Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Avondmaalsmijding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Avondmaalsmijding

10 minuten leestijd

Het avondmaal vraagt om toewijding. De gedachtenis aan de bittere dood van Christus vult het hart met diep ontzag.

De gemeenschap met het verheerlijkte lichaam van Christus trekt het hart naar boven. We mogen wel gebruikmaken van de uiterlijke tekenen van brood en wijn, maar er niet in blijven hangen. Sursum corda, het hart naar boven… Boven alle strijd en pijn worden we opgetild naar het Lam in het midden van de troon.

Christus heeft niet alleen gezegd: ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis’, maar ook: ‘Doe dat totdat ik kom.’ Met heimwee naar het koninkrijk mogen we onder een geopende hemel belijden: Maranatha, onze Heere, kom! Het sacrament van Zijn lichaam en bloed is een heilig geschenk van de hemelse Bruidegom. Die genadegave kan maar een reactie uitlokken: toewijding, overgave, volkomen vertrouwen op Zijn eenmalige offer en Zijn blijvende liefde.

Toch blijkt de bediening van het Heilig Avondmaal ook iets anders op te roepen: vrees, afstand, schroom. Geen heerlijke wijding, maar angstige mijding. De heiligheid van het sacrament wordt een hoge drempel. Besef van onwaardigheid, twijfel over de oprechtheid van het geloof en gebrek aan vruchten van bekering leiden ertoe dat sommigen de uitnodiging aan zich voorbij laten gaan. Hoe komt dit en wat is eraan te doen?

Geschiedenis

De avondmaalsmijding heeft een lange geschiedenis. In de late Middeleeuwen kreeg de eucharistie een steeds prominentere plaats. De hostie werd in een monstrans – vaak in de vorm van een gouden stralenkrans – tentoongesteld. Mensen knielden eerbiedig neer. Het was immers het lichaam van de Christus, van God de Zoon. De kerk stelde een speciale Sacramentsdag in, waarop de hostie door de straten werd rondgedragen. Tegelijkertijd werd de drempel om deel te nemen aan het sacrament steeds hoger. De onbijbelse wijding leidde tot mijding. De kerk moest de mensen zelfs verplichten om het minimaal een keer per jaar aan de eucharistie deel te nemen, na de periode van het vasten met Pasen.

De Reformatie brak met de vergoddelijking van de hostie en stimuleerde het vaker vieren van het heilig avondmaal, maar de schroom zat toch nog diep. Zo diep dat het Calvijn in Genève moeite kostte om van minimaal een keer per jaar naar vier keer te gaan. Hij had het graag anders gezien, liefst wekelijks. Geen mijding, maar wijding!

In de volkskerken van de zestiende en zeventiende eeuw was er nog weinig avondmaalsmijding. In 1672 werd het avondmaal in Middelburg nog massaal gevierd, zoals blijkt uit rekeningen van wijnhandelaren en bakkers: 500 liter wijn en 78 broden van 4 pond. Dat betekent dat er in de stad van 30.000 inwoners zo’n 10.000 avondmaalgangers waren. Wel waarschuwden de predikanten in de volkskerk voor de ontwijding van het sacrament en benadrukten zij de noodzaak van een oprecht geloof.

Blote armen

Jodocus van Lodenstein (1620-1677) maakte zich grote zorgen over de oppervlakkigheid van de avondmaalsgangers, die zich volgens hem ook uitte in hun kleding. Hij dichtte

Men denckt aan ‘t lichaam naackt aan ‘t cruys gehegt

En siet die onbeschaamde dert’le daar

Ontbloot haar arm ter elleboog, en segt

De naacktheyd van den Heyland smertet haar.

Lust u dat te geloven?

My segt gy ‘t aan een dooven. [...]

Die naackten arm toont my uw naackte siel

Hij stelde zelfs dat God zijn arm zou ontbloten om de blote vrouwenarmen te straffen. Uiteindelijk weigerde hij als predikant in Utrecht om het sacrament nog langer te bedienen. De vrees voor de ontwijding van het avondmaal, leidde tot een grote nadruk op de heiligheid van het sacrament.

Het klassieke avondmaalsformulier roept de gelovigen op om hun zonden en vervloeking te bedenken, na te gaan of zij Gods gewisse beloften geloven en of zij verlangen om in dankbaarheid en liefde te leven. De noodzakelijke kennis van ellende, verlossing en dankbaarheid werd echter verstaan als een vraag of de drieslag wel voldoende doorleefd werd. Heb ik wel voldoende last van mijn zonden? Is mijn geloof wel oprecht? Verlang ik werkelijk om heilig te leven? Alleen huichelaars zullen daar ja op zeggen en dat maakt het nog weer ingewikkelder. De focus verschoof in de loop der eeuwen van de gewisse belofte naar het oprechte geloof en uiteindelijk naar de wankele geloofservaringen. Veel belijdende leden trokken de conclusie dat zij het avondmaal beter konden mijden dan ontwijden door zich een oordeel – of zelfs het oordeel – te eten en te drinken.

Daarom moet in de verkondiging, zeker bij de voorbereiding op het avondmaal, het volle accent op de persoon en het werk van Christus liggen. Het geloof gaat voorop en de bekering volgt. Die bekering is niet zonder bevinding. Bekering is afsterven aan jezelf en opstaan met Christus, droefheid over de zonde en vreugde in God, haten van het kwade en verlangen naar heiligheid. Dat gaat natuurlijk niet langs je heen. Bij het avondmaal trekt de Vader ons echter door de Geest bij onszelf vandaan naar Christus toe.

Een gebroken hart

De Nederlandse Hervormde Kerk liet in 1953 onderzoek doen naar het avondmaalsverzuim. De aanleiding was de avondmaalsmijding van ambtsdragers. In de classis Gouda nam slechts 10% van de belijdende leden deel aan het avondmaal, in Waddinxveen, Waarder en Bergambacht nog geen 3%. Overigens was er ook in vrijzinnige gemeenten sprake van avondmaalsverzuim, maar dan vanwege de aversie tegen allerlei uiterlijke vormen.

In gemeenten die zich tot de Gereformeerde Bond rekenen, is avondmaalsmijding nu meestal een randverschijnsel. Vermoedelijk heeft zich in veel Christelijke Gereformeerde Kerken een vergelijkbaar proces voltrokken, al zijn er wellicht wel meer gemeenten waar dit speelt dan in de Protestantse Kerk in Nederland. Veel gemeenten waar avondmaalsmijding was, zijn in 2004 hersteld hervormd geworden.

Waar geen sprake meer is van avondmaalsmijding, rijst soms wel de vraag of het avondmaal niet te vanzelfsprekend is geworden. Volle avondmaalstafels zijn een reden tot dankbaarheid. Wat is het mooi om met de hele gemeente de dood van de Heere te gedenken en bevestigd te worden in het geloofsvertrouwen door het teken te ontvangen van het nieuwe verbond dat met het bloed van het Lam is bezegeld. Het gebroken brood kunnen we echter slechts met een gebroken hart ontvangen. De wijn die het hart verheugt, is duur gekocht. Het avondmaal is een herinnering aan de bittere dood van Christus. Zonder berouw, geloofsvertrouwen en verlangen om in Zijn heiligheid te delen, kunnen we wel een stukje brood eten en een slokje wijn drinken, maar worden we niet gevoed en gelaafd.

Onderwijs

Bijbels onderwijs is het beste middel tegen de mijding en ontwijding van het avondmaal. Uiteraard vindt dat onderwijs plaats in de leerdiensten en in de prediking rond het avondmaal. Het is goed om ook de jongeren bij de diensten te betrekken. Het zijn vaak lange kerkdiensten, waar zij zich gemakkelijk buitengesloten voelen. Het is mooi om hun te leren letten op de breking van het brood en op de wijn. Zonder het al te theatraal te maken, is het mooi als die plechtige handelingen ook voor iedereen zichtbaar zijn.

Bij dat onderwijs zouden we dan ook de uiterlijke vorm van het avondmaal kunnen betrekken. Waarom breken we het brood ter plekke en leggen we het liever niet in voorgesneden kubusjes neer? Waarom drinken we bij voorkeur uit een beker en niet uit plastic borrelglaasjes? Waarom zitten we aan tafel? Het zijn geen dingen die tot het wezen van het sacrament behoren, maar het zijn wel tradities met een betekenis.

Eerbied voor de heiligheid van het avondmaal is ook een aspect van het onderwijs. Nu heeft ‘eerbied’ zeker als het om de kleding gaat altijd iets subjectiefs, denk aan Van Lodensteins blote ar-men. Wat we gewend zijn als stijlvol, vinden we ook eerbiedig. Toch is het wel een punt van aandacht. Als we ’s zondags in vrijetijdskleding naar de kerk gaan, dan beschouwen we de eredienst als een hobby. Als we beseffen bij wie we te gast zijn, dan kleden we ons daar ook naar. Niet alleen bij het avondmaal, trouwens, maar elke zondag. Uiteindelijk gaat het erom dat we God eer de eer bieden.

In vroeger tijden was er op zondagavond na het avondmaal soms een gezelschap waar over de preken en over de bediening van het avondmaal werd doorgesproken en waar samen gezongen werd. Dat kon natuurlijk ontsporen in een gesprek waarin de geloofservaringen of, nog erger, de ervaringen van de gelovige meer centraal stonden dan het werk van Christus, maar toch had het wel iets moois om zo met elkaar – als graankorrels van het ene Brood en als druiven van de ene Wijnstok – te delen wat God geschonken had. Misschien is het een idee om op de bijbelkring of de mannen- of vrouwenvereniging in de week na het avondmaal nog even terug te blikken en elkaar te vragen: Hoe was het zondag? Zo’n vraag kunnen we natuurlijk ook stellen als we elkaar in de supermarkt tegenkomen.

Zo waarachtig als

Het avondmaal is meer dan een gedachtenismaaltijd. Er gebeurt echt iets. Niet met brood en wijn en zelfs niet in de eerste plaats met onze verslagen harten. Er gebeurt iets in de hemel. Door de werking van de Heilige Geest is er gemeenschap met Christus. Wat door ons gegeten en gedronken wordt, is ‘het eigen en natuurlijk lichaam en het eigen bloed van Christus’ (NGB, artikel 35). Uiteraard moeten we dat niet verkeerd verstaan. ‘De wijze waarop wij deze nuttigen, is niet met de mond, maar geestelijk, door het geloof.’

Als je het avondmaal gevierd hebt is het dus net alsof je even in de hemel geweest bent, heel dicht bij de Heere Jezus. Nee, het is niet ‘net alsof’, het is ‘net zo waarachtig als’. Je bent er geweest, omdat Christus daar nu is en omdat Hij je heeft uitgenodigd. Het effect is een soort heilige verlegenheid. Dat jij met je zondige hart en met al je gebreken bij de Koning te gast bent. Dat is zo ongelooflijk mooi! Het heiligheidsbesef mag niet leiden tot mijding uit angstige vrees, maar het mag wel een heilige huiver wekken. Christus is voor mij de dood ingegaan, de dood die ik had verdiend. Hij is ook uit mijn graf weer opgestaan. Hij leeft, Hij leeft, en ik met en in en door Hem.

Dat je ondanks je verlegenheid dan toch met volle vrijmoedigheid naar voren loopt, kan alleen maar omdat Christus je uitnodigt. Het is Zijn liefde die je naar Hem toe trekt, naar de tafel waar Hij de Gastheer is en naar de hemel, waar Hij de Voorspraak is. Hij was volkomen toegewijd aan Zijn hemelse Vader en aan mijn zaligheid. Zou ik dan niet – ondanks al mijn gestuntel en gestruikel – volkomen toegewijd zijn aan Hem en de vernieuwing van het verbond vieren met een vrolijk hart?

Hemelpoort

Mijding en ontwijding zijn uitersten die elkaar raken. Ze komen beide voort uit een menselijke, antropologische benadering van het avondmaal als iets waar wij geschikt voor zouden moeten zijn of iets dat wij vooral zelf moeten vieren.

Wie beseft dat Christus roept, kan niet blijven zitten. Er kan natuurlijk wel sprake zijn van strijd, van aanvechting en ongeloof. Er kunnen ook omstandigheden zijn – van een conflictsituatie of een openlijke zonde – waarin het beter is om niet aan het avondmaal deel te nemen. Maar welke reden er ook is om het avondmaal te mijden, het zal het gelovige hart altijd pijn doen, om niet te kunnen delen in de tekenen van de volkomen verzoening van al onze zonden.

Wie beseft dat het de gekruisigde en verheerlijkte Christus is, die roept, kan alleen maar met verlegenheid en schroom, in verwondering en aanbidding, naderen tot de tafel van de Heere, ‘Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het huis van God en de poort van de hemel’ (Gen. 28:17).


Henk van den Belt (1971) is hoogleraar systematische theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Theologische Universiteit Apeldoorn. Hij woont in Woudenberg heeft als predikant de hervormde gemeenten van Oud-Alblas, Delft en Nijkerk gediend. Sinds 2008 werkt hij in het theologische onderwijs en is hij predikant met een bijzondere opdracht in de Protestantse Kerk in Nederland en lid van de Generale Synode.

Dit artikel werd u aangeboden door: Christelijk Gereformeerde Kerken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2025

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's

Avondmaalsmijding

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2025

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's