoet. Daar mochten op afroep van de commandant (Hom) verschillende mensen uittreden. Hieronder bevonden zich o.a. bakkers en slagers, predikanten, brandweerlieden en personeel van de EMGO, de gemeente, de PTT, de RTM en de Waterleiding.

Deze mensen opende hun bagage en gaven, wat ze konden missen aan hun dorpsgenoten die de verre tocht .naar nazi- Duitsland moesten voortzetten. Aan de ene kant grote opluchting, aan de andere kant een pijnlijke ervaring die het lot hun gaf. Zij die mochten blijven, moesten temg

Zij die mochten blijven, moesten temg marcheren naar Hotel Meijer. Het duurde echter wel lang eer ieder van hen een vrijstellingsbewijs kon ontvangen. Na lang wachten herkregen deze mensen hun vrijheid en konden met hun familie het meest benarde Kerstfeest van Nederland, toch nog thuis vieren.

Stellendam en Ouddorp

De mannen van Stellendam moesten de eerste dag aan de Nieuweweg blijven. Daar kwamen die dag, in groepen van precies honderd man tegelijk, Ouddorpse leeftijdsgenoten bij. De Ouddorpers moesten van hun woonplaats lopen naar Stellendam. De eerste nacht werd in Stellendam doorgebracht.

De volgende dag kwamen ook hier noodgedwongen, maar met het hoofd recht op, de jongens en mannen welke zich hadden schuil gehouden uit Stellendam en Ouddorp bij hen.

Het is heel merkwaardig te noemen dat in alle dorpen van het eiland door de bevolking op precies dezelfde wijze is gereageerd op het bevel van de machthebbers. En dat in oorlogstijd met maar heel weinig kommunikatiemiddelen. Zo moesten ook deze mensen vanuit Stel

Zo moesten ook deze mensen vanuit Stellendam de grote, ongewisse reis, waarvoor alleen maar in boze dromen plaats zou kunnen zijn, zonder verder verzet aanvaarden.

Voordat men in de coupes van de tram der RTM moest instappen waren door de Duitse leiders de namen van verschillende burgers die in aanmerking konden komen voor een vrijstellingsbewijs, afgeroepen. Een gewiekste jongen van 17 jaar trad aan bij het afroepen van zijn broers naam. Hij vermoedde dat zijn broer in Middelhamis die vrijstelling wel zou krijgen en wist dat zijn broer bij de gearresteerden in Middelhamis hoorde.

Maar door herkenning c.q. verraad van ene mijnheer E. moest het jonge ventje zonder pardon mee. Wiens naam niet werd afgeroepen kon eveneens onverbiddelijk op transport. Dat ging met de stoomtram van het station van Stellendam naar het Havenhoofd van Middelhamis. Daar lagen de leeggemaakte vrachtschepen gereed voor anker.

Benedendeks

In de laadruimte van deze schepen moesten de mannen één voor één door een nauw luik op een trap naar beneden zien te komen. Deze mimten waren niet voorzien van zitbanken, er was geen licht, in sommige lag zelfs geen stro op de bodem, kortom er was niets menselijks aan! Laten we een groep merendeels Dirkslanders gaan volgen.

De jongens en mannen dachten dat ze meteen zouden afvaren, maar pas de andere dag, 's morgens om zeven uur, voer men de haven uit, het brede Haringvliet op. De meesten van hen konden niet zitten. Staand en leunend, koud en akelig, hebben de mensen slapeloos die nacht doorgebracht!

Vrijdagsmiddags, 22 december, om 4 uur kwamen ze in de IJsselhaven in Rotterdam aan. Vóór het donker werd kregen de gevangenen warme koffie, 3 pond brood en wat boter en kaas.

Weer gingen ze een koude en donkere nacht slapeloos tegemoet. Hopeloos stonden ze tegen elkaar aan, moe, koud en akelig. Die nacht werd wel gevaren. Zaterdag 23 december kwamen ze om 10 uur in de morgen in Amsterdam aan. Pas om 2 uur werden ze eindelijk uit hun drijvende gevangenis verlost en ademden ze de frisse lucht weer in.

De Flakkeese mannen werden in een grote loods (voor bananenopslag) bij tal van andere mannen uit o.a. IJmuiden en Beverwijk gevoegd. Naar schatting liepen daar zo'n 10.000

Naar schatting liepen daar zo'n 10.000 mensen rond, met een baard van zowat een week en wat erger was met een steeds grotere angst voor de toekomst

Verder varen

's Zondagsavonds 24 december om 6 uut moesten de mannen in rijen aantreden. Dat duurde urenlang. Eindelijk marcheerden ze de loods uit en werden opnieuw ingescheept in een klein motorboot van zo'n 100 ton. Als haringen in een ton werden in dat kleine bootje 250 man letterlijk gepropt. Een kwade, koude nacht vol gevaar stond

Een kwade, koude nacht vol gevaar stond hun te wachten. Van een ander schip valt te vermelden, dat de Duitse stuurlui dronken achter stuur stonden.

't Was bijna Weihnachten. Op verzoek van deze Duitse lieden trad een man uit Stellendam aan om het stuur in handen te nemen. Thuis op Flakkee wist men daar op dat moment niets van. Ware dit wel het geval geweest dan waren er nog meer tranen gevloeid. Het bootje tufte het IJsselmeer op in de richting van het oude Hanzestadje Kampen. De jongens mochten niet aan dek komen, hoe graag zij het ook gewild zouden hebben. Volgens de vertellingen was het helder weer en de maan scheen ongehinderd. De stemming buiten in de natuur was alsof er geen oorlog was en er geen leed geschiedde. Weer stonden de beklagenwaardige kerels al steunend op en tegen elkaar aan. Zitten kon helemaal niet. Dan weer stond

Zitten kon helemaal niet. Dan weer stond men op het ene been, dan weer op het andere.

In het andere schip, met de Stellendammer aan het stuur, trachtte de heer J. Kievit uit Sommelsdijk een kerkdienst te houden. Maar dat mislukte totaal. De één begon te vloeken en te schelden, de andere begon te huilen en weer anderen sloten zich op in een wanhopig gebed.

de ganse nacht brachten ze weer slapeloos door

Kampen

Maandag Ie kerstdag 1944 werden „de verworven arbeidskrachten" in de Generaal van Heutzkazeme te Kampen ondergebracht. Direkt bij aankomst kreeg men een roggebroodje, roomboter en een stukje kaas. Men kon zich weer eens wassen en scheren!

Het verblijf in die kazerne is goed verlopen mede door de uitzonderlijk goede hulp van het Rode Krais en van gewone burgers!

Echter de bewaking was streng en er was maar weinig kans op ontsnapping. Op woensdag 27 december kwamen nog verschillende gevangenen vrij. Een aantal Flakkeese invloedrijke personen waren in Kampen op bezoek gekomen en hadden diverse vrijstellingsbewijzen bij de Duitse autoriteiten op Flakkee weten los te krijgen.

Voor de betrokkenen betekende dit rechtsomkeert maken en zo kwamen op Oudejaarsmiddag mim tweehonderd personen afkomstig uit de verschillende dorpen op het Havenhoofd te Middelhamis aan.

Op de vlucht

In de van Heutzkazeme te Kampen deed intussen het gemcht de ronde dat een zekere schildwacht was om te kopen. Dat is waarschijnlijk aan enige tientallen Flakkeeënaars gelukt. Voor een bedrag van ƒ 500,- kochten de Sommelsdijkers S. Hoogzand en J. Roetman zich vrij. Ze hebben nog getracht een broer van ondergetekende mee te nemen, doch dat mislukte. Buiten de poort van de kazerne begonnen opnieuw de moeilijkheden. Geheel op eigen benen, in een totaal vreemde omgeving, terwijl het spertijg was, stonden ze op straat. Drie straten verder klopten ze op een willekeurig adres aan. Hier bleek een mandeimiaker met zijn vrouw te wonen, welke hen voor één nacht onderdak gaven. De avond daarop werden ze bij een sigarenmaker ondergebracht.

Deze man werkte bij de gaarkeuken in Kampen. Daar verbleven ze voor drie weken. Na vele omzwervingen en ovemnachtingen op onderduikadressen welke via de ondergrondse in handen werden gespeeld, kwamen ze, na uitsluitend de lange weg lopend te hebben afgelegd, te Abbenbroek aan. Per beurtschipper kwamen ze tenslotte op 20 maart 1945 op het Sas van Dirksland aan.

Heel wat slechter liep het af met twee andere jonge Sommelsdijkse landbouwers welke eveneens uit de van Heutzkazeme waren gevlucht. Het waren de heren P. J. Slis en W. Vis van Heemst.

Zij waren ongelukkigerwijze terecht gekomen op een onderduikadres waarvan de bewoner door de Duitsers werd geschaduwd. Tijdens een inval in de desbetreffende woning wist de heer Vis van Heemst nog te vluchten, maar door verraad is ook hij opnieuw in handen van de vijand terecht gekomen.

Op 7 januari 1945 werden bij Terbrugge (Rotterdam) tien Nederlanders uit repre-' saille ddor de Duitsers gefusilleerd. Onder hen waren de uit Kampen gevluchte jongemannen P. J. Slis en W. Vis van Heemst voor hen beiden was een vrijstellingsbewijs naar Kampen onderweg

Dankzegging

We lezen in Eilanden Nieuws d.d. 30 december 1944 het volgende: BEKENDMAKING Speruur teruggebracht op 7 uur 's avonds

In verband met de goede houding der geheele bevolking van het eiland Goeree en Overflakkee, in bijzonder mate de goede houding bij het evacueren van een gedeelte der mannelijke bevolking wordt door mij bepaald:

Het Speraur wordt temg gebracht op 19 uur (zeven uur) des avonds, zoodat de Spemren ingaande Vrijdag 29 December '44 worden: van 19 uur (zeven uur) des avonds tot 6 uur 's morgens.

De Inselkonmiandant Major Hom

Wat waren we toch braaf op ons eiland. Eigenlijk dient gezegd te worden op ons HALVE eiland, want de mooie dorpjes Stad aan 't Haringvliet, Den Bommel, Ooltgensplaat, Achthuizen, Oude Tonge, Nieuwe Tonge en Herkingen waren door de Duitse bezetters in febmari 1944 onder water gezet (geïnindeerd). Uit die plaatsen waren de mensen van huis en haard verdreven. Men werd wel tot in de provincie Groningen toe geëvacueerd.

Hoe het met de mannen van 17 t/m 40 jaar (welke buiten het eiland terecht zijn gekomen) t.a.v. de razzia's in andere plaatsen is vergaan, weet ik u niet te vertellen.

Op verder transport

Na de oase in de van Heutzkazeme te Kampen moest men verder. Het was intussen donderdag 28 december. 's Avondds om zes uur vertrok onder militair geleide, een lange stoet door de stille straten van Kampen. Over het plaveisel, glad door sneeuw en vorst, troldcen ze naat het station.

Men had geen proviand voor de reis meegekregen. En men kwam niet te weten hoelang de reis zou duren of waarheen men wel gebracht zou worden.

Hiervan zijn de meest erbarmelijke toestanden bekend geworden. Een groep van 20 man werd in een coupé gezet warvan aan beide zijden de ramen emit waren.


Stelliiigs-bcvel

De oorlogssituatie maakt het noodig, dat alle mannen in den leeftijd van 17—40 jaren geëvacueerd worden. Ze komen aan een andere plaats tot arbeidsinzet. Alle mannen, geboren in de jaren 1904—1927 gaan DIRECT In een bij de woonplaats vlakbij gelegen lager. Zulke lagers zijn in

1. Middelharnis (Hotel Meijer) 2. Dirksland (O.T.-Lager) -

2. Dirksland (O.T.-Lager) -

3. Stellendam

Over vrijstelling van mannen in een voor de oorlogsvoering gewichtige bedrijven zal door vrijstellingsoffideren beslist worden.

Aan deze bevel is op 20 Dec. 1944 uiterlijk 10 uur voormiddags te voldoen. NIET NAKOMING AAN DEZE BEVEL TREKT DE ZWAAR­ STE STRAFFEN NA ZICH.

O.U., 20 December 1944.

Der Inselkommandant von Alvensleben, Oberstleutnant.

Bijzondere condities:

Mede te brengen zijn; mondvporraad voor 2 dagen

eetgerei, een deken, aan- bagage mag alleen zooveel mede genomen worden als in een kleine koffer gedragen kan worden.

Verboden is: dat

a. vrouwen hun mannen vergezellen,

b. vergeten bagage in het lager gebracht kan worden,

c. sterke drank medegebracht wordt. Verboden is iedere verkeer op straat vanaf 20 December 1944 voormiddags 10 uur tot nader order.

De burgemeesters en directeuren van levenswichtige bedrijven hebben op 20 December 1944 's middags 14 uur in het Ziekenhuis Dirksland te verschijnen, teneinde de verdere doorvoering van bedrijven te bespreken.

Wie in het bezit van wapenen aangetroffen wordt, wordt ter dood veroordeeld.

O.U.. 20 December 1944. Der Inselkommandant von Alvensleben, Oberstleutnant


Bekendmaking4

Aan het evacuatiebevel naar de lagers is maar een klein gedeelte van de jaargangen 1904 tot en 1927 nagekomen. i Het bezettingsleger geeft nog een laatste gelegenheid, die op Don

Het bezettingsleger geeft nog een laatste gelegenheid, die op Donderdag, 21 December ONHERROEPELIJK afloopt. Na deze tijd zal de weermacht het geheele eiland doorzoeken en zullen volgende maatregelen genomen worden:

1) Ieder 10 man, die bij het doorzoeken aangetroffen wotdt, wordt doodgeschoten.

2) Zijn woonhuis zal neergebrand worden.

3) Alle overigen mannen worden niet bij de arbddinzet Ingeschakeld worden, echter komen in een concentratiekamp.

worden, echter komen in een concentratiekamp. Om de welwillende bevolking gelegenheid te geven de weermacht te steunen bij het zoeken en opsporen van onderduikers, wordt het uitgangsverbod op Donderdag, den 21 December 1944 van 's morgens 6 uur tot 's avonds 18 uur opgeheven. Het bezettingsleger verwacht nu, dat geen verder beroep op'de bevolking noodig zal zijn om een zware moeilijke tijd en veel ellende de bevolkingvan de eilanden Goeree en Overflakkee te besparen

Der Inselkommandant von Alvensleben, Oberstleutnant.

zodat de koude vrieswind er dwars doorheen woei!!

Wanneer de trein stopte, kwamen de door en door verkleumde mannen een beetje bij. 's Nachts om 1 uur waren ze bij Bentheim (net over de grens bij Enschede) aangekomen. Daar vandaar ging de reis verder. Het werd nog ellediger. Er viel veel sneeuw.

's Morgens om half negen waren ze in Hóhne, Westfalen. De ganse dag rijden of soms uren stilstaan. Steeds in dezelfde trein. Men wist geen raad van de kou. De moed was er helemaal uit. Pas om drie uur in de morgen op zondag 31 december kwamen deze stakkerds, merendeels Dirkslanders, in Nordhausen aan. Zij werden in een geweldig groot lager gebracht. In een grote eetzaal kregen ze wat warme koffie waar ze iets van opknapten. Sinds donderdag hadden zij geen warm eten of drinken gehad. De reis ging nog verder. Die zondagavond, oudejaarsdag, kwamen zij, na weer in een open trein te hebben gezeten, aan in Waldhausen, zo'n 30 km van Nordhausen. In hotel „Ratskeller", een groot oud gebouw, werden zij ondergebracht.

Het is begrijpelijk dat deze mensen veel van hun eigen reserves hadden moeten afstaan zij waren op van vermoeidheid

Een andere trein

Onder zware bewaking werden 1400 mannen te Kampen een gereedstaande trein ingedreven. De portieren werden aan de buitenkant afgesloten, vluchten was niet mogelijk. Op Ie kerstdag in de morgen reed deze trein nabij Wierden, Overijssel. Plotseling begon de trein krachtig te remmen. Enkele seconden later doken zes Spitfires (Engelse gevechtsvliegtuigen) naar beneden en beschoten de trein. Dergelijke luchtaanvallen pasten de geallieerden op grote schaal toe, vooral op treinen en schepen. Dit werd in Duits aangeduid met „Tiepfliegergefahr". De zes oorlogsvliegtuigen richtten een

De zes oorlogsvliegtuigen richtten een ware vuurzee aan en het was volkomen begrijpelijk dat er paniek uitbrak. Men kon niet uit de trein komen, ramen werden daarom ingeslagen en men vluchtte alle kanten uit. Gekerm van de mannen die waren getroffen, klonk boven het lawaai uit.

Enkele honderden gevangenen renden het dorp in en mengden zich onder de kerkgangers en vonden op die manier onderdak in de verschillende kerken. Er kwam snel hulp opdagen. De gewonden werden vervoerd naar een Noodziekenhuis. Helaas waren er ook die bij deze treinbeschieting hun jonge leven hebben verloren.

Zij waren: A. Doomheim, 23 jaar uit Sommelsdijk; P. Kerp, 19 jaar uit Achthuizen; D. J. de Graaf, 28 jaar uit Renesse; P. Lont, 36 jaar uit Wieringen. De overgebleven gevangenen die de kans niet hadden om te vluchten, zijn door de Duitsers in een fabriek van Scholten aan de Violenhoeksweg gedreven. Dit waren ongeveer 1000 van de 1400 mannen.

's Middags om vijf uur, nog steeds Ie kerstdag 1944 in Wierden, werden de dwangarbeiders in een andere trein gezet, richting Duitsland.

Wierdense EHBO-mensen wisten nog een dertigtal mannen verborgen te houden onder de takkenbossen in het ketelhuis van de fabriek.

Afgedwaald

Op het Havenhoofd van Middelhamis was er in die dagen met één schip iets merkwaardigs aan de hand. Nadat de mannen, hoofdzakelijk uit Ouddorp afkomstig, één voor eén door het luik van het gereedliggende vrachtschip naar beneden waren gegaan, voer het schip een verkeerde koers. De beste stuurlui stonden toen letterlijk aan de wal. In plaats van het Haringvliet over te steken en dan het Spui op te gaan richting Rotterdam, kwam het vaartuig terecht in het Hollands Diep nabij Noord Brabant. Vergeet niet, dat Noord Brabant inmiddels door de geallieerden reeds was bevrijd. Daar lag dus de frontlijn!!

Gelukkig kwam het schip, na de juiste koers te hebben gevonden, eveneens bij de bananenloods in Amsterdam aan. Ook zij moesten te Amsterdam in een ander schip overstappen, dat hen over het IJsselmeer naar Kampen bracht. De ervaringen welke zij in het scheeps

De ervaringen welke zij in het scheepsruim hadden opgedaan kwamen met die van de overige groepen geheel overeen. Deze Ouddorpse groep werd in Kampen regelrecht op de trein gezet, zodat zij niet die adempauze in de van Heutzkazeme mochten meemaken, zoals dat met de anderen het geval was geweest. Hun stond een zware, zeer lange treinreis te wachten naar Hamburg. Toen ze daar eenmaal arriveerden, moes

Toen ze daar eenmaal arriveerden, moesten 115 man op de Homer renbaan, nabij de spoorwegen van Hamburg achterblijven. In een betonnen hok met vier kleine raampjes en zeer slechte sanitaire voorzieningen, werden ze ondergebracht. Elke ochtend moesten deze mensen om 5 uurop het station zijn en ze waren pas om 7 uur 's avonds terug.

Zij moesten van betonnen palen en platen, barakken bouwen. Het vroor 20° C. Met het houweel moesten ze gaten van 60 bij 60 cm in de hard bevroren grond maken voor de fundering. Later, tijdens de dooi bleef er niet veel van

Later, tijdens de dooi bleef er niet veel van de gezette loods over. Maar de arbeid was enorm zwaar, de arbeidsduur was bijzonder lang en het ergste was de voortdurende honger en koude. Het voedsel bestond uit eén pollepel soep met als hoofd-ingrediënt: koolbladeren. De soep werd lorren en vlooien genoemd.

Lorren waren de koolbladeren en de vlooien éen of ander zaadsoort (komijn?). Brood, oftewel zuren kuch, werd mondj esmaat afgegeven en was wel 4 weken oud. De broden waren gedateerd. Het brood werd door en onder de mannen eerlijk verdeeld. Wel kregen zij één bonnetje voor zeer zware arbeid en om de 14 dagen een stukje worst. Het enige wat zich ten aanzien van de

Het enige wat zich ten aanzien van de voedselsituatie voordeed, was een klein overschot aan soep. Dat werd dan door de heer P. Westhoeve met een z.g.n. overschep verdeeld. Iedereen kreeg op zijn beurt deze overschep Ondanks het enorme gebrek aan voedsel werd er in het lager bij elke „maaltijd" konsekwent gebeden en gedankt. Ook werd er uit de Bijbel gelezen, een taak die de heer C. Aleman op zich had genomen.

Een buitenkansje

Op een dag kwam er een trein voorbij die was volgeladen met rode kool. Dat gebeurde tweemaal per week. Maar op die bewuste dag vielen er pardoes 120 rode kooltjes uit een wagon neer.

Niemand heeft er het sein voor gegeven maar ze zijn stuk voor stuk opgeraapt. De rode kool was bevroren en dus als steen zo hard. De Bahnmeister had de Ouddorpers gewaarschuwd: „als jullie die kool opeten dan sterf je allemaal."

Doch de honger sloeg de waarschuwing in de wind, waarin de kool tenslotte is opgegaan!

Alles wat maar bruikbaar zou kunnen zijn, namen de mannen 's avonds mee naar „dat betonnen hok".

Kleine stukjes hout namen ze mee in hun broekzak.

Hard bevroren potertjes lagen soms met olie bevuild langs de spoorrails. De mannen namen ze mee en poften ze op het klein vuur.

Ze kregen zo nu en dan één stukje kleizeep, maar dat ruilden ze om voor wat eten bij de Duitse burgers. Honger, koude, gevangenschap, verzwakking om niet te zeggen uitputting, moesten ze verduren. En was dat nog niet genoeg? Nee, volgens rasverteller de heer C. v.d.

Nee, volgens rasverteller de heer C. v.d. Bok moesten daarenboven nog 241 keren vooralarm en 19 zware luchtbombardementen worden doorstaan.

Soms ook van heel dichtbij, want de Ouddorpers zaten nog altijd in het stedelijk gebied van Hamburg. En in de schuilkelders was geen plaats

En in de schuilkelders was geen plaats voor „Auslander". Het valt te verwonderen dat onder deze omstandigheden niet meer jongens of mannen zijn bezweken. Een man hebben zij verloren. Dat was de heer A. Lokker, zeevisser uit Ouddorp. Deze man is aan difteritis gestorven. Een dokter kwam nog kijken maar er viel niets meer aan te doen.

Die dokter gaf nog wel het advies met zout de keel te gorgelen, „anders wacht je hetzelfde lot", sprak hij. In allerijl moest er bij de burgers om keukenzout worden gevraagd.

Met 65 man, allemaal Ouddorpers, hebben ze de heer Lokker ten grave gedragen. Het was voor de eerste keer dat de gevangenen vrijaf kregen

Nog meer slaclitoffers

Op 22 februari 1945 werd het dorpje Wallhausen gebombardeerd. Er vielen 70

doden onder de burgerbevolking. Van de Flakkeese jongemannen werd alleen de heer S. Keijzer uit Stellendam zwasir gewond. Doordat medische hulp voor hem te laat kwam (hij was immers Auslander) moest spoedig daarop zijn linkerbeen boven de knie worden geamputeerd. Bij een bombardement op Nordhausen even 4 uur in de middag yan 3 april 1945 vonden drie jongemannen uit Dirksland de dood. Het waren: de heren J. de Geus, L. Knöps en W. Melissant. En dat zo kort voor de bevrijding

Er zijn meerdere Flakkeeënaars in Duitsland omgekomen maar tot de arbeidshet is niet precies te zeggen of het slachtoffer tot de arbeidsinzet van 1943 behoord of tot de mannen van de razzia in 1944. Dit zou eventueel nader onderzocht moeten worden.

Het einde in ziclit

Terugkerende naar de Ouddorpse groep in Hamburg, nog een enkel detail. De Duitsers werden wat minder streng. De oorlog naderde zijn einde. Veertien dagen voor de bevrijding moesten twee mannen van uitputting en ellende naar het ziekenhuis. Ze hadden zich al die tijd niet gewassen en niet verschoond.

Juist toen ze beiden wat waren opgeknapt, bereikten de Amerikaanse legers de havenstad Hamburg. Velen vluchtten voor het front uit, maar de

Velen vluchtten voor het front uit, maar de Ouddorpers maakte de bevrijding aan het front mee. Een Amerikaanse soldaat riep in het

Een Amerikaanse soldaat riep in het Nederlands: „even geduld, blijven staan, je bent bevrijd!!!"

Dat bleek een Hollandse jongen te zijn uit Enschede welke dienst deed op een Amerikaanse tank. De gebeurtenissen volgden elkaar toen

De gebeurtenissen volgden elkaar toen snel op. Nadat ze ontluisd en geregistreerd waren, werd op georganiseerde wijze het vervoer naar Nederland geregeld. Hierover zijn zoveel uiteenlopende verhalen te vertellen dat we ons zullen beperken tot die van die ene groep uit Hamburg. Uit één of ander kranteknipsel stond na de bevrijding vermeld, dat meer dan 100.000 gevangenen in Hamburg onder ongelooflijke omstandigheden waren bevrijd!!

Aan de grens bij Winterswijk in de Achterhoek speelde een muziekkorps het Wilhelmus. Een van die 100.000 bevrijde gevangenen verklaarde: „alle jongesn hebben toen gehuild". De éen na de ander arriveerde tenslotte op

De éen na de ander arriveerde tenslotte op Goeree en Overflakkee. Het is te hopen dat zoiets nooit meer in de geschiedenis zal gebeuren. Daarom is het verantwoord dat hieraan, na precies 40 jaar, wordt herinnerd. De latere gevolgen

De latere gevolgen Na de bevrijding zijn nog vele mensen ziek

Na de bevrijding zijn nog vele mensen ziek naar huis teruggekeerd. Sommigen hebben een lang ziekbed gehad en zijn gelukkig hersteld. Dat gold niet voor iedereen. De heer P. Vogelaar uit Sommelsdijk is na de bevrijding op 16 mei 1945 in een ziekenhuis te Lürdenscheid Duitsland overleden. Hij liet een vrouw en vier kinderen achter. Tengevolge van ontberingen in Duitsland doorstaan, is op 27 oktober 1945 in Dirksland overleden de heer D. A. Doomheim uit Middelharnis. Herdenking

Op zaterdag 17 mei 1947 werd bij het station van Wierden, honderd meter van de plek waar de treinbeschieting plaats vond, een monument onthuld ter nagedachtenis van de slachtoffers. Een comité dat zich hier op Goeree en Overflakkee had gevormd, nam de organisatie daarvan op zich. Namens onze bevolking voerde bij de

Namens onze bevolking voerde bij de onthulling de heer D. D. Konings uit Middelharnis het woord. Uit Psalm 124 koos hij de woorden: „Zij

Uit Psalm 124 koos hij de woorden: „Zij hadden ons levend vernield". De heer Konings heeft de bevolking van

de gemeente Wierden voor alle hulp hartelijk dankgezegd.

Het monument staat er nog. Na de plechtigheid werd ook nog een krans gelegd op het graf van de heer J. Springvloed Dubbeld uit Middelhamis, die tijdens zijn onderduikperiode in Wierden door een ongeval om het leven was gekomen.

Met veel dank aan de redaktie en aan de heren C. v.d. Bok, Ouddoip; A. A. E. J. Guérand, Middelhamis; J. Hoek, Sommelsdijk; dokter Huisman, Melissant; D. de Jong, Ouddorp; K. Meijer, Melissant; Joh. Roetman, Sommelsdijk. Geraadpleegde beschrijvingen: Van huis

Geraadpleegde beschrijvingen: Van huis en haard verdreven, van R. Albregts, Dirksland; en Wierden in bezettingstijd, van F. Noltus.

Voor eventuele reakties houd ik me ten zeerste aanbevolen, hoogachtend,

D. Hoogzand

Hyancintenstraat 8

3245 CN Sommelsdük Tel. 01870 - 3502

Tel. 01870 - 3502

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 december 1984

Eilanden-Nieuws | 28 Pagina's

DE RAZZIA VAN DECEMBER 1944

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 december 1984

Eilanden-Nieuws | 28 Pagina's