Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

“Vaccinaties Doorgeprikt”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

“Vaccinaties Doorgeprikt”

30 minuten leestijd

In dit blad is al het nodige over vaccinatie geschreven 1 . Toch willen we in een kort artikel de aandacht vestigen op een boekje dat voor het eerst in 2010 verscheen, maar onlangs een vierde volledig geactualiseerde druk beleefde. Kennelijk mag het zich in een goede belangstelling verheugen. Het draagt de uitdagende titel Vaccinaties doorgeprikt. Informeer je en kies dan het beste voor jouw kind. 2 Het kent drie vrouwelijke auteurs, van wie twee klassiek homeopaten zijn en één een antroposofische arts is.

Zoals de ondertitel aangeeft, gaat het hen erom dat mensen zich goed informeren om dan tot een verantwoorde keus te komen. Zij waarschuwen voor een

te rooskleurig beeld dat door de overheid gegeven zou worden en niet vrij te pleiten zou zijn van eenzijdige informatie, voor zover die overigens gegeven wordt. Het moge duidelijk zijn dat de auteurs geen principiële bezwaren hebben tegen inenting of vaccinatie. Toch plaatsen zij vanwege medische bezwaren ernstige kanttekeningen bij een zaak als het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) en vaccinatie in het algemeen. We willen in korte trekken de principiële bezwaren samenvatten om dan enige wetenswaardige zaken uit dit boekje door te geven. Zeker voor jonge mensen en gezinnen is dit boekje het aanschaffen waard. Het zou nog enige steun kunnen bieden bij een verantwoorde beslissing, al mogen medische bezwaren bij het afwijzen van inenting niet op de eerste plaats staan. Vooraf willen we helder gesteld hebben dat de schrijver dezes op medisch gebied een leek is en dat de aan dit boekje ontleende informatie ons betrouwbaar leek, maar dat we daarvoor geen garantie kunnen bieden.

Vaccinatie

Bij vaccinatie wil men iemand voor het hele leven tegen een bepaalde ziekte immuun maken. Men brengt een vaccin in het lichaam en wekt met behulp van dit middel op kunstmatige wijze antistoffen op, zodat men onvatbaar (immuun) wordt voor een bepaalde ziekte waarvan men niet weet of men die krijgt. Men infecteert dus de mensen opzettelijk met een smetstof van een bepaalde ziekte in een zo veilig mogelijke vorm om deze ziekte te voorkomen. Bij sommige ziekten is de immuniteit levenslang, bij andere echter voor een bepaalde tijd. In het laatste geval kunnen herhalingsprogramma’s toegepast worden, ook wel opfrisvaccinaties genoemd. Die worden niet standaard uitgevoerd, maar alleen op verzoek. De effectiviteit van vaccins kan erg verschillen, terwijl natuurlijk doorgemaakte ziekten vaak wel immuniteit voor het leven geven. Vaccins kunnen bestaan uit levende, verzwakte ziekteverwekkende organismen, uit gedode ziekteverwekkende organismen of uit delen daarvan. In alle gevallen gaat het echter om lichaamsvreemde stoffen die doelbewust in een gezond lichaam worden ingebracht om antistoffen te verwekken.

Hiermee kan duidelijk zijn dat het inbrengen van antistoffen tegen een bepaalde ziekte die men heeft, geen inenting of vaccinatie is.

Er is een tijd geweest dat de vaccinatie uiterst gevaarlijk was en daarmee zonder meer een zonde tegen het zesde gebod. In 1928 is de vaccinatiedwang tegen de pokken vanwege de relatief vele sterfgevallen afgeschaft. 3 Indien er sprake was van een uitbraak van de goedaardige pokkenvariant in plaats van de zo gevaarlijke normale variant dan stierven er, zo werd wel gezegd, meer mensen aan de pokkenvaccinatie dan aan de pokkenziekte zelf. 4

Nu moet erkend worden dat het levensgevaar met de voortgaande ontwikkeling van wetenschap en techniek tot een minimum is beperkt. Het is daarom te begrijpen dat zij die alleen het bezwaar hadden dat men zich zelf en de kinderen niet onnodig in gevaar mocht begeven, grotendeels tot inenting zijn overgegaan.

Zondig vooruitlopen

Kernbezwaar is en blijft echter dat men God in Zijn voorzienigheid op een zondige wijze vóór wil zijn. In zondag 10 belijden wij dat gezondheid en krankheid ons niet bij geval, maar van Gods hand (voor Gods volk van Zijn Vaderlijke hand) toekomen. Wie denkt dat hij door een bepaald middel onvatbaar kan worden voor een bepaalde ziekte en daarmee voor Gods slaande hand, geeft blijk van dwaze hoogmoed. Men meent bewust of onbewust Gods oordelen door inenting als voorbehoedmiddel te ontkomen. Het is daarmee een zondig vooruitlopen op ziektes bij mens of dier waarvan men niet weet of men die ooit zal krijgen. Men hoeft niet meer om bewaring te bidden want de wetenschap heeft ons op grond van een jarenlange praktijk geleerd dat men de ziekte niet meer krijgt. Die heeft de ziekte ‘overwonnen’. Het zondig vooruitlopen tast dus ook het gebedsleven aan. Daar komt bij dat de methode die wordt toegepast een onnatuurlijke is. Iemand met opzet een beetje ziek maken om voor altijd een ziekte uit te bannen, is God verzoeken, maar gaat ook tegen de natuur in. “Het onnatuurlijke ligt in het immuniseren door het kunstmatig oproepen van ziekteverschijnselen in een gezond lichaam.” 5 Men schaadt bewust de gezondheid, brengt zich moedwillig in gevaar en zondigt daarmee ook tegen het zesde gebod. Men neemt de ziekte in getemperde vorm in dienst. Dan heet het bijvoorbeeld: polio de wereld uit. Welk een hoogmoed blijkt daaruit? Uit wantrouwen tegenover God loopt men vooruit op Gods voorzienigheid en grijpt men op een ongeoorloofde wijze daarop in. De bekende Bijbeltekst: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn, heeft hier wel degelijk geldingskracht. Een tekst overigens die bij alle drie de Evangelisten te vinden is: Matthéüs 9:12, Markus 2:17 en Lukas 5:31. Natuurlijk hebben deze woorden van Christus allereerst in hun verband een geestelijke betekenis. Zij waren gericht tegen de vermeende geestelijke gezondheid en hoogmoed van de farizeeën, die meenden beter te zijn dan tollenaren en zondaren (roeping van Matthéüs, in Markus en Lukas ook genaamd Levi). Maar de geestelijke betekenis laat die voor het natuurlijke leven onverlet.

Voorzorgsmaatregelen: geoorloofd of ongeoorloofd

‘Ja maar’, wordt dan vaak daartegen ingebracht: ‘wij doen toch ook ons huis op slot, nemen een paraplu mee of bouwen toch in Nederland ook zware dijken om voor overstromingen bewaard te blijven’. Niet zelden probeert men de gemoedsbezwaarde met dit soort voorbeelden belachelijk te maken. Het is belangrijk het onderscheid in te zien tussen geoorloofde en ongeoorloofde voorzorgsmaatregelen. De eerstgenoemde maatregelen worden altijd zo goed als mogelijk getroffen en kunnen in zekere zin natuurlijk genoemd worden. Het is dwaas om te denken, nu zal er nooit een dief in mijn huis binnenkomen of een regenbui of overstroming mij treffen. Daarmee blijft de noodzaak van het gebed om bewaring. Wel kan men van geoorloofde voorzorgsmaatregelen een zondig gebruik maken, doordat men zijn vertrouwen erop stelt en God daarin miskent. Het gebed zal dan ook ontbreken of niet uit het ware geloof gebeuren. En hoewel dus uiteindelijk alleen de ware gelovige de geoorloofde voorzorgsmaatregelen recht kan gebruiken, blijft overeind dat deze maatregelen op zich geoorloofd zijn. Jozef legde in Egypte voorraadschuren aan voor de zeven magere jaren die komen zouden. Nergens in de Schrift wordt dit handelen van Jozef veroordeeld, integendeel de Heere zegende hem, zodat hij als onderkoning over gans Egypteland gesteld werd (Gen. 41:41). Geoorloofde maatregelen zijn niet alleen toegestaan, maar zelfs geboden. Zo mag men zich op grond van het zesde gebod niet onnodig aan besmettingsgevaar blootstellen. Wij moeten zorgen, maar mogen niet bezorgd zijn.

Vrijheid van het geweten

Tegenwoordig is het in de gereformeerde gezindte gangbaar geworden om een zaak als de inenting in die zin aan de vrijheid van het geweten over te laten dat waarschuwingen en vermaningen niet meer op zijn plaats zouden zijn. ‘Eenieder zij in zijn geweten overtuigd’, heet het dan. Maar een Bijbelse ongeoorloofde zaak mag niet verzwegen worden. Immers dan zou het geweten boven Gods Woord geplaatst worden. Daarom hebben ouders hun kinderen, catechiseermeesters en leraren op school hun leerlingen en predikanten als herders en leraren hun toehoorders tegen vaccinatie te waarschuwen. Zij allen moeten hen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd, aan Gods Woord binden en hun de wil van God in gewetensgevallen bekendmaken.

Het is goed om in dit verband te wijzen op het schijnargument dat men aan de verschillende houding van Ezra en Nehémia meent te kunnen ontlenen. Ezra wilde geen militaire begeleiding op zijn terugkeer naar Jeruzalem (Ezr. 8:21-32), terwijl Nehémia die wel accepteerde (Neh. 2:1-20). ‘Zie je wel’, zegt men dan, ‘het moet aan het geweten van de mens overgelaten worden of hij laat inenten of niet. Ezra kreeg na het uitroepen en houden van een biddag het geloof dat de Heere hem zou beschermen, terwijl Nehémia dat geloof niet had en dus bescherming van de koning aanvaardde.’ Maar men gaat er dan aan voorbij dat een zich bewapenen tegen dreigende gevaren, die in Nehémia’s tijd alles behalve denkbeeldig waren, geen ongeoorloofde zaak is. Nee, eerder een geboden zaak. Maar is Ezra dan weer niet in overtreding geweest? Nee, want nadat hij tegenover Arthahsasta groot gesproken had van de God van Israël, had hij vanwege de eer van de Heere niet meer de vrijmoedigheid om hulp aan deze heidense koning te vragen. In de vreze Gods had hij gezegd: De hand onzes Gods is ten goede over allen die Hem zoeken, maar Zijn sterkte en Zijn toorn over allen die Hem verlaten (Ezr. 8:22). Vervolgens ging hij niet direct op weg, wat vele ‘gelovigen’ van tegenwoordig al dan niet met een reisverzekering op zak gedaan zouden hebben, maar hij nam eerst de echte Bijbelse voorzorgsmaatregelen. Hij riep een biddag uit met het volk en men mocht zich voor God in der waarheid verootmoedigen. Een ware boete– en bededag, want, zo zegt hij, God liet Zich van ons verbidden (Ezr. 8:23).

Bijbelse voorzorgsmaatregelen

Ezra wijst ons daarmee ook de Bijbelse weg bij uitbraak van een besmettelijke ziekte hetzij die ons persoonlijk of onze omgeving treft. Allereerst dienen wij in verootmoediging de toevlucht tot de Heere te nemen. En bij bepaalde zonden in boete en berouw tot Hem terug te keren. De Heere bezoekt de mens met ziekte en dan behoren wij de hand op de mond te leggen, in gewillige onderwerping onszelf te beproeven en eventuele zondige wegen te verlaten om ons met verfoeiing in stof en as tot de Heere te wenden. Zij die dat in waarheid mogen doen, zullen genezing verkrijgen of de Heere zal hun een gelovige onderwerping schenken.

Daarbij kan de Heere ons Zijn roede doen gevoelen vanwege dadelijke zonden of ons geloof beproeven zoals bij Job. Zouden wij dan ongeoorloofde wegen gaan bewandelen? Bewust God uit handen willen blijven en ons op een on-Bijbelse wijze willen vrijwaren voor een bepaalde ziekte? En met de vrouw van Job wel het goede van God willen ontvangen en niet het kwade? Echter, tegelijk dienen wij onder biddend opzien de middellijke wegen van afzondering, ontsmetting en extra hygiënische maatregelen te bewandelen. Ook daarin wijst Gods Woord ons de weg. De melaatsen moesten in het oude Israël buiten de directe gemeenschap verblijven totdat hun genezing door de priester was vastgesteld, terwijl klederen verbrand of gewassen, huizen waaraan melaatsheid was geconstateerd, grondig gereinigd, hersteld en ontzondigd moesten worden (zie Leviticus 13 en 14).

‘Vaccinaties doorgeprikt’

Het boekje dat we hier onder de aandacht van de lezer willen brengen, gaat natuurlijk aan deze zaken helaas geheel voorbij. Het peilt ook niet goed het godsdienstige hoofdbezwaar van de ‘bevindelijk gereformeerden’ en verwoordt een en ander als volgt: “Er zijn mensen die vanuit geloofsovertuiging hun kinderen niet laten vaccineren. De belangrijkste groep in Nederland zijn de bevindelijk gereformeerden. Vanuit een besef van het immense wonder van het lichaam dat door een goddelijke macht is geschapen is een verstorende ingreep, zoals een vaccinatie, een menselijke fout en zou niet moeten gebeuren.6 Dat neemt niet weg dat wij de hoofdlijn van het boekje goed kunnen onderschrijven. Het wil afrekenen met het idee dat alleen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) kinderen een goede gezondheid in het opgroeien kan geven en het niet deelnemen aan dit programma onverantwoord zou zijn. Het legt de vinger bij de eenzijdige voorlichting die door de overheid gegeven wordt, en probeert ouders die geheel of gedeeltelijk van vaccinaties afzien, tegen druk van de reguliere gezondheidszorg en hun sociale omgeving een hart onder de riem te steken en de lezer tot een kritisch omgaan met vaccinaties aan te moedigen door zich goed te (laten) informeren.

De heer Verwijs heeft eerder in dit blad goed gedocumenteerd aangetoond dat de mening dat vaccinatie volstrekt onschadelijk en ongevaarlijk is, onhoudbaar is. 7 Hij kwam tot de conclusie dat lichte bijwerkingen na vaccinatie heel vaak voorkomen, ernstige zoals hoge koorts en urenlang ontroostbaar huilen met enige regelmaat, terwijl van zeer ernstige zoals blijvende hersenaandoeningen tot sterfgevallen niet of zeer zelden sprake is. Maar hij wees er ook op dat de RIVM-rapporten (RVIM is een afkorting van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) wat de lichte bijwerkingen betreft zeer rooskleurig zijn, omdat mensen die in de meeste gevallen niet aangeven. In mindere mate zal dit gelden voor de ernstige bijwerkingen, terwijl de zeer ernstige bijna altijd zullen worden gemeld. Dit wil echter niet zeggen dat ze dan altijd erkend worden als bijwerking van de vaccinatie, daar het RIVM graag een zo positief mogelijk beeld geeft om de ‘vaccinatiegraad’ zo hoog mogelijk te houden. Daar kwam de omstandigheid bij dat tot 2011 de meldingen niet bij een onafhankelijk instituut gebeurden, zodat dit rijksinstituut rechter in eigen huis was of, om het plastischer uit te drukken, slager was die zijn eigen vlees keurt. Tevens wees hij erop dat in het geval van polio bij grootscheepse vaccinatiecampagnes in het geval van epidemieën ernstige tot zeer ernstige bijwerkingen (en waarschijnlijk ook sterfgevallen) zeker zijn.

Dit boekje bevestigt het door Verwijs geconstateerde beeld en bewijst dat er steeds meer oog komt voor de bijverschijnselen van vaccinaties. We willen in het volgende wat informatie uit dit boekje doorgeven om de geïnteresseerden en belanghebbenden een indruk van het geheel te geven.

Eenzijdige voorlichting

Allereerst leggen de auteurs terecht de nadruk op het feit dat het RVP geen verplichte zaak is, hoewel de overheid dit beeld graag in stand houdt, maar een beslissing van het individu. Deelname aan het RVP valt dus onder de volledige verantwoordelijkheid van de ouders. Velen schijnen hiervan onkundig te zijn, mede omdat deelname aan het RVP kosteloos is. Dit programma begint bij een baby vanaf twee maanden, maar kan ook later gestart worden.

Niet altijd staan medewerkers van de gezondheidszorg open voor kritische vragen van twijfelende ouders, terwijl het foldermateriaal van het RIVM en de berichtgeving van de media nogal eens eenzijdig zijn. Vaak worden in de berichtgeving zowel van officiële zijde als in de media daadwerkelijke risico’s afgezwakt en actuele cijfers verzwegen. Met vooroorlogse sterftecijfers of die uit ontwikkelingslanden worden ouders tot deelname aangezet, terwijl geen recht wordt gedaan aan de verbeterde levensomstandigheden, hygiëne en medische mogelijkheden die het gevaar van ziekten al aanzienlijk verminderd hebben. Officiële statistieken geven dit zonder meer aan. Grafieken, die voorbijgaan aan de verbeterde levensomstandigheden en hygiëne, geven een geflatteerde voorstelling ten gunste van vaccinatie en zetten de mensen op het verkeerde been. Bij het overlijden van een kind na vaccinatie – en dat komt volgens de auteurs nog steeds voor! 8 – wordt een al bestaande aandoening als eigenlijke oorzaak aangewezen, wat veelal discutabel zal zijn.

Als een voorbeeld van onjuiste beeldvorming wordt concreet het gevaar van kinkhoest genoemd dat sterk wordt overtrokken om de ouders bang te maken. De suggestie wordt wel gewekt alsof het als ouders vanwege het zogenaamde dodelijke risico onverantwoordelijk of zelfs ‘misdadig’ zou zijn tot uitstel of afstel van inenting te besluiten. Vele zaken worden als zeker of bijna zeker voorgeschoteld die het helemaal niet zijn. Toen in 2009 ernstige twijfels rezen aan de effectiviteit van het HPV-vaccin tegen baarmoederhalskanker en deze in de publiciteit kwamen, leidde dat ertoe dat de helft van de meisjes weigerde aan de inhaalcampagne deel te nemen. Hierbij komt dat gedegen onderzoek met groepen van kinderen van wie de ene helft gevaccineerd is en de andere niet, geweigerd wordt omdat men het onverantwoord vindt kinderen niet te vaccineren. Uit kleinschalige onderzoeken komen aanwijzingen naar voren dat ongevaccineerde kinderen gezonder zijn dan zij die ingeënt zijn. Maar op dit soort resultaten zit men niet te wachten. De politiek niet omdat men het volk zijn schijnzekerheden niet wil ontnemen, de reguliere gezondheidszorg niet waarin een en ander al verankerd is, en de farmaceutische industrie vanwege het financiële aspect al helemaal niet. Zo wordt het vaccinatiesysteem inderdaad tot ‘een geloofssysteem waaraan niet mag worden getornd, een van de taboes in de westerse gezondheidszorg’ 9 .

Het RVP en kinderziekten

Vóór het dertiende levensjaar krijgen kinderen bij het Rijksvaccinatieprogramma op dit moment twaalf tot vijftien keer een vaccin toegediend tegen tien tot twaalf ziekten. Om de prikmomenten en -plaatsen te verminderen, gebruikt men combinatievaccins, die echter een grotere kans op bijverschijnselen hebben. Voordat de baby 15 maanden oud is, heeft het 31 doses van verschillende vaccins binnengekregen.

We stippen enkele zaken aan uit de door de auteurs behandelde verschillende (kinder)ziekten.

De laatste difterie-epidemie dateert van 1945 en is daarna niet meer opgetreden, terwijl pas in 1957 de vaccinatie ertegen is ingevoerd. Difterie komt alleen nog voor in erbarmelijke omstandigheden zoals vluchtelingenkampen, oorlogsgebieden en individueel bijvoorbeeld bij dakloze alcoholisten. Noodzaak tot vaccinatie is er dus niet. Ernst en duur van de kinkhoest is afhankelijk van leeftijd en gezondheid. In tegenstelling tot wat nog wel eens gesuggereerd werd, is de complicatie longontsteking met behulp van antibiotica niet meer levensbedreigend. Dit jaar heeft het RIVM zelfs bekendgemaakt dat het vaccin niet effectief is. Vanwege verbeterde levensomstandigheden was al een duidelijke teruggang van sterfte door kinkhoest bij baby’s vast te stellen vóór de grootscheepse invoering van het vaccin. Dit geldt trouwens voor de meeste infectieziekten.

Interessant is ook wat bij tetanus wordt opgemerkt. Risico op tetanus bij een schaafwond die aan de lucht is blootgesteld, of bij een bloedende wond is er niet. Wondverzorging zoals reinigen, spoelen, ontsmetten en laten bloeden bij kleine wondjes zijn altijd nuttig en maken de meeste tetanusinjecties overbodig.

Wat de polio betreft, krijgt slechts 5% van de besmette personen milde symptomen, terwijl slechts 1 op de 1000 mensen van deze 5% spierverlammingen vertoont. Het is een fabel dat tijdens de polio-epidemieën van 1971, 1978 en 1992 dit juist de ongevaccineerde bevindelijk gereformeerden betrof. Zeker is dat zowel de tijdens de epidemie toegediende prik als het toen ingenomen suikerklontje het risico vergroot hebben. De schrijvers waarschuwen er daarom voor dat een epidemie niet het juiste moment is om te vaccineren; na het krijgen van het vaccin is men juist vatbaarder voor de ziekte.

Bij hersenvliesontsteking ten gevolge van bacteriën (Hib; pneumokokken en meningokokken) komen de schrijvers tot de conclusie dat vaccinatie geen afdoende oplossing biedt omdat er andere veroorzakers voor in de plaats komen. Vaccinatie verschuift dus het probleem alleen maar. “Maatregelen die de weerstand versterken, en met name langdurige borstvoeding, bieden bredere bescherming dan de specifieke bescherming van een vaccin.” 9 De bof als kinderziekte is vrij onschuldig, maar op latere leeftijd zijn complicaties mogelijk. De zeldzame bijwerking van een (bij)balontsteking met als gevolg onvruchtbaarheid is wetenschappelijk nog niet echt bewezen, maar is nog altijd als (bijna) zeker te beluisteren. Vaccinatie tegen de bof geeft maar ongeveer twaalf jaar bescherming. Er zijn aanwijzingen dat de bof op kinderleeftijd vrouwen bescherming biedt tegen eierstokkanker.

De mazelen is een heftige kinderziekte, maar bij gezonde kinderen en de juiste behandeling zijn ernstige complicaties zeldzaam. Deze ziekte werd vroeger als goedaardig beschouwd, maar de angst voor de ziekte is, aldus de auteurs, met overtrokken cijfers uit de derde wereld en van voor de Tweede Wereldoorlog aangewakkerd om het vaccin aan de man te brengen. In tegenstelling tot wat wel gesteld wordt, is het in elk geval voor gezonde kinderen in westerse landen geen levensbedreigende ziekte. Bewezen is dat het effect van vaccinatie op jonge leeftijd de kans op deze ziekte op latere leeftijd doet toenemen.

Bij rodehond was vóór de invoering van de vaccinatie 85% van de volwassenen natuurlijk beschermd, terwijl de bescherming door vaccinatie geschat wordt op 77%. Wanneer er geen vaccinatie tegen rodehond zou zijn, dan zou dus de kans dat een zwangere vrouw geen antistoffen in haar bloed tegen rodehond heeft, eerder kleiner dan groter zijn.

Aangezien Hepatitis B ontstaat door contact met besmet bloed lopen pasgeborenen geen risico op besmetting mits de moeder geen virusdrager is. Routinevaccinatie is dus bij baby’s zinloos, terwijl de vaccinatie ook nog bekendstaat vanwege haar forse bijwerkingen. Wat de HPV-vaccinatie bij jonge meisjes vanaf 12 jaar betreft, gaat het eigenlijk om een experiment dat door de Gezondheidsraad is verbonden met een onderzoek. Nu al is bekend dat het vaccin maar enkele varianten dekt en dus de effectiviteit problematisch is. Door het gaan overheersen van andere varianten kan de kans op baarmoederhalskanker juist toenemen (type replacement). Het mislukken van de inhaalcampagne in 2009 maakt wel duidelijk dat de ogen steeds meer opengaan voor de betrekkelijkheid van de veiligheid van het RVP. Dit vaccin wordt mede “gezien de winst van preventie door screening, lage sterfte in westerse landen en het experimentele karakter” 10 met klem door de schrijvers afgeraden.

Ondanks de vrijwilligheid van het RVP ligt de vaccinatiegraad in ons land erg hoog, 95%. De schijn van verplichting die door de overheid niet wordt bestreden, is daar mede debet aan. Bovendien stimuleert de overheid de vaccinaties door deze gratis aan te bieden. Financiering gebeurt nu tijdelijk door de Wlz (Wet op de Langdurige Zorg), voorheen door de AWBZ. Voor invoering van een verplichting is wijziging van de Grondwet nodig. Merkwaardig is ook dat een bijsluiter bij de vaccins ontbreekt, terwijl die bij elk medicijn bij de apotheker bijgeleverd wordt. Wel zijn de bijsluiters van alle RVP-vaccins voor iedereen vrij te downloaden van de site van het RIVM. In die bijsluiters wordt ten aanzien van de daarin vermelde reeks aan bijwerkingen opgemerkt: “In de bijsluiters wordt veel aandacht besteed aan bijwerkingen. Dit is geen afspiegeling van de kans dat ze optreden. De producent is verplicht om elke klacht, die er na gebruik van het vaccin ooit geweest is, in de bijsluiter te zetten. Slechts een heel klein percentage van deze klachten blijkt echt met de vaccinatie in verband gebracht te kunnen worden.”

Bijwerkingen

Wie nog mocht denken dat vaccinatie geheel onschadelijk en altijd probleemloos verloopt, kan met het volgende uit de droom geholpen worden. We doen weer een greep uit de hoeveelheid informatie over de bijwerkingen van vaccinaties die aangereikt wordt. Overigens is het aannemelijk dat het risico op bijwerkingen groter is dan de officiële documenten en evaluaties laten zien. Allereerst omdat een bijwerking pas erkend wordt als deze als bewezen geldt of als ‘zeer waarschijnlijk’ is erkend. In eerste instantie wordt een bijwerking namelijk aan het toeval toege- schreven en niet echt serieus genomen zoals duidelijk het geval was bij het HPV-vaccin. Hier komt nog bij dat bijwerkingen lang niet altijd worden opgegeven, vooral omdat die niet actief en systematisch worden verzameld, zodat men zich verschuilen kan achter het feit dat er geen voldoende betrouwbare gegevens zijn. Het RIVM richt zich alleen maar op ernstige bijverschijnselen binnen 2 dagen na de vaccinatie zoals epilepsie, stuipen, blauwe benen en hersenbeschadiging. In de praktijk vaak ervaren zaken als slaap- en gedragsstoornissen zoals slecht gaan luisteren of eten, een chronisch verstoorde weerstand met allerlei ontstekingen vallen dus buiten de boot en zijn niet ernstig (genoeg). Zulke klachten als gevolg van het vaccineren vinden bij het RIVM en het Bijwerkingencentrum Lareb (sinds 2011 is deze instantie verantwoordelijk voor het verzamelen, registreren en beoordelen van mogelijke bijwerkingen van alle in Nederland gebruikte vaccins) geen erkenning, terwijl serieus onderzoek naar een oorzakelijk verband niet of nauwelijks gedaan wordt. Immers men acht dat voor onmogelijk. Onderzoek door jeugdartsen (1991) naar zogenaamde minorsymptomen heeft echter uitgewezen dat 65 procent van de kinderen na vaccinatie klachten had. Hoge koorts kwam het meeste voor, maar ook ontroostbaar huilen (‘hersenhuilen’ genaamd) scoorde hoog. Een aanbeveling tot nader onderzoek vond echter geen gehoor. 11 Duidelijk is dat men ervan uitgaat dat eventuele nadelen niet opwegen tegen de voordelen van het vaccineren. Enkele voorbeelden van omstreden vaccins met min of meer erkende bijwerkingen. Het pokkenvaccin is berucht geworden om zijn schade voor de hersenen. Het kinkhoestvaccin is vanaf het begin omstreden geweest en in Engeland, Zweden en in Noord-Duitsland gedurende een bepaalde periode vanwege ernstige bijwerkingen niet gegeven.

In Engeland is rond 2000 ook veel te doen geweest over het bof-mazelen-rodehondvaccin, dat door velen als medeverantwoordelijk wordt beschouwd voor de geweldige toename van autisme, terwijl in Amerika wetenschappers de kwiktoevoeging in vaccins als de boosdoener voor deze stoornis beschouwen. De vaccins van het RVP bevatten tegenwoordig behalve het tetanus- en griepvaccin geen kwikverbindingen meer. Inmiddels zijn er ook weer onderzoeken die wijzen op een verband tussen toegevoegd aluminium en Alzheimer respectievelijk de ziekte van Parkinson. Het gaat hier dan om hersenschade op de langere termijn. In Amerika zijn boeken verschenen waarin vooral een verband wordt gelegd tussen vaccinatie en gedragsstoornissen. Daar is sprake van een aanzienlijke toename van ontwikkelingsstoornissen onder kinderen in de laatste 25 jaar; 20 procent van de Amerikaanse kinderen zouden daarmee kampen. Ook is daar hersenschade ten gevolge van vaccinatie ‘aangetoond’.

Duidelijk is dat er hoe langer hoe meer oog voor de bijverschijnselen van de vaccinaties komt. En wat zal de toekomst nog verder leren over de prijs van al het vaccineren op termijn? Het natuurlijke weerstandsvermogen van een volk wordt toch maar op een kunstmatige wijze vernietigd en onze (klein)kinderen zullen deze prijs moeten betalen.

Ten besluite

We hebben een greep uit de informatie over het RVP en de effectiviteit ervan gedaan. Er is in dit boekje nog meer te lezen. Praktijkvoorbeelden van bijwerkingen worden gegeven, er worden zinvolle dingen gezegd over de macht en invloed van de media, politiek, medische industrie en informatie verschaft over de wetgeving, over de historie van de vaccinatie en vaccinatie in andere landen. Terecht wordt in het laatste hoofdstuk nog eens de kritische vinger gelegd bij het feit dat geen gedegen onderzoek wordt gedaan naar het verschil in gezondheid tussen gevaccineerde en ongevaccineerde kinderen, terwijl onderzoeken die dit wel doen, als onwetenschappelijk worden afgedaan. Voorbeelden worden aangereikt. Door het hele boekje speelt ‘een andere kijk op gezondheid en ziekte’ een rol, waarin het grote belang van een evenwichtig immuunsysteem door goede voeding, rust en regelmaat wordt beklemtoond. Koorts is geen ziekte, maar een uiting van genezing als een gezonde afweerreactie. Ook worden de homeopathische alternatieven van voorkoming en behandeling van vooral de kinderziekten met natuurlijke middelen in eenvoudige bewoordingen zo nu en dan aangegeven. Gewezen wordt op het zelfgenezend vermogen van het lichaam. Tevens wordt getracht het vertrouwen van zich onafhankelijk opstellende ouders te vergroten en angst voor de sociale druk te verminderen. Op zich zijn het allemaal dingen die het lezen waard zijn. Vanzelfsprekend is de oplossing van de schrijvers als homeopaten en antroposofische artsen bij de keuze tegen vaccinatie eenvoudig en natuurlijk. Tracht het weerstandssysteem van het lichaam zo optimaal mogelijk te krijgen en te houden. Gezond eten is daarbij van eminent belang. Welk zinnig mens en welke instanties kunnen hiertegen zijn en tegen het geven van informatie over de nadelen van vaccinaties? Wel dat zijn er dus genoeg, allereerst heel veel vertegenwoordigers van de reguliere gezondheidszorg, de

Blijft echter staan dat we het meest wezenlijke bezwaar missen, zoals we boven al hebben aangegeven. Een vertrouwen op onze gezonde levenswijze of het natuurlijke herstelvermogen van ons lichaam kan uiteindelijk onze hand in het licht van de eeuwigheid alleen maar doorboren. Oneindig groter is het wanneer we op goede gronden het vertrouwen bij ogenblikken mogen beoefenen “dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en sterven, niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben”. Dan hebben we zeker geen reden om ons door een zondig vooruitlopen op Gods voorzienigheid te ‘verzekeren’ van een zogenaamd opgroeien en leven zonder (kinder)ziekten.


Noten:

1) Zie voor de meest recente artikelen in dit blad: N. Verdouw, ‘Vaccinatie: Moloch der medici?’, in: In het spoor, nr. 1, 2004, p. 3–12; A. Verwijs, ‘Vaccinatie, waarom niet?’, in: In het spoor, nr. 5, 2009, p. 192-196; A. Verwijs, ‘Bijwerkingen van vaccinaties’, in: In het spoor, nr. 5, 2009, p. 197-204 (voortaan: Bijwerkingen). Verder verwijzen we naar enkele artikelen in de Wachter Sions van de heer Scholten in ‘Terzijde’: L.M.P. Scholten, ‘Voorzorg’, in: De Wachter Sions, 40 e jaargang, nr. 9, 29 oktober 1992, p. 67; nr. 10, p. 77; nr. 11, p. 83; nr. 12, p. 93; nr. 13, p. 99. Uit oudere literatuur noemen we: C. Steenblok, Inenting als voorbehoedmiddel, Gouda 1978, 32 pagina’s (voortaan: Steenblok) en het themanummer van Criterium, onderwijscontactblad op gereformeerde grondslag: ‘Vaccinatie en polio’ uit 1992 (voortaan: Vaccinatie en polio). Het gaat hier om een gewijzigde herdruk van een oud thema nummer van Criterium over dit onderwerp uit 1978. Hierin is de meest relevante oudere literatuur te vinden.

2) C. Buis, N. Prent en T. Schaper, Vaccinaties doorgeprikt. Informeer je en kies dan het beste voor jouw kind, Utrecht 2015 4 , 191 pagina’s (voortaan: Vaccinaties doorgeprikt). Het is uitgegeven bij uitgeverij AnkhHermes, onderdeel van VBK/media.

3) Zie: P. Zandt, Uiteenzetting van het Beginselprogram der Staatkundig Gereformeerde partij, deel I historisch overzicht, 1953, p. 72

4) C. Steenblok, p. 14

5) H.J. van Berkum, ‘Vaccinatie, geoorloofd of ongeoorloofd?’, in: Vaccinaties en polio, p. 27

6) Vaccinaties doorgeprikt, p. 111

7) Zie: Bijwerkingen, p. 197-204

8) Vaccinaties doorgeprikt, p. 11

9) Vaccinaties doorgeprikt, p. 26

10) Vaccinaties doorgeprikt, p. 30

11) Vaccinaties doorgeprikt, p. 88

Fotoverantwoording:

a) Depositphotos

b) Depositphotos

c) By Dirk Mallan (Wikiportrait) [CC BY 3.0 or GFDL], via Wikipedia Commons


De sgp en de vaccinatie in 1966

Namens de SGP antwoordde ir. C.N. van Dis sr. als volgt op vragen die een journalist van het ‘Elsevier Weekblad’ in 1966, toen de polio was uitgebroken, aan hem stelde met betrekking tot het niet-vaccineren:

“Is uw partij tegen vaccinatie?

Ja, we achten die in strijd met de voorzienigheid Gods. Bovendien kleven er medische gevaren aan. Ik herinner me nog dat ik verleden jaar in de Kamer gezegd heb dat een of andere gezondheidsinstantie, ik weet niet precies welke, meegedeeld heeft welke ernstige complicaties zich na een vaccinatie hadden voorgedaan. En dan in 1930, toen brak er in Rotterdam alastrim uit, een goedaardig soort pokken [dit is de zogenaamde Variola minor-variant, die minder vaak voorkwam en beduidend milder was dan de Variola major-variant, de ‘normale’ pokken. Het aantal sterfgevallen is bij die variant minder dan 1% tegen 10% bij normale pokken; red.]. Er werd op grote schaal ingeënt. Wat was het gevolg? Dat er aan de inenting meer mensen gestorven zijn dan aan het alastrim zelf. Het middel is dus erger dan de kwaal. (…)

Vindt u niet dat die mensen van u dan een gevaar vormen voor de anderen?

Die anderen zijn toch wel gevaccineerd? Hebben die dan zo weinig vertrouwen in het vaccin dat zij bang zijn voor ons, niet gevaccineerden?

Gaat volksgezondheid niet boven de religie van enkelen?

Nee! Nee! De religie moet prevaleren boven de volksgezondheid.”

-Bron: ‘Gods Woord op de Veluwe’, in: Elsevier, 22 oktober 1966, p. 95 (herspeld)-


Niet zomaar aan ieders geweten overlaten!

Dr. C. Steenblok schreef: “Nu zijn er blijkbaar ook leraren die het” al of niet inenten “aan de vrijheid van de consciëntie willen overlaten. Maar er is toch nog zeker wel het ambt van herder en leraar en ook geldt dat de consciëntie van de hoorder of het lid van de gemeente ambtelijk ingesteld moet worden naar het Woord van God en dat in consciëntiegevallen uit het Woord voorgesteld dient te worden wat de wil van God zijn zal.” Het “beweren dat ieder het voor zichzelf maar weten moet en naar eigen geweten handelen” is “wel gemakkelijk voor zichzelf om weg te schuilen voor de aanvallen van de wereld, maar is onzes inziens niet de rechte van ’s Heerenwege gevraagde houding van een herder der schapen, om ze tegen de wolf te beschermen. (…) Hoe heeft nu de ware belijder van de zuivere waarheid zich te houden? (…) Zo heeft hij ook in de onderhouding van Gods voorzienig bestel zich recht tegenover de Heere te gedragen. Is hij ziek, dan kan hij de geneesheer inroepen, hetzij voor zichzelf of voor zijn huisgenoten. Is er een epidemie in de plaats van zijn inwoning, dan zal hij bidden voor zichzelf en anderen; en als leraar zal hij het Woord Gods voorhouden tot bekering. Hij zal dan ook uit het Woord Gods voorhouden wat de weg zal zijn om in die omstandigheden in te slaan. (…) Als leraar is hij gehouden om de kudde voor te gaan, uit Gods Woord in overeenstemming met de belijdenis. Ook zal hij de oude Godzalige leraars uit vroeger tijd raadplegen, in de praktijk der Godzaligheid in de gevallen van de consciëntie. En dan blijkt wat bijvoorbeeld G. Voetius in zijn Verhandeling over de pest zegt.”

-Dr. C. Steenblok, Inenting als voorbehoedmiddel, Gouda 1978, p. 14, 21-23 (herspeld)-


De enige veilige schuilplaats tegen alle kwaad

Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen (Ps. 91:1). Ds. F. Mallan c : “Wij willen u (…) vragen of ge wel eens gezien hebt dat ge in uw onherboren staat geen schuilplaats hebt voor uw ziel. Er is in deze laatste tijd veel over besmetting en inenting gesproken. Maar meest is er gesproken over een besmetting na de geboorte. We zijn echter vóór de geboorte al besmet, van het uur van onze ontvangenis af. Is inenting noodzakelijk? Heel noodzakelijk! Omdat we besmet zijn van onze ontvangenis af, als vrucht van de toerekening van Adams schuld moeten we noodzakelijk ingeënt worden, maar dan tegen nature in de vette Olijfboom Christus. Is dat al gebeurd?

Hebben we daar alleen voor de ziel maar wat aan? Psalm 91 zegt het ons wel anders. Die Psalm spreekt over al het kwaad dat we ook naar het lichaam hier in dit tijdelijke leven onderworpen zijn. Maar die Psalm wijst maar één schuilplaats aan. Moeten dan alle uitwendige middelen maar veronachtzaamd worden? Nee, Hiskía kreeg ook nog een middel tot zijn genezing aangewezen, toen hij krank was geworden tot stervens toe. Toen was de krankheid er dus en toen werd de schuilplaats voor zijn ziel hem het meest noodzakelijk. Arme mens, die zulk een schuilplaats niet heeft! Die loopt op Gods voorzienigheid vooruit om zich tegen een kwaad te dekken waarvan hij niet weet of het hem treffen zal. (…)

Maar wat weten we nu van de inhoud van Psalm 91? Er is een volk dat er van weet. (…) De enige schuilplaats kan de ziel ontdekt zijn, maar dat men toch nog die schuilplaats mist. Maar dan ziet men toch temeer de noodzakelijkheid van geborgen te zijn in die enige schuilplaats. In die schuilplaats is men dus veilig. Dat mag men toch wel eens ervaren in rouw en smart, in nood en dood. Komen er plagen, onheilen, rampen, epidemieën, waar zoekt dan de ziel haar veiligheid? Och ja, het vlees redeneert ook genoeg en men behoeft nergens boven te gaan staan, maar de Heere weet toch ook altijd Zijn volk weer in het nauw te drijven, opdat men bij Hem een schuilplaats zal mogen vinden. En als men die verberging vindt, dan voelt men zich toch waarlijk veilig.

O, dat ge met jaloersheid mocht zien op dat volk dat de Allerhoogste heeft mogen leren stellen tot zijn Vertrek! Het kwaad zal zeker komen. En dan een kwaad waar men niet tegen gevaccineerd kan worden. Dan zullen we ingeënt moeten zijn in Christus, als de ware Wijnstok. Het gaat met de Kerk door alle rampen en onheilen in deze ondergaande wereld heen, op de eeuwige verlossing aan. Die Kerk zal straks het gezegend aardrijk eeuwig mogen beërven, waar men van de zonde voor goed verlost zal zijn en waar eeuwig alleen gerechtigheid wonen zal. Daar is geen polio meer en daar is geen bedreiging meer van enig kwaad, want geen inwoner zal daar meer zeggen: ‘ik ben ziek’. Want het volk dat daar woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben.”

-Ds. F. Mallan, ‘De enige veilige schuilplaats…’, in: De Wachter Sions, 18e jrg, nr. 33, 15 april 1971 (herspeld)-

Dit artikel werd u aangeboden door: In het spoor

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 2015

In het spoor | 60 Pagina's

“Vaccinaties Doorgeprikt”

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 2015

In het spoor | 60 Pagina's