Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leven tussen hoop en vrees

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leven tussen hoop en vrees

21 minuten leestijd

Wat kan er gebeuren met iemand als het coronavirus hem of haar zwaar te pakken heeft? Erwin (41) en Wendy (38) Livestro uit Swifterbant maakten het mee toen Erwin op de intensive care terechtkwam. Het dagboek van Wendy.

vrijdag 20 MAART

Erwin is een beetje verkouden en voelt zich niet lekker. ”Ik ga naar huis”, vertelt hij me ’s middags, terwijl we aan het werk zijn in onze uitvaartonderneming. ”Dan kan ik daar uitzieken.” Ik maak me geen zorgen over zijn gezondheid en ga ervan uit dat het een verkoudheid is die wel weer over gaat.

woensdag 25 MAART

De verkoudheid blijft maar duren. Erwin heeft koorts gekregen, die steeds hoger oploopt.

zaterdag 28 MAART

Hij lijkt steeds zieker te worden. Ik begin me zorgen te maken dat het toch iets anders is dan een koutje. De gedachte aan corona is al een aantal keren bij ons opgekomen. Hij wil liever niet naar de huisarts, maar op aandringen van mij gaat hij toch. Ik blijf, zoals telkens de afgelopen dagen, op de zaak zodat ik ervoor kan zorgen dat het werk doorgaat.

Wat later op de dag belt hij om te vragen of ik thuis wil komen. Het lukt hem niet meer om voor onze acht kinderen te zorgen. ”Ik trek het niet meer in mijn eentje”, zegt hij, ”ik ben echt te ziek.”

zondag 29 MAART

Erwin gaat langs de Covidpost, maar de mensen daar zien nog geen reden om hem door te sturen naar het ziekenhuis. Hij moet thuis uitzieken.

donderdag 2 APRIL

Omdat Erwin te zwak is om op zijn benen te staan, gaan we naar de Covidafdeling van het ziekenhuis in Dronten. Hij heeft 40 graden koorts, is benauwd, hoest veel en alles doet hem zeer. Het is hem aan te zien dat hij heel ziek is. Bij de huisartsenpost moet hij een paar tests doen. Dan worden we doorgestuurd naar ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk. Daar staat een grote witte tent voor de deur. We mogen niet gelijk naar binnen, ze willen eerst weten hoe het met Erwin gaat. Ook ik word getemperatuurd. In het ziekenhuis moeten we even wachten. Als het Erwins beurt is voor een consult, blijf ik in de wachtkamer alleen achter. Om me heen zitten allemaal zieke mensen.

Na een tijdje komt een verpleegster mij halen. Ik mag naar Erwin toe. Als ik de hal in loop, zie ik personeel met mondkapjes voor en pakken aan. Heel onwerkelijk, alsof ik in een andere wereld terecht ben gekomen. Erwin ligt in een klein kamertje, op een eenpersoonsbed. Zuurstofslangetjes lopen naar zijn lichaam. Een machine registreert zijn hartslag en bloeddruk. Ik heb ook een mondkapje voor. Het zit vreselijk, alsof je maar moeilijk adem kunt halen. Ik kan hem geen kus geven, want het mondkapje mag onder geen beding af. Een arts komt langs en ver-telt dat het in zijn optiek 99,9 procent zeker is dat Erwin corona heeft. Hij wordt opgenomen.

Een verpleegster vertelt me dat ik weg moet, maar dat ik straks mee mag naar de Covidafdeling om te zien waar Erwin komt te liggen. Daar trek ik me aan op in de volgende uren, die ik wachtend op een gang doorbreng.

Na drie uur wordt er een eenpersoonsbed naar de lift gereden, met twee verpleegkundigen erbij. Erwin ligt in het bed. Ik kijk afwachtend naar de verpleegkundigen, in de veronderstelling dat ik mee mag om afscheid te nemen. ”Je weet dat je hier moet blijven?” zeggen ze. ”Je mag echt niet mee naar boven.” En kordaat rijden ze het bed naar de lift. Ik kan nog net een hand van Erwin vastpakken. En weg is hij. Beduusd blijf ik achter. Wat nu? Zal ik hem nog wel terugzien? Erwin en ik maken ons geen illusies als het om Covid-19 gaat. We werken in de uitvaartbranche en weten hoe het zit. De verpleging maant mij dringend om het ziekenhuis te verlaten. ”Maar ik heb zijn telefoon nog in mijn zak”, sputter ik tegen. In de auto bedenk ik dat ik niet eens meer tegen Erwin heb kunnen zeggen dat ik van hem houd.

Later die dag belt hij met de telefoon van zijn buurman op de zaal. Of ik zijn telefoon kan komen brengen. En kleding. Ik ben nog zo van de wereld door wat er vandaag is gebeurd dat ik onze oudste zoon naar het ziekenhuis stuur. Ook hij komt even later wat verbaasd weer thuis. ”Ik mocht niet verder dan de deuren, mam. Ik kon de zak met spullen afgeven en moest me weer omdraaien. Ze wilden niet eens zeggen hoe het met hem ging.”

’s Avonds appt Erwin mij. Het gaat niet best, zegt hij. Zijn appjes zijn heel kort. Zelfs typen kost hem te veel energie.

vrijdag 3 APRIL

Ik bel hem zodra ik wakker word. Zijn boodschap is hetzelfde als gisteravond: het gaat niet goed. Hij hangt op. De dokter komt langs. Kort daarna krijg ik opnieuw een berichtje. Bellen wil hij niet, daar is hij te emotioneel voor. Want ze zijn van plan hem in slaap te brengen. Zijn berichtje voelt als een klap in ons gezicht. Want we weten dat hij misschien nooit meer wakker zal worden. Erwin is astmapatiënt, zwaarlijvig én man, dus hij heeft de statistieken niet aan zijn kant. Bovendien zijn zijn longen beschadigd doordat hij in 2009 longembolieën heeft gehad.

Even later krijg ik hem toch aan de lijn. Ons telefoongesprek is onwezenlijk. Beiden weten we niet wat er zal gaan gebeuren. Gaat hij overlijden of zal hij ergens in de komende periode toch weer bijkomen?

Hij voelt zich angstig, vertelt hij. Paniekerig. Niet zozeer om te sterven, gelukkig. ”Want wie waarlijk gelooft in Christus heeft niets te vrezen”, zegt hij altijd. Maar hij is wel bang om ons achter te laten. Een jong gezin met acht kinderen, waarvan de jongste nog maar drie maanden oud is. En een uitvaartonderneming die veel energie vraagt. En alle lasten die daarbij komen kijken.

Zeven mensen komen om zijn bed heen staan. Ze trekken de gordijnen dicht en brengen hem in slaap.

zaterdag 4 APRIL

Dan zit je daar ineens thuis, moederziel alleen. Het voelt als-of er een stuk van mijn hart af is. Ik ben uit balans. De kinderen ook. Ze vragen extra veel aandacht, zijn verdrietig en boos. Sommigen verbergen hun emoties, anderen huilen. En in de tussentijd moet het thuisonderwijs in coronatijd gewoon doorgaan. Op straat spelen is er voor hen ter afleiding niet meer bij. Sinds Erwin in het ziekenhuis ligt, is ons hele gezin in quarantaine.

zondag 5 APRIL

Als er iemand belt met een privénummer, klopt mijn hart in mijn keel. Het is in veel gevallen het ziekenhuis, en ik ben elke keer weer bang voor slecht nieuws. Het appverkeer komt op gang. Ik krijg tientallen appjes met meelevende woorden. Soms komt om 7 uur ’s morgens al het eerste telefoontje binnen en om 11 uur ’s avonds het laatste. Dus maak ik een appgroep waarin ik alle informatie zet die ik heb over Erwin, met daarbij de mededeling dat ik helaas niet in staat ben om iedereen persoonlijk te informeren. Erwins situatie is stabiel. Hij heeft iets minder zuurstof nodig dan gisteren, dus dat is een klein stapje vooruit.

maandag 6 APRIL

Het leven wordt een rollercoaster als je man op de intensive care ligt. Het is opstaan, naar het ziekenhuis bellen, de kinderen op de hoogte stellen en het huiswerk oppakken. Het is best wel zwaar. Aan mijn eigen verdriet kom ik bijna niet toe. Ik wil niet de hele dag huilen, dat kan ik de kinderen niet aandoen. Dus houd ik me groot. Pas als het ’s avonds stil is, voel ik de eenzaamheid. Ik heb eigenlijk niemand om mee te praten. ’s Nachts slaap ik slecht, ik lig maar onrustig te draaien. Onze jongste van drie maanden wordt ook nog regelmatig wakker. Maar dat is niet alleen maar een last: het troost ook om hem even lekker te knuffelen en te verdrinken in zijn mooie babyogen.

Door alle telefoontjes met het ziekenhuis word ik van lieverlee een expert op het gebied van alarmerende getallen en waardes. Meer dan 38,5 graden koorts is alarmerend. Evenals een zuurstofgehalte van boven de 60 en een druklevel van boven de 12.

Erwin heeft vandaag hogere koorts gekregen en heeft ook meer zuurstof nodig. Maar hij is wel rustig, zegt de verpleging. We blijven hoop houden.

dinsdag 7 APRIL

Ik trek dit nooit, zeg ik vandaag tegen mijn oudste zoon na opnieuw vrijwel niet geslapen te hebben. Ik heb wallen tot op mijn schoenen en het voelt alsof ik op instorten sta.

Hulp komt er uit onverwachte hoek in de persoon van Adrian, een goede vriend van mijn oudste zoon. Hij werkt ook voor ons bedrijf. ”Mag ik je komen helpen?” vraagt hij. ”Dan kun je ’s middags slapen als dat nodig is.” Ik ervaar zijn aanbod als een groot geschenk. ”Maar dan kun je ook Covid-19 krijgen”, zeg ik nog, ook al hebben we verder als gezin geen klachten. ”Dan had ik het vast al gekregen”, zegt hij.

Nu kan ik ’s morgens rustig opstarten en kan ik soms ’s middags even mijn ogen dichtdoen. Bovendien hoef ik me geen zorgen te maken over ons bedrijf, want onze oudste zoon en schoondochter houden het draaiend.

De situatie van Erwin is stabiel maar slecht. We hebben net een video-oproep gedaan met het ziekenhuis. De kinderen hebben Erwin zien liggen en konden de verpleging alles vragen wat ze wilden weten. Daar waren ze erg blij mee.

In de middag verbeterde Erwins situatie iets. Hij mag mee-ademen met de beademingsmachine. Het is een klein stapje vooruit. We hopen en bidden dat dit zo kan blijven. Maar hij is nog steeds erg ziek en hij zal nog een lange weg moeten gaan.

’s Avonds is hij weer teruggeplaatst naar actieve beademing. Hij trok het niet.

woensdag 8 APRIL

Ik heb een bevriende uitvaartondernemer gebeld en Erwins uitvaart vastgelegd. Dan hoef ik daar niet meer over na te denken. Het klinkt misschien als een voorbarige stap, maar het geeft me rust. Regeren is vooruitzien, zei Erwin altijd. Zo is het.

Ik hoop natuurlijk van ganser harte dat hij wakker wordt. In gedachten ben ik ook bezig met dat scenario. Wat moet ik dan allemaal geregeld hebben? Een hoog-laagbed? Een po? Een rolstoel?

Erwin is vandaag overgebracht naar het Universitair Medisch Centrum in Groningen omdat er in Harderwijk te weinig plek was en hij stabiel genoeg was om verplaatst te worden. De reis is goed verlopen. Hij is nog steeds erg ziek.

donderdag 9 APRIL

Nu Adrian bij ons is, kan ik ook weer een beetje werk oppakken. Dan vraag ik onze oudste dochter van 16 of ze even op de kleintjes wil letten en ga ik naar de zaak. Even mijn hoofd leegmaken. Want al die emoties en al die spanning eisen hun tol.

Erwin heeft het zwaar gehad met de overplaatsing gisteren, hoor ik vandaag. Hij heeft vannacht op zijn buik gelegen, omdat hij op zijn rug niet voldoende zuurstof kon inademen. Aan het eind van de dag zullen ze proberen hem weer terug te draaien.

Verder is hij stabiel. Hij gaat niet vooruit en niet achteruit. Het is dus afwachten.

Ondertussen merken we hoe begaan mensen met ons zijn. We krijgen heel veel kaartjes. Ook wordt er bijna elke dag wel iets eetbaars aangeboden: taart, cupcakes, snoepjes. Als jullie het financieel niet redden, zullen we jullie bijstaan”, horen we soms. Dat is gelukkig niet nodig, maar fijn om te weten dat mensen in noodgevallen om je heen staan.

vrijdag 10 APRIL

Het is Goede Vrijdag vandaag, maar ik besef het nauwelijks. De dagen rijgen zich aaneen en lijken zich niet van elkaar te onderscheiden. Zo ziet het leven tussen hoop en vrees eruit. Het is overleven.

Overdag ben ik veel met de kinderen bezig en het huishouden. Elke middag belt het ziekenhuis voor een update. Elke morgen en avond bellen we zelf. Het gaat heel slecht met Erwin. Ze hebben een CT-scan van zijn longen gemaakt. Daarop was te zien dat hij longembolieën heeft. Hij krijgt daar nu bloedverdun-ners voor. Hij is verder achteruitgegaan. De verpleging kan aan hem merken dat het hem veel energie kost om gedraaid te worden als zijn bed verschoond wordt. Maar hij gaat rustig de nacht in.

Het troost me te weten dat er door heel veel mensen voor hem wordt gebeden. In onze kerkelijke gemeente, de gereformeerde gemeente in Lelystad. Maar ook in veel andere gemeenten waar Erwin bekend is vanwege zijn werk als uitvaartondernemer. Herstel kunnen we toch alleen van boven verwachten. En we merken heel sterk dat we gedragen worden, dat we van God kracht krijgen om door te gaan.

zaterdag 11 APRIL

Ik heb net een videogesprek met het ziekenhuis gehad. Erwin heeft nog steeds koorts. Verder is hij stabiel. Hij heeft een rustige nacht gehad. Hij kan nog steeds niet veel hebben. Daaruit blijkt dat hij nog steeds erg ziek is. Het kan nog alle kanten op gaan. We blijven hopen en bidden.

zondag 12 APRIL

Eerste paasdag. Erwin gaat met kleine stapjes vooruit. Reden voor dankbaarheid. Hij moet nu steeds meer zelf gaan doen qua beademing. Dat gaat tot nu toe goed. ”Is het u al verteld dat we met het toedienen van de spierverslappers zijn gestopt?” vraagt de verpleging ’s middags. Ik kan wel een gat in de lucht springen. Wat een mooie stap. Het ziekenhuis belde zojuist. Erwin lijkt het dieptepunt achter de rug te hebben en ze willen proberen hem in de loop van de week wakker te maken.

maandag 13 APRIL

De slaapmedicatie is stopgezet. En dan is het wachten, wachten, wachten. Zou hij al wakker zijn? vraag ik me af. Ik probeer een paar keer te videobellen, maar zijn ogen zijn nog dicht. Dat kan nog even duren omdat hij veel medicatie in zijn lichaam heeft. Dus we proberen geduldig te blijven.

dinsdag 14 APRIL

Als we ’s avonds videobellen, zegt onze zoon: ”Kijk, pap’s mond beweegt.” En inderdaad. Het lijkt alsof hij moet huilen. Ik spreek hem zo rustig mogelijk toe. ”Niet huilen jongen, zo maak je het beademen moeilijk, word maar rustig, doe je ogen maar dicht en slaap maar door. Morgenochtend bellen we weer en kunnen we elkaar misschien zien.”

woensdag 15 APRIL

Erwin is een beetje wakker aan het worden, maar de communicatie gaat slecht. Hij is nog erg in de war. Hij heeft zijn ogen al wat beter open dan gisteren. Maar hij hoest en kokhalst omdat de beademingsbuis in de weg zit.

donderdag 16 APRIL

Hij kan nog niets, maar dat viel te verwachten. Hij heeft zijn telefoon bij zich, maar zelf opnemen of bellen gaat nog niet. Na zo veel dagen spierverslappers en slaapmedicatie zijn alle spieren uitgeteld.

Toch is de sfeer in ons huis totaal anders. De angst is weg. Pas nu merken we hoe we de hele tijd in de veronderstelling hebben verkeerd dat hij het niet zou overleven. De kinderen zijn wat uitgelatener dan anders.

vrijdag 17 APRIL

Erwin is wakker, maar nog erg in de war. Zijn ogen zijn open en hij kan ons zien. Maar we merken aan hem dat hij intens verdrietig is. Hij leeft in een andere wereld dan de onze, met waandenkbeelden en angstgedachten. Hij blijft maar vragen stellen. Of ik de hypotheek al rond heb en of ik het huis al leeggehaald heb. Dat het huis afgebrand is en we een nieuw dak nodig hebben. En of we de boerderij al gekocht hebben. Hij heeft een delirium, vertelt een arts.

Pas later vertelt Erwin me dat hij ervan overtuigd was dat ik hem verlaten had en de kinderen bij hem weghield. Hij werd in die gedachte bevestigd omdat wij niet bij hem op bezoek kwamen.

zaterdag 18 APRIL

En dan is het moment waar we al weken naar uitgekeken hebben daar dan toch nog plotseling. Erwin wordt naar de gewone corona-afdeling gebracht. Met een zogenoemd neusbrilletje waar extra zuurstof mee toegediend wordt.

Als hij zo vooruit blijft gaan mag hij volgende week naar huis, zei de arts. We vertellen iedereen hoe het met hem gaat. Wat een hartverwarmende, blijde reacties krijgen we. En natuurlijk, we weten dat hij er nog lang niet is, dat hij nog een enorm revalidatietraject te gaan heeft. Maar voor nu is het genoeg om te weten dat hij het virus zal overleven.

zondag 19 APRIL

Elke dag komt de fysiotherapeut langs om met hem te oefenen. Onder begeleiding zit hij op een stoel. Wat is zo’n simpele handeling lastig voor hem. Alles moet hij opnieuw leren: lopen, zitten, zelfs zindelijk worden. Hij heeft het er moeilijk mee om zo afhankelijk te zijn van anderen. Toch is hij vast besloten zijn schouders eronder te zetten en snel naar huis te gaan. En ik geloof dat het hem gaat lukken. Wat Erwin in zijn hoofd heeft, heeft hij niet in zijn achterste. Waarschijnlijk mag hij deze week naar huis. Dan heeft hij wel heel veel hulp nodig en mag hij nog geen visite ontvangen, maar dan kan hij wel lekker bij ons revalideren. Supergoed nieuws dus.

maandag 20 APRIL

Ik heb Erwin gesproken via videobellen. Hij mag helaas nog niet naar huis komen en gaat dinsdag naar een revalidatiecentrum om alles weer opnieuw te leren. Dat is jammer, maar voor nu de beste oplossing. Hij kon nog niet genoeg om naar huis te kunnen, en thuis zouden er ook wel erg veel prikkels op hem af komen met onze acht kinderen.

Het wordt nog een lang traject voordat hij de oude is, waar-schuwen de artsen. Als hij al helemaal de oude wordt. We moeten ons erop instellen dat hij nog lang moeite zal hebben met fysieke activiteit en prikkels, kleuren, geluiden, gesprekken. Concentratieverlies, moeheid, geheugenverlies, het hoort er helaas allemaal bij. Maar in welke mate hij dit heeft en of hij blijvende schade aan hoofd of lichaam heeft opgelopen weten ze nog niet. Dat horen we pas later.

dinsdag 21 APRIL

Vandaag mocht hij naar het revalidatiecentrum. Daar zullen ze zijn spieren zo veel mogelijk trainen. Mij werd gevraagd of ik hem zelf wilde brengen of dat ze hem met de ambulance moesten brengen. Ik heb besloten hem zelf te brengen. We zijn onderweg even gestopt op het parkeerterrein van een wegrestaurant. De kinderen kwamen er ook naartoe. Daar hebben we even tien minuten met hem gezeten. Iedereen kon hem zien en vasthouden. Of dat mocht, weet ik niet. Ik heb het ook niet gevraagd, maar gewoon gedaan. We hebben hem zo lang moeten missen.

woensdag 22 APRIL

Het is een opluchting voor Erwin dat hij in het revalidatiecentrum niet meer behandeld wordt als patiënt. En al houden ze net als ieder ander 1,5 meter afstand, de beschermende pakjes die maakten dat hij zich melaats voelde zijn weg. Een maatschappelijk werkster in het revalidatiecentrum zei: ”Ik heb meer te vrezen van mensen om me heen dan van jou. Jij heb het al gehad.”

In onze woonplaats Swifterbant wordt minder nuchter gereageerd. Ze gaan buiten voor ons aan de kant. ”Jullie mogen niet op straat komen”, werd er tegen de kinderen gezegd. Maar geen van hen is ziek en onze twee weken quarantaine zijn voorbij. Geen leuke ervaring.

zondag 26 APRIL

Nog steeds durft Erwin niet goed op zijn geheugen te vertrouwen. Door het delirium vraagt hij mij vaak: is dit waar of heb ik me dit verbeeld? Van de tijd rond de ic-opname kan hij zich alleen vage periodes herinneren.

donderdag 30 APRIL

Het blijft voor ons een raadsel hoe Erwin corona gekregen heeft. Hij komt als uitvaartondernemer natuurlijk overal, doet ook boodschappen voor ons gezin, ging naar bijeenkomsten. We hebben toen hij ziek werd gebeld naar families waarmee hij recent in contact was geweest, of daar meer mensen ziek zijn geworden. Dat was niet zo.

Ook als gezin hebben we nergens last van gehad. Ja, onze zoon van 14 heeft een dag 40 graden koorts gehad, daarna was het weer over. Dat is het wrange van deze ziekte: hoe kom je eraan en hoe kom je er van af?

dinsdag 5 MEI

Vandaag liep hij voor het eerst zonder rollator. Ook heeft hij gedart, met zijn linkerhand. En gisteren heeft hij zelfstandig gedoucht. Het gaat heel goed met hem. Hij pusht zichzelf om beter te worden, omdat hij graag naar huis wil. Dit weekend zit dat er nog niet in. Maar misschien mag hij volgend weekend een proefweekend naar huis, om te kijken of hij de drukte van ons gezin aankan.

donderdag 7 MEI

Het is een doorzetter, mijn Erwin. Hoewel hij nog maar vier weken geleden vocht voor zijn leven, heeft hij nu alweer allerlei plannen. Zo heeft hij zich ten doel gesteld om op 31 oktober weer voor het eerst zelf een uitvaart te doen en weer voor de rouwstoet uit te lopen. Of dat gaat lukken, weten we natuurlijk niet. Maar het is goed om weer iets van de oude Erwin terug te zien. Het zal wel gek zijn als hij thuis komt. Onze jongste zoon is alweer vier maanden. Hij lacht al. Erwin heeft gewoon ruim een maand van zijn kleine babyleventje gemist.

zaterdag 9 MEI

Ik heb met Erwin besproken of we mee willen werken aan dit artikel, en we hebben besloten dit te doen. We willen graag mensen informeren over Covid-19. Dat het niet zomaar een ziekte is. Als ik jongeren elkaar de hand zie schudden en knuffelen, denk ik: Je moest eens weten wat er kan gebeuren als je de ziekte doorgeeft aan een ander. Dat je, als je het al overleeft, bij het wakker worden net een baby bent. Dat gun je je ergste vijand niet.

maandag 11 MEI

Zowel Erwin en de kinderen als ik hebben een gesprek gehad met een maatschappelijk werker. Zo konden we ons verhaal kwijt en het helpt ons om de afgelopen weken een plek te geven.

dinsdag 12 MEI

Over een maand zijn we twintig jaar getrouwd. Wat ben ik blij dat Erwin nog leeft. De achterliggende periode zal het jubileum een bijzonder accent geven. We zijn eerder nooit langer dan vijf dagen van elkaar gescheiden geweest, en nu ben ik Erwin bijna voor altijd verloren. Goddank heeft hij het overleefd.

zaterdag 16 MEI

Goed nieuws! Erwin mag eindelijk naar huis. Hij is nog erg moe en heeft nog hulp nodig bij het aantrekken van zijn steunkousen en met douchen. Maar hij mag thuis verder aansterken. Elke dag moet hij naar Lelystad worden gebracht voor fysiotherapie en ergotherapie. Hij is er nog lang niet. Maar hij is weer thuis, in zijn eigen omgeving. Daar zijn we als gezin de Heere erg dankbaar voor. We weten dat er ook genoeg mensen zijn die dit niet meer mee kunnen maken.


Prof. dr. Ymkje Stienstra internist-infectioloog en klinisch epidemioloog Universitair Medisch Centrum Groningen, afdeling interne geneeskunde/infectieziekten

HOE IS EEN PATIËNT ER OVER HET ALGEMEEN AAN TOE ALS HIJ OP DE INTENSIVE CARE WORDT OPGENOMEN?

„Een deel van de patiënten is zo kortademig dat de maximale hoeveelheid zuurstof die ze op de verpleegafdeling kunnen krijgen niet voldoende is. Als we dan in de uitslagen zien dat het zuurstofgehalte zakt of de patiënt dreigt uit te putten, kan overwogen worden de patiënt naar de intensive care over te plaatsen. Daar is kunstmatige beademing mogelijk. Momenteel hebben we nog geen goed geneesmiddel voorhanden om het virus te behandelen.”

WAT ZIJN DE OVERLEVINGSKANSEN VAN EEN COVID-19-PATIËNT OP DE IC?

„De overlevingskansen verschillen enorm, afhankelijk van risicofactoren; dus van het hebben van andere ziektes en de leeftijd van de patiënt. Het komt minder vaak voor dat mensen zonder achterliggende risicofactoren overlijden, maar het is zeker niet uitgesloten.

De onzekerheid die dit voor de patiënt met zich meebrengt is groot. Het is een zeer emotioneel moment als blijkt dat patiënten overgeplaatst moeten worden naar de intensive care om beademd te worden. Zonder naasten bij het bed, is dit moment nog heftiger dan anders. Patiënten weten niet wat hun te wachten staat en of ze nog wakker zullen worden.”

VALT ER IETS TE ZEGGEN OVER HET VERLOOP VAN DE ZIEKTE?

„Covid-19 kan over het hele traject grillig verlopen. Dus zowel in de tijd thuis als in het ziekenhuis en zelfs tijdens de revalidatie. Dat is overigens niet alleen zo bij Covid-19, maar ook bij veel andere ernstige infectieziekten.

Het verloop verschilt enorm per persoon. Er zijn allerlei complicaties mogelijk die voor extra problemen kunnen zorgen. Covid-19 verloopt bij een deel van de mensen zo ernstig dat meerdere organen betrokken raken. Zo kunnen patiënten longembolieën ontwikkelen of last krijgen van hun nieren bijvoorbeeld.”

EN ALS JE WAKKER WORDT NA EEN IC-OPNAME? WAT STAAT JE DAN TE WACHTEN?

„Een intensivecareopname vergt veel van het lichaam. Patiënten die overkomen naar de verpleegafdeling zijn vaak nog erg zwak en kunnen nog steeds klachten hebben. Sommige patiënten kunnen bijvoorbeeld de eerste dagen nog geen telefoon vasthouden, zozeer zijn de spieren verslapt. Ook zijn mensen vaak delirant. Het is eigenlijk vreemder als iemand niet in de war is. Hoe iemand wakker wordt, hangt af van de gezondheid van de patiënt vooraf aan de Covid-19-infectie, de duur van het verblijf op de intensive care en welke medische problemen iemand precies heeft ontwikkeld bij de infectie.

Zodra het medisch vertrouwd is, kunnen mensen buiten het ziekenhuis verder herstellen. Dat kan lang duren. Een jonge patiënt vertelde me vandaag nog dat hij verwachtte de rest van 2020 nodig te hebben om weer de oude te worden.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 juni 2020

Terdege | 107 Pagina's

Leven tussen hoop en vrees

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 juni 2020

Terdege | 107 Pagina's