Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wilde Ganzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wilde Ganzen

20 minuten leestijd

De belangstelling voor de wilde ganzen is de laatste jaren sterk toegenomen. 's Winters verblijven meer dan 200.000 ganzen binnen onze grenzen, waarmee ons land tot de dichtstbezette overwinteringsgebieden in Europa behoort. Goeree­Overflakkee maakt daar al eeuwenlang deel van uit. De schare van geïnteresseerden breidt zich meer en meer uit. Het 'ganzen kijken' is een wijdverbreide liefhebberij geworden, zo zeer zelfs, dat er tegenwoordig excursies voor worden georganiseerd.

Vanaf mijn kinderjaren ben ik altijd door het ganzeleven gefascineerd. De talrijke wandelingen die ik als jongen alleen of met anderen in wintertijd over de gorzen maakte (men kon toen als Flakkeeènaar overal nog vrij rondlopen) hebben mij evenzovele keren op een of andere manier met de ganzen in aanraking gebracht.

Uit overleveringen weet ik dat mijn overgrootvader, Axie Hoogzand, en enige andere voorzaten van de familie, met de gebroeders Vis van Heemst uit Sommelsdijk zich in de winter bezig hielden met de vangst van ganzen. Zij deden dit door gebruik te maken van het zogenaamde 'ganzetuug'. Zo'n vangstinstallatie bestond uit een slagnet van ongeveer 10 bij 2 meter en werd op de open vlakte van de gorzen ingegraven. Het gespannen net lag opgevouwen in een smalle gleuf, die bedekt was met vers grasstrooisel. In de omgeving van het verborgen net werden enige levende lokganzen geplaatst.

Aan het slagnet was een lange treklijn bevestigd die liep naar de schuilhut. Vanuit de schuilhut die aan de binnenkant van de buitendijk was opgesteld, kon op het juiste moment, wanneer een groep op de plaats van het vangnet was neergestreken, een ruk aan de treklijn worden gegeven. Als dat gebeurde dan sloeg het op spanning staande net met een forse klap over de niets vermoedende ganzen heen. Van geheel andere aard was de spanning bij de jagers in de schuilhut.

Met oorverdovend lawaai vlogen de plotseling opgeschrokken ganzen op. Alleen de onder het net terechtgekomen dieren bleven achter en worstelden in alle hevigheid om hun soortgenoten in de lucht alsnog te kunnen bereiken, maar dat was een vergeefse strijd. Voor de ganzevangers was het grote moment aangebroken om het aantal gevangen exemplaren te tellen en van onder het net te 'bevrijden'. Voor de ganzevangst kwam heel wat kijken. De toepassing was niet erg populair, slechts enkelen hielden zich ermee bezig. Er werd veel koude geleden en men

Er werd veel koude geleden en men moest veel geduld hebben. Van het gedrag van de ganzen moest men veel kennis bezitten. Die kennis werd van vader op zoon doorgegeven. Ganzen vangen was geen lonend bedrijf. Hoogstens kon het tijdens de wintermaanden wat bijverdiensten opleveren. Voor de ganzevangers in hart en nieren was het meer een passie, het ging hun voornamelijk om de spanning en het avontuur, zo heb ik altijd begrepen.

Welke soort Vanuit de schuilhut hadden de mannen

Vanuit de schuilhut hadden de mannen allang gezien welke ganzen waren neergestreken. Zonder hulp van technische apparatuur zagen of hoorden zij de naderende ganzen op afstand. Wat wisten deze primitieve jagers over ganzen? In de eerste plaats dat ganzen trekvogels bij uitstek zijn en dat er zes soorten ganzen hier op Flakkee algemeen te onderscheiden vallen. Ook nu nog.

Overdag verblijven de ganzen op het voedselterrein. In de avondschemering vindt de avondtrek plaats naar de slaapplaats.

Ten tijde van het getijdenbiotoop ­ dat nu in ons Deltagebied grotendeels verdwenen is ­ zochten vooral Grauwe ganzen dikwijls in de nacht naar voedsel. Voor de meeste andere soorten is nachtelijk fourageren vrij uitzonderlijk. Waarnemingen die in maanlichte nachten werden verricht, tonen aan, dat bijvoorbeeld Kolganzen regelmatig de

nacht op het water doorbrengen. Gedurende de nacht is er vaak intensief geroep te horen dat de gehele nacht zonder onderbreking kan doorgaan, zij het dat de intensiteit van de onmiskenbare geluiden kan wisselen. Zo'n nachtelijk tochtje om en nabij deze gebieden is zonder meer een extra beleving.

Een nieuwe dag Zeer boeiend is het vanaf een uur voor

Zeer boeiend is het vanaf een uur voor zonsopgang in de buurt van een slaapplaats de ochtendtrek af te wachten. De ochtendtrek wordt meestal door een enkele gans of een zeer klein groepje ingeleid. Troep na troep vliegen de andere ganzen eveneens op en verlaten hun slaapplaats. Dat kan vrij lang aanhouden.

Zij vliegen in vele formaties naar de voedselterreinen en verblijven er liefst de ganse dag. Helaas worden zij (tegenwoordig veel meer dan vioeger) vaak gestoord en zij moeten dan meer dan eens opvliegen.

Voedselzoeken is overdag de belangrijkste aktiviteit. Uit onderzoekingen blijkt, dat Kolganzen tot 90% van de dag aan grazen besteden! De rest van de tijd wordt besteed aan drinken, uitkijken en veren poetsen.

Pas wanneer het bijna donker wordt, begint de avondtrek. Dan vliegen de ganzen in troepen van sterk uiteenlopende aantallen, soms wel tot enige duizenden tegelijk.

Niet zelden vliegen laat in de winteravond nog ganzen over onze dorpen. Een heel enkele keer heb ik ze bij volle maan werkelijk voorbij zien vliegen. Ook met zeer ongunstige weersomstandigheden, zoals dikke mist, hoort men in de late avond op vrij lage hoogte de ganzen overvliegen. Zonder verkeersleiding, zonder enig ander hulpmiddel vervolgen zij hun weg en zullen zeker niet in een of ander dorp neerdalen, maar wel op het door henzelf gekozen terrein. Wat een wonder is dat toch!

Wat een wonder is dat toch!

Waar komen in de herfst toch al die ganzen vandaan en waarheen vertrekken zij na de winter?

De Grauwe gans

De Grauwe gans met zijn oranje snavel en roze poten is de grootste van de Europese wilde ganzen. Zij bereiken wel een hoogte van 85 centimeter. Een pracht dier.

Vóór de afsluiting van het Haringvliet heb ik eens deze soort achter een rietkraag kunnen besluipen. Toen ik naar schatting ter hoogte van hun verblijfplaats was gekomen, baande ik me voorzichtig een weg door het riet. In tijgersluipgang (als soldaat in Steenwijk geleerd) bewoog ik me door de vergeelde rietstengels totdat die ijler en ijler wer­

den en de Grauwe ganzen duidelijk konden worden waargenomen. Middenin hun biotoop. Ze raakten gelukkig niet in alarmstem

Ze raakten gelukkig niet in alarmstemming. Hun majestueuze verschijningen boeiden me enorm. Zou ik als de kleine Niels Holgersson op de rug van zo'n robuuste gans proberen te klimmen en trachten mee te vliegen naar het heldere noorden? Bijna werd de fantasie werkelijkheid, 't

Bijna werd de fantasie werkelijkheid, 't Was bovendien in het vroege voorjaar, dus het was voor de ganzen tijd om te vertrekken naar de broedgebieden. Ik bleef stil liggen en voelde het koele water door mijn kleding komen op de plaatsen waar ik met mijn knieën en ellebogen op de drassige grond steunde. De ganzen scharrelden niets vermoedend op het slik langs de oever van het Haringvliet. Een bijzondere konfrontatie in de vrije natuur. Zo kon ik niet blijven liggen.

Tenslotte ging ik staan en bezorgde de argeloze ganzen de schrik van hun leven, want de bewondering voor elkaar was niet wederkerig. Zij kwamen slechts met de schrik vrij; ik was niet gewapend en wilde alleen hun sierlijkheid van dichtbij bewonderen. De belangrijkste broedgebieden van de

Grauwe gans liggen in het noordwesten van Rusland en in IJsland. De laatste jaren broedt een klein aantal Grauwe ganzen in het natuurgebied Scheelhoek.

Tellingen die op Goeree­Overflakkee gehouden zijn in het overwinteringsseizoen van 1990­1991 wezen uit dat in november 1990 bijna 5.000 Grauwe ganzen in onze omgeving hun kostje bijeenscharrelden. Meer gegevens over deze tellingen staan in het april­nummer 1992 van Sterna, tijdschrift van de Natuur en Vogelwacht Schouwen en Duiveland en de vereniging voor Natuur­ en Landschapsbescherming Goeree en Overflakkee.

De Rietgans

In veel klemere aantallen strijken de Rietganzen wat laat in het najaar in onze streken neer. In de Galathese polder werden in december 1990,1200 Rietganzen geteld en in diezelfde maand waren dat er bijna 2.000 op geheel ons eiland. De grootte van de gehele populatie die in West­Europa overwintert, wordt op 100.000 gesteld. De Rietgans is overigens in vijf rassen te onderscheiden. Veruit de meeste Rietganzen broeden in de toendragebieden tot ver in Oost­Siberie. Kleinere populaties broeden wel in de Scandinavische landen. De broedtijd duurt gemiddeld 28 dagen. Rietganzen zijn ongeveer 80 cm. hoog. Zij hebben een brede, oranjegele snavel met een zwarte schaduwtekening. De poten hebben dezelfde kleur als de snavel.

De Kleine Rietgans

De Kleine Rietgans \vordt in het algemeen als een ondersoort van de Rietgans beschouwd. De snavel van de Kleine Rietgans is zwart en rose gekleurd en de poten zijn eveneens rose. De hoogte van deze vogel bedraagt 60­75 cm. Hun broedgebied is geografisch geheel afgezonderd van de andere Rietganzen. Zij broeden niet op het vaste land, ook niet op de eilanden voor de kust. De broedgebieden liggen op drie, ver van het vasteland en van elkaar gelegen eilanden in de Noordelijke Ijszee. De broedtijd van de Kleine Rietgans duurt gemiddeld 27 dagen. Op Flakkee worden ze soms in geringe aantallen aangetroffen.

De Rotgans

Rotganzen zijn maar klein, een beetje groter dan een Wilde eend. Zij broeden nog noordelijker dan de meeste andere ganzesoorten. Het geluid dat de Rotgans voortbrengt is niet te verwarren met dat van andere ganzen, namelijk een kort aangehouden 'rot, rot, rot'.

Aan dit geluid is de Nederlandse naam ontleend en deze betekent dus niet dat het een 'rot' beest zou zijn...

Dat de Rotganzen zo noordelijk broeden is er de oorzaak van dat hun broedtijd 'slechts' 25 dagen is. Rotganzen broeden in een smalle strook bijna rond de hele noordpoolcirkel. Ook zij worden in verschillende rassen onderscheiden. Het wegtrekken uit de broedgebieden vindt eind augustus reeds plaats. Negen maanden lang verblijft de Rot

gans ver van zijn geboortegrond. De afstand naarde overwinteringsgebieden bedraagt zo'n 6.000 km en zij raken nooit de weg kwijt... Vindt u nu nog dat dit dier een domme gans is? Gemiddeld verblijven zo'n 5.000 Rot

Gemiddeld verblijven zo'n 5.000 Rotganzen in ons land verdeeld over het Wadden­ en Deltagebied. Op Goeree en Overflakkee zijn weinig meer dan 1.000 Rotganzen per seizoen waargenomen.

De Kolganzen De Kolgans is gemakkelijk te herken

De Kolgans is gemakkelijk te herkennen, tenminste als hij, de gent, of zij, de gans, volwassen is. Dan hebben ze namelijk een wit voorhoofd, de kol. Door ringonderzoek is men (de omithologen) te weten gekomen dat Kolganzen die in West­Europa overwinteren tot de populatie behoren die in het westen van de Noordrussische toendrazone broedt. De broedtijd van de Kolgans wordt op 28 dagen gesteld. De trek van de Kolganzen verloopt wat

De trek van de Kolganzen verloopt wat grillig. Over een reeks van winters zijn uiteenlopende aantallen waargenomen. Tot 1970 schommelde het maximum voor West­Europa tussen 50.000 en 75.000 exemplaren. Echter in 1974 liep

dit aantal op tot maar liefst 130.000 gevederde vrienden.

In januari 1991 werden (aldus Sterna) ver boven de 4.000 Kolganzen op Goeree en Overflakkee waargenomen of geteld. Op mooie dagen in maart van datzelfde

Op mooie dagen in maart van datzelfde jaar verbleven er nog bijna 2.000 exemplaren vooraleer zij instinctmatig vertrokken naar de flauwe hellingen van rivierdalen en meeroevers in het hoge noorden.

De Brandgans

De Brandgans staat wat zijn grootte betreft tussen de Kolgans en de Rotgans in. Hij is wat parmantig. De Friezen noemen de Brandgans 'PAUGOES'. Sommige Nederlanders nemen dat over en spreken dan van een pauwgans. Deze vogels hebben een zwarte hals, een grijswitte buik en een zwart­witte rug. De snavel is maar kort en zwart van kleur, evenals de poten. Brandganzen broeden in drie van elkaar gescheiden broedgebieden. Een deel bevindt zich op Groenland en een ander deel op Spitsbergen, deze overwinteren in Ierland en Schotland. Ook op Nova Zembla en omstreken

Ook op Nova Zembla en omstreken broeden Brandganzen. Deze overwinteren hoofdzakelijk in Nederland en België en de populatie bestaat uit meer dan 50.000 vogels.

Zo'n twintig jaar geleden besloop ik met twee van onze kinderen een enorm aantal Brandganzen. Aan het begin van de buitendijk langs de Bekade Gorzen ten westen van Van Vliet te Sommelsdijk, had ik ze op verre afstand op het buitendijks gelegen grasland waargenomen. We waren dus niet voor niets gekomen. Langs de binnenkant van de na de ramp van 1953 verhoogde dijk, liepen we naar de plaats waar de ganzen ongetwijfeld druk doende waren met fourageren of gewoon 'eten'.

Een enkele maal controleerde ik uiterst voorzichtig of we de plaats voldoende hadden benaderd. Op de plaats waar dwars over de dijk een afrastering was geplaatst en waar in de direkte omgeving wat onafgegrazen, tamelijk verweerd gras was blijven staan, waagden wij een doorkijkje te vinden. Dat lukte.

De kinderen waren zeer gespannen. Nu konden zij met eigen ogen zien hoe duizenden Brandganzen schier ongestoord het korte wintergras afgraasden. Onophoudelijk klonk het rustige gakken van enkele ganzen te midden van de massa die zich op hooguit dertig meter afstand van ons bevond. Ik hield mijn vinger op de mond, maar dat was overbodig.

Twee snel vliegende straaljagers over het Haringvliet vergalden geruime tijd het pastorale leven om ons heen. Nadat het indringende geluid van de metalen vogels tenslotte geheel was verstomd, hoorden wij opnieuw de ganzen gakken. Wonder boven wonder waren ze niet opgevlogen. Wij bleven over de kruin van de dijk zeer geboeid toekijken totdat het moment aanbrak waarop de ganzen op voor mij onverklaarbare wijze zich toch van de aarde losmaakten. Met oorverdovend lawaai vlogen volgens mijn

schatting meer dan drieduizend dieren de lucht in.

Wij hoorden overduidelijk het gekraak van de scharnierende vleugelbewegingen der opstijgende vogels. Lange tijd volgden we ze in de vlucht, totdat zij in lange slierten in de richting van de oostelijke gezichtseinder verdwenen.

* * *

Enkelingen

Een enkele keer treft men op Flakkee een Sneeuwgans aan. Meestal heeft zo'n dier zich aangesloten bij een grote groep 'andersoortigen'. De Sneeuwgans is gemakkelijk te herkennen aan een zuiver wit verenkleed met zwarte vleugelpunten. Ook de wilde Canadese gans komt af en toe in ons land voor Dit dier is wel een meter hoog en is ook de grootste van de zwarte ganzen.

Liefde en trouw

Een ganzenpaar sluit een verbindtenis voor het leven, de partners zijn onafscheidelijk.

Bij verlies van de partner gaat de weduwe of weduwnaar meestal geen nieuwe verbintenis meer aan. De meeste ganzen broeden voor het eerst in hun derde levensjaar. Aan een jachtverhaal wordt over 'trouw' van ganzen het volgende ontleend: Bij een ganzejacht werd een mannetjes Kolgans vleugellam geschoten. Het dier was slechts lichtgewond. De jager hield de gans in leven en zette hem bij de ganzentroep op zijn erf De volgende dag landde het aan de jacht ontkomen wijfje tussen de gekortwiekte ganzen op het erf. Zij herenigde zich met haar gent. 's Avonds vloog het wijfje naar het buitenwater, maar 's morgens keerde zij weer terug. Op een dag bleef ze weg, de zomer naderde.

In december van datzelfde jaar, de periode dat de Kolganzen in dat gebied aankwamen (om de barre poolwinter te ontvluchten), zocht het wijfje opnieuw haar gevangen echtgenoot op!

Samenvatting wilde ganzen

Voor het gemak van de lezer en voor de duidelijkheid heb ik het volgende staatje opgesteld:

De namen Anser en Branta betekenen beide gans. Albifrons betekent wit voorhoofd, fabalis betekent van boven, brachyrhynchus betekent kort snavel en leucopsis betekent met witte vleugels, aldus de heer Th. M. Verhoef

Ganzen en de landbouw

Wilde ganzen hebben met de landbouw veel te maken gekregen. Zij eten restanten van de oogst die op het land achter­

blijven vooral van aardappelen, mais en suikerbieten. Dat vindt de landbouwer niet erg, integendeel dat heeft zijn nut Ganzen begrazen echter ook het wintergraan en zij eten maar wat graag van het gras in de weide. Vooral het afgrazen van de wintergranen door ganzen, veroorzaakt schade.

Niet alleen grazen ze de bovengrondse plantedelen af, maar ze trekken ook heel wat graanplantjes uit de grond en daar heeft de landbouwer het graan bepaald niet voor gezaaid.

Er is echter een groot aantal zogenaamde graasproeven genomen. In verscheidene landen, waaronder ook Nederland, zijn deze proeven genomen. Daar zijn verschillende methoden bij toegepast. Bij een daarvan liet men de wilde ganzen hun gang gaan.

De oogst van de begraasde delen van de akker werd daarna vergeleken met die van weinig en van in het geheel niet begraasde gedeelten van een en dezelfde akker of van een naburig gelegen akker. Ter vergelijking bracht men op de begraasde akker enkele controle­veldjes aan, die zodanig werden beschermd dat de ganzen er niet bij konden. Ondanks sterke begrazing was er geen schade aanwezig.

In Amerika heeft men zelfs de aren geteld van enige ontoegankelijk gemaakte proefveldjes en van even grote veldjes waar de ganzen vrij hadden gegraasd. Op de laatste veldjes was het aantal cSren beduidend hoger en de aren waren zelfs groter!

Net als bij de bomen zou men kunnen zeggen: SNOEIEN IS GROEIEN. Wilde ganzen horen van nature thuis in de overwinteringsgebieden waar ons eiland in belangrijke mate bij betrokken is. Zolang de ganzen op de buitendijks

Zolang de ganzen op de buitendijks gelegen gorslanden konden fourageren, sprak men niet over schade aan landbouwgewassen. In de strenge winter van 1946­1947 zag ik enige landbouwers onder leiding van ir. J. B. Mijs te Sommelsdijk grote hoeveelheden graan toedienen op de gorzen van Westplaat Buiten.

Door afsluiting van de zeemondingen in het Delta­gebied werd het mogelijk

gemaakt kostelijke graasgebieden die vooral 's winters bij vloed soms onder water kwamen te staan, voortaan als bouwland te gebruiken. De ploeg ging erin!

Dat is voor de ganzen erg jammer geweest, want deze landerijen behoorden, volgens een ongeschreven wet, oorspronkelijk tot hun graasgebieden. Dat werd nooit door iemand betwist. Is het dan een wonder dat de ganzen, gevolg gevend aan hun onweerstaanbaar, instinctmatig gedrag elders te overwinteren of te overleven, hun toevlucht gingen zoeken op de landerijen waarop het voedsel beschikbaar is? In hoeverre schade, door ganzen veroorzaakt, aan landbouwers is vergoed, is mij onbekend.

Tamme ganzen

Ganzen spreken de mens al eeuwen tot de verbeelding. Millennia geleden fokten de Egyptenaren de Nijlgans al voor het vlees. Op muurschilderingen (fresco's) o.a. in koningsgraven wordt dit aangetoond. De gans is dus al erg lang een huisdier.

De gans is dus al erg lang een huisdier. Op vele boerderijen en kinderboerderijen treft men wel een koppel ganzen aan.

Wat de verbeelding betreft zijn de sprookjes van Moeder de Gans van de Franse sprookjesdichter Charles Perrault, overbekend.

In 1906 beschreef de Zweedse schrijfster Selma O. R. Lageriof 'de Wonderbare reis van Niels Holgersson'.

Ned. naam Latijnse naam Aantal eieren Broedduur

Grauwe gans ANSER ANSER 3­8 29 dagen

Kolgans ANSER ALBIFRONS 2­4 28 dagen

Rietgans ANSER FABALIS 4­8 28 dagen

Kleine Rietgans ANSER BRACHYRHYNCHUS 4­8 27 dagen

Rotgans BRANTA BERNICLA 3­6 25 dagen

Brandgans BRANTA LEUCOPSIS 3­6 24 dagen gemaakt kostelijke graasgebieden die

Een reis op de rug van een gans. Tal van verhaaltjes zijn geschreven over een ganzenhoeder of-hoedster, een taak die kinderen werd opgedragen en te vergelijken is met die van schaapherder of koeiewachter. Helaas staat de liefde van de mens voor het dier lang niet op een peil, zoals het behoort te zijn.

In Frankrijk worden de ganzen met de voedermolen gevoerd, waarbij de krop van het dier wordt volgepropt met voedsel.

Het geforceerd toegediende voedsel veroorzaakt in het lichaam een veel groter leverorgaan waar het bij de ganzenhouder uitsluitend om te doen is. Als produktiemiddel voor ganzeleverpastei is de gans daardoor tot een 'levenloos' dmg gedegradeerd. Behalve als leverancier van vlees en eieren, worden ganzen ook wel gehouden om hun dons en veren. In Oosteuropese landen is dit van belang voor de fabricage van dekbedden en kussens.

Het fokken

Wilde ganzen werden vroeger in de overwinteringsgebieden gevangen genomen. Uit deze in gevangenschap levende vogels werden nakomelingen verkregen. Vooral de Grauwe gans kon, wat met een geleerd woord genoemd wordt: gedomesticeerd worden. Domesticatie is het tot huisdier maken van wilde dieren.

De gevangen genomen dieren werd eerst het vliegen onmogelijk gemaakt wat voor de mens een klein kunstje was en is. Daartoe kunnen ganzen worden genemd, gekortwiekt of geleewiekt. Bij het nemen wordt één vleugel met een nempje gevouwen. Echter bij deze 'ingreep' kan de vleugel gemakkelijk worden afgeklemd, waardoor dit lichaamsdeel geleidelijk aan zal afsterven. Daarom is riemen een werkje voor zeer ervaren deskundigen.

Kortwieken en leewieken is minder gevaarlijk. Met kortwieken worden tien slagpenpunten van een vleugel afgeknipt, maar bij leewieken worden de grote slagpennen uit een vleugel weggenomen. Leewieken gebeurt met behulp van een amputatietang en moet bij jonge kuikens plaatsvinden. Bij oudere vogels veroozaakt leewieken meestal een bloedbad. Infektie treedt dan ook vaak op. In feite is deze handeling weerzinwekkend, net zoals het couperen van een paardestaart was. Kortwieken is minder ingrijpend, want

Kortwieken is minder ingrijpend, want na de rui krijgt de gans weer nieuwe slagpennen. Tamme ganzen zijn niet schuw en ze

Tamme ganzen zijn niet schuw en ze zijn zeer vruchtbaar. Een tamme gans kan wel 60 tot 70 eieren per seizoen leggen, heel wat meer dan dit bij de wilde gans het geval is. Een ganzeei heeft flinke afmetingen, de lengte bedraagt wel 9 cm. Tamme ganzen blijven konstant in de omgeving, zij hebben het vliegen 'verleerd'. Van de balts tot na de broedtijd is vooral de gent tamelijk agressief Hij verdedigt zijn vrouw met opgeheven vleugels en steekt zijn kop uit tot vlak boven de grond. U kent die houding wel.

Ziekten

Elk natuurlijk wezen heeft zijn belager, schreef ik eens. Ganzen ontkomen daar evenmin aan. Eieren worden, ook in de vrije natuur, veelvuldig geroofd. Roofvogels, vossen, ratten en zelfs egels weten er wel raad mee. Hierbij laten wij de mens maar buiten beschouwing. Ook ziekten kunnen het leven van de gans sterk verzwaren. Denk maar aan Botulisme, veroorzaakt door een bactene die bij temperaturen boven de 18 °C aktief wordt en de vogels ziek kan maken. Verder zijn ganzen voor vrijwel alle kippeziekten gevoelig. Ook van luizen kunnen ganzen veel hinder hebben.

Waakzaamheid Ganzen slaan alarm zodra een onbe

Ganzen slaan alarm zodra een onbekende 'hun' terrein benadert. In de stilte van de avond veroorzaakt het plotselinge gakken voor de naderende bezoeker een ware schrikreaktie. De ganzen van het Capitool, de oudste

De ganzen van het Capitool, de oudste burcht van Rome, zijn door hun waakzaamheid onsterfelijk geworden. Toen de Galliërs deze vesting op de

Toen de Galliërs deze vesting op de Romeinen in de nacht wilden veroveren, werden zij in hun opzet gestoord. De heilige ganzen, die in hun hok bij de Juno-tempel wakker schrokken, lieten meteen een zeer luidruchtig gegak horen en waarschuwden op die manier voor onraad. Zij redden de stad!

Echter... ooit heeft het Ministerie van Defensie met ganzen o.a. munitiedepóts 'beveiligd'. Tijdens het experiment werd

gaandeweg aan het effekt ervan getwijfeld. Misschien ligt er een verklaring voor het gedrag van de ganzen m het feit, dat particuliere ganzenhouders soms merken dat ze wel eens een dier missen. Men gaat zich dan wat afvragen. Met voederen kun je als kwaadwillend

Met voederen kun je als kwaadwillend mens veel bereiken, zelfs wel bij afgerichte honden! Defensie heeft dan ook enige tijd geleden de bewaking van een radarpost door ganzen gestaakt.

Plantkunde

In de plantkunde treft men de Ganze voetachtigen aan, een plantenfamilie die iedereen wel kent. Spinazie, suikerbieten en vele meidesoorten behoren ertoe. Vooral bij de meidesoorten is de vorm van de ganzevoet in de bladtekening heel goed waar te nemen, waardoor het niet te verwonderen valt, dat die naam aan deze planten is gegeven. Zelfs zeekraal behoort tot de ganzevoetfamilie.

Gebruiksvoorwerpen Wie kent niet het aloude ganzenbord.

Wie kent niet het aloude ganzenbord. Dit spel kende men al in de zeventiende eeuw en dat met alleen in Nederland. Door de eeuwen heen zijn de obstakels in gebruik gebleven, zoals brug, herberg, put, doolhof en gevangenis. Het ganzenbord is in de speelgoedwinkels nog altijd te koop en de fraai getekende ganzefiguurtjes domineren van nature zelfs de afbeeldingen van computerspelletjes.

Als gebruiksvoorwerp werd de ganzeveer vooral voor het schrijven van belang. Voordat de kroontjespen werd ingevoerd, was de ganzeveer het hulpmiddel voor schrijvers, notarisklerken en ambtenaren.

In feite is de befaamde kroontjespen een metalen vervanger van de ganzeveer.

Volksvermaak

Tenslotte nog iets over volksvermaak. In enkele streken wordt tijdens bepaalde festiviteiten het gansslaan of ganstrekken toegepast. Een gans wordt voor dat doel met de poten aan een draad gehangen. Zo'n dier wordt ook wel in een korf geplaatst.

De kop van de gans moet dan met een stok worden afgeslagen of met de hand worden afgetrokken.

Gansslaan en ganstrekken worden tegenwoordig door veel mensen bestreden. Dat is begrijpelijk, want ook al wordt het dier tegenwoordig vooraf gedood, het blijft een mensonwaardige handelwijze. In onze streek kende men dit 'volksvermaak' gelukkig niet. Te Coevorden wordt op de jaarlijkse ganzenmarkt een Miss Ganzenhoedsterverkiezing gehouden. Dat houdt de herinnering aan de tijd van de ganzenhoederij nog een beetje in leven.

Ganzen komen zelfs voor in het stadswapen van Coevorden. Het wapen van Stellendam dan? Nee, dat is een zwaan maar evenzo sierlijk als een gans.

D. Hoogzand

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 december 1992

Eilanden-Nieuws | 40 Pagina's

Wilde Ganzen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 december 1992

Eilanden-Nieuws | 40 Pagina's