Boekbesprekingen
David D. Hall, The Puritans: A Transatlantic History (Princeton/Oxford: Princeton University Press, 2019) 517 p., $ 35.00 (ISBN 9780691151397).
Het is opvallend dat binnen een jaar twee overzichtswerken van het puritanisme zijn verschenen. Eerder besprak ik met waardering en tegelijk met een kritische kanttekening de studie van Michael P. Winship (Hot Protestants: A History of Puritanism in England and America), maar nu is alweer een volgend overzichtswerk verschenen. Je vraagt jezelf dan natuurlijk af of dit niet (te) veel van hetzelfde is, en inderdaad komen in beide boeken allerlei overlappingen voor. Tegelijk zou ik de studie van David Hall als een goede aanvulling willen zien en vind ik deze eigenlijk beter dan die van Winship. Hiervoor noem ik twee redenen.
De eerste is een geografische. Terwijl Winship de puriteinse beweging in Engeland en Noord-Amerika bespreekt, neemt de studie van Hall voor het eerst ook Schotland mee in het overzicht. Het is een begrijpelijke keuze om het Noord-Amerikaanse puritanisme te bespreken als een variant van de Engelse moederbeweging, maar Schotland is eigenlijk minstens zo belangrijk. Als buurlanden raakten Engeland en Schotland aan het einde van de zestiende eeuw immers nauw verbonden via dezelfde vorst. De ontwikkeling van het protestantisme en het puritanisme verliep echter langs verschillende wegen. Terwijl het Engelse puritanisme in een staatskerk ontstond die op liturgisch en bestuurlijk terrein roomse trekken bleef houden en bovendien onder leiding stond van de vorst, kreeg het Schotse puritanisme zijn plaats in een voluit gereformeerd-presbyteriaanse kerk. Dit had onmiskenbaar gevolgen voor zowel de ontwikkeling als het karakter van het puritanisme.
De tweede reden betreft de analyse van de puriteinse eigenheid: de practical divinity. Hall heeft hiervoor beduidend meer aandacht dan Winship én hij geeft deze bovendien een stevige theologische verankering in de gereformeerde traditie. Hij tekent een evenwichtig beeld van de verschillende aspecten van de puriteinse spiritualiteit, waarbij behalve reformatorische ook augustijnse, middeleeuwse en Engelse invloed zichtbaar wordt. Gelukkig komt Hall niet in de valkuil terecht van een eenzijdige nadruk op de meer donkere aspecten van de puriteinse vroomheid, want noties als bijvoorbeeld zelfonderzoek, schuldbesef en strijd gaan samen met verwondering, dankbaarheid en blijdschap. Verder schetst hij de nauwe verbinding die puriteinen aanbrengen tussen de innerlijke en uiterlijke kant van het geloofsleven. Het Engelse accent blijkt vooral in de nadrukkelijke plaats van de wet, in de affectieve verwoording van de gemeenschap met Christus en in de aandacht voor de praktijk van het christen-zijn. Hoewel de aanklagende functie van de wet in het kader van Gods heil staat, is deze allereerst bedoeld om tot geestelijke inkeer te brengen en op deze manier plaats te maken voor de kennis van Christus. De affectieve verwoording van de gemeenschap met Hem maakt helder dat het puritanisme mystieke invloeden heeft ondergaan. De nadruk op het concrete christen-zijn laat zien dat geestelijke vernieuwing of wedergeboorte ook een belangrijke plaats inneemt en dat Gods wet daarbij opnieuw sterk terugkomt. Deze accenten bleken beslissend te zijn voor de grote invloed van het puritanisme, alleen al op de Nederlandse Nadere Reformatie.
Ik zou willen stellen dat Halls boek hét standaardwerk over het puritanisme is en goed als uitgangspunt kan dienen voor het onderzoek in de komende decennia. Je kunt gewoon merken dat deze historicus zijn wetenschappelijke leven heeft gewijd aan de bestudering van de beweging op Noord-Amerikaanse bodem en vervolgens eveneens helder zicht heeft gekregen op de Engelse context.
Of er dan helemaal geen minpunten te noemen zijn? Ik noem twee dingen. Het is jammer en zelfs onbegrijpelijk dat de periode na 1660 nauwelijks aandacht krijgt, want in de meeste studies wordt het jaar van de Glorious Revolution (1688) min of meer als het einde van de puriteinse beweging beschouwd. In Engeland zien we juist in dit tijdvak verschillende ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de nieuwe positie van het puritanisme. Hierbij hoeven we alleen maar te denken aan het feit dat na het herstel van de monarchie het overgrote deel van de puriteinen buiten de Engelse staatskerk terechtkwam en perioden van vervolging meemaakte. Dit resulteerde in andere vormen van kerk-zijn, in diverse invloedrijke puriteinse geschriften en in eigen vroomheidsaccenten. Verder noemt Hall in een slothoofdstuk over de puriteinse erfenis vooral de uitvoerige aandacht voor de morele kant van het geloofsleven. Ik zou echter ook de grote aandacht voor de prediking willen noemen evenals die voor de binnenkant van het christenleven, want juist deze aspecten hebben het achttiende-eeuwse methodisme en de tijd erna diep beïnvloed.
Intussen heeft het jaar 2019 veel opgeleverd voor het toekomstige puritanismeonderzoek. Halls overzichtswerk spant daarbij de kroon en is een uiterst geschikt middel om de eigen geestelijke wereld van het puritanisme binnen te komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020
Theologia Reformata | 122 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020
Theologia Reformata | 122 Pagina's