Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„De Bijbel moet het laatste woord hebben"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„De Bijbel moet het laatste woord hebben"

Corrie Verbeek, voorzitter van de CSFR

8 minuten leestijd Arcering uitzetten

Het gezicht van de CSFR wordt in belangrijke mate bepaald door het landelijk bestuur. Voorzitter daarvan is anno 1991 Corrie Verbeek. Hoewel ze naar Utrecht kwam met een uitgesproken afkeer van mensenmassa's, groepsdenken en groepsstructuren, raakte ze al snel gefascineerd door het veelzijdige fenomeen dat CSFR heet. Eerder was ze bestuurslid van het Utrechtse dispuut Sola en hoofdredacteur van het verenigingsorgaan De Civitate. Sinds december '90 staat ze aan het roer van het CSFR-schip.

Van de reformatorische Van-Lodensteinscholengemeenschap in Amersfoort stroomde Corrie Verbeek door naar de Utrechtse Rijksuniversiteit. Als hervormd dorpsmeisje uit Driebergen naar de Domstad, waar zij Nederlands zou gaan studeren. Het programma van de introductieweek voor eerstejaars studenten bezag ze met gemengde gevoelens. Deelname aan een introductieweek van het Utrechtse CSFR-dispuut gaf haar een alibi om de andere meeting te verzuimen. Dat was haar enige motief om zich bij het CSFR-gezelschap te voegen, „ik was absoluut niet enthousiast. Ik hield niet van georganiseerde dingen."

Mensen bewaren

Dat werd al snel anders?

„Ja. Ik kwam als eerstejaars binnen en meteen kwamen mensen naar me toe om kennis te maken. Dat had ik op de middelbare school nooit beleefd. In die week spraken we met elkaar over boeken, over lezingen, over de Bijbel... Dat was voor mij uniek. Ik lees nogal veel en dan is het prachtig als je daarover met anderen van gedachten kunt wisselen."

Wat zie je als de belangrijkste doelstelling van de CSFR?
„Mensen bewaren bij of bewust maken van dat wat zij geloven. Als je reformatorisch bent en je onderhoudt dat niet als je gaat studeren, dan is de kans groot dat je er op een gegeven moment afscheid van neemt. Dat kan heel makkelijk. De wereld ligt voor je open. Of je blijft in het reformatorische wereldje hangen, maar op een ongeïnteresseerde manier."

Gezelligheid

Je bent nu bijna eenjaar praeses van de CSFR. Wat is kenmerkend voor je voorzitterschap ?
„Wat ik heel belangrijk vind is een goede sfeer op de vereniging. Daar kun je ook als landelijk bestuur aan meewerken, door niet voortdurend stof te doen opwaaien. Daar is niemand mee gediend. Belangrijk ook vind ik de advisering van dispuutsbesturen en commissies. Het landelijk bestuur moet een doorgeefluik zijn naar het kader van de disputen toe."

Nog niet zo lang terug werd in De Civitategeponeerd dat de CSFR dreigt af te glijden naar het niveau van een gezelligheidsvereniging. Terecht?
„Het is een verwijt dat regelmatig terugkeert. Ik denk niet dat het terecht is. De studie, aan de hand van thema's, heeft binnen de CSFR nog altijd een belangrijke plaats. Dat betekent voor mij niet dat gezelligheid geen plaats mag hebben. De vraag is wel: hoe groot moet die plaats zijn? Wat dat betreft is het goed dat mensen die erg op de studie zijn zo nu en dan aan de bel trekken, als het naar hun mening tè gezellig wordt. Zo blijft het juiste evenwicht bestaan."

Verschillen

De inhoudelijke verschillen tussen disputen zijn soms fors. Hoe verklaar je die?
„Utrecht heeft de naam erg links te zijn. Ik denk dat dat oordeel deels gebaseerd is op het verleden. Maar niet helemaal. In Wageningen en Delft, met heel praktische studies, kun je in het algemeen iets anders verwachten dan in Utrecht, waar veel levensbeschouwelijke vakken worden gedoceerd. Daar zul je extremere opvattingen tegenkomen, ook ten aanzien van geloofszaken.

Je ziet ook dat het verschil in universiteitssteden wordt weerspiegeld door de verschillende CSFR-disputen. Het Leidse dispuut is daar een voorbeeld van. Leiden is een elitaire stad. Dat vind je wat terug in de houding van de studenten daar en daarom ook in het CSFR-dispuut. Rotterdam is heel erg zakelijk. De stad van economen en medici. Die worden vaak gekenmerkt door een zekere behoudendheid. Zo is er een relatie tussen de omgeving waarin studenten verkeren en het karakter van het dispuut in die plaats."

Hoe bezie je jezelf, als behoudend of progressief?
„Ergens in het midden, denk ik. Behoudend vind ik een moeilijke term. Je kunt op een positieve manier behoudend zijn, maar ook op een uitgesleten manier. M'n moeite met linkse mensen is dat ze ontzettend in structuren denken. Ze zijn van mening dat het kwaad in structuren zit, die je kunt veranderen. Opvallend is dat ze dat denken te bereiken door middel van andere structuren. Het is niet zo vreemd dat juist zulke mensen zich op een vereniging thuis voelen. Een vereniging heeft een heel duidelijke structuur."

Grondslag

In de grondslag van de CSFR zijn de drie Formulieren van Enigheid opgenomen. Wat betekent dat concreet voor de gang van zaken binnen de vereniging?
„Die formulieren zijn een interpretatie van de Bijbel, geven een bepaalde richting aan. Als uiteenzetting van het belijden van de kerk sta ik daar volledig achter. Maar in de praktijk is het soms moeilijk om ermee om te gaan, door de gedateerdheid, de kortheid soms, misschien ook de eenzijdigheid hier en daar. Daarom moet de Bijbel het laatste woord hebben. Maar dan kom je bij het hermeneutische probleem; hoe moet ik de Bijbel lezen? Dat verklaart waarom er niet altijd eenduidigheid bestaat over bij voorbeeld de vraag of een artikel in De Civitate tegen de grondslag ingaat."

Duidelijk is wel dat DC meer artikelen bevat die de waarde van de belijdenisgeschriften relativeren dan artikelen waarin de waarde ervan gefundeerd en bewogen wordt verdedigd Hoe verklaar je dat?
„Het is makkelijker om iets waar je moeite mee hebt af te vallen, dan om iets bij te vallen waar je volledig achter staat. Het is al een keer verwoord, in de belijdenisgeschriften zelf. Hoe zou je het beter kunnen doen? De praktijk leert dat mensen die zich volledig in de grondslag kunnen vinden, niet zo makkelijk uit hun luie stoel komen. Ze missen de heethoofdigheid van de critici om ook de pen te pakken en er iets tegenin te schrijven. Daar komt bij dat DC niet de enige mogelijkheid is om een weerwoord te geven. Dat kan ook in een persoonlijk gesprek. Daarvoor kiezen veel mensen eerder."

Conferenties

Hoe beoordeel je de inhoudelijke diversiteit binnen de CSFR?
„Als een groot voordeel. Iemand die gaat studeren komt met heel veel nieuwe denkbeelden in aanraking. Waarom zou je dan binnen een vereniging als de CSFR niet de relatief kleine verschillen in eigen kring onder ogen zien? Als het goed is worden je eigen opvattingen daardoor alleen maar verstevigd. Tenzij ze onhoudbaar zijn."

Opvallend is dat bij de landelijke CSFR-conferenties sprekers van onversneden reformatorische signatuur vaak matig vertegenwoordigd zijn.
„Bij het zoeken van sprekers kijk je eerst wie wat zinnigs van het thema kan zeggen. Vaak gaat het om mensen die erover gepubliceerd hebben. Daarbij let je erop dat ze niet echt omstreden zijn. Vervolgens ga je ze vragen. En dan blijkt vaak de een na de ander te bedanken. Ook mensen uit de rechterflank van de gereformeerde gezindte. Als wij steeds onze ideale conferentie hadden, zou het aanbod van sprekers er echt heel anders uitzien. Voor de laatste conferentie was het bovendien heel moeilijk om sprekers uit protestantse hoek te vinden."

Beschermd

Dat viel toch te verwachten bij de keuze voor een conferentie over symboliek?
„Dat hebben we ons onvoldoende gerealiseerd. We zijn als studenten vaak nog erg onprofessioneel bezig. Bij de voorbereiding van een conferentie werkt het zo dat we een thema kiezen en vervolgens gewoon beginnen. We zien vanzelf waar we uitkomen. Bij het zoeken van sprekers rond het onderwerp symboliek ontdekten we dat daarover bijna uitsluitend door rooms-katholieken is gepubliceerd. Ik vind dat overigens niet zo'n probleem. Je kunt ook van die mensen leren."

Voor een aantal studenten uit reformatorische kring is die breedheid van de CSFR reden om zich aan te sluiten bij Depositum Custodi. Hoe sta je daar tegenover?
„De sfeer op Depositum kun je niet losmaken van de sfeer op de reformatorische scholen. Die is veilig voor mensen die de confrontatie met andersdenkenden nog niet aandurven of aankunnen. Ik kan dat zelf niet zo meemaken, maar dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat ik van huis uit die beslotenheid niet ken.

Op zich zou Depositum een goede functie kunnen hebben, door de schok van de confrontatie voor die mensen op te vangen. Maar ik heb niet de indruk dat dat gebeurt. Er wordt gewoon hetzelfde beschermende klimaat geschapen als op het Van-Lodensteincollege, waardoor de confrontatie met andersdenkenden wordt uitgesteld. Tot de studententijd voorbij is en dan ben je er niet meer elastisch genoeg voor. Dat vind ik erg jammer."

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 oktober 1991

Terdege | 72 Pagina's

„De Bijbel moet het laatste woord hebben

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 oktober 1991

Terdege | 72 Pagina's