Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Cultuur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Cultuur

4 minuten leestijd

Govert Buijs, Waarom werken we zo hard? Op weg naar een economie van de vreugde (Amsterdam: Boom, 2019) 160 p., € 20,00 (ISBN 9789024426478).

Sinds 2016 houdt Govert Buijs zich als hoogleraar economie en civil society bezig met vragen rond economie en het goede leven. Het is precies die vraag die in dit boek centraal staat: hoe zou een ‘economie van het goede leven’ eruitzien?

Om die vraag te kunnen beantwoorden, zet Buijs in het boek drie stappen. De eerste is dat hij, in zijn eigen woorden, een ‘antropologisch vloertje’ legt onder het fenomeen ‘economie’, door met wetenschappelijke inzichten over het ontstaan van de mens te betogen waarom er tussen mensen een economie bestaat. Deel 2 beschrijft in vogelvlucht de feitelijke geschiedenis van de economie. Uit de vergelijking van de raison d’être van de economie en de feitelijk bestaande economie leidt Buijs in deel 3, tot slot, een agenda af voor concrete economische hervormingen.

In het eerste deel staat de wederzijdse afhankelijkheid van mensen centraal. Buijs bestrijdt een strikt op ‘survival of the fittest’- georiënteerde interpretatie van evolutie en haalt diverse bronnen aan die suggereren dat juist in coöperatie en onderlinge betrokkenheid het eigene van mens-zijn ligt. Ten opzichte van alle andere levende wezens heeft de individuele mens, aldus Buijs, niet zozeer iets ‘meer’, als wel een tekort; alleen de mogelijkheden van cultuurvorming, die nooit individueel kunnen zijn, geven de mens voorsprong op andere soorten.

Centraal in het tweede deel staat de door Buijs zo gemunte agapeïsche revolutie. De feitelijke geschiedenis van de economie begint in Buijs’ beschrijving met de imperiale economieën van Babel c.s.. ‘Een beetje een triest verhaal’, noemt hij het zelf; deze economieën lijken volstrekt niet op wat ze volgens Buijs’ eerste deel hadden moeten zijn. Tegen de achtergrond van deze imperia klinkt het verhaal van de Bijbel en de agapè. Een belangrijke stelling van Buijs is dat de politiek-economische geschiedenis van Europa zich laat lezen als de zoektocht naar een concrete maatschappelijke vormgeving van die agapè. Via de vroegmiddeleeuwse kloosters en de vernieuwingsbeweging van Cluny komt die geschiedenis uit bij de Europese steden en de burgerlijke cultuur. In die cultuur van samenwerking en op basis van wederzijdse afhankelijkheid gedachte marktwerking wordt volgens Buijs het meest zichtbaar hoe economie bedoeld was – veel meer dan in de huidige neoliberale praktijk waarmee het tweede deel eindigt.

De hervormingsvoorstellen die Buijs in het derde deel doet, zijn allemaal in principe geënt op de vrije markt. Dat is ook niet zo gek, aangezien die markt in deel 2 door Buijs als een exponent van de christelijke naastenliefde is beschreven, en gezien het door hem beschreven succes van de markt. Vijf transformaties noemt hij, in de verhouding tot natuur, consumptie, arbeid, kapitaal en de organisatie van bedrijven.

Buijs is positief over de mogelijkheid om de markteconomie zo bij te sturen. Ik ben daar zelf eerlijk gezegd sceptischer over. Deze recensie schrijf ik tijdens de coronacrisis, die bijvoorbeeld in de verhouding tot het milieu een stap voorwaarts lijkt. Op andere punten betekenen deze maanden echter een stap terug, zoals op het gebied van werkzekerheid. Meer in het algemeen is wat mij betreft de vraag bij de door Buijs voorgestelde transformaties waar de kracht vandaan gehaald kan worden om het individualistische eigenbelang dat volgens Buijs tot de neoliberale ontaarding leidde, voldoende in toom te houden.

Met dit boek heeft Buijs overduidelijk een lezerspubliek in gedachten dat vaak op z’n best vaag bekend met het christendom zal zijn. In die zin vind ik het een knap boek, dat iets laat zien van het verwoordingspotentieel van het evangelie (en van Buijs’ vermogen tot verwoorden). Ik heb er tegelijk ook vragen bij, vooral bij het eerste deel. Dat eerste deel wordt gepresenteerd als een ‘objectief’ antropologische basis voor de economie. De uitkomst lijkt echter behoorlijk op het tegengeluid van de agapè uit het tweede deel. ‘In feite komt deze tekening van het mens-zijn dicht in de buurt van de antropologische definitie van economie die ik gaf’, schrijft Buijs (77). Dat werpt voor mij wel de vraag op of de interpretatie in deel 1 niet al behoorlijk ingekleurd is door het perspectief uit deel 2.

Buijs heeft zijn boek als ondertitel Naar een economie van de vreugde meegegeven. Wat mij betreft proef je die vreugde al in dit boek. Her en der verspreid door het boek krijg je het gevoel dat Buijs een binnenpretje had bij het schrijven; een klein sprankje vrolijkheid gewekt door het perspectief van een menselijkere economie. Ik hoop van harte dat dit boek aan die vreugde bijdraagt.

Amsterdam

Dit artikel werd u aangeboden door: Theologia Reformata

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 2020

Theologia Reformata | 102 Pagina's

Cultuur

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 2020

Theologia Reformata | 102 Pagina's