Het Verval Van Een Kerk (II)
In dit artikel zetten wij onze bespreking van het belangrijke boek: Zoeken en Vinden van professor Berkouwer voort. U herinnert zich dat ik het moeilijk vind om dit boek te bespreken, omdat een boekbespreking een ontmoeting, een gesprek is. Ik sta hier dus bij wijze van spreken oog in oog tegenover iemand, die min of meer de personificatie is van de recente geschiedenis van de Gereformeerde Kerken en van de Vrije Universiteit. Op een zeer nadrukkelijke wijze is hij bij al het dramatische wat zich in die tientallen jaren heeft afgespeeld partij geweest. En, zij het dan niet zozeer in mijn persoon, maar zeer zeker wèl in mijn ouders en mijn voorgeslacht (was niet mijn grootvader van moederszijde één van de Amsterdamse ouderlingen die met Kuyper zijn afgezet?), ik ben ook partij! Daarom laat dit boek mij niet onbewogen. Het roept emoties in mij op. Aan die emoties wil ik bij de bespreking van dit boek uiting geven terwille van de kostbare herinneringen die ik diep in mijn hart nog altijd van het Gereformeerd kerkelijk leven met mij meedraag. Want het doet pijn om een boek te lezen dat de historie is van zoveel verwoesting en zoveel verblinding.
Hoezeer ik zijdelings mij betrokken voel bij het intens trieste verhaal van Berkouwers boek, zal ieder duidelijk zijn die op bladzijde 16 in het inleidende hoofdstuk de naam van mijn vader tegenkomt: "Er was in die tijd sprake van een beweging der jongeren, waarover reeds in 1916 (moet zijn: 1918, W.A.) ds. J. C. Aalders had geschreven ".Ik heb na lezing van dit boek het geschrift van mijn vader nog eens opgediept en herlezen. Hij schildert daarin hoe er met name onder de jongeren kritiek leefde op wat in kerkelijke kring de geesten bezighield: rechtvaardigmaking van eeuwigheid of in de tijd, middellijke of onmiddellijke wedergeboorte, onderwerpelijke of voorwerpelijke prediking, de strijdvragen over de opleiding van predikanten: Amsterdam of Kampen, het gekibbel over Amen na de Doop, de doopheffing door de vader, en dergelijke. Wat was daar veel klein en onbelangrijk in! Geen wonder, dat de jongere generatie de kerkelijke bladen niet meer leest; dat de achting voor het ambt tot een minimum is gedaald en men over het gros der predikanten een verachtelijk oordeel uitspreekt. Het is bij velen nog maar een dun vezeltje dat hen verbindt met de kerk. En dat terwijl er vanuit het grote wereldgebeuren belangrijke vragen op ons afkomen. Staan de kerken niet voor ontzagwekkende tijdsproblemen? Is niet de theologie, de religie, de openbaring, het bestaan van God in het geding? De periode van de Afscheiding en de Doleantie is de inzet geweest van de strijd om de herovering van ons historisch pand, de Gereformeerde Belijdenis onzer kerk. Maar thans staan wij voor iets anders: de taak, de roeping om aan te tonen wat de Belijdenis vermag ten aanzien van de vragen en eisen van onze tijd. Gaan de kerken de weg van het conservatisme op, dan zullen zij stranden op separatistisch exclusivisme. Zij zullen terugzinken tot de onbeduidendheid van het sectari-sche en schismatieke. Zij komen buiten de stroom van het leven te staan. Glijden de kerken echter toe naar het vooruitstrevende, zij zullen het karakter gaan verliezen als Gereformeerde Kerken en raken de heilige adeldom kwijt van haar historische geboorte. Dan begaan zij de onvergeeflijke fout van onze historie op te offeren aan de tijdgeest. Dat nimmer! Daarom zij onze positie tussen beide in Aldus J.C. Aalders in 1918.
In het exemplaar van de brochure van mijn vader, dat in mijn bezit is, bewaar ik de schriftelijke reacties van dr. A. Kuyper en dr. H. Bavinck, aan wie hij zijn geschrift had toegezonden. Kuyper schreef op een briefkaart: "Amice fr. Veel dank voor de toezending van uw brochure. Moge het er toe bijdragen om elk dreigend gevaar af te wenden". De brief van Bavinck luidde zó: "Waarde Heer en Broeder, Hedenmiddag thuiskomende van de Deputatenvergadering, vond ik Uwe brochure. Ik dank U voor de vriendelijke toezending, maar veel meer voor het schrijven en uitgeven ervan. Van het begin tot het einde heb ik ze, op enkele kleine uitzonderingen na, met genoegen en instemming gelezen. Dit is een woord, dat wij in dezen tijd noodig hebben, een moedig, een bezadigd, een ernstig, een door en door waar woord. De kerkbodes enz. kennen de toestanden niet, die onder de jongeren (en ook vele ouderen) voorkomen; ze denken door harde woorden en tuchtmaatregelen die toestanden te kunnen genezen. Ze verergeren ze. Gij zult over Uw woord veel tegenstand wakker roepen, maar, als ik mij niet vergis, ook veel sympathie vinden. Ik wensch U moed en kracht toe, en hoop te zijner tijd van mijn sympathie openlijk te doen blijken. Met vriendelijke groet, enz."
Dat was in het voorjaar van 1918. Ik weet dat door die brochure mijn vader in de Gereformeerde Kerken onder verdenking heeft gestaan "ethisch" te zijn. Ik weet ook dat hij als verdacht theoloog van de kansel van vele gemeenten geweerd is. Met de kwestie van dr. Geelkerken is ook zijn weg binnen de Gereformeerde Kerken tot een afsluiting gekomen. De uitspraak van Bavinck, dat men in gereformeerde kring meende met harde woorden en tuchtmaatregelen de kritiek der jongeren te kunnen smoren, is waar gebleken. De woorden van mijn vader, dat de Gereformeerde Kerken de weg van het conservatisme dreigden op te gaan en dat zij zouden stranden op separatistisch exclusivisme, zijn ook uitgekomen. Schorsing, afzetting en schisma (scheuring) zijn erdoor tot een repeterende breuk geworden in de Gereformeerde Kerken. Er was de kwestie-Netelenbos, de kwestie-Geelkerken, de kwestie-Schilder. En steeds weer de kortzichtige gedachte, dat "door harde woorden en tuchtmaatregelen" de kerkelijke rust hersteld kon worden. Totdat eindelijk en ten leste de wal het schip keerde en de Gereformeerde Kerken als een onttakeld fregat een hulpeloos wrak waren geworden in de brandingsgolven van de tijdgeest. Wie de recente geschiedenis van de Gereformeerde Kerken nauwlettend gevolgd heeft, wie weet van de gereformeerde onttakeling van de Vrije Universiteit, ziet het met verbazing aan. Om nog een keer mijn vader aan te halen: "Afgegleden naar het vooruitstrevende, zullen zij het karakter gaan verliezen als Gereformeerde Kerken, en raken zij de heili-ge adeldom kwijt van haar historische geboorte Zij begaan de onvergeeflijke fout van haar historie op te offeren aan de tijdgeest . . "
Welnu, van dat trieste proces van stranding op de zandbanken van het conservatisme en van een karakterloos heen en weer gezwiept worden door de stormen van de tijdgeest, kan men lezen in het volumineuze boek van professor Berkouwer Hij was een van de leidende figuren in het kerkelijk leven in de dagen van het conservatisme Hij was ook een van de leidende figuren in de dagen van de karakterloze vooruitstrevendheid Het boek Zoeken en Vinden is het logboek van de kapitein van een gestrand schip
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1990
Ecclesia | 8 Pagina's