Samen Terug *)
Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot de HE- RE. Klaagliederen 3 : 40
Als wij vanavond hier bijeenzijn om de Kerkhervorming te herdenken, betekent dit niet, dat wij slechts terugdenken aan wat ruim vier-eneen-halve eeuw geleden in de Christelijke Kerk van West-Europa is gebeurd. Niet, dat dit te gering zou zijn om te gedenken! Gods daden in de geschiedenis zijn altijd het herdenken waard. En in het bijzonder geldt dit de grote daden Gods, die Hij aan Zijn Kerk heeft verricht in de zestiende eeuw. Dat ook vandaag nog het Woord Gods mag worden verkondigd in zijn volle waarheid en diepte, dat is toch onder meer een vrucht van de Reformatie. Alleen reeds daarom is er reden te over om met dankbaarheid terug te zien op wat de Here met en in Zijn Kerk in het verleden heeft gedaan.
Toch zullen wij op een dag als vandaag niet maar kunnen volstaan met terug te zien. We worden óók opgeroepen om te zien hoe het in het heden met de Kerken der Reformatie ge-steld is. Kerkhervorming vieren betekent óók zich bezinnen op de vraag hoe die Kerken der Hervorming in deze tijd eraan toe zijn. Hoe de lijnen lopen van het verleden naar het heden. En dan kan de vraag niet uitblijven of de Kerken der Reformatie aan hun oorsprong trouw zijn gebleven, óf dat zij in mindere of meerdere mate van dit spoor zijn afgeweken. Daarop vooral wil ik met u de aandacht richten.
Het ligt danook voor de hand om op deze 31ste oktober lijnen te trekken, die zo nauw mogelijk aansluiten bij de situatie van dit ogenblik. Dat zou ik inderdaad vanavond willen doen. De titel van mijn toespraak heeft u wellicht reeds in een bepaalde richting doen denken. In deze zelfde oktobermaand zijn, nog maar enkele weken geleden, de synodes van de Gereformeerde Kerken en de Nederlandse Hervormde Kerk bijeengeweest. Dit samen-zijn stond in het teken van het Samen op weg. En de algemene indruk is, dat het op deze laatste bijeenkomst duidelijk is geworden, dat deze beweging tussen de twee kerken in een flinke stroomversnelling gekomen is. Er zijn grote vorderingen gemaakt, zodat menigeen de gedachte koestert, dat het één-^worden van de Gereformeerde Kerken en de Hervormde Kerk nu niet lang meer op zich zal laten wachten.
Samen op weg. Nu hebben wij boven deze toespraak het opschrift geplaatst: Samen terug. Bedoelen wij daarmee hetzelfde? Of willen wij daarmee precies een andere kant opgaan?
Ik moet zeggen, dat mijn thema allereerst ontleend is aan en geïnspireerd is door het woord uit de Schrift, dat ik u zojuist heb voorgelezen, en wel uit de Klaagliederen van Jeremia, hoofdstuk 3 vers 40. Daar lezen wij het woord van de profeet, waarin hij zichzelf en zijn volk oproept: >,Laat ons onze wegen onderzoe-ken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot de HERE". Vooral dat laatste: „Laat ons wederkeren tot de HERE", heeft mij voor de geest gestaan toen ik mijn thema formuleerde als: Samen terug.
Ju woord van de profeet paste geheel bij de siluade, waarin het wolk Israël op dat ogenblik verkeerde. Die situatie was allerbedroevendst. Het volk had door het dienen van de afgoden zich het oordeel van God op de hals gehaald. Nu was dit oordeel in al zijn verschrikkelijkheid losgebroken. Het volk was weggevoerd, de stad Jeruzalem was verwoest, de tempel lag in puin, de dienst des Heren was tenietgedaan, en een onheilspellende toekomst stond voor de deur. In deze situatie verkeert de profeet met zijn volk, wanneer hij zijn klaagliederen uitspreekt. Want niet alleen het volk gaat eronder door, maar ook de profeet-zelf gaat eronder door. Hij is immers door zo grote liefde met zijn volk verbonden.
Maar hoe somber de toestand op dit ogenblik ook is, toch blijft er zelfs in deze omstandigheden ruimte voor de oproep om weder te keren tot de Here. De weg terug staat ook nü nog open. En als die weg bewandeld wordt, dan is er ook nü nog hoop voor dit ellendige en schuldige volk
Die oproep betreft dus een wederkeren tot de Here: „Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot de HE- RE". Van grote betekenis is het om te letten op dat wederkeren. De Israëlieten zijn afgeweken van God en van Zijn wegen. Zij zijn hun eigen wegen gegaan. En nu worden zij opgeroepen om van hun eigen wegen terug te keren tot de weg des Heren.
Dat wederkeren speelt in heel de Schrift een belangrijke rol. Ja, het is zelfs zó: telkens wanneer er niet alleen in het Oude, maar ook in het Nieuwe Testament gesproken wordt over bekering en zich bekeren, dan staat er altijd een woord, zowel in het Hebreeuws als in het Grieks, dat wederkeer en wederkeren betekent. Bekering is altijd wederkeer, terugkeer. Terugkeer van eigen wegen af naar de weg des Heren toe. En dan een terugkeer, die met innerlijk berouw en met diepe droefheid gepaard gaat, omdat men beseft dat men door eigen wegen te gaan de Here bedroefd en Hem oneer aangedaan heeft. Bekering is terugkeer tot de Here met geween en met ootmoedige schuldbelijdenis. Zó moet het worden verstaan, als hier de profeet zichzelf en zijn volk oproept om weder te keren tot de Here. Het gaat om een samen terugkomen van eigengekozen paden en om een in ootmoed en in waarachtig schuldbelijden zich richten op de weg des Heren. Samen terug!
Ja, dat doet ons wel onmiddellijk denken aan Samen op weg. En nogmaals stel ik de vraag: Is dit hetzelfde? Is hiermee hetzelfde bedoeld? Of is dit precies het tegenovergestelde? De woorden^zelf wijzen erop, dat er toch wel een belangrijk verschil is. Samen op wèg, dan kijk je niet achteruit, maar vooruit. Samen op wèg veronderstelt, dat je samen op de goede weg bent en samen daarop verder wilt gaan. Samen op wèg geeft je ook een hoopvolle stemming. Je weet waar je naar toe wilt, en je bent ervan overtuigd, dai, het doel een goed doel is. Zó proef ik op dit ogenblik danook de stemming rondom het Samen op weg. Als dat zo is, dan kom ik met dit woord uit onze tekst toch wel heel ergens anders uit. Hier wordt niet hoopvol vooruitgekeken in het verlengde van de koers, die men is ingeslagen. Maar hier staat men verlegen en ontgoocheld stil op zijn weg. Hier wordt een bittere ontdekking gedaan. Wij zijn verkeerd. Wij zijn de verkeerde weg ingeslagen. Wij zijn verdwaald. Wij moeten terug. Wij moeten van deze weg af naar een andere weg, naar de goede weg toe. Dat geeft ons een andere houding. Niet een hoopvolle toekomst wenkt ons, maar een oordeel komt op ons af. Als wij zó doorgaan, dan zijn wij samen op weg naar de afgrond, naar de ondergang.
Zou de situatie van het volk Israël in het verleden dan helemaal niets te maken hebben met de situatie van de Kerken der Reformatie in het heden? Dat volk was afgeweken van de dienst des Heren om de toen hen omringende moderne afgoden te dienen. Dat was de zonde van Israël. En zij hebben het geweten! Maar is dit óók niet de zonde van de Kerken der Reformatie? In de tijd van de Kerkhervorming werd een terugkeer gevonden van de dwaalwegen van de Roomse godsdienst naar de enige en ware weg van het Woord van God, van het Evangelie van Jezus Christus, van het sola scriptura, sola gratia en sola fide; door de Schritt-alleen, door d e g e n ade - a 11 éé n en d o o r h et geloofalléén. Maar is er sindsdien niet opnieuw een afwijken van deze weg gekomen, dat juist in onze dagen zo'n uitdagende en vérgaande vorm heeft aangenomen? Waar is het sola scriptura, 'waar de Schrift die alléén het voor het zeggen heeft, waar is die alléén nog werkelijk de weg waarop men gaat? Waar wo-rdt nog geleefd en gehandeld vanuit het sola gratia, alléén door de genade Gods in Jezus Christus, waarbij van al het menselijke niets overblijft? En waar wordt de werkelijkheid van het sola fide, het door het geloof-alléén, nog gekend en verkondigd en in praktijk gebracht? Wij zouden hierover natuurlijk nog heel wat meer kunnen en moeten zeggen. Maar samenvattend wil ik erop wijzen, dat heel de nieuwere theologie één langgerekt bewijs is, dat men weer is teruggevallen in de oude zuurdesem van de andere goden naast de éne waarachtige en levende God en Vader van onze Here Jezus Christus. God èn de mens samen, wij mensen zijn er ÓÓK nog! — dat is immers het thema van de moderne theologie. En wij —• en niet weinigen met ons — vrezen, dat het juist deze nieuwere stromingen zijn, die de theologische en kerkelijke achtergronden van het Samen op weg bepalen, zo niet beheersen. Als dat waar zou zijn, dan zou samen op wèg betekenen, dat wij samen nog verder van huis raken en samen bezig zijn de Kerken der Reformatie nog meer naar het moeras te voeren, waarin zij reddeloos wegzinken. En dan is er zeker geen hoopvolle toekomst. Dan zal het alleen nog maar van kwaad tot erger gaan.
Daarom moet het juist nu klinken: „Laat ons wederkeren tot de HERE". Niet: samen op wèg in die zin die ik zojuist aangaf, maar: samen terug! Wij moeten samen terugkeren van onze dwaalwegen en samen in ootmoed vragen naar de weg des Heren. Wij moeten ons samen bekeren tot Hem.
Samen terug. Ik heb een ogenblik de nadruk laten vallen op dat woordje „terug". Daar moet echter geen misverstand over bestaan. Het gaat om een terugkeren tot de Here en Zijn Woord en Zijn Dienst. En dus niet om een terugkeren tot een situatie van vijftig of tweehonderd jaar geleden. Zelfs gaat het niet om een terugkeren tot de zestiende eeuw, gesteld dat dit mogelijk zou zijn. Nee, het gaat om bekering, dat wil zeggen: om terugkeer tot de Here en Zijn Woord en Zijn Dienst alléén. „Laat ons wederkeren tot de HERE!" Onze moderne kerk moet niet ouderwets gaan worden. En onze theologie en prediking moet niet twee eeuwen teruggeplaatst worden. Dat zou een machteloze operatie zijn zonder enig uitzicht op een werkelijke vernieuwing. Maar de theologie en de prediking en de kerk en het leven der gemeente moeten zich weer radikaal laten leiden door het Woord Gods en door de Geest des Heren. Tot dat Samen terug worden wij opgeroepen. Wij moeten terugkeren tot de Here en toch meteen volop blijven staan in het heden van deze wereld en van deze tijd. Zó moeten wij dus samen terug.
Nu wil ik ook evenzeer de nadruk laten vallen op dat woordje „samen". Samen terug! Uit wat ik zoeven gezegd heb, zou iemand de indruk kunnen krijgen, dat ik vanaf deze hoge kansel bezig ben anderen, die voor dit Samen op weg zich inzetten, te veroordelen. Door tot hen te zeggen, dat zij op de verkeerde weg zijn. Daarbij dan veronderstellend, dat ikzelf mij daar niet aan schuldig maak en dus zelf met allen, die dit Samen op weg óók veroordelen, op de goede weg ben. Wie deze conclusie trekt, is er wel helemaal naast.
Wat mij persoonlijk betreft kan het direct al duidelijk zijn door het feit, dat ikzelf sinds enkele jaren tot op de dag van heden deelgenomen heb aan het werk van de commissie van Samen op weg: Kernen van Belijden, en daar ook zelf een bijdrage aan geleverd heb. Ik zou mijzelf dus al heel erg tegenspreken, als ik mij nu als veroordeler opwierp, als iemand die erbuiten en erboven stond. Zo iets kan ik mij beslist niet veroorloiven.
Maar hoe het dan wèl zit, zal u duidelijk worden als wij nu letten op dat woordje „same n". Samen terug! Dat ,,samen" ontleen ik eveneens aan Klaagliederen 3 : 40. Onze tekst is een oproep van de profeet Jeremia tot het volk Israël om weder te keren tot de Here. Maar u moet er wel goed op letten, hoe die oproep er uit ziet. Die ziet er niet zó uit, dat de profeet alleen het volk opvordert om weder te keren. Hij zegt niet: „Gij volk, keer weder tot de Here!" Hij spreekt niet in de tweede persoon, tot de ander, en dan zó dat hij er zelf buiten blijft staan. Nee, hij spreekt in de eerste persoon, de eerste persoon meervoud. Hij roept het volk op, maar hij sluit er zichzelf helemaal bij m: „Laat óns wederkeren tot de HERE". Niet slechts de ander moet terugkeren, maar wij moeten samen terugkeren. De profeet deelt dus in de schuld van het volk. Hij behoort immers tot dit volk. Hij is ermee verbonden, hij heeft het ondanks alles lief.
U gevoelt wel, dat dit ons meteen al een andere houding, een andere gezindheid geeft. Als wij alleen de ander terechtwijzen, dan stellen wij onszelf erbuiten. En onszelf erbuiten stellen is hetzelfde als onszelf erboven stellen. Dan voelen wij onszelf niet schuldig. Dan menen wij, al of niet uitgesproken, dat wijzelf wèl op de goede weg zijn. Dan behoeven wijzelf ons niet te bekeren. Welnu, die houding wordt hier radikaal afgewezen.
En dat geldt nu ook voor ons. Het gevaar bedreigt ons, broeders en zusters! dat wij ons beperken tot de uitspraak, dat die beweging Samen op weg een afkeurenswaardige beweging is, waar wij „nee" tegen moeten zeggen. Dat is alles! Daarna wordt er niets meer gezegd. Maar als wij ons zó opstellen, dan stellen wij ons erbuiten. Dat wil zeggen: buiten de schuld van de afval en de gebrokenheid der Kerk; buiten de belijdenis, dat wij mede schuldig staan. Dat is een harde, onvruchtbare en alleen maar negatieve gezindheid. Het is ten diepste een farizeese gezindheid: wij zijn heiliger dan gij! En die gezindheid is er ook werkelijk, wanneer wij het woord van de profeet: „Laat ons wederkeren tot de HERE", niet op onszelf toepassen in de hooghartige mening dat dit woord alleen voor anderen geldt. Dat is echter een formidabele misvatting, een fatale vergissing. U moet maar eens lezen, wat er onmiddellijk aan dit woord voorafgaat. Onze tekst zegt: „Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken". Ook hier klinkt weer dat „ons". Zelfonderzoek is iets, dat niet alleen de ander moet doen, maar waartoe ook wijzelf worden opgeroepen. Het gaat toch om zelfonderzoek! Onze wegen onderzoeken èn doorzoeken. Het staat er dubbelop alsof de profeet wil zeggen, dat wij niet al te gauw moeten denken daarmee klaar te zijn. Wij mogen niet al te vlug menen, dat het met onszelf wel goed staat. Nee, doe het dan nog maar eens over! Onderzoek niet alleen uzelf, maar doorzoek uzelf ook! Helemaal, van top tot teen, tot in merg en been, tot in het binnenste van uw hart!
Als wijzelf aan dit onderzoek onderworpen worden, hoe komen wij er dan voor te staan? Als ik nog weer eens even de gouden standaard van de Reformatie mag aanleggen, dan vraag ik u en mijzelf: Wat is er bij ons nog te vinden van die eerbiedige en gelovige gehoorzaamheid aan het Woord van God? Hebben ook wij niet onze eigen inzichten en theorieën gesteld in de plaats van Gods Woord? Waar is het bij óns nog te vinden, dat wij al onze gedachten gevangen voeren tot de gehoorzaamheid aan Jezus Christus? En waar wordt onder ons nog gevonden dat kinderlijk leven uit de volkomen genade Gods in de Zoon van Zijn liefde? Zijn wij met onze rechtzinnigheid en onze tradities en sjibboleths niet bezig een tweede bron aan te boren, waaruit wij óók leven en waarop wij menen óók te kunnen steunen? En is dat door het geloof-alléén niet op allerlei wijze vertroebeld door een gezindheid, die ook nog andere hulpmiddelen te baat wil nemen om een gelovig en bekeerd en vroom mens te zijn? En wat brengen wij ervan terecht in de praktijk van ons leven? Van ons persoonlijk leven, van ons gezinsleven, van ons gemeentelijk leven, van ons kerkelijk leven, van onze maatschappelijke en politieke roeping?
Ik spreek hier in het verband van het Contact Orgaan van de Gereformeerde Gezindte. Maar èn de Gereformeerde Gezindte als zodanig èn het Contact Orgaan van deze Gereformeerde Gezindte zijn er, althans landelijk bezien, het overduidelijke bewijs van, dat wij allen zonder uitzondering bezig zijn onze eigen wegen en weggetjes te bewandelen. En wij prijzen ons eigen weggetje telkens weer aan boven dat van de ander. Ja, daar zijn wij druk mee, maar juist daarmee maken wij het nog duidelijker hoe verkeerd wij zijn. Laten wij toch niet vergeten, dat dit Contact Orgaan óók een vorm is van een Samen op weg. Samen op weg met zoveel verschillende groepen en groepjes, die alle gereformeerd willen zijn en menen dat zijzelf het nog méér zijn dan de ander. Wat dunkt u van dat Samen op weg, dat nu al jarenlang aan de igang is en tóch nog nooit van de grond is gekomen, omdat het stufebreekt op onwil en laksheid, en omdat ieder druk is met zichzelf? Zou dat dan de weg zijn, de goede weg, de weg des Heren? Gevoelt u wel, broeders en zusters! hoeveel boter wij op ons hoofd hebben? Dan moeten wij maar niet te veel in het zonnetje gaan staan van de kritiek op anderen. Laten wij toch niet in de tweede persoon spreken. Laten wij liever in de eerste persoon spreken, de eerste persoon meervoud: „Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot de HERE". En als er dan geklaagd moet worden — en er móét geklaagd worden —, blijft de enige gegronde klacht die van het vers, dat aan onze tekst voorafgaat: „Wat klaagt dan een levend mens? Eenieder klage vanwege zijn zonde". Hoort u het goed: vanwege zijn zonde! Dus niet: vanwege de zonde van de ander. Maar: van vvege z ij n zonde! Dan gaat niemand van ons vrij uit, of we nu hervormd zijn, of gereformeerd (synodaal- of vrijgemaakt- of nederlands-gereformeerd) of christelijk-gereformeerd en noem maar op. Ieder van ons staat hier schuldig. En als wij daarvan nu het pijnlijke gevoelen, dan komt er ruimte om het niet tot de ander, maar tot elkander te zeggen: Komt, laat ons samen wederkeren tot de Here!
Zó samen op weg, op de terugweg, de weg des Heren gaan, dat is de opdracht van heden. En als wij dat doen, dan vieren wij ook op de rechte wijze de Kerkhervorming. Want ook de Kerkhervorming is niets anders geweest dan de grote beweging van het samen op weg gaan, op de terugweg tot de Here en Zijn Woord en Zijn Dienst. En wat heeft Calvijn zich ingespannen om die weg werkelijk samen te gaan!
Wellicht voelt u nu ook aan, welke concrete consequenties in deze oproep liggen opgesloten. Want wederkeren tot de Here is natuurlijk niet maar een stichtelijke kreet, die verder zonder gevolgen kan blijven. Nee, als wij menen wat we zeggen, dan zal dat ook uit de gevolgen en uitkomsten moeten blijken. Welnu, die consequenties vat ik samen in de twee woorden van ons thema: Samen terug.
Samen. Daar begin ik mee. Dat is heel concreet. Zoals wij hier vanavond samen zijn. Wij zijn hier samen als hervormden, als gereformeerden (synodaal- of vrijgemaakt- of nederlands-gereformeerden), als christelijk-gereformeerden, als leden van de Gereformeerde en Oud-Gereformeerde Gemeenten, enz. Ik wil niemand buitensluiten. Wij herdenken hier samen de Kerkhervorming. Want als gemeenten en kerken stammen wij allen tezamen uit dezelfde wortel van de Kerk der Reformatie. Welnu, wij worden samen opgeroepen om terug te keren. Ja, samen! Dan moet u dus straks niet weer in uw eigen schulpje wegkruipen en u van de ander niets aantrekken of weer rustig verder gaan met de ander te veroordelen en daarmee stilzwijgend uzelf een voldoende te geven. Nee, wij moeten samen wederkeren tot de Here. Ik wil u oproepen om iets te gaan zien en laten zien van het onduldbare, dat wij zó verbrokkeld zijn. Om de breuk van de dochter van Jeruzalem weende de profeet Jeremia in zijn klaagliederen. Ik moet zeggen, dat ik er óók om ween. Het is allerbedroevendst en God-onterend. Wij zijn helemaal verkeerd.
En daarom moeten wij samen terug. Nee, nu mogen wij geen selectie gaan toepassen, bijvoorbeeld uitsluitend samen met de leden van de Gereformeerde of Oud-Gereformeerde Gemeenten of met wie dan ook. Want dan bent u toch weer bezig van uzelf gunstiger te denken dan van de ander. Dan zet u die ander er toch weer buiten, of u gaat er zelf weer buiten en boven staan. Nee, nogmaals: wij moeten samen terug. Als u alléén terugkeert tot de Here, dan vraagt Hij u: „Waar is uw broeder? Waarom bent u niet samen gekomen? Was die ander toch nog slechter dan u? Vond u het niet de moeite waard hem erbij te betrekken?" Maar zó kan het toch niet. Samen. Ik meen als hervormde te moeten zeggen: dus ook samen met de gereformeerden en met de ohristelijk-gereformeerden en met de leden van de Gereformeerde en Oud- Gereformeerde Gemeenten, enz. Samen!
En nu vervolgens: samen terug. Omdat wij samen op de verkeerde weg zijn, de weg van het dienen van onze eigen vrome, rechtzinnige of moderne afgoden. Ik meen te moeten zeggen, dat de hedendaagse beweging tussen de Gereformeerde Kerken en de Nederlandse Hervormde Kerk Samen op weg op de verkeerde weg is. Eén heel belangrijke reden daarvoor wil ik noemen: men probeert op de wijze van een moderne relativerende pluriformiteits-idee de breuk op het zachtst te helen en waarheid en halve waarheid of zelfs waarheid en leugen hand in hand te doen gaan. Dat is een heilloze weg zonder toekomst; het is niet de weg des Heren en ook niet de weg der Reformatie, maar een eigengekozen weg. Het is schijnbaar een uitweg uit de problemen, maar in feite een uitweg die nog dieper in het slop voert en uiteindelijk in de valse kerk belandt. Zó mogen wij niet samen op weg gaan; nee, wij moeten samen terugkeren om weer te vragen naar het Woord Gods in zijn onverkort goddelijk gezag en naar de belijdenis der vaderen, naar het spoor dat de Reformatie heeft getrokken.
Maar ik meen ook d i t te moeten zeggen: de weg, die de rest van de Gereformeerde Gezindte gaat, bijvoorbeeld geconcretiseerd in de vorm van het Contact Orgaan van de Gereformeerde Gezindte, om eens een keer per jaar met elkaar een conferentie te beleggen, er je zegje te doen en daarna weer even rustig je eigen kerkelijk leven gescheiden en liefdeloos en concurrerend ten opzichte van elkaar voort te zetten, en dat alles onder de dekmantel van rechtzinnigheid, is niet minder en niet minder fataal de verkeerde weg. Waarvan evenzeer geldt: zó mogen wij niet verder gaan; nee, wij moeten samen terugkeren. Wij moeten samen ons onderwerpen aan en schuilen onder het onverkorte Woord van God en de breedte en de diepte en de scherpte van onze reformatorische belijdenis. Ook in dat opzicht geldt: samen terug!
Tot die gezamenlijke terugkeer worden de Kerken der Reformatie vanuit het profetische Woord van God opgeroepen. En als zij daaraan geen gehoor geven, staat het radikale oordeel van God voor de deur. God zal een voleinding maken met de kerken van Nederland. Zij zullen sterven in hun verslapping of stikken en uit elkaar spatten in hun verstarring. Maar als zij samen terugkeren tot God en Zijn alleen-goddelijk gezaghebbend Woord, dan zal er een dageraad zijn, dan zal er vernieuwing en bevrijding komen. En dan is er een toekomst voor de Kerk, juist mi, nu wij leven in het laatste der dagen. „Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonde. Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot de HERE".
Naschrift van de redactie
Onlangs maakte een belangstellend lezer van ons blad mij opmerkzaam op de hierboven afgedrukte Hervormingstoespraak van Prof. Dr. C. Graafland. Op mijn verzoek was Dr. Graafland spontaan bereid mij zijn toespraak ter beschikking te stellen om deze in het Kerkblaadje te publiceren. Voor zijn bereidwilligheid ben ik hem zeer dankbaar. Naar mijn oordeel heeft hij op Hervormingsdag 1979 een authentiek bijbelsreformatorisch getuigenis doen horen in de geest van de Elberfeldse prediker Dr. H. F. Kohlbrugge.
Met de opname van de Hervormingstoespraak van Dr. Graafland heb ik tevens voldaan aan het verzoek, dat de redactie herhaalde malen vanuit de lezerskring bereikte, om voorlichting inzake de beweging Samen op weg.
D. VAN HEYST
*) Hervormingstoespraak, gehouden te Ede op 31 oktober 1979 in het verband van het Contact Orgaan van ds Gereformeerde Gezindte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1980
Kerkblaadje | 8 Pagina's