Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbesprekingen

5 minuten leestijd

Klaas van der Zwaag, Reformatie vandaag: 500 jaar Hervorming in debat met Rome en nieuwe vormen van doperse radicaliteit (Apeldoorn: De Banier, 2017) 2 banden, 876 en 823 p., € 79,90 (ISBN 9789402902792).

In het herdenkingsjaar van de Reformatie publiceerde Klaas van der Zwaag, kerkjournalist bij het Reformatorisch Dagblad, twee kloeke banden over de geschiedenis van de Reformatie. Daarbij gaat het hem niet alleen om de zestiende eeuw, maar ook om de ontwikkelingen daarna waarbij hij zich dan met name richt op de verhouding van de gereformeerden tot de Rooms-Katholieke Kerk enerzijds en allerlei radicale vormen van Reformatie, die hij ‘dopers’ noemt, anderzijds.

De twee banden bestaan uit vier delen: I.

Het geding met Rome, II. Het geding met de dopers, III. Vroomheidsbewegingen en nieuwe vormen van doperse radicaliteit en IV. De blijvende actualiteit van de Reformatie. De delen zijn ongelijksoortig van omvang, deel I en III beslaan ongeveer 700 pagina’s, deel II is 200 pagina’s en deel IV slechts 20 pagina’s lang. Deel III behandelt allerlei bewegingen, van het puritanisme en de Nadere Reformatie via het methodisme en het Reveil tot en met de charismatische beweging en HeartCry.

Van der Zwaag wil met zijn encyclopedische kennis van de secundaire literatuur en van de discussies in de reformatorische kring een bijdrage leveren aan het verstaan van de Reformatie en die kennis toepassen op de actualiteit. Hij levert met dit werk geen originele bijdrage aan het reformatieonderzoek, maar het is ook niet zijn bedoeling om zich te verhouden tot de oorspronkelijke bronnen. Hij geeft wel een goed overzicht van elk deelonderwerp. Welk detail van de theologie van de reformaties het ook betreft, de auteur heeft de relevante publicaties – niet alleen de Nederlandstalige, maar ook Duitse en Engelse – gelezen en vat die kort en bondig samen.

De kracht van dit kloeke werk schuilt dus vooral in de weergave van wat anderen over de Reformatie en de geschiedenis van het protestantisme geschreven hebben. Daarin zit meteen ook een minder sterke kant van het werk. De woorden ‘volgens...’ en ‘aldus...’ komen wel erg vaak voor. Als Van der Zwaag meer een eigen betoog had opgezet met een duidelijk argument, had hij de referenties aan de meningen van anderen ook wel meer naar de voetnoten kunnen verplaatsen. Nu is het op zichzelf niet verkeerd om uitgebreid aandacht te besteden aan de visies van experts, maar in dit werk staan zij vaak wat losjes naast elkaar. Om een voorbeeld te geven, de visie dat de Bijbel in de late Middeleeuwen een verboden boek was, staat los naast de visie dat de Bijbel, althans delen daarvan, in de late Middeleeuwen door veel leken werd gelezen (1:122-123). Hier had Van der Zwaag een evaluatie kunnen geven of aan kunnen geven dat oudere inzichten door recent onderzoek zijn gecorrigeerd. Soms evalueert de auteur wel wat hij uit de literatuur samenvat, maar dan vaak erg impliciet, zoals bij de bespreking van het boek van Brad Gregory The Unintended Reformation waar hij terecht stelt dat de Reformatie de vrijheid – die tot pluralisme leidt – juist heeft genormeerd door het Woord (1:186).

Het is voor de reformatorische doelgroep waar Van der Zwaag voor schrijft wel goed dat bepaalde clichés doorbroken worden, maar het is de vraag of hij toch niet iets te optimistisch is over de ontwikkelingen bij Rome. Het is namelijk de vraag of het vasthouden aan het gezag van de concilies de Rooms-Katholieke Kerk niet per definitie gevangenhoudt in de dwalingen uit het verleden. Elke correctie kan per definitie niet meer zijn dan een herinterpretatie. Het is waar dat de Bijbel een steeds centralere plaats heeft gekregen in de Rooms-Katholieke Kerk – en wie zou dat niet toejuichen – maar Vaticanum II stelt toch heel nadrukkelijk dat men ‘de heilige Overlevering en de heilige Schrift [...] met eenzelfde liefde en eenzelfde eerbied aanvaarden en vereren moet’ (Dei Verbum 2.3). Dat kan ook niet anders, omdat het Concilie van Trente (1545-1563) dat leert. De Rooms-Katholieke Kerk kan de teksten van eerdere concilies niet herroepen, hooguit herinterpreteren.

De anabaptisten – die term die Van der Zwaag ook wel gebruikt is te verkiezen boven het wat depreciërende ‘dopers’ of ‘doperdom’ – trokken de consequenties van het sola scriptura, niet alleen in hun afwijzing van de kinderdoop, maar ook in hun kritiek op de verzwagering van de lutheranen en gereformeerden met de overheid. De rol van de alternatieve christologie – de ontkenning dat Christus echt menselijk vlees van zijn moeder aangenomen heeft (NGB, artikel 18) noemt Van der Zwaag nauwelijks (1:729 n27). Juist vanwege deze visie verdachten de gereformeerden de dopers er echter van dat zij in de christologie en de triniteitsleer afweken van het katholieke christendom. Dat kleurt – naast de smet van de revolutie in Münster – de visie op deze medechristenen en is ook een verschil met de latere baptisten en andere vormen van radicaal protestantisme die Van der Zwaag in deel III behandelt en te ongenuanceerd op een lijn plaatst met de dopers uit de zestiende eeuw.

Opnieuw is de kracht van Reformatie vandaag – het leggen van allerlei verbindingen met latere tijden en actuele discussies – meteen ook de zwakte. Van der Zwaag verbindt wel, maar doet dat te weinig kritisch en analytisch. Methodologisch wordt het hele werk geframed vanuit de eigen positie als een ‘midden’ tussen Rome en de radicalen.

Het is de vraag of je zo wel recht kunt doen aan de complexiteit van de geschiedenis, maar die vraag geldt niet alleen de auteur maar ook de onderzoekstraditie die hij vertegenwoordigt.

Meer dan in zijn eerdere werk spreekt Van der Zwaag zich – hoewel vaak impliciet – positief uit over wat reformatorische christenen van anderen kunnen leren.

Daarmee helpt hij hen verder in hun oriëntatie op de katholiciteit van de kerk in een seculiere context.

Het is mooi dat Van der Zwaag in de afsluitende stellingen ook kleur bekent. De boodschap die Van der Zwaag met Reformatie vandaag door wil geven laat zich het beste samenvatten in de woorden van stelling 1 en 95: De Reformatie is een geestelijke opwekking geweest die vrijheid en zekerheid bracht voor aangevochten gelovigen en de Heilige Geest kan nog altijd verrassend eeuwenoude tegenstellingen doorbreken.

Dit artikel werd u aangeboden door: Theologia Reformata

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2019

Theologia Reformata | 112 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2019

Theologia Reformata | 112 Pagina's