Aanvulling over Ouddorp en Goeree
Uit de Historie
Inzake het bezoek van Dr. Punt aan Ouddorp citeer ik allereerst E.N. van 9 september 1953:
Neen, het was geen raadsvergadering, maar toch klommen de raadsleden Vrijdagmorgen de trappen naar de Ouddorpse -raadszaal op. Zelfs de oude Job Padmos was nog van de partij en als hij met behulp van zijn stok de trap bestijgt zou men het hem niet aanzien, dat hij al naar de negentig loopt. Daar komt ook Dominé Steur en dokter Ruizeveld, Mevrouw Kleijnenberg, meneer Baart de Ie Faille en de Rijkspolitie. En nast ons zit mevrouw Karsten uit Terborg, wier echtgenoot van 1895 - 1907 burgemeester van Ouddorp was, met haar zoon. Dierenarts Frijlink uit Middelhamis iser ook en zijn Echtgenote krijgt een plaats naast Dr. Punt, die helemaal vanuit Pretoria naar Ouddorp is gereisd om de oude banden, die tussen Ouddorp en Pretoria bestaan, weer nauwer aan te halen. Ongetwijfeld is het hart van mevrouw Frijlink opengegaan, nu zij als nazate van de De Wet's en de Joubert's deze afgevaardigde uit Pretoria in haar landstaal hoorde spreken. Want deze dr. Punt kwam als Voorzitter van „die genootschap Oud-Pretoria" naar Ouddorp, om navorsing te doen over de voorvaderen van de stichters van Pretoria, dat in 1955 zijn 100-jarig bestaan hoopt te vieren. Geen wonder, dat Burgemeester Kleijnenberg er in een smeuiïg welkomstwoord zijn verheuging over uitsprak, dat het eerste bezoek in Nederland van Dr. Punt Ouddorp gold.
Uit burg. Kleijnenbergs rede daaruit, dit Ouddorp is oud, zei de burgemeester. De stenen van de torenvoet dateren uit het jaar 800 a 1000. Toen was het oude kerkje de St Annaparochiekerk wat geboekstaafd kan worden uit een belastingstuk uit Dordrecht uit het jaar 1200, waarin melding gemaakt wordt, dat op het altaar geofferd werd de „Klepperstee" als dank voor een bijzondere uitredding der familie. De Hervorming kwam en de priester werd verwisseld voor de predikant. Dominé Pretorius verkondigde er het Evangelie. Vele veranderingen grepen er plaats in de loop der eeuwen en als het plankier in de kerk zou worden weggebroken, zouden vele grafzerken spreken van de namen van hen die hier hebben geleefd. De tijd ging door; de mensen hebben hier hun strijd gestreden tegen de Noormannen, die te Ouddorp landden. Dan waren hier de Kaaimannen, een naam, waarvan de naam Hameeteman afstamt, de Alemannen, de Grinwissen. Alles vertelt hier van het verleden. Zo ook de geschiedenis der familie Pretorius, die naar Zuid Afrika vertrok om er de vrijheid te grondvesten. De stad Pretoria is er het bewijs van en de burgemeester stelde het zeer op prijs dat Dr. Punt gekomen was om elkaar in deze moderne tijd de hand te reiken. Hij vertelde ook van de strijd tegen de zee, die de Ouddorpers de eeuwen door gestreden hebben, een verbeten strijd om de dijkdoorbraken de polders weer tot vruchtbare landouwen te maken. Een volk, dat zijn geschiedenis niet kens, is geen volk, zegt spr. en we waren onze geschiedenis vergeten. Het water is nu weer gekomen en we zijn door dat water tot de orde geroepen. Trots waren we op onze waterbouwkundige werken, maar de zee was machtiger. Maar nu komt u ons vertellen de geschiedenis van onze voorvaderen, waarvoor spr. Dr. Punt hartelijk welkom heet.
* * *
Dr. Punt begint van achterafaan en schetst het meeleven van de Afrikaners in de ramp die Holland trof.
Nog nooit is zo spontaan hulp geboden als toen. Namens de Burgemeester van Pretoria bracht hij de beste wensen over voor een succesvol herstel van het land. In 1955 zal Pretoria honderd jaar bestaan. Het was Andries Wilhelmus Pretorius, de in 1798 geboren commandantgeneraal der voortrekkers, die de Zoeloemachten op 16 december 1838 aanBloedrivier heeft verslagen. Daardoor konden de blanken zich in het binnenland neerzetten en werd de Hollandse taal en godsdienst er gevestigd. Martinus Wessel Victorius, de in 1798 geboren zoon van Andries, is de man geweest die Pretoria heeft gesticht. En de voorvaderen van deze mannen hebben in Ouddorp gewoond. Dominee Wessel Pretorius is daar van 1639 -1653 predikant geweest. Omstreeks 1670 is de hier geboren Joh. Pretorius uit Goeree in Zuid-Afrika gekomen en werd de stamvader van het geslacht der Pretoriussen, dat zoveel heeft bijgedragen in de geschiedenis van Zuid Afrika. De hoofdstad. Pretoria, is naar hem genoemd en het ligt in de bedoeling om voor Andries en Wessel Pretorius een standbeeld op te richten.
Er is reeds een „Eeuwfeest-album" verschenen waarin met uitgebreid fotomateriaal de geschiedenis van Pretoris is vastgelegd. Op de band van dit boek prijkt het wapen van Pretoria en als Dr. Punt er een exemplaar van aan burgemeester Kleijnenberg overreikt spreekt hij er de wens bij uit .dat men hem behulpzaam wil zijn bij zijn arbeid om de geschiedenis van de voorvaderen van Pretoria te vervolmaken. Burgemeester Kleijnenberg had ook voor een tegenprestatie gezorgd. Hij bood Dr. Punt een door Dierenarts Frijlink in kleuren uitgevoerd wapen van Ouddorp in lijst aan. En laat hij nu juist dezer dagen een aanbod van een antiquair gekregen hebben VQor een oude ets van Ouddorp. „Ogenblikkelijk zenden", heeft de burgemeester geseind en prompt was de ets vanmorgen bij de post. Het stelt Ouddorp voor nog met de spits op de toren, omringd door 't wijde land. Er onder staat een gedichtje, dat heden ten dage nog voor de V.V.V. geschreven kon zijn. „Hem die natuur bemint
„Hem die natuur bemint Kan hier naar schoonheid vinden, In weeld'rige landouw-, bij duin en hoge linden, Ja, Oudorp, net bebouwd biedt dit genoegen aan En noodt den stedeling om naar Dit dorp te gaan". Men schreef toen Ouddorp blijkbaar nog
Men schreef toen Ouddorp blijkbaar nog met één d! Bij de ets was ook een beschrijving van verschillende Ouddorpse polders en ook deze dingen uit Ouddorps verleden mocht Dr. Punt meenemen naar Pretoria. In gezellig samenzijn werden ook nog oude ellestokken van eeuwen her bewonderd en waar Pretoria Elanden in zijn wapen heeft, toonde de burgemeester nog een elandshoorn, die te Ouddorp opgegraven is. Mevrouw Karsten had een heel stel oude foto's meegebracht, waarmee Dr. Punt zeer ingenomen was en waarvan er verschillende zullen worden gereproduceerd. Belangstellend bekeek Dr. Punt de Polderskamer met de oude kaarten van Ouddorp en veel uit de geschiedenis van dit Oude dorp werd weer opgehaald. Bij het eeuwfeest in 1955 zond burg. K. deze:
Boodskap van die Burgemeester van Ouddorp
Als de winter hier haar intrede doet, zal onder stralende zon en kleurenpracht van vele bloemen Pretoria feest vieren. Haar eeuwfeest.
Dankbaar zal herdacht worden hoe honderd jaar geleden de grondslag werd gelegd voor Pretoria. Pretorius, naar wiens naam de stad is genoemd, was een der vrijheidshelden, die — sterk door zijn geloof — gaven en krachten in dienst stelde voor het vaderland en streed voor vrijheid en recht.
Een hechte band is er tussen Nederland en Zuid-Afrika; een hechte band tussen Pretoria en Ouddorp.
In het jaar 1642 werd in Ouddorpse Pastorie geboren de stamvader van de stichter van Pretoria. Hoe wonderlijk is de wetenschap als in Ouddorp opgroeit Johannes Pretorius, door Jan van Riebeeck in 1652 de grondslag gelegd wordt voor de Unie van Zuid-Afrika. De naam van Ouddorps domineeszoon zal in lengte van dagen verbonden zijn met Pretoria. Ouddorp draagt als oudste nederzetting op het eiland Goeree en Overflakkee haar naam met ere. Haar geschiedenis ligt in het verre verleden. Op een veilige hoogte werd het centrum van het dorp gebouwd. In haar midden staat kerk en toren. Hier was het veilige toevluchtsoord als bij hoge vloeden de wateren van de Noordzee de lage landen overspoelden. Het was evenwel niet alleen de strijd tegen het water. Het Oude Dorp had ook te lijden van plundering en brandstichting, wanneer de vijand na geleden nederlaag de belegering van de nabijgelegen stad Goedereede moest opgeven. De laatste maal was dit het geval in 1604. In dagen van strijd en gevaar was het volk van Ouddorp één. Hoe dieper de nood, hoe groter de lotsverbondenheid. In het jaar 1639 komt Wessel Pretorius naar Ouddorp. Het waren jaren van gevaar en strijd. De tachtigjarige oorlog woedt nog in volle omvang. Wallen en poorten, die bescherming kunnen bieden, ontbreken ten enenmale. Boven het geboomte steekt uit de toren met zijn witte spits; een baken voor de zeeman om de veilige weg te vinden over de wateren van de Noordzee of om over de brede stromen de thuishaven te bereiken.
Wessel Pretorius dient de gemeente Ouddorp door de verkondiging van Gods Woord. Hij strooit uit het zaad van het Evangelie van Jezus Christus, dat vrede en rust geeft in het hart. Hij leeft met en onder het volk van Ouddorp. Groot is de vreugde in Ouddorp als in 1642 de kerkklok opnieuw zijn roep laat klinken; als de scahren opgaan naar de kerk. De roep: Rust hier, gij blijden, droeven
Rust hier, gij blijden, droeven Met al uw vreugd en kruis; Waar kan men beter toeven Dan in des Heeren Huis.
Het „Soli Deo Gloria", dat op de klok te lezen staat heeft een onderschrift gekregen:
„Door koud en breuk onnut gemaakt", „Door vier en liefd' aan stem geraakt".
De oude klok sprak en spreekt nog tot de ziel van het volk van Ouddorp in blijde en droeve dagen; in dagen van dreiging en gevaar.
Dag in dag uit, Jaar in jaar uit. Eeuw in eeuw uit.
In 1642 riep de klok de bewoners van Ouddorp op om zich neer te zetten om te luisteren naar de bediening van Gods Woord door Ds. Pretorius. In 1642 riep de klok ook op om zich neer te zetten voor de bediening van de Heilige Doop. Wessel Pretorius mag in het midden der gemeente zijn zoon Johannes Pretorius, gedragen op de armen van zijn moeder, het zegel van het verbond op het voorhoofd leggen. Zij mogen hun zoon Johannes toebetrouwen aan Hem, die het leven gaf De gemeente spreekt in haar lied als het „Ja" der ouders verklonken is misschien hetzelfde als nu zovele malen: „ God zal hen zelfbevestigen en schragen, en op Zijn rol, waar Hij de volken schrijft hen tellen, als in Isrtel ingelijfd; en doen de naam
van Sions kind'ren dragen".
Hoe het ook zij, zeker is dat in Pretorius en zijn nageslacht bewaarheid is „en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden".
Als de vrede van Munster in 1648 getekend is keren rust en welvaart weer. De landman ploegt zijn akker. De schepen bevaren de wereldzeeën. Het kleine volk aan de Noordzee was groot in zijn geloof en als uit het hart gegrepen legt Mamix van Sint Aldegonde een lied op de lippen: „Ja, toen het bijna scheen, dat golven ende baren
dat golven ende baren Hun verre boven 't hoofd onstuimig zouden varen. En hebben 's al gelijk verslonden in den grond. Zoo heeft ze 's Heeren hand verlost derzelver stond. O, grondelooze raad! o, hooge wonderdoden! O, wijsheid diep gericht, O, schatten der genade! Wie zoude toch Uw werk, de spoor van Uwe baan Doorgronden kuknnen Heer! of weerloos overslaan?
Zo was het ten tijde van Pretorius leven in Ouddorp; zo was het in zijn nieuwe vaderland. Als in Pretoria het gedenkteken ter ere van
Als in Pretoria het gedenkteken ter ere van Pretorius opgericht wordt, laat dan ook dit lied de grondtoon van het blij en dankbaar gedenken zijn.
J. A. KLEYNENBERG De burgemeester van Ouddorp Z-H (Ik citeer deze boodschap uit: „Pretoriana" van juli-sept. 1955).
Uit hetzelfde nummer haal ik dit: 'n Hartbeeshuisie
'n Hartbeeshuisie in Nederland Die hartbeeshuisies was kenmerkend van die tipe wonings wat deur die Trekkers in ons land opgerig is. Dit was tydelike huisies wat van ongehakte stene, strooi en hout aanmekaar gesit is om aan die eenvoudigste behoeftes te voorsien. Ons besef nie altyd nie dat hierdie huisies ook in Nederland voor die begin van die eeu vry algemeen voorgekom het op die platteland. So'n huisie is 'n „Plaggenhut" genoem.
Opmerking:
Johannes Pretorius kwam in 1665 in Zuid-Afrika aan („Nieuws uit Z.A."). * * *
* * * Van burgemeester Kleynenberg las ik in
Van burgemeester Kleynenberg las ik in E.N. van 30 december 1976 't volgende, onder dit kopje:
„Flakkeese" middag in De Bilt Enige honderden bejaarden hebben vrij
Enige honderden bejaarden hebben vrijdag en maandagmiddag een onvergetelijke fijne middag beleefd in de grote kantine van de nieuwe Rabobank in De Bilt. De direkteur van deze bank, een oud- Flakkeeënaar, had beide heren uitgenodigd om een lezing te houden over een van hun reizen. Het werd een reuze succes. Het leuke was, dat oud-burgemeester, Jac. Kleinenberg, die tegenwoordig in .Bilthoven woont, ook van de partij was en de bejaarden een poos lang heeft laten genieten van zijn dichterlijk talent. In de pauze werd iedereen getrakteerd op koffie met kerstkrans en het zit er dik in, dat er nog wel meer van deze Flakkeese middagen zullen worden georganiseerd.
Martijn Sperling
Over Martijn Sperling vond ik in „Opbouw" 1946; 6 augustus:
Martijn Sperling overleden
Te Ouddorp overleed Zondag een man, in den leeftijd van 72 jaren. Wiens naam en daden eens in alle kranten van de gehele wereld genoemd: Martijn Sperling. De Duitsche Keizer verleende hem persoonlijk, na den ramp van de Berlin, waar zeer veel Duitschers door hem gered werden, een hooge onderscheiding. Het is aan deze onderscheiding te danken, dat hij niet in een concentratie-kamp het leven heeft gelaten.
Nadat een vliegtuig in Ouddorp gevallen was, werd de Engelsche piloot bij den heer Sperling binnengebracht. Deze ondervroeg hem natuurlijk waarheen de tocht was geweest — het was bombardement van Berlijn. Hij vroeg hem naar veel dingen, die wij niet weten mochten, de stemming in Engeland, wat „men dacht aan den overkant" van den duur van den oorlog enz. De heer Sperling maakte een fout, bij het
De heer Sperling maakte een fout, bij het afscheid van den piloot gaf hij hem een kaartje met zijn adres, als hij zijn hulp noodig mocht hebben.
De piloot komt in Duitsche krijgsgevangenschap in Ouddorp, de commandant, woest dat de piloot zich niet direct overgegeven had vindt het kaartje van den heer Sperling en stelt deze direct in arrest. De heer Sperling werd naar Middelhamis vervoerd.
De heer Taaie uit Sommelsdijk, met den heer Sperling bevriend, hoorde van de toedracht van de arrestatie. Hij belde de Duitsche Kriegsmarine-commandant op, en toen dit niet hielp ging hij zelf naar Rotterdam en vertelde daar dat de Duitschers een man hadden gevangen genomen, die eens 600 Duitschers het leven had gered, begiftigd met de hoogste Duitsche orde voor menschlievend hulpbetoon en nu, als een minderwaardige gevangene opgesloten was en naar een concentratiekamp vervoerd zou worden. Er ontstond een strijd tussche;. Kriegs
Er ontstond een strijd tussche;. Kriegsriiarine en de Duitsche autoriteiten te Ouddorp of de heer Sperling vrijgelaten zou worden of niet. De Kriegsmarine won en de heer Taaie kon met het bewijs van vrijlating naar huis. Zoo heeft de heer Sperling nog eens profijt kunnen trekken van zijn menschlievende daden.
Emigratie Over emigratie uit Goeree en Ouddorp. In
Over emigratie uit Goeree en Ouddorp. In de Rubriek: Folklore en Taal schreef F. den Eerzamen, 2de serie nr. 81: In de artikelen over de „stad" Goedereede had ik het ook over de emigratie, die hier en in Ouddorp in de vorige eeuw buitengewoon sterk was. Ik kreeg van bevriende zijde een lijst van personen, die van 1847 tot 1871, dus in 25 jaar tijd van Goedereede vertrokken zijn naar Noord- Amerika, mannen, vrouwen en kinderen, in totaal 751. Er gingen hele huisgezinnen weg met 5, 6, 7 en 8 kinderen. In 1854 vertrokken 149, in 1866 110, in 1868 54 en in 1869 71. Velen gingen tegelijk weg, op 20 april 1871 waren dat er 41. Volgens de heer Voogd vertrokken er uit Ouddorp in 1887 wel 300, waarvan 90 met dezelfde boot. Stellig gingen er een aantal weg om het geloof
Het merendeel der emigranten is naar Amerika gegaan uit armoede. Ik schreef er al meermalen over, hoe ellendig destijds de toestand der arbeidersbevolking in al zijn schakeringen was. Amerika leek het beloofde land, waar werk en welvaart te vinden waren volgens de brieven van hen, die de stap gewaagd hadden. Hoe kwamen ze aan geld voor de emigratie? De in Amerika gevestigde familieleden, die het daar goed gekregen hadden, hielpen door 't overzenden van reisgeld. Verder verkochten velen hier alles wat ze bezaten, betaalden met de opbrengst hun reis en werden dan in Amerika verder geholpen. Er zijn heel wat verkopingen gehouden; veel antieke voorwerpen werden in de wacht gesleept door opkopers of kwamen in handen van meer gegoede burgers. Anderen wisten gelden voor hun overtocht te lenen en betaalden die af, als het hun beter ging. Op den duur zijn er in Grand-Rapids en andere plaatsen Nederlandse koloniën ontstaan, eenjaar of wat geleden correspondeerde ik met Jansen, die als jongen in de Pieterstraat woonde; hij gebruikte een Goerees, dat nog veel oude woorden bezat, die nu hier niet meer gangbaar zijn en waar over ik destijds al eens schreef. Als ik de namen der Goereese emigranten
Als ik de namen der Goereese emigranten naga, dan zijn er veel bij, die nu nog in Goeree voorkomen; Bakelaar, Van Heest, Jongste, Lokker, Witte, Troost, Van Dam, Soeteman, Van den Houten, de Vries, Tanis, Van Wijk. Andere komen in Goeree niet meer voor:
Andere komen in Goeree niet meer voor: Lauwe, Van Es, Prol, Van der Made, Schaddelee, Kwaadland, DenHartog, Sinon, Emaus, Perrius. De ouderen in het dorp zullen er nog wel bekenden onder vinden. Op 20 december 1886 emigreerde de famiklie Perrius met vrouw en 3 zoons en 4 dochters. Een der jongens was een vriend van mijn oud-oom Jan; hij zocht hem op in de schuur toen hij uit Amerika overgekomen was — ik herinner me nog altijd die ontmoeting: ik denk dat ik 10 jaar oud was. Ja, zo af en toe kwam er eens een die de heen en terugreis kon betalen, maar veel jaren waren er dat niet. In deze eeuw werd de emigratie minder, maar ik weet toch nog wel enkele namen van families te noemen: Thijs van Oostenbrugge, fam. Verhagen, Hein Prol e.a.
Aantekening
Ik denk dat er na 1847 geen of zeer weinig Afgescheidenen meer vertrokken zijn. 1847 is het jaar dat de Chr. Afgescheiden gemeente wegens de emigratie moest opgeheven worden. In Goeree was een Afgescheidene, nl. J.
In Goeree was een Afgescheidene, nl. J. Schaddelee, die emigreerde. In een brief deze week ontvangen van dhr.
In een brief deze week ontvangen van dhr. K. v.d. Houten van Stellendam, lees ik dat Cornells Lauwe, geboren 27-5-1798 te Goederee, 21-8-1847 vertrok naar U.S.A. Hij was lichtwachter bij de nieuwe verlichting op de kerktoren van Goeree. Was die misschien ook Afgescheiden? De heer Van Houten schreef mij tegelijk, dat Jan Lauwe, geb. te Goedereede 13-7- 1786, eveneens lichtwachter op dezelfde plaats, emigreerde 21-8-1866 naar U.S.A. En dan nog dat Teunis Perrius, geb. 6 of 9 juni 1795 te Goedereede, en vuurstoker op de kerktoren van Goedereede vanaf 1 april 1829 t/m 30 september, 17 maart 1866 vertrok naar U.S.A. Deze Teunis Perrius was dus een andere
Deze Teunis Perrius was dus een andere dan die waarover ik eer schreef, en die 22 oktober 1845 geboren werd en december 1865 emigreerde.
In de Maas en Scheldebode 23 en 30 mei 1890 (in E.N. opgenomen) lees ik: MELISSANT - Sedert 1 januari zijn reeds 25 personen vertrokken naar Noord Amerika. En in de Maas en Scheldebode, 4-8-11
En in de Maas en Scheldebode, 4-8-11 april 1891 dit: Dat de zucht tot landverhuizing in het
Dat de zucht tot landverhuizing in het Noorden des lands nog niet afneemt, blijkt hieruit, dat in de vorige week alleen uit Friesland en Groningen ruim 400 personen naar Rotterdam vertrokken om van- daar per stoomschip „Veendam" de reis naar Amerika te ondernemen. En in een van de Grijsoordse Schetsen lees ik:
De Frans-Duitse oorlog bracht armoede mee en een crisis, waar van onze vaders met ontzag spraken als de 80er jaren. Vele boerengeslachten, Bogerman, Kattestaart, Gebraad, Van Sint Annaland, kwamen tot de bedelstaf of emigreerden naar Amerika. Toen de knecht Job Bogerman als gewoonlijk 's morgens kwam op „Zeldenrust" was de achterdeur open en lag een brieve op tafel „Wij zijn naar Amerika". Nederland verloor, als nu de greep op de buitenlandse markt. De meekrap een belangrijke bron van inkomsten was weggevallen door de uitvinding van de menie. De haven was slecht onderhouden en dichtgeslibt, er was geen keersluis. Maar er woonde een arbeidzaam volk en onder burgemeester Bouwman werd de spreuk opnieuw bewaarheid Luctor etEmergo, ik worstel en kom boven. Dus ook uit Oostflakkee trok men weg. De naakte waarheid stond in Maas en Scheldebode 18 en 25 april 1890. MELISSANT - Deze week vertrekken weder personen uit deze gemeente om aldaar hun geluk te beproeven! Men ging in 't algemeen uit wat men noemde „doaien ermoe". De meesten ging het over de Grote plas beter. Niet altijd direct. Een vorige keer schreef ik al over een spijtemigrant. En dan gebeurde ook 't volgende: Maas en
En dan gebeurde ook 't volgende: Maas en Scheldebode 9 en 13 mei 1891 (In E.N.): HERKINGEN Uit deze gemeente vertrekt deze week
Uit deze gemeente vertrekt deze week weer een gezin naar elders en nu niet naar Rotterdam, maar naar Amerika. Opmerkelijk is het dat de meeste emigranten van hier kennissen achterlaten op financieel gebied. De thans vertrekkenden arriveerden een vorig jaar uit Amerika, omdat het daar slecht was, heel slecht was. Vreemd!
Wie mij iets meer vertellen kan over emigratie en de motieven er voor, doet mij daarmee een grote dienst. Er is op dit moment een professor in Nederland uit de U.S.A., die naar deze zaak een onderzoek doet. Als u mij helpt kan ik hem desgewenst helpen. Ook dhr. v.d. Houten hartelijk dank voor z'n brief Hij schreef ook nog: Op 26 februari 1834 werd het lenticulair lamplicht voor het eerst ontstoken, volgens een bericht aan Zeevarenden uit de Ned. Staatscourant van 4-3-1834.
Strijd tussen remonstranten en contra-remonstranten
Over de strijd tussen remonstranten en contra-remonstranten te Goedereede, vond ik in E.N. van 30 december 1959 een kort verhaal:
Ten tijde van de reformatie hebben er te Goedereede ernstige twisten plaats gehad tussen de remonstranten. In 1616 werd er een predikant beroepen, genaamd Arend Romijn; verlatijnst noemde hij zich Adrianus Romanus, die de remonstrantse beginselen was toegedaan. In zijn prediking kwam duidelijk uit dat hij een echte Arminiaan was; hij weigerde ook de catechismus te verklaren. Dit veroorzaakte zoveel deining, dat zo wat de gehele gemeente met uitzondering van enkelen, zich van hem afscheidde.
De kerkelijke historieschrijver Trigland deelt hierover mee, dat er door deze onlusten vanaf de 4e juni tot 22 november van het jaar 1617 geen godsdienstoefeningen in de kerk gehouden werden. DE contra-remonstranten zochten verbinding met ds. Gosewinus Buytendijk die zich bereid verklaarde in het huis van een der ouderlingen (Gerrit Jansen) te komen prediken. Van Dirksland naar Goedereede was toen een moeilijke reis; het eiland Zuidvoome (Overflakkee) was toen nog van Westvoome (Goedereede) gescheidne. Ds. Buytendyk kwam met een veerbootje over en hij had bij zijn prediking zo'n grote toeloop, dat het huis te klein bleek om de vele hoorders te bevatten. Een verzoek om ds. Buytendyk in de kerk te laten optreden werd afgewezen, waarom enige ingezetenen naar Den Haag reisden om van hogerhand toestemming te verkrijgen. Er werd hen geraden „teroverstaan van de Magistraat" met het prediken in de kerk te beginnen. De magistraat en de kerkeraad stemde met het verzoek in en er werd bepaald dat op vrijdagmorgen, 19 januari 1618 ds. Buytendyk in de kerk zou preken. Toen die bewuste vrijdagmorgen de klok luidde om de kerkgangers op te roepen, kwam Goeree in rep en roer. De remonstrantse predikant Romanus hitste een aantal vissers en wat straatrapaille op, om de kerkdienst te verstoren. Hij maakte de lui wijs dat in de kerk gewapende personen zaten, waarom men met geweren, hooivorken en stokken naar de kerk trok, om er op los te slaan.
Gelukkig kwam de baljuw met de magistraat tussenbeide, die de oproerkraaiers wist te sussen met de belofte, dat twee diakenen zouden worden gevangen gezet. D it nam echter niet weg dat het volk dat uit de kerk kwam onder wie zich ook ds. Damman van Ouddorp bevond, onder het geroep van: „Sla dood! Sla dood!" werd mishandeld, met vuisten geslagen en met stenen geworpen. De mishandelde partij beklaagde zich daarover in Den Haag, waardoor het volk nog meer verstoord werd en afzetting van de burgemeester, drie schepenen en een schoolmeester eiste. De oproerlingen plaatsten zelfs geschut op de markt om, wanneer er van 's landwege krijgsvolk zou komen. deze uit de stad te weren. De landsadvocaat Johan van Oldenbameveld werd tenslotte de vrede-beslechter, die raadde de wapens neer te leggen en de gevangenen los te laten, waaraan gehoor is gegeven. De contro-remonstranten gingen door met het vergaderen in huizen, wat af en toe nieuwe opschuddingen verwekte, tot in november 1618, toen dr. Romanus door de Synode van Zuid-Holland naar elders werd gedeporteerd. Ds. Buytendyk van Dirksland die het met gevaar van eigen leven voor de contraremonstranten had opgenomen werd te Goedereede beroepen, welk beroep hij aannam en als zodanig in juni 1619 werd bevestigd. Hij bleef er echter maar één jaar — op 15 november 1520 preekte hij zijn afscheid en vertrok naar Dordrecht.
J. L. STRUIK Davenschot 37
Davenschot 37 8141 BB Heine (Cv.)
8141 BB Heine (Cv.) Tel. 05729 - 2244
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1985
Eilanden-Nieuws | 16 Pagina's