Paul-Jan
BELEVENISSEN VAN EEN AMBULANCEVERPLEEGKUNDIGE
Het gebeurt regelmatig dat een patiënt naar een huisarts gaat en dat deze huisarts beslist dat hij of zij naar het ziekenhuis vervoerd moet worden op basis van de klachten. Het blijft dan altijd apart dat de patiënt zojuist met eigen vervoer naar de huisarts is gereden en even later moet hij of zij met een ambulance worden opgehaald. Over het algemeen is deze keuze terecht vanwege de ernst van de aandoening, maar soms ook weet de huisarts weinig raad met de ontstane situatie op de praktijk. Zo zijn wij vandaag met spoed onderweg naar een huisartsenpraktijk ergens in de Alblasserwaard. Onderweg zien wij op het display verschijnen dat zojuist in de praktijk een jongedame van 21 jaar in elkaar is gezakt. De dokter heeft twee keer de bloeddruk gemeten en beide keren was deze 85/40. Dit is erg laag, zeker voor een vrouw van deze leeftijd. De huisarts heeft direct 112 gebeld. Onderweg bespreek ik de casus met mijn collega. We hebben allebei het idee dat het geen levensbedreigende situatie is. Het gebeurt namelijk regelmatig dat mensen nadat ze een vervelende situatie meemaken, niet lekker worden. Dit kan met het voorval te maken hebben, maar een andere oorzaak is uiteraard niet uitgesloten. Wij zijn uiteindelijk niet bij de patiënt en kun je op voorhand geen conclusies trekken.
Na ongeveer tien minuten link doorrijden zijn we ter plaatse en worden we opgevangen door de doktersassistente. Zij gaat ons voor naar de praktijkruimte van de huisarts. „Ze is écht niet lekker hoor, snel een infuus!” roept de dokter naar ons, als we binnenstappen. Het blijft in zo’n situatie altijd lastig of je nu meteen moet handelen in opdracht van de huisarts (deze is in medisch opzicht toch meer geschoold dan wij) óf dat je bij de patiënt een snelle ABCD-check doet en je eigen plan trekt. Ik besluit het laatste, zonder in discussie te gaan met de arts. Eerst check ik of de jongedame goed door kan ademen en ondertussen voel ik de pols naar de hartslag. Beide controles zijn in orde. Ook geeft ze duidelijk antwoord op de vragen en ziet ze er niet (meer) bleek of klam uit. Dit stelt mij gerust. Ondertussen luister ik naar het verhaal van de huisarts. Die vertelt dat de vrouw van een trapje is gevallen en een pijnlijke bovenarm heeft. Ze is daarna door haar moeder naar de huisarts gebracht, maar in de praktijk dreigde ze te collaberen (lauwvallen). „Ik denk nu toch vermoedelijk vanwege de pijn”, zo besluit hij zijn verhaal.
Met ons voorstel om deze vrouw de juiste pijnstilling te geven en daarna samen met haar moeder op eigen gelegenheid voor een foto naar het ziekenhuis te laten gaan, gaat de huisarts akkoord.
Paul-Jan Dekker verzorgt op deze plek een wisselcolumn. Volgende keer politieagent Johan Dubbeldam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 september 2020
Terdege | 107 Pagina's