Rusland, Amerika en het gevaar van politiek gnosticisme
Wat Eric Voegelin ons kan leren over de internationale crisis van vandaag 1
Conservatieven in Amerika spannen samen met het Rusland van Poetin. Dat is bekende complottheorie die door veel mensen aan de linkerzijde van het politieke spectrum wordt aangehangen. Dat Donald Trump in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was mede het gevolg van zijn samenspannen met de Russen. En ook nu worden conservatieve christenen die de oorlog als zodanig veroordelen maar ten opzichte van Rusland een genuanceerd standpunt innemen in het huidige debat naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne vaak weggezet als vriendjes van Poetin. Maar is dat terecht? Laten we die vraag proberen te beantwoorden aan de hand van de politiek-theologische analyse die filosoof Eric Voegelin ooit maakte van de fundamentele verschillen tussen conservatieven in het Westen enerzijds en die in Rusland anderzijds.
Onlangs hield ik een seminar voor jonge wetenschappers onder de titel ‘Critici van de moderniteit’. Daarin heb ik filosofen als Leo Strauss, Hannah Arendt en Eric Voegelin behandeld – allemaal in Duitsland geboren en later voor de nazi’s gevlucht om zich uiteindelijk in de Verenigde Staten te vestigen. Ze zijn allen bekend geworden vanwege hun indringende analyses van de diepste filosofische bronnen van het totalitarisme.
Politieke theologie
Voegelin onderscheidde drie politiek-theologische fasen in de westerse geschiedenis. Het eerste was het tijdperk van de ‘staatsgodsdienst’ 2 , toen de goden in meer of mindere mate de sublimaties waren van het collectieve besef van bewoners van de voorchristelijke Griekse stadstaten. Trouw aan de goden stond gelijk aan trouw aan de stad. Degenen die het bestaan van de goden in twijfel trokken of alternatieven suggereerden, werden gecensureerd, vervolgd of zelfs geëxecuteerd – met Socrates als meest bekende voorbeeld.
De tweede fase was het tijdperk van het christendom. Deze godsdienst vertegenwoordigde een ‘radicale revolutie’ in de geschiedenis van de wereld door mensen in navolging van Jezus te leren dat zij burgers waren van twee steden – de Stad van God en de Stad van de mens. Christenen streefden ernaar om volwaardige leden van de Stad van God te worden, en begrepen dus dat hun burgerschap in elke aardse stad tijdelijk en dan nog onder voorbehoud was. Mensen waren eerder pelgrims dan wereldburgers. Volgens Voegelin werd hiermee een proces van ‘secularisering’ in gang gezet: niet dat God ophield te bestaan, maar Zijn bestaan ging ver boven dat van de aardse steden uit. De derde fase was min of meer een uitvloeisel van de christelijke revolutie. Naast het christendom dat de zojuist genoemde lijn van Augustinus zou volgen, ontstonden er een aantal ketterijen, met als belangrijkste het zogenaamde gnosticisme. Dit gnosticisme ging uit van het geloof dat de wereld verkeerd geschapen was en daardoor per definitie onvolmaakt, maar dat mensen uitgerust met een vorm van goddelijk inzicht (gnosis) aan die onvolmaaktheid konden ontsnappen door zich te onttrekken aan het gevallen bestaan. Terwijl het gnosticisme in de westerse geschiedenis veroordeeld was tot een bestaan in de marge, zag Voegelin juist in de moderne tijd politieke varianten ontstaan die streefden naar een ‘vergoddelijking’ van aardse werkelijkheid. God bevond zich niet langer buiten of boven de wereld, maar het hier-en-nu diende te worden vergoddelijkt door het streven naar een hemel op aarde. Dat streven naar volmaaktheid kreeg politiek gestalte in het marxisme (en het stalinisme in de Sovjet-Unie) en het fascisme (met name in Italië en Duitsland) – beide bij uitstek totalitaire bewegingen, aldus Voegelin.
Rusland
Zeker in het laatste deel van The New Science of Politics gaat Voegelin in op de historische ontwikkeling van Rusland. Rusland, zo betoogt hij, is ontstaan als een bijzondere vorm van staatsgodsdienst uit de eerste fase van de westerse geschiedenis. In tegenstelling tot het Augustijnse Westen – de katholieke wereld – behield het christendom hier de oude heidense neiging om het aardse en hemelse te laten samenvallen in de staat. Voegelin schrijft:
“In het Oosten ontwikkelde zich in Byzantium een samensmelting van kerk en staat, volledig in lijn met de positie van de oude keizer in het heidense Rome. Constantinopel gold daarbij als het Tweede Rome. Na de val van Constantinopel won het idee van Moskou als opvolger van het christelijke rijk terrein onder Russische elites (p.114)”
“Volgens Voegelin geldt Rusland sindsdien als de nieuwe, laatste vorm van gekerstende ‘staatsgodsdienst’. Volgens de Russische elites onderscheidde hun rijk zich van alle westerse naties als de keizerlijke vertegenwoordiger van de christelijke waarheid; en door te blijven vasthouden aan haar streng hiërarchische maatschappelijke ordening, met de tsaar als haar belichaming, heeft zij een vorm van volksvertegenwoordiging zoals die zich in de westerse nationale staten ontwikkelde, nooit gekend. Napoleon erkende tenslotte het Russische probleem toen hij in 1802 zei dat er maar twee naties in de wereld waren: Rusland en het Westen (p.116).”
Zo bezien vormt de periode van het moderne gnosticisme in Rusland slechts een kort intermezzo, en is de huidige situatie weinig meer dan een voortzetting van het oude christelijke rijk. Nog altijd is de politieke en maatschappelijke situatie in Rusland om theologisch-politieke redenen onderscheiden van die in het van oorsprong Augustijns christelijke Westen.
Amerika
Tegenover heidens-christelijk Rusland, plaatst Voegelin het Amerika van zijn dagen. De VS voor zover ze zich oriënteerde op de Augustijns-christelijke traditie bond de strijd aan met de politieke utopie van het marxistisch-stalinistische gnosticisme. Maar Voegelin herkende daarnaast een steeds sterker wordende gnostische onderstroom in de Amerikaanse politiek. In The New Science of Politics waarschuwde hij niet alleen tegen de toenmalige Sovjet-Unie, maar evenzeer tegen de tendensen in zijn nieuwe vaderland. Wat hem vooral trof was eenzelfde streven naar vooruitgang, gesteund door inzichten ontleend aan de wetenschap. Voegelin schreef:
“Met de wonderbaarlijke vooruitgang van de wetenschap sinds de zeventiende eeuw, zou dit nieuwe kennisinstrument het voertuig van de gnostische waarheid worden. Christus werd vervangen door [Auguste] Comte. Zozeer dat wetenschap gezien wordt als een garantie voor vooruitgang en een noodza-kelijk werktuig op weg naar de nieuwe heilstaat… (p. 127).”
Westerse democratieën waren volgens Voegelin niet minder vatbaar voor het gnosticisme dan hun meer radicale tegenhangers in Duitsland en Rusland; maar in plaats van in revolutionaire vorm te verschijnen, zou het gnosticisme zich in Amerika eerder ontwikkelen in de richting van een meer hervormingsgezinde variant.
Destijds was volgens Voegelin nog sprake van een zeker evenwicht tussen het Augustijner christendom en het politieke gnosticisme. Hij voorzag de val van de Sovjet-Unie – onvermijdelijk vanwege het utopische karakter van het door haar nagestreefde ideaal. Tegelijkertijd zou in het Augustijnse Westen een meer radicale vorm van ‘messiaans’ gnosticisme aan kracht winnen, zo was hij stellig van mening. Daarbij vormden de kleine revoluties uit het verleden – bijvoorbeeld die van de Boerenopstand onder Thomas Münzer en het Münster van Jan van Leyden – een inspiratiebron voor de radicale revolutie die zou ontstaan “wanneer de christelijke tradities in het Westen voldoende geruïneerd zouden zijn,” aldus Voegelin (p. 176). De ervaringen van de afgelopen decennia hebben Voegelin’s angst alleen maar bevestigd. Wat ooit hervormingsgezind links was, is tegenwoordig een geradicaliseerde messiaanse beweging, die haar gnostische inzichten propageert te midden van wat nog rest van de christelijke beschaving. Wat we tegenwoordig woke noemen, is slechts een nieuwe articulatie van de revolutionaire droom die ooit het communisme ons voorspiegelde. De voorbeelden zijn legio: de grootschalige transformatie en zelfs eliminatie van het ‘traditionele’ – dat wil zeggen, natuurlijke – gezin. De poging om seksualiteit te definiëren volgens menselijke verlangens, daarbij geholpen door technologische interventies. De minachting voor degenen die in niet-gnostische levensgebieden werken – de arbeidersklasse. De poging om tijdens de coronacrisis bio-politieke heerschappij over het menselijk leven op te eisen, was slechts een verlengstuk van de diep-gnostische impuls om ons natuurlijke afweersysteem te wantrouwen en de diep-gnostische gedachte dat we via lockdowns en gedwongen vaccinaties ziekte en dood konden overwinnen. Al die tijd werd het virtuele verheerlijkt ten koste van de fysieke samenkomsten. En aldus bleken het einde van de Koude Oorlog en het Einde van de Geschiedenis niet veel meer dan een pyrrusoverwinning en mogelijk zelfs de laatste stuiptrekking van de Augustijns-christelijke beschaving.
Tot voor kort zou niemand het belang van Voegelin’s claims hebben ingezien. Nu is echter gebleken hoe actueel ze zijn. Het Augustijnse Westen was geroepen de strijd aan te gaan met het marxistisch-stalinistische gnosticisme van zijn dagen. Maar met de overwinning ervan in Rusland, bleek hoe diep haar cultuur geworteld is in de oude staatsgodsdienst. Van een democratie in de westerse zin van het woord is nog altijd geen sprake. Hetzelfde geldt voor de hier al enige tijd gebruikelijke scheiding van kerk en staat.
Amerika en rusland vandaag
Destijds steunde Voegelin de Amerikaanse en Britse oppositie tegen het politieke gnosticisme van de Sovjet-Unie. Vandaag zien we opnieuw de VS en het Westen verenigd in oppositie tegen Rusland. De dynamiek is echter aanzienlijk veranderd, aangezien het Westen op dit moment wordt geleid door een generatie nieuwe politieke gnostici. Het gnosticisme van de elites verblindt hen voor de werkelijke dynamiek van wat zich ontvouwt, zoals het hen eerder blind maakte voor de feiten over het coronavirus en de onderliggende dynamiek die aanleiding gaf tot de Brexit en de opkomst van Donald Trump.
Een kenmerk van het politieke gnosticisme is de hardnekkige ontkenning van de historische werkelijkheid en de politieke grenzen aan de maakbaarheid. Volgens Voegelin kenmerken gnostici zich door “minachting voor de structuur van de werkelijkheid, verdraaiing van feiten, geschiedvervalsing, gevaarlijke opvattingen die schuil gaan achter goede bedoelingen, wijsgerig analfabetisme, spirituele oppervlakkigheid en agnostische wijsneuzerij” (p. 178). Dit alles gaat gepaard met een even moralistische als sentimentele afkeer of sympathie (afhankelijk van de kant waar ze voor of tegen juichen), of het nu is tegen iedereen die op Trump heeft gestemd (racistisch), iedereen die weigerde een mondmasker dragen of zich te laten vaccineren (moordenaar), iedereen die protesteerde tegen het nieuwe bio-politieke regime (alweer, racisten, of zelfs fascisten), iedereen die een nuchtere inschatting probeerde te maken van de oorzaken die eerder tot maatschappelijke uitsluiting en oorlog hadden geleid en op basis daarvan waarschuwde voor huidige tendensen in de politiek (racistisch). En ook in de huidige berichtgeving over Oekraïne zien we deze reflexen terugkeren – van het klakkeloos volgen van oorlogspropaganda en het volledig uit het oog verliezen van alle historische context en politieke nuance.
Voor degenen die goed hebben opgelet, is Oekraïne – tragisch genoeg – gereduceerd tot een pion in het Amerikaanse gnostische buitenlandse politieke spel. Nuchtere en ervaren diplomaten met kennis van zaken waarschuwden eerder al voor verdere uitbreiding van de NAVO. De Amerikaanse oud-ambassadeur James Matlock jr. voorspelden dat dit vroeg of laat zou leiden tot oorlog. 3 Al in 1998, na het besluit van de VS om de NAVO naar het oosten uit te breiden, stelde Ameriaans oud-diplomaat en historicus George Kennan in een interview met de The New York Times: 4
“Ik denk dat dit het begin is van een nieuwe Koude Oorlog. Ik denk dat we hiermee een tragische vergissing begaan. Er is geen enkele zinnige reden voor te bedenken, terwijl de Russen het als een bedreiging zullen ervaren.”
De NAVO pretendeert de oude Oostbloklanden te beschermen, ook al heeft het noch de middelen, noch de wil om zich daarvoor serieus te bewapenen. (…) Wat me stoort, is hoe oppervlakkig en slecht geïnformeerd het hele debat in de politiek is. Ik stoor me vooral aan de verwijzingen naar Rusland als een land dat op het punt staat West-Europa aan te vallen.
Het overmoedige expansionisme dat we de afgelopen decennia hebben gezien bij de uitbreiding van zowel de EU als de NAVO – met veronachtzaming van geschiedenis, geografie, cultuur en politiek realisme – is kenmerkend geworden voor wat Voegelin het liberaal-messiaanse gnosticisme noemt: het koortsachtige geloof dat niets het einde van de geschiedenis in de weg kan of mag staan. Alle uithoeken van de wereld moeten naar het evenbeeld van het neoliberale gnosticisme worden geschapen. En dan gaat het inderdaad niet alleen om de wereld als geheel, maar ook om uw eigen geloofsovertuiging en uw eigen biologie.
In wat zich de afgelopen week heeft ontvouwd, blijkt de oorlog om Oekraïne de gnostische ambities van de Amerikaanse, Europese en ook de Oekraïense heersende politieke klassen te dienen. Het is niet dan met diepe treurnis dat we moeten vaststellen dat van die strijd de gewone Oekraïners het slachtoffer zijn.
We moeten de Russische agressie aan de kaak stellen. Mits we oog houden voor de diepere en langere reeks historische en theologische krachten die in het spel zijn en die deze ontwikkelingen in gang hebben gezet. Daarmee rekening houden vraagt om voorzichtigheid en nederigheid in plaats van gnostische overmoed.
Zowel links als liberaal gnosticisme zien Rusland terecht als een theo-politieke concurrent. Inderdaad vormt het politieke regime aldaar een echo van het oude Romeinse rijk en haar voorchristelijke staatsgodsdienst. Terecht ziet dit regime in het politieke gnosticisme van een op imperialisme gericht neoliberalisme een agressieve tegenstander. De kritiek op de Russische invasie wordt gedreven door een religieuze ijver, omdat in de Russische beschaving een principiële tegenstander wordt gezien van het gnostische universalisme. De lust om het bestaande Rusland te vernietigen door aan te sturen op de omverwerping van het regime van Poetin, beantwoordt aan de diep-gnostische droom om de wereld naar het evenbeeld van de neoliberale politiek te herscheppen en de hemel op aarde te vestigen.
Daarentegen worden degenen die waarschuwen voor overmoed, verdere escalatie en het risico op een Derde Wereldoorlog, inclusief het dreigen met kernwapens, en oog te hebben voor de rol die het Westen zelf heeft gespeeld in de huidige crisis, weggezet als vrienden van Poetin of regelrechte fascisten. Ook dit past in het beeld dat Voegelin van de gnostische mentaliteit schetste: “Steeds is er de neiging om morele waanzin als moreel verheven aan te prijzen en de deugden van voorzichtigheid en matigheid als immoreel terzijde te schuiven. En de taak van degenen die deze gnostische mentaliteit aan de kaak proberen te stellen, wordt bemoeilijkt door de continue neiging om hen weg te zetten als volstrekt immoreel (p.170).” Gevangen tussen de Westerse politieke gnostici en nationalistische Russische staatsgodsdienst rest nog slechts een klein overblijfsel van Augustijnse christenen. Eens legden ze nog voldoende gewicht in de schaal om het neoliberale imperialisme te beteugelen, maar op dit moment lijken ze volledig onder de voet te worden gelopen. Wat Voegelin vreesde is gebeurd: de tradities van de Augustijns-christelijke samenleving zijn vrijwel volledig geruïneerd.
Ze verzetten zich nog wel tegen de het roekeloze beleid van de heersende klasse om de Amerikaanse hegemonie te doen gelden over een deel van de wereld dat een complexe geschiedenis heeft en dat we niet voldoende begrijpen. Door dat verzet brandmerken als sympathie voor het autoritaire regime van Poetin, blijkt diezelfde heersende klasse geen begrip te hebben voor de diepste motivatie van dit verzet. Een Augustijns christendom kan moeilijk sympathie hebben voor een nationalisme dat uitgaat van een staatsgodsdienst. Het is dan ook geen sympathie voor Rusland die dat verzet tegen de neoliberale gnostische politiek motiveert, maar een oproep tot meer zelfreflectie en een diepe bezorgdheid over de toekomst van het Westen.
Als onze kinderen gevraagd worden om voor Oekraïne te vechten en te sterven, vragen we terecht – waarvoor moeten ze dan eigenlijk sterven? Is het de Augustijns-christelijke beschaving die het fascisme en het communisme bestreed en versloeg? Of is het namens een gnostisch neoliberalisme dat zich vandaag in Oekraïense vlaggen drapeert, maar morgen het idee van de soevereine natie aan de kant zet, het christendom aan de kaak stelt, waarbij het blauw en geel van Oekraïne wordt ingeruild voor een regenboogvlag, en zich tegen de Oekraïense kerken keert in wiens crypten burgers zich op dit moment moeten verschuilen? Of we voldoende nuchterheid en realiteitszin hebben om ons te onttrekken aan de lokroep van de oorlog, hangt af van de vraag of er voldoende over is van de Augustijnse beschaving waarvan Voegelin meende dat die ons kon genezen van de gnostische illusies en leren de tekenen van de tijd te zien en daarnaar te handelen.
Noten
1 Deze bijdrage verscheen op 2 maart 2022 online via Russia, America, and the Danger of Political Gnosticism (substack.com). Redactie, inleiding en vertaling uit het Engels van mijn hand, HvdB.
2 Voegelin gebruikt hier de term civil religion. Het gaat daarbij om een vorm van godsdienstigheid waarin de godenwereld een emanatie is van de mensenwereld, en waarin de vorst niet alleen geldt als Gods representant op aarde, maar ook als de belichaming van het algemeen belang van de samenleving als geheel. Bij gebrek aan een betere term heb ik civil religion hier vertaald met ‘staatsgodsdienst’, HvdB.
3 Deneen verwijst hier naar https://ccisf.org/ wp-content/uploads/2021/12/Krasno-Analysis-Matlock-Ukraine-Dec.-2021-1.pdf.
4 Zie https://www.nytimes.com/2022/02/21/ opinion/putin-ukraine-nato.html?referringSource=articleShare.
Eric Voegelin
Eric Voegelin (1901-1985) was een christelijke filosoof. Geboren in Duitsland werd hij vlak voor de oorlog benoemd als hoogleraar politieke wetenschappen aan de universiteit van Wenen.
Met de komst van de nazi’s vluchtte hij naar de VS. De daarop volgende jaren doceerde hij achtereenvolgens aan de universiteiten van Louisiana, München en Stanford. The New Science of Politics (1952) geldt als een klassieker in de politieke wetenschap. Daarnaast is hij bekend geworden van zijn vijfdelige Order and History (1956-1987) en Science, Politics and Gnosticism (1968). Overig werk is verzameld in de 34-delige Collected Works of Eric Voegelin.
Toevallig was ik aangeland bij de behandeling van Voegelin’s The New Science of Politics (1952) toen de oorlog in Oekraïne begon. Wat me daarbij trof was de verrassende actualiteit van zijn inzichten en het profetische karakter ervan wanneer we bedenken dat hij het boek ruim zeventig jaar geleden schreef. Het is mijn stellige overtuiging dat hij ons inzichten biedt die ons helpen de huidige mondiale situatie beter te begrijpen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 2022
Zicht | 128 Pagina's