Jouw vragen
Ik durf mijzelf geen kind van God te noemen. Vaak vraag ik me af: Ben ik daarvoor wel goed genoeg?
Hartelijk dank voor je vraag, beste vriendin. Uit het vervolg van wat je schrijft, blijkt dat anderen je wel hoop proberen te geven dat je genade hebt. Zij wijzen je erop dat je zulke vragen niet van jezelf kunt hebben. Het zouden tekenen zijn van het werk van de Heilige Geest in je.
Mag ik met het laatste beginnen? Zelf zal ik zoiets niet snel tegen mensen zeggen. Want zo kun je hen zomaar laten rusten op iets wat in henzelf is, op gevoelens en gedachten. Terwijl de Heilige Geest slechts op één ding uit is: dat zondaren rusten waar God rust: in het offer van Zijn Zoon, Christus Jezus.
Ben ik wel goed genoeg? Wat je schrijft, doet mij denken aan Maarten Luther. Wat heeft die man zichzelf ook gepijnigd met de vraag of hij wel voldoende bad, voldoende vastte, voldoende berouw kende en voldoende goede werken verrichte om voor Gods gunst aan aanmerking te komen. Altijd ervoer hij tekorten. Zijn beste werken waren met zonden besmet. Wat hij ook deed, zijn geweten bleef hem maar aanklagen.
Wat voor Luther cruciaal is geworden, is wat jij en ik ook zo dringend nodig hebben: helder inzicht in het onderscheid tussen Wet en Evangelie.
Volgens Luther zijn Wet en Evangelie de twee glazen van de bril waarmee de Bijbel wil worden gelezen. Die twee glazen reikt de Bijbel onszelf ook aan. Overigens, het onderscheid is niet alleen typisch voor Luther. Je vindt het terug bij vele gereformeerde predikanten.
De Heilige Geest gebruikt Wet en Evangelie om zondaren tot geloof te brengen in Christus. Door de prediking van de wet, de Tien Geboden, drukt Hij hun op het hart: God wil dat je volmaakt leeft. Niet: zo goed mogelijk, maar: volmaakt, voor 100 procent. Van binnenuit. Elk ogenblik . Van huis uit proberen we allemaal, net als Luther, zalig te worden door de werken van de wet, zeker als de zaken van de eeuwigheid ons gaan wegen. We proberen goed te doen vanuit de overtuiging dat wie goed doet, goed ontmoet. Zodra we die weg inslaan, en we kunnen niet anders, klinkt de stem van de wet diep in ons hart: „Onvoldoende, niet goed genoeg, het moet beter, veel beter . Zo ben je nog niet volmaakt. Zo mag je jezelf nog geen kind van God noemen.” Dodelijk vermoeiend is het, het leven onder de wet. De wet toont je je onvolmaaktheid, klaagt je aan, veroordeelt je. Wat je ook doet, nooit is het goed genoeg. Laat het oordeel van de wet daarom diep tot je doordringen. „Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven staat in het boek der wet, om dat te doen.”
Kom tot de belijdenis dat je nooit goed genoeg zult worden, omdat je in jezelf een verloren zondaar bent. Maar hoor ook de stem van het Evangelie, het Evangelie dat niets van mensen eist, geen bevelen laat klinken, geen dreigementen uit, niemand aanklaagt, maar in liefdevolle woorden wijst op Hem Die Gods wet volmaakt heeft onderhouden en Zichzelf als de grootste der zondaren heeft laten veroordelen, Christus Jezus. Hij is Plaatsvervanger. Christus laat Zichzelf aan zondaren aanprijzen. Naar wie gaat Zijn hart uit? Naar mensen die goed genoeg zijn? Integendeel. Naar mensen die niets anders hebben dan gebrek en tekort, zonden en schuld. Dat is nu genade. Hoor Zijn nodigende stem: „Wie is slecht? Hij kere Zich herwaarts tot Mij” (Spr. 9:4).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 november 2019
Terdege | 116 Pagina's