Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zoeken naar Gods leiding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zoeken naar Gods leiding

”DE WETENSCHAP DAT GOD HET LEVEN LEIDT, MOET EEN GELOOFSHOUDING ZIJN”

19 minuten leestijd

Hoe weet ik dat ik de juiste keuzes maak? Waarom wordt mijn leven zo geleid? Wat is Gods wil? Veel christenen worstelen met deze vragen. Kees van der Knijff biedt hun handvatten door zijn dissertatie en de publieksversie daarvan. ”De wetenschap dat God het leven leidt, moet een permanente geloofshouding zijn.”

De mogelijkheid om als jong theoloog promotieonderzoek te gaan doen, greep Kees van der Knijff (31) met beide handen aan. Te meer omdat het onderwerp, Gods leiding in het leven, hem persoonlijk bezighield. „Op de studentenvereniging zag ik veel mensen ermee worstelen. Wat moet ik straks met mijn studie?”

Opvallend was dat studenten geneeskunde, zoals Esther (31), met wie hij in het huwelijk zou treden, die vraag niet zo sterk kenden. „Ze wisten dat ze een zinvol beroep zouden krijgen. Mensen die een economische studie volgden, vroegen zich na een paar jaar af: moet ik hiermee als christen mijn leven vullen? Het werk als arts beleef je gemakkelijker als roeping dan een baan als accountant.” Zelf koos hij na de middelbare school voor econometrie. „Ik ben goed in wiskunde en wilde iets in de economische sfeer. Zo kwam ik bij deze studierichting. Al snel ontdekte ik dat dit vak wel bij me past, maar de bijbehorende wereld niet. Econometrie werd gepresenteerd als een studie waarmee je een gespreid bedje zou vinden. Dat perspectief stempelde de mentaliteit van studenten en docenten. Op de studentenvereniging CSFR kwam ik ouderejaars tegen die interessante boeken lazen, waarover ze boeiende gesprekken voerden. Dat lag me meer. Geleidelijk ontdekte ik dat theologie me trok. Van huis uit had ik daar al een dosis van meegekregen.”

THEOLOGIE

In de loop van het tweede jaar ging hij econometrie combineren met theologie. Na het behalen van de bachelor econometrie zette hij achter die studie een punt om zich volledig op theologie te kunnen richten. Met het verlangen daarmee ooit in het buitenland werkzaam te zijn. „Op een plaats waar ze het minder goed hebben dan wij in Nederland. Een avonturier ben ik nooit geweest, dat speelde denk ik niet mee.”

Voordat hij een vaste relatie met Esther kreeg, maakt hij haar deelgenoot van zijn verlangen. Het was voor de studente geneeskunde geen reden om van de verkering af te zien. „Hoewel ik tot die tijd niet aan zending dacht, stond ik er wel positief tegenover. Behoefte aan een bijzondere aanwijzing had ik niet. Het leek me een mooie taak.”

Aanvankelijk dacht ze accountant te zullen worden, net als haar oudere broer. „Toen ik me erin verdiepte, ontdekte ik dat dit vak totaal niet bij me past. Ik heb daarna overwogen een talenstudie te gaan doen; het waren mijn ouders die me attendeerden op geneeskunde. Nadat ik een weekje met onze huisarts had meegelopen, wist ik dat dit beroep wel bij me past. Achteraf bezien is de combinatie van een theoloog en een arts heel mooi voor zendingswerk.”

LEVENSGEZEL

Beiden wisten dat hun levensgezel iemand moest zijn met wie ze over de dingen van God en Zijn Koninkrijk konden spreken. „De omgang met Kees voelde vanaf het begin heel vertrouwd. Hoewel we opgroeiden in verschillende kerken, hij in de Gereformeerde Gemeenten en ik in de Hervormde Kerk, hebben ook onze ouderlijke gezinnen veel gemeen. Ik herkende me in zijn achtergrond. Dat vind ik wel belangrijk. Mensen staan niet los van hun context.”

De zinsnede uit het klassieke huwelijksformulier dat God nog altijd door Zijn hand man en vrouw samenbrengt, is voor Kees primair een geloofsbelijdenis. „Je hoeft die niet op een heel bijzondere wijze te ervaren om te kunnen trouwen. Het gaat juist mis als je denkt er precies de vinger op te kunnen leggen. De keus van je levenspartner moet vooral een zaak van gebed zijn. Bij betrokken gelovige jongeren is dat ook zo.”

„Ik heb heel concreet gebeden of ik een gelovige jongen mocht ontmoeten”, bevestigt Esther. „Alleen dan heeft je huwelijk een vaste basis.” Ze besloten zich kerkelijk aan te sluiten bij de Protestantse Kerk in Nederland. Daarmee verviel voor Kees het vraagstuk of er voor hem een taak lag binnen het kerkverband waarin hij opgroeide. „Dat heeft me wel een aantal jaren beziggehouden.”

ZENDING

De betrokkenheid op zending werd bij de jonge theoloog gestimuleerd door boeken die hij las en mensen die hij ontmoette. Het zaad werd al gelegd in zijn jeugd. „Ik heb toen catechisatie gehad van meneer Commelin, een man die zijn hele leven werkzaam is geweest in de zending. Dat heeft me ongetwijfeld beïnvloed. Ik heb nooit gezocht naar een bijzondere bevestiging van mijn verlangen naar zendingswerk. De wetenschap dat God het leven leidt, moet een permanente geloofshouding zijn.”

Esther, werkzaam als jeugdarts bij het Centrum voor Jeugd en Gezin in Rotterdam- Zuid, ervaart dat net zo. „Op belangrijke keuzemomenten hebben we heel bewust nagedacht over de te nemen beslissingen, ervoor gebeden en er met geestverwanten over gesproken. Volgens mensen die ons goed kennen, is zending iets wat bij ons past. Dat vinden we wel opmerkelijk, want ook ik ben geen avonturier. We gaan naar Libanon omdat we daar een taak zien en ons door de jaren heen meer en meer geroepen zijn gaan voelen. Het verlangen is versterkt en verdiept.”

MOOIE GESPREKKEN

Op grond van zijn karakter en kwaliteiten dacht Kees aan een post op een theologisch seminarie, om daar iets te kunnen bijdragen aan de opleiding van predikanten. „In 2017 hebben we contact opgenomen met de GZB, verteld van ons verlangen en gezegd dat we beschikbaar zijn. Naar aanleiding van de gevoerde gesprekken wilden ze met ons verder. We kozen voor de GZB omdat we de visie van deze organisatie delen en vertrouwen hebben in de manier van werken. De GZB past ook goed bij de kerkelijke gemeente waartoe we behoren, de Maranathakerk van Rotterdam- Zuid.”

Tot vorig jaar lag open waar ze naartoe zouden gaan. Mede op advies van de GZB gebruikte Kees de periode na zijn promotie om zijn predikantsbevoegdheid te halen. „In veel landen heb je als zendingswerker meer gezag wanneer je niet alleen een theologische studie hebt gevolgd, maar ook predikant bent.”

Eind 2019 kwam Beiroet in beeld. Hij zal er gaan doceren aan het Arab Baptist Theological Seminary, Esther kan er aan het werk als jeugdarts. In de laatste week van februari reisden ze voor het eerst naar Libanon. „We hebben mooie gesprekken gehad met docenten en studenten van het seminarie en een bezoek gebracht aan de kliniek waar ik mogelijk zou kunnen werken. Er is ook een goede school voor onze kinderen.”

„Het paste gewoon”, concludeert Kees.

RAMP

Ze waren amper terug in Nederland toen het coronavirus toesloeg. De economische, maatschappelijke en politieke situatie in Libanon verslechterde met de week, met als climax de ramp die Beiroet ruïneerde. Esther: „Die hebben we heel intens beleefd. We kennen daar nu mensen en zagen beelden van verwoeste gebouwen waar we zijn geweest. Het heeft ons verlangen om ernaartoe te gaan niet weggenomen, maar eerder versterkt.”

„Wel denk je meer na over de veiligheid van de kinderen”, vult Kees aan. „Hoe instabiel mag het worden? Ik geloof dat het je roeping kan zijn om in de gevaarlijkste omstandigheden op je post te blijven. Het boek ”Vijf kruisen in de jungle” heeft me destijds diep geraakt. Tegelijk heb je een verantwoordelijkheid voor je gezin. Breekt in Libanon weer een burgeroorlog uit, dan moet je heel goede redenen hebben om toch te gaan of te blijven. Uiteindelijk hoeven wij de beslissing niet te nemen, dat doet de GZB.”

Terecht, vindt de zendingsarbeider in spe. „Mensen die de situatie vanaf een zekere afstand bekijken, letterlijk en figuurlijk, kunnen vaak beter beoordelen wat verstandig is. Je bent bovendien geen individu die alles voor zichzelf kan beslissen, je maakt deel uit van een gemeenschap. Er zijn in de Bijbel en de kerkgeschiedenis voorbeelden van zeer bijzondere roepingen. Die hoeven we niet weg te verklaren, maar je moet er evenmin de norm van maken. Roeping heeft altijd verschillende componenten. Ik heb er moeite mee als één component alle andere aspecten en verantwoordelijkheden in het leven gaat overheersen. Dan ontstaat scheefgroei. Daarom is het contact en het gebed met medegelovigen zo belangrijk bij het nemen van belangrijke beslissingen.”

DIENSTBAAR

Deze wijze van denken over roeping werd bij de Rotterdamse theoloog versterkt door zijn promotiestudie. „Ik ontdekte dat ook de reformatoren er zo over dachten en mee omgingen. Het spreken van Luther en Calvijn over de brede roeping voor het hele leven staat haaks op ons sterk geïndividualiseerde en versmalde denken over een bijzondere roeping voor die ene taak. Daarmee werp je mensen op zichzelf terug en ontstaan nodeloze barrières.”

Tegelijk wil hij ruimte laten voor Gods vrijheid in handelen. „Van de drie door mij beschreven denkwijzen over roeping, is de laatste mijns inziens het meest Bijbels, maar in al die modellen zitten elementen die aansluiten bij een bepaald karakter. God is zo genadig dat hij daar rekening mee houdt. Wel is voor mij duidelijk dat onder die modellen theologische keuzes liggen. Je kunt ze niet op één hoop schuiven als gelijkwaardig.”

In januari hoopt het echtpaar af te reizen naar Libanon met dochter Hannah (6) en de zoons Nathan (3) en Timon (1). „De komende maanden gaan we ons concreet voorbereiden, onder meer door taalstudie. Wat ons erg bemoedigt, zijn de reacties van christenen in Libanon met wie we al contact hebben. Ondanks de grote problemen zijn ze hoopvol. Ze zoeken naar mogelijkheden om dienstbaar te zijn: in de hulp aan vluchtelingen en de opbouw van de stad. We kijken echt uit naar uit om te vertrekken en aan dit ideaal iets bij te mogen dragen.”


De wereld van Johan Leune is klein geworden. Een spierziekte maakt het lopen vrijwel onmogelijk, doofheid bemoeilijkt een gesprek, echtgenote Marijke ontviel hem door een ernstige ziekte. Het maakte hem niet opstandig. „Mijn lijfspreuk werd: Leer mij volgen zonder vragen; Vader, wat Gij doet is goed.”

Als hij terugblikt op zijn leven, weet Johan Leune (72) één ding heel zeker. Dat God zijn bestaan leidt, ook als hij niet begrijpt waarom dingen gaan zoals ze gaan. De inwoner van Woerden groeide op in een afgelegen boerderij buiten Benthuizen, zonder gas, riolering, waterleiding, telefoon of radio. „De krant was onze enige nieuwsbron.”

Met veel moeite wist hij aan De Driestar zijn kweekschooldiploma te behalen, waarmee hij les ging geven op de lagere school die hij zelf had bezocht. Na zes jaar maakte hij de overstap naar de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten. „Dat ik daar terechtkwam, zie ik als Gods zorg. Ik had toen al last van mijn spierziekte. Er was geen diagnose gesteld, maar ’s avonds was ik doodmoe. Het werk bij de Jeugdbond vroeg fysiek minder van me.” Pas toen zijn handicap niet meer viel te ontkennen, ging hij ermee naar de dokter. „Ik wílde het niet weten. Daardoor kwam de diagnose dubbel hard aan: primaire laterale sclerose, een zeldzame ziekte waaraan niets is te doen.” De doofheid die zich ontwikkelde, drukt nog zwaarder dan de spierziekte. „In gezelschap kan ik al heel lang niet functioneren. Dat is echt een kruis.”

STUURMAN

Opstand tegen Gods leiding ervoer hij niet. „Ik hoef Hem niet ter verantwoording te roepen, heb dat ook nooit gewild. De wetenschap dat Hij de grote Stuurman is, hielp me om mijn handicaps te aanvaarden. Ik heb heel wat keren een Bijbelstudie, inleiding of weekopening gehouden over Psalm 73. Asaf kon Gods leiding niet plaatsen, totdat hij in Gods heiligdom inging en iets van Gods raad zag. De Heere kent mij en doorgrondt mij, zoals Hij al die miljarden mensen, de dieren, de planten, de hele schepping doorgrondt.”

Elke morgen begint hij zijn ochtendgebed met een lofprijzing op Gods grootheid. „Dat is de beste remedie tegen moedeloosheid, waarmee ook ik soms te kampen heb. Het is voor mij geen beklemmende gedachte dat alles in Gods raad ligt opgesloten, integendeel. In de loop der jaren werd mijn lijfspreuk: Leer mij volgen zonder vragen; Vader, wat Gij doet is goed. Niet dat ik daar elke dag de troost van heb, maar het is wel het fundament van mijn leven. Zo voel ik het en zo wil ik het, ook als ik het soms níét voel.”

ADOPTIE

Op 30-jarige leeftijd huwde hij met Marijke. Na twee buitenbaarmoederlijke zwangerschappen werden haar eileiders verwijderd. „Dat vond ze verschrikkelijk moeilijk. We hebben al snel besloten ons op te geven voor adoptie. Dat beleefden we niet als bijzonder, verschillende mensen in onze omgeving hadden al kinderen geadopteerd. We vonden het wel bijzonder dat wij deze kinderen, de een met een islamitische en de ander met een boeddhistische achtergrond, als christen mochten opvoeden, binnen de kring van Gods genadeverbond.”

Bij belangrijke beslissingen zoals de adoptie had hij geen behoefte aan een bijzondere bevestiging. „Ik heb een aversie tegen die verhalen over het krijgen van teksten. Dat kan, maar het is niet controleerbaar. Het valt me bovendien op dat die bijzondere waarheden vaak volledig uit hun Bijbelse verband worden gerukt, ook in het kerkelijke leven.”

Zelf vindt hij het belangrijk dat hij vrede ervaart op beslissingen die hij biddend en na zorgvuldige afweging heeft genomen. En dat hij die beslissing een plaats kan geven binnen de veelomvattende Bijbelse boodschap. „God heeft ons geen losse teksten gegeven, maar het geheel van Zijn Woord.”

AFGEKEURD

Op 55-jarige leeftijd werd hij volledig afgekeurd. „De laatste periode was erg moeilijk. Ik ben te lang doorgegaan en liep daardoor een zware burn-out op. Daar ben ik nooit helemaal overheen gekomen. Die afkeuring was een geschenk van boven. Nadat ik weer een beetje opgekrabbeld was, had ik meer tijd om Marijke bij te staan. We vulden elkaar heel goed aan. Zij was psychisch zwak, ik fysiek. Zij maakte makkelijk contacten, ik kon haar door mijn karakter oppeppen als dat nodig was. Via Facebook kregen we intensief contact met probleemjongeren voor wie we iets konden betekenen. Het waren de mooiste jaren van mijn leven. Roeping is een te groot woord, maar ik ben dankbaar dat ik die nieuwe taak van God kreeg.”

Sinds het overlijden van Marijke vraagt hij zich meer dan eens af wat zijn leven nog voor zin heeft. „De diagnose uitgezaaide alvleesklierkanker was een enorme klap; daarna hebben we nog twee heel goede maanden gehad. Dicht bij elkaar, dicht bij de hemel, dicht bij God, omringd door de liefde van onze kinderen, vrienden, thuiszorgers en gemeenteleden. Nu moet ik echt opletten dat ik me niet laat meeslepen door depressieve gedachten.”

Zo nu en dan gaat hij met de elektrische rolstoel naar de begraafplaats. „Dat vind ik heerlijk. Voor mijn gevoel ben ik daar weer heel dicht bij Marijke. Bij de steen met haar naam bedenk ik hoe ze in de hemel uitziet naar de jongste dag, net als ik hier beneden. Eens zal het hemelse Jeruzalem op aarde neerdalen en zullen we met een verheerlijkt lichaam God dienen en Jezus ten volle als onze Koning eren. Dat is de bedoeling van God met ons leven. Het is goed om dit dagelijks te bedenken en elkaar ertoe aan te sporen.”

Ze hoopte te trouwen en kinderen te krijgen, maar het liep anders in het leven van Annemarie van Houdt. De postdoctorale opleiding tot cognitief gedragstherapeut leerde haar dat dit niet los staat van haar karakter. Toch wil ze de betekenis daarvan niet uitvergroten. „Ik til zwaarder aan Gods leiding dan aan mijn eigen rol daarin.”


Op jonge leeftijd werd Annemarie van Houdt (64) al geconfronteerd met de rafelranden van het leven. „Toen ik 10 jaar was, kreeg ik na vier zussen een broertje. Vooral mijn vader was er heel blij mee, nu had hij een opvolger voor de boerderij. Na tien maanden is dat jongetje overleden.”

Voor de Zeeuwse boerendochter, tweede in de kinderrij, was het leven vanaf die dag anders. „De onbezorgdheid was weg. Ik zag mijn vader hardop huilen, mijn moeder was intens bedroefd. Ook voor mij was het een groot verlies. Ik ben heel erg op kinderen.”

Het meisje dat daarna werd geboren, werd haar lievelingszus. „Mijn moeder was regelmatig in tranen, dus ik werd het vrolijke moedertje.” Het verlies van het broertje werd voor haar gevoel gecompenseerd door de komst van een tweede jongetje. „Dat overleed na drie maanden. Mijn moeder had sterk haar vragen; ik ook. Waarom doet God dit? Mijn vader leefde vanuit Psalm 39: „Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.””

PSYCHOLOGIE

Kort voor de geboorte van het jongetje besloot vader Van Houdt dat Annemarie van school moest komen, om thuis te helpen. „Na het overlijden van mijn broertje kwam hij terug op het besluit. Hij wist dat ik graag juffrouw wilde worden en besloot dat mogelijk te maken. Destijds stond ik er niet zo bij stil, nu zie ik die verandering bij mijn vader als iets bijzonders. Ik ben de enige van de zes meiden die niet trouwde, dus ik bleef kostwinner.”

Op 17 juni was het 45 jaar geleden dat ze startte als kleuterjuf. „Eerst heb ik twee jaar in Yerseke gewerkt, waar ik de hoofdacte behaalde. In 1977 werd ik hoofdleidster in Lisse, vandaar leidde de weg in 1980 naar Boskoop.” Op de Driestar volgde ze de applicatiecursus voor volledig bevoegd onderwijzer. Kinderen met gedrags- en leerproblemen brachten haar op het idee aansluitend in deeltijd psychologie te gaan studeren, al was dat niet de enige aanleiding. „Mijn droom was een lieve man, trouwen, kinderen krijgen, een leuk huisje met een moestuin en wat beestjes, maar zo ging het niet. Studeren bood mij nieuw perspectief.”

Ze ziet het als Gods leiding dat ze ongehuwd bleef, zij het met wat meer nuance dan vroeger. „Bij de postdoctorale opleiding tot cognitief gedragstherapeut horen leertherapeutische gesprekken. Die laten je zien wat en wie je gevormd hebben, en je eigen rol daarin. Door mijn jeugd en mijn karakter ben ik niet zo veilig gehecht. Daardoor vind ik het moeilijk om iemand al mijn vertrouwen te geven en houd ik graag zelf de controle over mijn leven. Dat neemt niet weg dat ik zwaarder aan Gods leiding in mijn leven til dan aan mijn eigen rol daarin.”

CONTACTEN

Het overlijden van haar twee broertjes ervoer ze als een roepstem van God tot bekering. „Dat vond ik lastig, want ik had het idee dat het dienen van de Heere het leven minder leuk maakt. Toen ik 17 jaar was, kon ik niet meer verder met mijn oude leven. Het diepe besef dat God heilig is en ik een zondig mens ben, bracht mij tot de roep om vergeving en de bede: Heere, wat wilt U dat ik doen zal? Sindsdien is bij beslissingen die ik neem Gods instemming voor mij het belangrijkst. Niet dat ik ze pas durf te nemen als ik bij een bepaalde tekst word bepaald. Maak ik een verkeerde keuze, dan heb ik het vertrouwen dat de Heere me daarin zal corrigeren.”

Intussen werkt ze alweer bijna twintig jaar als psycholoog bij Eleos in Dordrecht, op de jeugdafdeling. De eerste zeven jaar bleef ze in Boskoop wonen. „Daar had ik het heel goed naar mijn zin, ook kerkelijk. Bij de eerste kerkdienst die ik bijwoonde, viel mijn oog op het bordje onder de kansel met de tekst: „In deze plaats zal Ik vrede geven, zegt de Heere der heerscharen.” Toen wist ik: het komt goed hier. Dat was ook zo.”

Omdat het heen en weer rijden van Boskoop naar Dordrecht zwaar begon te vallen, verhuisde ze naar Dordrecht. „Het afscheid van mijn vrienden en de kerkelijke gemeente vond ik moeilijk, totdat ik een foto van de Julianakerk in Dordrecht zag. Op de gevel staat: „In deze plaats zal ik vrede geven, zegt de Heere der heerscharen.” Dat is toch opmerkelijk? Niet dat zo’n tekst voor mij doorslaggevend is, wel zag ik die als een bevestiging. De vrees in een goddeloze stad te belanden, bleek onterecht. Ik heb ook hier weer vrienden gekregen met wie ik een geestelijke band ervaar.”

NIET EINDVERANTWOORDELIJK

Blikt ze terug, dan overheerst de dankbaarheid. „Het ongetrouwd zijn beleef ik als een kruis, maar niet als een kruis dat niet te dragen is. Je moet soms sterven aan een verlangen in jezelf om meer gericht te zijn op de dingen van de Heere. Snoeiwerk, zal ik maar zeggen. Ik heb het vertrouwen dat Hij het goede met me voorheeft. Zoals een eenvoudig poëziealbumversje het zegt: „Die trouwe Heiland weet gewis, wat ook voor jou het beste is.””

Haar baan bij Eleos ervaart ze als een gift. „Ik kreeg die in 2001, op het moment dat ik in het onderwijs was uitgekeken; de ontslaggolf in 2013 ging aan mij voorbij. Dat vond ik bijzonder, want we hebben als zondige mensen nergens recht op. Daarom zal ik nooit zeggen: „U deed het niet goed.” Wel vraag ik soms: „Waarom deed u het zo?” Zonder daarbij te denken: kon ik alles zelf maar regelen. Ik zou het eng vinden om eindverantwoordelijk te zijn. „Ach, hoe zou ik mijn vergissen, als Gij mij de keuze liet.””


Gods heilsplan met de wereld

Hoe werd en wordt in de protestantse traditie gedacht over het ontdekken van Gods wil en leiding in eigen leven? Aan dat onderwerp wijdde Kees van der Knijff zijn proefschrift ”Between Providence and Choice Biography: An Account of Divine Guidance from a Reformed Perspective”. De inhoud ervan verwerkte hij voor een breder publiek in het boek ”De Heer is mijn Herder, maar hoe leidt hij mij?” Hij gaf het de ondertitel: ”Denken over Gods leiding in tijden van keuzestress”.

De auteur onderscheidt drie visies op Gods leiding: leiding door informatie, door intimiteit en door transformatie. In de eerste visie maakt God Zijn wil bij belangrijke beslissingen bekend door opmerkelijke aanwijzingen: een Bijbeltekst die op bijzondere wijze het hart raakt, een verrassende ontmoeting, een passend advies op het juiste moment. In de tweede visie staat de nabije omgang met God centraal. Door zich daarin te oefenen, leert de gelovige de stem van de Geest in het hart te herkennen.

In de derde visie staan de dagelijkse bekering en de heiliging van verlangens centraal. Op grond van dat wat God in Zijn Woord heeft geopenbaard, maakt de gelovige weloverwogen keuzes. Biddend om de leiding van Gods Geest, in de overtuiging dat God in die weg zegen wil geven. Deze visie sluit volgens Van der Knijff het meest aan bij het Bijbelse spreken over Gods leiding en de wijze waarop de reformatoren erover dachten en naar handelden. Hij bekritiseert de vandaag populaire opvatting dat God een gedetailleerd plan heeft voor het leven van elke gelovige. God heeft een heilsplan voor de wéreld, en het is de roeping van de gelovige daarin een instrument te zijn, door dienstbaarheid op de plaats waar God hem of haar stelt.

N.A.V. ”DE HEER IS MIJN HERDER, MAAR HOE LEIDT HIJ MIJ? DENKEN OVER GODS LEIDING IN TIJDEN VAN KEUZESTRESS”, DOOR DR. KEES VAN DER KNIJFF; UITG. GROEN, HEERENVEEN; 160 BLZ.; € 13,95.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 oktober 2020

Terdege | 98 Pagina's

Zoeken naar Gods leiding

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 oktober 2020

Terdege | 98 Pagina's