Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De geschiedenis van de Bodegraafse dorpskerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De geschiedenis van de Bodegraafse dorpskerk

9 minuten leestijd

Houdt Christus Zijne Kerk in stand,zo mag de hel vrij woeden.Gezeten aan Gods rechterhand,kan Hij haar wel behoeden.Met dit gedichtje elndigde ds. C. v. d. Bosch zijn "Woord vooraf' in het door ds. G. Hamoen samengestelde boekwerkje dat de geschiedenis van de Nederlands Hervormde Gemeente van Bodegraven behelst. Ds. Van den Bosch zegt dat het de schrijver is gelukt om een interessant en belangrijk stuk historie van het kerkelijk en godsdienstige leven van de Hervormde Gemeente aan de vergetelheid te ontrukken.

Toen de Rijn zich met reusachtige bochten een vrije weg naar zee zocht, zonder dijken, dammen, sluizen en gemalen, die zijn vaart mochten vertragen, was de streek tussen Utrecht en Katwijk, aldus ds. Hamoen, een wild begroeid moerasgebied met uitgestrekte bossen. Van deze overvloed van bomen maakten de Romeinen een dankbaar gebruik toen zij hun wegen aanlegden. Lange rijen stammen werden aangelegd tot „begaanbare wegen". Een gedeelte van deze weg die gelopen moet hebben van Utrecht naar Valkenburg, heeft hij zelf bU toeval gevonden, zo schrijft hij. Bij Bodegraven liep de weg even ten zuiden van de huidige Zuidzijde, Wilhelmlnastraat. Van Tolstraat en de Overtocht naar Zwammerdam. Bij voortgezet onderzoek vond hij een grote hoeveelheid Romeins en Germaans aardewerk variërende uit de tweede eeuw vóór, tot de tweede eeuw na Christus.

Kerkborden

Achterin de Dorpskerk van Bodegraven hangt een bord vermeldende de lotgevallen van Bodegraven. Het luidt: „Bodegraven is eertijds geregeerd door Graven Diderik Bavo, is geweest Graaf van Bodegraven. Deze plaats is dikwijls geweest 't voorwerp van de roede Gods. Bijzonder ten tijde van de hoeksche en kabeljauwsche oneenigheden. Die van Woerden waren de hoeksche factie toegedaan, dat is de partij van Margareta, huljsvrouw van Keijser Lodewijk. Die van deze plaats waren de kabeljauwsche factie toegedaan, dat is de partij van Willem grave van Holland. De hoekschen uit Woerden vielen te Bodegraven de kabeljauwschen aan en verbrandden het grootste gedeelte deser plaetse in 't jaar 1489, welk lot dese plaetse wederom is overkomen door de Gelderschen In 't jaar 1607. En naderhand op een veel vreeslijker wijzen door 't woeden der franschen krijgsknechten in 't jaar 1678 op den Z8e, 29e en 30e December, onder de regering van Lodewijk de 14e onder 't beleid van de Hertog van Luxemburgh, wanneer dit gansche heerlijke dorp is afgebrand met de kerk behalve 2 á 3 huijsen. De kerk was in 't jaar 1671 noch beschoten geworden en heerlijken gerepareerd en was versiert met een orgel, 't Jaar 1674 is de kerk herbouwd. Den 27 Meij 1674 is de eerste predikatie door Bartholomeus Tijken daarin gedaan."

'Hoort de roede en Wie se bestelt heeft', Micha 6 vers 9.

Op het eerste bord is dus reeds een heel stuk geschiedenis vermeld. In het koor van de kerk hangt echter een tweede bord, dat het vervolg van de lotgevallen van Bodegraven vermeldt. Er staat onder andere op: „In den namiddag van 31 mei 1870 werd de gemeente Bodegraven wederom door een geweldige brand bezocht die in weinige uren tljds een groot en wel het schoonste gedeelte van het dorp verteerde. Ontstaan in eene woning op de Tocht in de gemeente Zwammerdam, deelde het vuur zich spoedig aan de andere gebouwen mede, ter-wijl een felle zuid-westen wind de vlammen over de rivier heen dreef, waardoor weldra nog meerdere huizen, ook aan de overzijde van de Rijn, in brand geraakten. Het vuur, nu op verschillende plaatsen tegelijk woedende was door de maatregelen der brandweer niet te bedwingen voordat een 90-tal gebouwen, waaronder het Herv. diaconiehuis, het Evang. Luth. kerkgebouw, de R.C. kostschool, de Gem. Secretarie, het Rijkskantoor en eene onberekenbare waarde aan goederen, tot een prooi der vlammen waren geworden."

Na de Reformatie

Nadat Holland in 1676 door de Spanjaarden was bevrijd, verklaarde de ene gemeente na de andere zich voor de Reformatie. In Bodegraven ging men over tot de Lutherse godsdienst en beriep men in 1683 ds. Cornelis Wolfertsz. Van der Laer, die reeds in 1565 in de slotkerk van het kasteel te Woerden preekte. Hij kreeg in Bodegraven een tractement van 28 gulden per jaar. In zijn tijd werd de voorgevel uit de kerk gebroken en kwam er een nieuwe toren, die merkwaardigerwijze niet afgebouwd werd, maar van een houten klokhuis met leien bedekt, werd voorzien. De klok werd gemaakt door Thomas Both uit Utrecht en Huich Claesz Hopcooper zorgde voor het uurwerk. Dit alles kostte veel geld en er is dan ook heel wat moeite gedaan om in Den Haag 600 gulden los te krijgen om alles te betalen.

Het geestelijk leven zal toentertijd wel op een laag pitje gestaan hebben. Als we de collectenlijsten moeten geloven, was men nog niet zo heel ver de weg der Reformatie in geslagen, althans wat de feestdagen aangaat. Ds. Hamoen maakt dit met een kleine bloemlezing duidelijk: „Van Pinksteren 1590 tot Pinksteren 1591 kwamen de volgende diensten voor:

„Bodegraven kermisdach, Swammerdamsche kermisdach, Sint Jansdach, Vrouwe Lichtmisdach, Onse Vrouwedach inde vasten". In het volgende, jaar bovendien: „Heilige Drie-konincksdach, Sint Paulusdach, Mariabroedschapdach", doch deze waren 1595 bijna reeds alle weer vervallen.
Dit kon wel eens het gevolg zijn van de overkomst van ds. Sogers Koninghsbergers, die in 1594 te Woerden tot de Gereformeerde religie was overgegaan en op 1 september naar Bodegraven was overgekomen. Hij is dus de eerste Hervormde predikant van Bodegraven.

Ds. Bartholomeus Tijken

Enige aandacht aan het werk van ds. Tijken mag toch niet achterwege blijven. Hij diende de gemeente Bodegraven van 1662 tot 1682. Met zijn gemeente maakte hij de gruwelijke Franse wreedheden mee in 1672. In 1662 richtte hij met goedvinden van de kerkeraad en op straffe van censuur een catechisatie voor de jonge kinderen op. In de akte van 12 november van dat jaar lezen we: „Alsoo nodig is dat oock de jonge jeught van kinds af de Heilige Schriften leert; en naa de beginselen hares weghes onderwesen werden in de religie; heeft de predikant met commimicatie van de kerkeraad aangenomen alle weeck des donderdaghs naa de mlddaghe aan te stellen een catechisatie van jonge kinderen; op hope dat de ouders hare kinderen daer toe sullen houden".

In 1671 werd de kerk opnieuw beschoten en „heerlijken gerepareerd ende verciert met een orgel". Voor deze vernieuwing betaalde men 2388 gulden en een jaar later bedroegen deze uitgaven 2827 gulden.

De kerk had toen het uiterlijk van een kruiskerk met een toren en de kerk was met blauwe pannen bedekt. Het kerkhof lag aan de zuidzijde van de kerk en in het houten klokhuis hingen twee klokken met een uurwerk. Toen kwam de maand december van het jaar 1672 en werd zowel de kerk als de gemeente nagenoeg geheel door de Fransen verwoest.

Herbouw

Na het verdwijnen van de Fransen werd de herbouw van het dorp en de kerk met nijvere hand aangepakt, hoewel het wel verschillende jaren duurde voor de kerk geheel was opgeknapt. Er kwam weer een nieuw orgel en in plaats van de rode plavuizen sierden daarna hardstenen zerken de kerk. De oude klok werd omgesmolten en kreeg het randschrift dat zij in 1676 is gegoten. Eenzelfde lot overkwam de klok in 1871 toen zij bij de grote brand zo hard geluid werd dat de klepel op het kerkhof terecht kwam en de klok barstte, naar de geschiedenis zegt. Het is deze klok die in de 2e Wereldoorlog door de Duitsers werd meegenomen en toen waarschijnlijk voor de laatste
maal werd omgegoten. Tijdens de dienstperiode van ds. Romijn voltrok zich ook in Bodegraven de „afscheiding". Ds. Romljn was een streng predikant en een man van orde.



Op 29 december 1833 kwamen er klachten binnen over het lange kerkhouden. De dienst begon om 9 uur en eindigde vaak pas om 11 uur. De gemeente werd verzocht wat korter — dus niet vlugger — te zingen en de organist moest kortere-voorspelen houden, „opdat er geregelden tijd voor het uitspreken van de leerrede overblijve". Op de vergadering van 27 sept. 1835 las ds. Romljn brieven voor van de afgescheiden personen. Reeds eerder waren er personen overgegaan tot het opzeggen van hun lidmaatschap. Bij volgende kerkeraads-verkiezingen bedankten bijna allfe verkozenen en er kwamen meer en meer berichten van afscheiding binnen. „Het gaat niet om de predikant", zo schrijft ds. Hamoen, „maar om de synodale druk en de gezangen". ' Op 18 maart 1843 overleed ds. Romljn plotseling, na 31 jaar in Bodegraven te hebben gearbeid. Na zijn sterven bleek welk een samenbindende kracht aan de gemeente was ontvallen. Het eerst bleek dit toen vijf kerkramen, die vernieuwd moesten worden, werden verkocht. Dit zijn glazen geweest uit omstreeks 1672 en hadden verschillende voorstellingen die aan de Franse wreedheden deden denken.



Restauraties


Tijdens de diensttijd van ds. Pieter Anton August Klüsener, die, gekomen van Vinkeveen op 23 juni 1936 door prof. Visscher werd bevestigd, maakte Bodegraven de moeilijke oorlogsjaren 1940-1945 door. Reeds bij de aanvang van diens ambtsperiode stond een gedeelte van de koormuur aan de pleinzijde op instorten. Op last van de burgemeester bracht men ijzeren stangen aan en vernieuwde men de gehele kruishoek. De kosten bedroegen ƒ 5706,89. Drie jaren daarna kreeg de kerk een schilderbeurt waardoor het interieur een gunstige verandering onderging. De totale kosten bedroegen ƒ 2190,31.
 
Van Paasfeest 1968 tot november 1971 had de laatste restauratie van de Dorpskerk plaats. De tot een bouwval verworden kerk werd inwendig totaal vernieuwd. Bij deze restauratie werd de preekstoel die aanvankelijk in één van de zijbeuken stond weer in het midden van het koor gezet.
 
De restauratie duurde circa 3,5 jaar en vergde in totaal een bedrag van circa 5 miljoen gulden. Bodegraven heeft nu echter weer een Dorpskerk om trots op te zijn en die van binnen en van buiten waard is om gezien te worden. We willen dit artikel eindigen met het opschrift dat boven de ingang van de kerk staat vermeld en naar we hopen door de Hervormde Gemeente van Bodegraven getrouw wordt opgevolgd:

„Treedt binnen door dit voorportaal

Ter Godgewijde tempelzaal

Aanschouw de lleflykheen des Heeren

Wilt in geloof Hem needrig eeren".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 17 March 1978

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

De geschiedenis van de Bodegraafse dorpskerk

Bekijk de hele uitgave van Friday 17 March 1978

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken