Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De schepen van Dirksland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De schepen van Dirksland

19 minuten leestijd

In april van dit jaar heb ik de schepen van Dirksland, voor zover dat mogelijk was, beschreven. Het verhaal over schipper Willem Taaie was vrij summier weergegeven, maar nu kan het verhaal, na het verkrijgen van de gegevens_in zijn geheel worden afgemaakt.

Willem Taaie was het vierde kind van Marinus Taaie en van Jacoba Elisabeth Verhage. Marinus Taaie is in 1884 te Middelharnis geboren en in 1978 te Alkmaar overleden. Jacoba Elisabeth Verhage is in 1884 te Middelharnis geboren en in 1924 aldaar overleden. Zij woonden in de Verlengde Visserstraat en hadden zeven kinderen, 1. Jacob, 2. Wouter (is op 8-jarige leeftijd overleden), 3. Trijntje, 4. Willem, 5. Adrianus, 6. Wouter en 7. Marinus. Vader Marinus Taaie was zee visser van

Vader Marinus Taaie was zee visser van beroep en was al op jonge leeftijd schipper op een sloep. Willem Taaie is in 1912 te Middelharnis geboren en omdat zijn vader dus visser was, moest hij in 1922 op lO-jarige leeftijd mee naar zee. Tien jaar!

Willem werd koffiekoker op de MDl 1. Misschien mag ik in dit verband wijzen op het boek Zee en Eiland van A. Faasse waarin het koffiekokertje een centrale plaats heeft gekregen.

Schipper op de MDl 1, uiteraard een sloep, was H. de Waard en Willem's vader, Marien Taaie was stuurman. Vroeg in de morgen vertrokken zij van het Vingerling maar 's avonds waren ze nóg niet op zee, want ze hadden te maken met verkeerd tij en ongunstige wind. Na drie weken kwamen ze in IJmuiden aan bij de visafslag. Willem heeft het lopende seizoen volgemaakt, maar is toen ziek geworden. Omstreeks 1923 is Marien Taaie overgegaan van Middelharnis naar Maassluis en nog weer later naar IJmuiden. In 1924 ging Willem als 12-jarige jongen opnieuw naar zee, maar dit keer werd er vanaf Maassluis gevaren. Hij was aan boord gegaan van de sloep MA54 van Klein en Poortman waarop zijn vader schipper was. Tot eind 1925 is de jonge Willem op de 54 gebleven.

In 1926, dus als 14-jarige jongen werd hij knechtje aan boord van de Vertrouwen van Job Buskoop uit Sommclsdijk. „Je werd toen voor een jaar gehuurd", zei Taaie. Hij is daar twee jaar lang gebleven. Daarna kwam Willem terecht op de Veendam, een klein motorscheepje van Arie Hoek ook uit Sommelsdijk dat reeds beschreven is. Na enige maanden op de Veendam te

Na enige maanden op de Veendam te hebben gevaren, werd Willem matroos op het Hospitaalkerkschip De Hoop, onder de gage zoals dat heet. Tot 1929 heeft hij op De Hcxip dienst gedaan. Onderweg zag hij veel, Willem is toen vaak in Engeland geweest en zelfs op de Shctland-eilanden ten noordoosten van Schotland.

Zelfs daar ging De Hoop soms voor anker. Willem moest dikwijls met zijn maats in de sloep plaats nemen om zieke mensen van de vissersschepen af te halen en naar de dokter te brengen. Hoe lang hij op De Hoop gevaren heeft is niet precies bekend. Willem ging terug naar Middelharnis en is toen voor enige tijd kaoigast geweest. Dat was hard aanpoten, schepen los.sen op de kaai van Middelharnis of Sommelsdijk waaronder ook wel kunstmest uit de schepen dragen voor Kooman die een lange loods langs de haven van Middelharnis had staan. Deze loods is in de jaren zeventig gesloopt.

Daarna werd Willem matroos op de volsteven van W. Gort uit Terneuzen, waar hij bijna een jaar gevaren heeft.

Naar dienst

Aangezien Willem's oudste broer Jacob 'uitgeloot' was, Jacob behoorde tot de laatste lotelingen, moest Willem Taaie na goedgekeurd te zijn, voor zijn nummer naar militaire dienst. Om even terug te komen op Jacob Taaie die had een ga-

ragebedrijf op de hoek Lange weg-Binnenweg te Sommelsdijk, thans een voorbeeldig gerestaureerd bedrijfspand van Leen Osseweijer. Willem had er weinig mee op om naar

Willem had er weinig mee op om naar dienst te gaan, maar achteraf vond hij het toch wel aardig. Natuurlijk werd Willem bij de Koninklijke Marine ingedeeld en kwam terecht op het vliegkamp De Kooij in Huisduincn. Eens per jaar kreeg men op het Vlieg

Eens per jaar kreeg men op het Vliegkamp de Kooij in.spektie die werd uitgevoerd door leden van het Koninklijk Huis. Gedurende een week liep Willem Taaie van alles en nog wat te zoeken om de boel zo proper mogelijk te laten zijn. Op de dag van inspektic arriveerde 's morgens vroeg al Prins Hendrik. Hij kon maar moeilijk uit de auto komen maar groette met zijn sabel de militairen op uiterst beleefde wijze. De eerste wcxirden van de Prins waren: „Geef al die miliciens en onder-officieren een halve gulden van mij". Die toezegging werd met gejuich ont

Die toezegging werd met gejuich ontvangen. Een pilsje kostte toen 9 cent! Twee dagen later bezocht Hare Majesteit Koningin Wilhelmina de Kooij. Willem Taaie had geborsteld en gepoetst dat het een lieve lust was maar hcli-ns op het laatste moment vliegt er een knoop van zijn marine-jekker. Snel en behendig prikte Willem een gaatje in de stof en verbond de knoop met een stukje van een lucifer. Maar de knoop stond op zijn kop. Weliswaar stond Willem in het negende

Weliswaar stond Willem in het negende rot, maar helaas werd elke rij gcïnspekteerd. Dat kwam Willem op 14 dagen huisarrest te staan! Nadat de marineman in 1932 was afgezwaaid, ging hij gedurende de bietencampagne van dat jaar varen op de Neeltje, een klipper van Abraham Munters uit Herkingen. Onder de gage monsterde Willem Taaie

Onder de gage monsterde Willem Taaie zich in 1933 aan bij de HALTION-LIJN die te Rotterdam gevestigd was. Willem werd geplaatst op de Vredenburg. Binnen een maand werd hij matroos. Hij had geluk want de eerste stuurman was eerder koffiekokertje geweest op de sloep waar Marien Taaie, de vader van Willem, schipper was.

Na een jaar op de Vredenburg te hebben gevaren, heeft Willem als het ware moeten bedelen om ontslag te krijgen. Dat lukte maar met m(x;ite.

Willem Taaie is toen in de beurt gaan varen en waar anders vandaan dan vanaf Middelharnis? Eerst voer hij bij Tcwn de Wachter en daarna op de Cornelia van Johan Polak. In 1935 trad Willem Taaie te Sommelsdijk in het huwelijk met Grietje Faasse, dochter van Pieter Faasse en Antje de Keijzer. Zij kregen twee dochters, Jacoba Elisabeth en Anny.

Na de Wachter en Polak werd Willem Taaie zetschipper op de Risico, een motorschip dat Adrianus Taaie, zijn oom, gekocht had van Gilles van den Doel uit Dirksland. Adrianus Taaie had in die tijd ook het motorschip Adriana van uienexporteur Jac. van As te Rotterdam gekocht. Hij nam daarbij gelijk het vervoer

over van uien die op Flakkee en in Zeeland door Van As werden aangekocht en naar Rotterdam verscheept moesten worden. Ik heb daarover al geschreven.

Als zetschipper op de Adriana werd Jan Bestman \iit Herkingen aangesteld. Willem Taaie en Jan Bestman kenden elkaar al van de dienst bij de Marine! Samen hebben ze bijna vijfjaar lang bij A. Taaie gevaren en vele ups en downs meegemaakt.

Met mistig weer voeren zij in de Beningen nogal eens omhoog maar kwamen met vloed wel weer vlot en bereikten dan alsnog hun bestemming. In september 1939 tijdens de algehele mobilisatie van het Nederlandse leger moest Willem Taaie weer opkomen. Eerst moest hij naar Hoek van Holland waar hij het goed naar zijn zin had, maar werd later overgeplaatst naar Ameland, vandaar naar Den Helder en tijdens de oorlogsdagen van 1940 werd Taaie naar Alkmaar overgeplaatst. Van het werkelijke oorlogsgebeuren dat

Van het werkelijke oorlogsgebeuren dat elders in Nederiand plaatsvond maakten de marinemannen daar niet veel mee. Na de capitulatie kwam Taaie na vele omzwervingen weer op Flakkee terug.

Schipper Hendrik Oversier uit Dirksland ktxrht de Hoop op Welvaart, een scheepje van 61 ton, van schipper G. Stam uit Numansdorp. Taaie kreeg op dit schip het stuur in handen en werd zet.schipper. Hij ging rechtstreeks de aardappelvaart in vanaf Dirksland naar Den Haag. Als knechtje kwam toen aan boord Piet van der Gaag uit Delft.

In 1941 stond plot.scling ergens in Den Haag zijn broer Adrianus Taaie voor hem. Die was komen vluchten uit Duitsland en bleef gelijk aan boord. In 1942 werd de Hoop op Welvaart met 5 meter veriengd tot 85 ton. Het karwei nam zes weken in beslag en werd uitgevoerd op de werf van gebroeders Boot te Delft. Oorlogstijd

Oorlogstijd „Toen kwam de ellende. Overal waar je met je schuit kwam te liggen werd honger geleden", verzuchtte de oud-schipper een dezer dagen. Vele mensen waren op de vlucht en wilden terug naar Flakkee. Willem Taaie heeft tal van men.sen naar Flakkee gebracht en van Flakkee veel voedselproduktcn vervoerd naar de stad. Eens nam hij Arend van Gulik en Willem Slui uil Sommcl.sdijk mee van Hellevoetsluis naar het Sas van Dirksland om er maar twee te noemen. Taaie bracht olie mee voor het Van Weel-Bethesda ziekenhuis te Dirksland waar Dr. G. Stoel, de geneesheer-direkteur voor had kunnen zorgen. De laatste twee oorlogsjaren mochten

De laatste twee oorlogsjaren mochten zijn vrouw en twee dochters niet meer mee varen, die gingen in Dirksland aan wal. Eén van de merkwaardigste reizen die Taaie met zijn Hoop op Welvaart maakte was die vanaf de Haringkade te Scheveningen. Eind 1944 lag hij daar aardappelen te lossen toen hij bezoek kreeg van mevrouw Van Zaaien, chef van de Ve- BeNa, een organisatie die de verdeling van aardappelen verzorgde. Op Flakkee was de heer Jongeling uit Den Bommel hoofd van de VeBeNa. Mevrouw Van Zaaien wilde bankpapier ter waarde van ƒ 600.000,- meegeven naar Flakkee. De PTT werkte niet meer. Het geld was verpakt in een boterdoos. Taaie wilde er niet voor tekenen maar nam het geld dan toch maar mee. Het geld werd door hem in Dirksland afgegeven aan Henk Oversier. Taaie kreeg bovendien nog brandstof voorde thuisreis.

's Avonds lagen ze het schip aan de Trekweg weer op te bouwen toen onverwacht zijn oudste broer Jacob per auto arriveerde. Zijn broer nam deel aan het Verzet. Hij bracht dokter C. H. Jessurun, internist-röntgcnoloog van het ziekenhuis te Dirksland aan boord met het dringende verzoek de goede man naar Dirksland te brengen.

De volgende morgen om 7 uur wilden zi van de Trekweg vertrekken maar op dat moment kwam de schipper van Mast van Den Bommel met de Neeltje langszij. De naam van de schipper is Taaie vergeten maar ook hij wilde naar Flakkee vertrekken. Beide schepen vertrokken gelijktijdig. De brugwachter van Rijswijk riep in het voorbijgaan dat er een grootscheepse razzia in Delft aan de gang was. Taaie dacht, ik heb goede papieren en ook de schipper van Mast beschikte daarover. Maar eenmaal te Delft aangekomen waren gelukkig alle brugwachters op hun )ost. Bij de gasfabriek woonde de famiie Mijnders die voor de post en voor de pakjes zorgde van voorbijtrekkende schippers. Daar stopte een militaire auto en van de inzittenden kreeg Taaie te horen dat hij nergens meer mocht stoppen. Dus het schip kon zijn weg vervolgen. Bij de passage van de laatste brug ter hoogte van de kabelfabriek te Delft, het doortochtgeld was reeds betaald, werd de doorvaart plotseling belemmerd. Taaie haastte zich naar beneden, schoof de tafel in de roef op zij en ü-ok een luik in de vloer open waar dokter Jessurun vlug door moest kruipen om zich te verbergen. Nauwelijks stond de tafel op zijn plaats of een Duitse militair stapte binnen in de stuurhut. Hij nam alle papieren in beslag en met getrokken revolver nam hij de gebroeders Taaie mee van boord. De motor mocht Taaie niet eens stil zetten.

n n r n . s n n Twee soldaten namen de 'begeleiding' over en brachten hen naar het station. Daar stonden vele rijen mensen. De Taaie's hadden niets bij zich. Willem's portemonnee lag zelfs nog op het kompasplankje en het grote geld lag ook onbeheerd in de roef. Intussen werden de mensen in de treinwagons geladen voor verder transport naar Duitsland. De gebroeders Taaie schuifelden langzaam met de massa mee in de richting van de gereedstaande trein. Ze kwamen langs de stilstaande auto waarin een NSB-funktionaris zat die schipper Taaie meteen herkende van de aardappeltransporten. Die NSB-er (overigens niet van Flakkeese afkomst) keek op wat vreemde wijze naar Taaie en zei: ,,Wat doe jij hier".

n e r r , e r t Taaie kon hem slechts verzekeren dat de Duitsers in de stelling te Schcveningen in het vervolg geen aardappelen meer zouden kunnen ontvangen als hij naar Duitsland zou worden weggevoerd. Na dit vernomen te hebben stapte die NSBer uit de auto en kwam even later terug met een hoge ome. De twee soldaten die de in beslag genomen papieren van de Taaie's nog in bezit hadden kwamen naderbij.

t Het liep voor de schippers goed af. Zij kregen een briefje mee en het bevel zo 'schnell' mogelijk weg te varen. De tekst van het briefje: Passierschein

Passierschein Delft den 9 Dezember 1944 Die Niederlander W. Taaie geb. 23-2-1012 und Adr. Taaie geh. 3-7-1913 darf die Ahsperrlinien passieren. Dieser Ausweis gilt nurfUr den heutigen Tag Hauptmann (onleesbaar) De .schippers waren weer op vrije voeten. Op elk kruispunt van Delft stonden gewapende militairen. Dat gaf hier en daar nogal wat oponthoud, maar na tweeëneenhalf uur kwamen ze beiden bij de Schic aan waar de motor van de Hoop op Welvaart zich nog altijd liet horen. Aan boord gekomen, lieten ze hun papieren zien aan de Duitsers die daar de wacht hielden. Direkt, namen ze de benen, dat wil zeggen ze zetten het schip onmiddellijk in beweging. Amper was het schip van de kant af, of Taaie liep naar beneden in de roef, tilde het luik van de vloer op en zag daar de arme dokter Jessurun liggen, blauw van de kou! Bovendien was hij nat en vuil geworden van het steenkoude met olie verontreinigde water.

Men kan zich voorstellen hoe blij de dokter toen was. Gauw een borrel ingeschonken en .schoon goed aangetrokken en het ergste leed was weer voorbij. De dokter leek t(x;n wel op een schipper! Laat in de middag arriveerden zij te Rotterdam, waar zij wederom die schipper uit Den Bommel ontmoetten. Hij had zich te Delft in het ruim verstopt en is later doodgemoedereerd vertrokken. Door het Spui ging het huiswaarts. Hier en daar werd door de Duitsers nog gecontroleerd en zelfs (voor de boeg) werden nog enige schoten gelost. Met natte zakken die op de uitlaat werden gehangen voeren zij de Beningen uit en verder over het Haringvliet richting Dirksland. Die nacht zijn ze voor de trambrug die over de Dirksland.se haven lag (en nog ligt) blijven liggen. Dokter Jessurun werd door Adrianus Taaie naar de familie Bogerman aan de Secrelaricweg gebracht.. Voor meer details daarover, zie het boek Blijvend Gedenken van D. Hoogzand.

Na de oorlog Na de oorlog was er overal veel werk, zeker ook voor de schippers. Taaie is toen in combinatie gaan varen. Hij vervoerde toen in hoofdzaak uien en peen naar Rotterdam die bestemd waren voor de export. In 1946 kwam Hendrik Oversier te Dirksland te overlijden. Willem Taaie heeft toen het schip de Hoop op Welvaart overgenomen en het jaar daarop liet hij het schip lichten of verhogen. Hierdoor werd de tonnage op 101 gebracht, maar dat was nog niet groot genoeg voor de wilde vaart. In 1951 liep Taaie met zijn schip vast op een strek-

dam tussen Goedereede en Stellendam. Taaie is toen naar het dorp Stellendam gelopen en riep de hulp in van Willem de Jager die met de Reddingboot de Hoop op Welvaart van de dam trok. De Ramp

De Ramp Vrijdagsavonds voorafgaande aan de Watersnoodramp van zondag 1 februari 1953 was Taaie met zijn .schip van Flakkee vertrokken naar Rotterdam. Pas om 9 uur was het schip met uien geladen en twee uur later voer hij op het buitenwater van het Haringvliet. Hij koos de weg door het Spui. Het was niet best, vond Taaie, maar het schip was goed afgedekt verzekerde hij. 's Nachts om 2 uur arriveerde hij te Rotterdam. Een uur later begon men met het lossen van de uien die in verschillende zeeboten moesten worden overgeladen. 's Zaterdagsmiddags om 5 uur was de

's Zaterdagsmiddags om 5 uur was de Hoop op Welvaart leeg en legde aan in de Jobshaven van Rotterdam. Het weer was toen zeer slecht!

's Maandags 2 februari, na nog wat aan de motor te hebben gesleuteld, vertrok de Hoop op Welvaart van Rotterdam via het Spui tot Oud-Beijeriand. Het water stond nog steeds erg hoog en de wind was nog zeer krachtig. In Oud-Beijerland lagen sleepboten en andere schepen waaronder die van de Torpedisten. De kapteins en schippers van deze schepen wilden van Taaie weten waar hij naar toeging. Het antwoord was: naar Middelharnis. „Kom maar achter mij aan", riep Taaie behulpzaam als hij was en zo voeren zij met wel zes schepen naar Middelharnis waar het in de buitenhaven reeds ontzettend druk was.

Na vele moeilijkheden tijdens het schutten arriveerde* de Hoop op Welvaart om twee uur bij het Vingeriing dat door de overstroming geheel onder de slik was geraakt. Die middag maakte Taaie nog twee reisjes met evacué's naar het Havenhoofd. Toen het donker werd moest Taaie naar Hellevoetsluis varen om accu's en radiozenders. Maar de schipper kon met zijn schip de buitenhaven niet uit. Die lag vol met schepen. Taaie werd bereid gevonden als loods op een van de schepen van de Torpedisten naar Hellevoetsluis te varen. Dat was de oplossing. Het benodigde materiaal werd opgehaald en naar Middelharnis gebracht. De daaropvolgende dagen heeft Taaie nog veel mensen vervoerd. 's Wocnsdagsmorgcns om 9 uur, dat was

's Wocnsdagsmorgcns om 9 uur, dat was dus op 4 februari, landde een helicopter op de zogenaamde peekaoie van Middelharnis. Wie stapten daaruit? Prins Bernhard met een aantal begeleiders. Op dat moment stapten vele mensen aan boord van de Hoop op Welvaart. Bij de loopplank hield Taaie de aanschuifelende mensen echter tegen. Het schip was vol. „Over een uur ben ik weer terug", zei Taaie ter geruststelling. Dat horende stapte Prins Bernhard naar voren en vroeg, „Schipper mag ik met u meevaren?"

De Prins wilde niet in de stuurhut plaats nemen, maar stapte in het dampigc ruim tus.sen de mensen, die door het zeewater uit hun huizen waren verdreven. De Prins gaf hen een hand en maakte een praatje met hen. Naar het Havenhoofd was het maar een half uurtje varen. Daar werden de evacué's overgescheept. Prins Bernhard vroeg aan Taaie of hij even wilde wachten, want hij wilde met eigen ogen zien op welke wijze die mensen verder moesten worden vervoerd. Daarna nam de Prins plaats in de stuurhut van de Hoop op Welvaart. Met een kopje koffie in de hand en een strootje in zijn mond voelde de Prins zich bij Taaie best op zijn gemak.

De Prins hoorde zelfs dat het schip een Industrie-motor had! Terug op de kaai van Middelharnis was het daar enorm druk van de mensen geworden.

De zondag daaropvolgend werd aan Taaie gevraagd of hij een Engels landingsvaartuig naar Den Bommel wilde loodsen. Het gevaarte lag in de buitenhaven van Middelharnis. Twee Nederlandse Marine-officieren wezen Taaie erop dat het vaartuig 12V^ meter breed was. „Dan kan het niet", sprak Taaie toen gedecideerd.

Toch naar Den Bommel gevaren! Doch in de vaargeul van de haven aldaar kwam het vaartuig klem te zitten. De kaptein wilde tenslotte de schroeven niet meer gebruiken en met behulp van enige sleepboten is dat landingsvaartuig naar buiten getrokken het Haringvliet op en keerde onvertichterzake terug naar Middelharnis. Willem Taaie was blij dag hij ervan af was. Na tien dagen voer Taaie weer met zijn eigen schip naar Dirksland, waar hij per slot van rekening gedomicilieerd was.

Normale omstandigheden

In 1954 liet Taaie het schip weer veriengen. Bij Nobel te Moordrecht werd die verlenging uitgevoerd en het schip kwam daannee op 138 ton. De oude 35 pk Industriemotor werd in 1955 vervangen door een nieuwe 90 PK motor van het merk Mercedes.

In 1960 verkocht Taaie de Hoop op Welvaart aan een graanhandel te Jaarsveld en werd de naam veranderd in Woelwater. Taaie kocht daarvoor in de plaats de Vertrouwen van Dirk Okker uit Dirksland. Dat schip mat 120 ton en kreeg de naam als de vorige: Hoop op Welvaart. Twee jaar later, in 1962, kwam Taaie in kontakt met A. Nobel, aardappelhandelaar te Den Haag. Samen lieten zij te Foxhol een rijnschip van 730 ton bouwen. Het nieuwe schip heette Dacapo. Het oude schip Hoop op Welvaart, ex- Vertrouwen, werd verkocht aan een schipper uit Coevorden.

Taaie ging met de Dacapo de Rijn op. Hij vervoerde onder andere boomstammen naar Mannheim. Een jaar later kwam hij terecht in een ploeg van 4 schepen voor het vervoer van zand en grind. Dat materiaal moest van Limburg naar Kats worden vervoerd voor de aanleg van de dam in de Oosterschelde. In 1964 is Taaie als zelfstandig schipper gestopt. Hij is toen in dienst gekomen bij Rijkswaterstaat en werd schipper op verschillende peilboten. Twaalf jaar later, in 1976, is Taaie gepensioneerd en woont thans in Hoek van Holland. Willem Taaie is na zijn echtscheiding met Grietje Faasse in 1952 hertrouwd met Trijntje Adriana Verkuyl. Zij had een zoon, Pieter van Emmerik.

Hiermede wordt de serie over de schepen van Goeree en Overflakkee beëindigd. Deze serie kon eigenlijk niet beter worden afgesloten dan met dit verhaal. Een verhaal dat begon over een kind van 10 jaar dat in 1922 op één van de vissloepen van Middelharnis als koffiekokertje zijn maatschappelijke loopbaan begon. Die 's avonds door zijn vader en niet door zijn moeder in de kooi moest worden getild. Die op het hospitaalschip De Hoop gediend heeft. Die oog in oog gestaan heeft met Prins Hendrik en Pnns Bernhard. Die gevaren heeft en nog eens gevaren heeft. Die altijd sportief en collegiaal is geweest, een man die nog altijd graag naar Flakkee komt! De serie heeft een jaar tijd in beslag ge

De serie heeft een jaar tijd in beslag genomen, elke week heeft de redaktie van Eilanden Nieuws er ruimte voor gemaakt en elke weck hebben de heren Jan van der Valk en Jacob Lugtenburg een aflevering krantklaar gemaakt waarvoor mijn bijzondere dank.

Al die verhalen zijn waard om ze voor het nageslacht in boekvorm te bewaren, schreef een man uit Den Haag. Ik hoop daarin in 1995 te zullen slagen maarrr... ik heb daarbij een dringend verzoek aan de schippers of aan familieleden van gewezen schippers nog eenmaal uw favoriete foto's te willen opsturen aan schrijver dezes. De opgestuurde foto's komen gegarandeerd in het boek!

Met veel dank aan schipper W. Taaie te Hoek van Holland.

D. Hoogzand Hyacinthenstraat 8 3245 CN Sommelsdijk P.S. Volgende week de laatste aflevering over de binnenscheepvaart in relatie met het Streekmuseum en Schuttevaer.

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1994

Eilanden-Nieuws | 16 Pagina's

De schepen van Dirksland

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1994

Eilanden-Nieuws | 16 Pagina's