Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Door Het Licht Dat Nu Ontstoken Is -1-

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Door Het Licht Dat Nu Ontstoken Is -1-

30 minuten leestijd

Om te verschijnen dengenen die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods, zo sprak Zacharias (Luk. 1:79), God lovende, na de geboorte van zijn zoon Johannes, de voorloper van het grote Licht, Dat de wereld zou verlichten. Dat Licht heeft ook geschenen in de tijd van de Hervorming.

De Parijse predikant ds. Pierre du Moulin (1568- 1658) heeft het in het begin van de 17e eeuw uitgesproken in één van zijn predicaties:

“God had voorgenomen de dikke duisternis der onwetendheid en der afgoderij, die toen de aarde bedekte en de gruwel der duisternis, waar de volken in waren gewikkeld, te verdrijven door de helderheid van Zijn Evangelie…”. 1

De voorbereidingen op de herdenking van 500 jaar Reformatie Deo volente volgend jaar zijn al gestart. Vijfhonderd jaar geleden bracht Luther zijn 95 stellingen aan op de deur van de slotkapel in Wittenberg (31 oktober 1517). Dit feit heeft een storm ingeleid die uiteindelijk de gehele wereld doorwaaide. Gods Geest bracht een grote ommekeer teweeg. Het Licht der wereld ging op in de harten van velen. Het begin van de Hervorming in Duitsland was een feit. Veel is er over geschreven. Minder bekend is hoe de Hervorming in Frankrijk begon. Vanzelf denken we aan de hervormer van Frankrijk, Johannes Calvijn. Hij was het middel in Gods hand om in Frankrijk en Zwitserland de Hervorming te leiden. Maar hoe de Hervorming begon op een geruisloze manier, door Gods Geest geleid, daar is wat minder over geschreven. Gods Woord werd hierin bewaarheid: Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden (Zach. 4:6). Er zijn wel boeken over het begin van de Reformatie in Frankrijk geschreven, maar toch zijn nog heel veel gegevens nooit gepubliceerd, bijvoorbeeld omdat die moeilijk toegankelijk zijn.

We willen in een aantal artikelen het begin van die Hervorming in Frankrijk beschrijven, beginnend rond het jaar 1500, totdat er meer dan 2000 gereformeerde gemeenten gevormd waren en in 1559 de eerste Franse gereformeerde synode gehouden werd in het diepste geheim in Parijs, het hol van de roomse leeuw.

Dat deze artikelen bij mogen dragen tot herinnering aan het begin van de Reformatie vijfhonderd jaar geleden en tot verrijking van de kennis van de wortels van ‘ons’ calvinisme. Maar in het bijzonder tot bezinning, tot hervorming, die in deze tijd zeker niet minder noodzakelijk is, een hervorming door de Heere Zelf gewerkt!

Wonderlijk en tragisch

De geschiedenis van de Franse kerk is zó wonderlijk, maar tegelijk ook zó tragisch dat het niet in de vergetelheid mag geraken. Frankrijk, een land van bergen, snel stromende rivieren, spelonken en woeste streken, waar de gereformeerden - eerst lutheranen, daarna hugenoten genoemd - zich schuil konden houden voor de vreselijke vervolgingen, die keer op keer de kop opstaken. Frankrijk, een land waar velen van Gods knechten het zaad van Gods Woord gestrooid hebben. Predikanten die regelmatig honderden kilometers te voet moesten afleggen, ontberingen moesten doorstaan in slagregens, koude, sneeuw en mist, om het Woord Gods te brengen, soms maar voor een paar mensen. Maar waar volgens Gods belofte twee of drie in Zijn Naam vergaderd waren, daar zou Hij in het midden zijn (Matth. 18:20). En dat hebben ze ervaren!

Maar nu is Frankrijk een land waar nauwelijks iets of misschien wel niets meer terug te vinden is van het geloof van zijn onderdanen in vroeger tijden.

Parijs, de bakermat van de Franse Reformatie

Omdat Parijs in de geschiedenis van de Reformatie zo’n belangrijke rol speelde en er misschien wel gesteld kan worden dat deze stad de bakermat van de Reformatie was, willen we de geschiedenis van de Franse Reformatie in Parijs beginnen. De grote wereldstad van nu was in de veertiende eeuw maar een klein stadje, waar de rivier de Seine dwars doorheen liep.

Midden in de rivier verrees op een eiland de grote roomse kathedraal, de ‘Nôtre Dame’. De twee zware torens steken boven alle gebouwen in de buurt uit. Geen wonder dat er zo lang over werd gebouwd. De eerste steen werd gelegd in het jaar 1163 en begin 1300 de laatste. 3

Vóór deze kerk waren nu zo’n vierhonderdvijftig tot vijfhonderd jaar geleden brandstapels opgesteld, waar vele gereformeerden verbrand werden. Daar stonden ook roomse processies stil om een groet te brengen aan ‘Onze Dame’, de Heilige Maagd, zoals Maria in de roomse kerk wordt genoemd. Daar werden gereformeerden gedwongen te knielen voor de ‘Moeder des Hemels’. In onze dagen is er heel wat anders te zien op dit grote plein.

Ten zuiden van de rivier, meer westelijk van de kathedraal, midden in de weilanden waar de koeien graasden, lag het kloostercomplex, de Abdij Saint Germain des Prés, gebouwd voor de benedictijner monniken. Van het grote complex is alleen de kapel meer over, nu midden in de stad gelegen en tussen het drukke verkeer.

In deze abdij begon het licht van Gods Geest te schijnen. Hier kwam een priester tot bekering. Hij ging het Evangelie verkondigen in zijn omgeving, zelfs op de Parijse Universiteit, waar hij les gaf, ja, zelfs in het paleis van de koning.

Vlakbij de Abdij kunnen we nog een belangrijk gedeelte van de stad vinden. In dit gedeelte had de Reformatie van Frankrijk haar wortels. Deze wijk werd toen het ‘Petit (klein) Genève’ genoemd. Een toepasselijke naam als we bedenken dat hier in één van de huizen in het diepste geheim de eerste Franse Algemene Synode plaatsvond. In deze wijk hebben heel veel gereformeerden gewoond. Het was zelfs een toevluchtsoord voor vluchtenden. Ook in tijden van betrekkelijke rust hadden de predikanten van Parijs daar hun woningen. De naast elkaar staande huizen hadden geheime verbindingsdeuren, zodat in geval van nood men van het ene naar het andere huis kon vluchten. Helaas zijn de meeste huizen inmiddels afgebroken en nieuwe huizen gebouwd, die inmiddels ook al weer een paar honderd jaar oud zijn. Een enkel stuk van een oude muur rest nog.

De Sorbonne

Nog één belangrijk gebouw willen we noemen: de Sorbonne, het zenuwcentrum van de roomse kerk in Frankrijk, ten onrechte wel de Parijse Universiteit genoemd. De Sorbonne is in de dertiende eeuw opgericht door een priester, Robert de Sorbon, die straatarm in Parijs was gekomen, maar door overleg, eenvoud, zuinigheid en overredingskracht een groot aantal huizen en grond in bezit had weten te krijgen. Hij werd hofkapelaan en domheer van de Notre Dame en was één van de invloedrijkste inwoners van Parijs. Hij richtte een groot studentenhuis op voor de studenten van de roomse Universiteit. Van lieverlee werd de Sorbonne het centrum van de roomse kerk in Frankrijk. In de zestiende eeuw kwam daar een geest op van vijandschap tegen de studie van Hebreeuws en Grieks, tegen de vertaling van de Heilige Schrift uit de grondtalen en tegen de wetenschappelijke uitleg van de Bijbel. Meer en meer namen daar menselijke inzettingen de plaats in van het zuivere Woord van God. De Sorbonne werd een instituut dat zich toelegde op het opsporen, beschuldigen en veroordelen van ketters die een andere leer leerden. Een leer tegen de roomse kerk, maar naar Gods onfeilbaar Woord.

Ochtendgloren der Reformatie

We gaan in gedachten naar de reeds genoemde Abdij van St. Germain des Prés, het klooster van de benedictijner monniken. Er zit een man gebogen over een paar oude boeken. Het zijn boeken over het leven van de roomse heiligen, die hij in de bibliotheek van de Abdij gevonden heeft. Vrome mannen zijn door de paus heilig verklaard. Boeken zijn geschreven over het leven van deze heiligen. En nu is deze priester verdiept in het leven van deze heiligen. Graag zou hij deze heiligen in hun leven willen volgen en vrome gedachten hebben en vrome daden doen. Maar hoe meer levensgeschiedenissen van de heiligen hij leest, hoe meer hij er achter komt dat zijn hart niet zo vroom is.

Hij komt een boek tegen dat door de heilige Augustinus zelf geschreven is en spoedig is hij erin verdiept. Maar hij leest hierin wat anders dan in de andere boeken over de heiligen. De woorden van de kerkvader Augustinus zijn anders dan die hij van de meeste heiligen gewend is. Ook verwijst deze Augustinus veel naar vindplaatsen in de Bijbel. De Bijbel, ach dat is geen boek voor hem. De paus raadt het af om dat Boek te lezen. Dat kunnen alleen de geleerdste roomse priesters en kardinalen. Die kunnen het op zijn juiste waarde schatten. Zij kunnen er ook de voorschriften uithalen die voor de kerk van belang zijn, zoals regels voor de biecht en de mis, en nog veel meer andere regels voor het leven van de kerk.

Maar toch… zou hij tóch niet eens de Bijbel gaan lezen? De heilige Augustinus verwees toch ook steeds naar dat Boek? Dan kon dat Boek toch niet verkeerd zijn om te lezen? Toch eens kijken in de bibliotheek van de Abdij.

En de andere dag zit hij weer in de Abdij en nu heeft hij de Bijbel in het Latijn, de Vulgata, die hij ongezien uit de bibliotheek gehaald heeft. Hij begint te lezen en verbaast zich. Is dit de Bijbel? Zulke mooie geschiedenissen staan er in. Dat kan toch nooit verkeerd zijn om die te lezen? Vele avonden is hij verdiept in de Bijbel en meer en meer gaat hij twijfelen aan de leer die door de roomse priesters en kardinalen verkondigd wordt. De Bijbel is toch het Woord van God? Maar wat de priesters verkondigen, staat helemaal niet in de Bijbel! Is de roomse kerk wel de alleenzaligmakende kerk? Het licht van Gods Geest begint hem te beschijnen. Maar daar heeft hij geen erg in. Nee, een grote verwarring komt over hem. Mag hij die de heiligen zo vereert, nu zulke gedachten hebben dat de roomse kerk een valse kerk is?

Wie is die man eigenlijk die zo verdiept is in de Bijbel? Hij heeft een moeilijke Franse naam, Jacques Lefèvres d’Étaples. Zijn Latijnse naam was Jacobus Faber Stapulensis. Wij zullen hem voor het gemak maar Faber noemen. Over hem is veel te vertellen. De bakermat van de Reformatie ligt eigenlijk voor een deel bij hem in zijn geliefde roomse Abdij!

Jacques Lefèvres d’Etaples

Hij is geboren rond 1455 in Étaples (vandaar zijn naam), een plaatsje in het noorden van Frankrijk. Hij studeerde in Parijs en reisde in en buiten Frankrijk om kennis op te doen en werd leraar in de wiskunde en wijsbegeerte. De abt van de Abdij St. Germain des Prés, Guillaume Briçonnet, een studiegenoot van Faber (we zullen later nog meer over hem lezen), riep hem in 1507 naar zijn Abdij bij Parijs om hem bij te staan. Faber was toen nog een zeer devote, vrome priester, die dagelijks knielde bij het beeld van Maria. Een tijdgenoot van hem zei:

“Nooit heb ik iemand ontmoet die met meer eerbied de mis zong, hoezeer ik zocht onder de (…) monniken. (…) Hij was het die de diepste eerbied toonde voor de beelden, en daarvoor knielende, bad hij en las zijn gebeden.” 4

Maar toen hij al 48 jaar oud was, even nadat Briçonnet hem naar Parijs geroepen had (waar hij priester en ook hoogleraar aan het College van Kardinaal Lemoine, de Universiteit van Parijs, werd), veranderde dat door het lezen van de Bijbel uit de bibliotheek van de Abdij. Het Woord van God werd meer en meer geheiligd aan zijn hart. God had hem een helder verstand gegeven. En dat gebruikte hij ook.

Studie van de Heilige Schrift

We gaan Faber even beluisteren:

“Men moet de zin van de Heilige Schrift grondig bestuderen en geen vragen stellen aan spitsvondige commentatoren, maar aan kerkvaders zoals Hieronymus en Augustinus, die de verborgenheden van de Heilige Schrift het best hebben verstaan.” 5

En:

“Terwijl bijna alle studies geschikt zijn om niets dan plezier en voordeel op te leveren, dient de studie van de zaken van God niet louter en alleen plezier en voordeel, maar belooft zij het hoogste geluk. ‘Welzalig zij die Uw getuigenissen onderhouden’, zegt de psalmist. Wat kunnen wij nog beter nastreven? Waaraan zouden wij ons vollediger toewijden? Zeker, gedurende lange tijd streefde ik naar menselijke belangen en bewees slechts lippendienst aan theologische studies, die verheven zijn… Maar zelfs na het proeven van zaken van God op goed geluk af, zag ik zoveel licht doorbreken, dat de menswetenschappen hierbij duisternis schenen.” 6

Hoe meer we van Faber lezen, hoe meer we hem leren kennen in zijn eerbiedige omgang met de Heilige Schrift als Gods Woord. Hij moest niets hebben van mensen die eerder eigen gewin dan Gods eer beoogden.

Geen verdienste uit de werken

In 1509 gaf Faber vijftig psalmen, de zogenaamde Quincuplex psalterium, uit in het Latijn, voorzien van aantekeningen. Uit de voorrede van dit Bijbelgedeelte bleek al dat hij de leer van vrije genade voor een verloren zondaar zag uitblinken boven de leer die uitging van het goede van de mens:

“Gedurende lange tijd heb ik mij toegelegd op de humanistische studies en nauwelijks heb ik met de lippen de theologische studies aangeroerd, want deze zijn van verheven aard en mogen niet onbesuisd ter hand genomen worden. Maar reeds heeft in de verte zúlk een schitterend licht mijn ogen toegeblonken dat de humanistische leringen in vergelijking met hetgeen de theologie bood, mij duisternis toescheen, terwijl de theologische studies mij voorkwamen zulk een zoete geur te verspreiden dat er niets op aarde mee te vergelijken is.” 7

En over de goede werken schreef hij:

“Wanneer men een verdienste toeschrijft aan de werken, dan heeft men bijna de mening van hen die geloven dat wij door de werken kunnen gerechtvaardigd worden. Een dwaling om welke vooral de Joden zijn veroordeeld. Laat ons dus niet spreken van de verdiensten van onze werken, die gering of liever niets zijn. En laat ons de genade Gods verheerlijken, die alles is.” 8

Zo lichtte de dageraad van de Reformatie in de Abdij van St. Germain. En ook de abt Briçonnet werd door het licht der Hervorming aangestoken. Hij hervormde de Abdij naar de eis van Gods Woord. Dat had al snel gevolgen. De meeste monniken weigerden zich eraan te onderwerpen en vertrokken naar een ander klooster. Anderen kwamen ervoor in de plaats die ook reeds de eerste beginselen van de Reformatie toegedaan waren. Voor Faber was dat een verademing. Hij kon naar hartenlust spreken met gelijkgezinden over Gods Woord en de daarop gegronde reformatorische beginselen.

Begin van de Reformatie in gedrukte vorm

In 1512 gaf Faber een commentaar op de brieven van Paulus in het Frans uit dat in zekere zin het eerste Frans-protestantse boek genoemd kon worden. Dit boek is als het ware het punt waar de Reformatie in Frankrijk begon in gedrukte vorm. Hij droeg het op aan Briçonnet. Hierin werd door Faber geschreven:

“De Kerk volgt ongelukkigerwijs het voorbeeld van hen die haar besturen, en zij is ver verwijderd van hetgeen zij wezen moest. Toch kondigen de tekenen der tijden aan dat een vernieuwing nabij is, en nu God door de ontdekkingen en veroveringen van de Portugezen en Spanjaarden in alle delen van de wereld nieuwe wegen opent voor de prediking van het Evangelie, moeten wij hopen dat Hij ook Zijn Kerk zal bezoeken en dat Hij haar zal oprichten uit de vernedering waarin zij vervallen is.

Wij moeten allen vragen dat God voor deze nieuwe oogst zendelingen zal uitsturen en zal maken dat ze blijk geven hun opdracht te verstaan. Niemand mag uit eigen beweging die eretitel aannemen naar het Woord van de Heere Jezus, zeggende: ‘De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; daarom, bidt dan de Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.’ Zalig zijn zij die zulk een grote eer waardig gekeurd worden.” 9

Ook schreef hij over de autoriteit van Gods Woord:

“Daarin is de leer van Christus te vinden (…) en zij die het gaan bestuderen, zullen met vreugde water scheppen uit de bron van de Heiland.” 10

Tegenwoordig, zo betoogde Faber vervolgens, doet men het tegenovergestelde van wat die mannen deden die door God geïnspireerd werden, want:

Er zijn mensen in deze tijd die aan het volk een dwaze vroomheid in plaats van de leer van Christus leren. Waartoe dient het dat men nieuwe vastendagen houdt en men zijn penningen offert? Waarom zou ik mij verlaten op formuliergebeden, waarvan de opsteller onbekend is, en de apostolische voorschriften opzijzetten? Waarom zou men sterven in een monnikengewaad, wanneer men zijn gehele leven het wereldlijk kleed gedragen heeft? Niets dergelijks is door de leer van Christus voorgeschreven (…) Laat ons dan alleen aan Christus en aan de apostolische leer vasthouden. Want deze is én voldoende én zij is voor de zaligheid de eerste en voornaamste.” 11

Uitgebreid gaat Faber in op diverse teksten in de brieven van Paulus. Hij werpt de fundamenten waarop de roomse kerk rust, omver aan de hand van Gods Woord. Over de Heilige Doop zegt hij:

“De afwassing in het uitwendige water van de Doop rechtvaardigt niet, maar zij is het teken van de rechtvaardigmaking door het geloof in Christus.” 12

Zo was de Abdij van St. Germain des Prés de bakermat van het Franse protestantisme geworden.

Zijn lessen veranderden

Het is geen wonder dat door zijn geestelijke verandering, we mogen wel zeggen zijn bekering, de lessen die hij op het College van Kardinaal Lemoine gaf, veranderden. Er werden nu de zuivere klanken van Gods Woord gehoord. Faber begon ook zijn studenten het lezen van de Bijbel krachtig aan te bevelen. Door dat alles werd hij een geliefd leraar, die diverse, in de tijd van de Hervorming meer bekende mannen zoals Desiderius Erasmus (ca. 1467-1536), Guillaume Farel (1489-1565) en mogelijk ook later de jonge Johannes Calvijn (1509-1564) tot geboeide toehoorders had.

Ook de predicaties die Faber in de roomse kerk hield of zelfs in het Louvre, het koninklijke paleis - dat toen nog een andere vorm had dan heden ten dage -, werden in plaats van door de roomse zuurdesem te zijn doortrokken, een boodschap van zonde en genade in de lijn van Gods Woord. Daar in dat koninklijke paleis werd zijn prediking regelmatig aangehoord door leden van het Franse koningshuis. Door Louise van Savoye, de moeder van koning Frans I, die in 1515 koning geworden was, en door zijn zuster Marguerite en soms door de koning zelf.

Was koning Frans I dan niet roomsgezind? Ja, dat was hij wel. Dat een Franse koning de roomse godsdienst niet zou belijden, was ‘onmogelijk’. Dat is later wel gebleken met koning Hendrik IV die rooms moest worden om koning te kunnen worden. Maar Frans I had een hekel aan de roomse geestelijken. Die dachten de wijsheid in pacht te hebben en meenden de koning te kunnen gebieden. Ook was hij zeer geïnteresseerd in vernieuwing. Het oude roomse systeem kon hem niet meer zo bekoren. Hij was op de hoogte van de stroom van geruchten over de nieuwe leer die zich in Frankrijk begon te verspreiden. Daar wilde hij meer van horen. En zo kwam het dat Faber ook in het Louvre mocht preken. We zullen zien dat de prediking van Faber bij Marguerite veel teweeg heeft gebracht.

Faber was geen Luther

Maar… Faber was geen Luther. Hij had een zacht karakter en probeerde zo veel mogelijk mee te gaan met de roomse eredienst. Hij vermeed openlijke confrontaties met de roomse geestelijken en dacht de roomse kerk van binnenuit te kunnen hervormen.

Al was Faber dan zelf nog een ‘walmend’ licht, wie weet bij hoeveel mensen door zijn prediking het licht der Reformatie is opgegaan. Dit was zeker het geval bij zijn leerling Guillaume Farel, die in 1506 in Parijs was gekomen. Hij was bedeeld met het licht van Gods Geest, maar hij wist niet wat hem bezielde. Hij hoopte in Parijs te vinden wat hij miste. Hij kreeg de Latijnse Bijbel te pakken, maar die gaf hem geen licht. Wat kende hij eigenlijk van de Bijbel? Het was voor hem een gesloten boek. Hij had een uitlegger nodig. Toen werd hij gewezen op Faber. Dat was een geleerd man. Die zou hem kunnen helpen! Hij maakte contact met hem en de twee uiteenlopende karakters trokken op elkaar aan. Samen praatten zij veel en Farel zette zich ook onder de prediking van Faber. En zijn hart werd daardoor verlicht. Niet dat het hem gelukkig maakte, nee, hij werd door ontdekking van zijn zonden de ongelukkigste van alle mensen. Hij zocht overal om van zijn zondenlast bevrijd te worden. De lessen die Faber gaf, waren wel leerzaam, omdat daar het zuivere geluid van de Waarheid in te horen was. Maar hij kon Guillaume ook niet bevrijden van zijn zonden en gaf hem soms een raad die nog gebaseerd was op de roomse leer.

Maar toch was het onderwijs van Faber ook menigmaal zuiver. Hoor maar wat hij zei:

“Wonderlijke ruil: De Onschuldige is veroordeeld en de schuldige vrijgesproken; de Gezegende is vervloekt en hij die vervloekt was, is gezegend; de Heerlijkheid is bedekt met schande en hij die zich tot schande gebracht heeft, is bedekt met heerlijkheid! En dat alles door Gods vrije en soevereine liefde. Zij die zalig gemaakt zijn, zijn het omdat God ze verkoos, uit genade, door de wil Gods, niet door hun eigen wil. Onze eigen keus, onze eigen wil, onze eigen werken, zijn nutteloos; het is Gods keus; Hij alleen is de oorzaak van onze zaligheid.” 13

Zo onderwees Faber ook zijn studenten.

Faber bestreed veel roomse dwalingen

Faber heeft wel vele dwalingen van de roomse kerk en haar gebruiken bestreden. Hij veroordeelde de ongehuwde staat van de priesters, de Latijnse taal in de eredienst, de beeldenverering en zo vele andere zaken meer, maar … hij wilde zich nog steeds niet afscheiden van het roomse Babylon.

Hij dwaalde nog ten aanzien van verscheidene roomse leringen zoals de transsubstantiatie (verandering van brood en wijn in lichaam en bloed van Christus), hij geloofde nog in het vagevuur en in de aanroeping van de heiligen. De structuur van de roomse kerk durfde hij niet aan te tasten. Hij was verzoeningsgezind, zocht zijn toevlucht soms ook in het mystieke, in de beleving van niet door de Heere gewerkte godsdienstige ervaringen. Hij hoopte de roomse kerk van binnenuit te kunnen hervormen. Dat bleek echter meer en meer een onmogelijke zaak.

In het begin leek de roomse kerk er geen erg in te hebben dat Faber de Bijbel anders uitlegde dan in de roomse kerk gewoon was. Maar al snel kwam daar verandering in. Faber werd in woord en geschrift aangevallen. Er ontstond een hevige pennenstrijd. Zijn persoon werd eerst nog wel met rust gelaten. Dat veranderde toen Faber in een van zijn replieken of antwoorden aan de roomse kerk bewees dat Maria Magdalena en Maria, de zuster van Lazarus, niet dezelfde personen waren, zoals de roomse kerk leerde. Dat werd beschouwd als een rechtstreekse aanval op rome! De Sorbonne protesteerde heftig. Roomse predikers spuwden vuur en vlam tegen de schrijver. Zij noemden hem een dwaas, een goddeloze, een domkop. Faber werd voor de rechtbank gedaagd.

Beschermd door de koning

Koning Frans I die niet onwelwillend tegenover de hervormingspogingen stond, beschermde hem echter. Hij die de roomse geestelijken niet zo gunstig gezind was, vond het wel mooi dat Faber hen tegensprak. Later zou Zwingli zelfs een brief aan de koning schrijven om hem aan te raden de Sorbonne het zwijgen op te leggen. De geestelijken van de Sorbonne kenden geen Hebreeuws en Grieks en wilden van geen grondtekst van de Bijbel weten en de hierop gegronde leer vervloekten zij. Er heerste een geest van luxe, losbandigheid, onmatigheid en onreinheid. Koning Frans I richtte tegenover de Sorbonne het Collège Royal op, dat de Christelijke humanistische wetenschap beoefende door onderzoek van de Bijbeltekst. Hier had ook Faber zitting in.

Uiteindelijk werd Faber de aanvallen van de roomse geestelijken moe. Hij was geen vechter en ging liever stil zijn weg. Vooral het hoofd van de Sorbonne, Noël Beda, was fel gebeten op Faber. Inmiddels was Briçonnet die een persoonlijke vriend van de koning was, door deze in 1517 als bisschop benoemd van de stad Meaux in de buurt van Parijs. Op de roepstem van Briçonnet, vertrok Faber in 1521 naar deze stad. Ook Farel volgde hem. Maar zijn temperament verschilde te zeer van mannen zoals Briçonnet, Faber en andere leerlingen van Faber, de Christelijkhumanistische predikers Gérard Roussel en Michel d’ Arande, die zich in Meaux verzameld hadden.

Farel had veel achting voor Faber, was hem als een zoon. Faber geloofde vast dat de Heere een Reformatie zou geven. Had hij Farel niet verzekerd:

“Mijn zoon, God gaat de wereld vernieuwen en gij zult er getuige van zijn.” 14

Maar Farel kon niet meegaan met de roomse overblijfselen en hij zag de reformatie van de roomse kerk van binnenuit als onmogelijk. Dat gaf uiteindelijk de doorslag om zich van Faber af te keren. Farel ging weer terug naar Parijs, waar hij in 1523 in het geheim de eerste officiële gereformeerde kerk van Parijs institueerde. Zij verzamelde zich in het eerder genoemde wijkje ‘Klein Genève’ in Parijs.

Faber heeft in Meaux zijn hele parochie gereformeerd. De roomse pastoors waren stuk voor stuk vertrokken en hij had er voor in de plaats pastoors aangetrokken die ook de Reformatie toegedaan waren.

In alle rust kon Faber nu verder gaan met zijn boeken en vertalingen van Bijbelgedeelten en met het houden van reformatorische predicaties. Wij zul-len later nog kennismaken met zijn Bijbelvertaling. Maar eerst willen we wat meer weten van het Franse koningshuis. Was dat nu werkelijk zo hervormingsgezind?

Het Franse koningshuis hervormingsgezind?

We hebben gelezen dat de prediking van Faber in het koninklijk paleis, het Louvre, werd aangehoord door leden van het koningshuis: door Louise van Savoye en haar zoon Frans I en haar dochter Marguerite. Wat Marguerite betreft, geloven we dat de prediking van Faber voor haar gezegend is. Maar eerst even iets over Louise, die zo´n belangrijke rol speelde in het begin van de Reformatie in Frankrijk.

Louise is geboren op het kasteel van Pont-d’Ain, een stadje in de buurt van het meer van Genève, op 11 september 1476. Zij was de dochter van Filips II van Savoye en Marguerite van Bourbon, een prinses uit het geslacht Bourbon. Zij trouwde op 16 januari 1487, op nog maar 11-jarige leeftijd dus, met Charles d’Angoulême. Zij gingen wonen op het kasteel van Charles in het stadje Angoulême in het zuidwesten van Frankrijk. Charles stierf al in 1496, nadat zij nog maar negen jaar getrouwd waren. Ze hadden toen twee kinderen. Zo stond zij op 20-jarige leeftijd al alleen voor de opvoeding van haar twee kinderen Marguerite en Frans. Zij deed dat met liefde. Het is bekend dat zij zeer zorgzaam voor hen was.

Louise heeft een klein dagboek nagelaten, waarin zij allerlei voor haar belangrijke gebeurtenissen opschreef.

Zo beschreef zij ook kort de geboorte van haar kinderen:

“Mijn dochter Marguerite werd in het jaar 1492 geboren op 11 april om 10 over 2 ’s nachts volgens de tijdrekening van de astronomen. François, door de genade Gods koning van Frankrijk, en mijn vreedzame César, zag het eerste levenslicht in Cognac, om 10 uur ’s avonds op 11 september 1494.” 15

En dan in maar één zinnetje het overlijden van haar man.

“Op de eerste dag van januari van het jaar 1496 verloor ik mijn man.” 16

Haar zoon Frans overkwam eens een ongeluk toen hij 7 jaar was:

“Op de dag van de bekering van de heilige Paulus, 25 januari 1501 [roomse feestdag, waarop aangenomen wordt dat Paulus op deze datum tot bekering gekomen is op zijn weg naar Damaskus; CV], om ongeveer 2 uur in de middag, werd mijn koning, mijnheer César en mijn zoon, nabij Amboise bij het oversteken van de weg aangereden door een koets en werd [zo] gevaarlijk verwond dat degenen die aanwezig waren, verwachtten dat hij niet meer te genezen was. Echter God, de Beschermer van de weduwen en de Verdediger van de prinsen, Die de toekomende dingen voorziet, wilde me niet verlaten, wetende dat ik zeer ongelukkig zou geweest zijn als ik zo plotseling beroofd was van mijn geliefde.” 17

Frans trouwde in 1514 met de 15-jarige Claude de France (aan haar is de naam van een bekend pruimenras ontleend: reine-claude), de dochter van de Franse koning Louis XII (1462-1515).

Omdat na het overlijden van Louis XII er geen mannelijke opvolger was, kwam het koningschap bij zijn overlijden in 1515 op zijn achterneef en tegelijk zijn schoonzoon Frans I. Louise de Savoye werd, gezien de jonge leeftijd van haar zoon (11 jaar), regentes.

Louise van Savoye, een vrome vrouw?

Zij leek ook wel voor de Hervorming te voelen. Haar dochter Marguerite, die door middel van de prediking van Faber door Gods Geest verlicht was, probeerde ijverig haar moeder en broer over te halen tot de belijdenis van de nieuwe leer. Frans I stond er niet onwelwillend tegenover.

Het leek enige tijd dat ook Louise de Hervorming gunstig gezind was, tenminste dat laten haar aantekeningen in haar dagboek ons zien, waar ze niet bepaald lovend sprak over de roomse geestelijken:

“In het jaar 1522, in december, begonnen mijn zoon en ik, door de genade van de Heilige Geest, de witte, zwarte, grijze en veelkleurige huichelaars te leren kennen, voor wie God in Zijn genade en oneindige goedheid ons mocht willen bewaren en behoeden; want indien Jezus Christus geen onwaarheid gesproken heeft, is er geen gevaarlijker geslacht onder het gehele mensdom.” 18

Louise luisterde ook met aandacht naar de Bijbeluitleg en de vermaningen van Faber en later naar haar hofprediker Michel d’ Arande. Zij was op dat moment ook niet ongenegen zich te verdiepen in de hervormingsplannen, waar haar zoon op zinde.

Haar dochter Marguerite schreef enthousiast in november 1522 aan Faber:

“De koning en zijn vrouw zijn meer dan ooit genegen de Reformatie van de kerk te bevorderen en besloten de wereld te laten weten dat de Waarheid Gods geen ketterij is.” 19

Was dit vuur de werking van de Heilige Geest of was het een ander vuur? In ieder geval leek het er veelbelovend uit te zien: het koningshuis leek zelfs hervormingsgezind! Helaas, het bleek later voor het merendeel maar een uitwendige zaak te zijn. Frans I wilde de Hervorming steunen om de macht van de geestelijken te breken. Hij verwachtte ook door de Hervorming een nieuwe geest in zijn land. Echter niet de Heilige Geest, maar een geest van vernieuwing, van Renaissance, met nieuwe uitingen van kunst en cultuur, een geest uit de mens!

In het buitenland was wel de gedachte verspreid dat het gehele koninklijk huis in het geheim de lutheranen, zoals zij genoemd werden, steunde. De reformatorischgezinden dachten dat Louise hun welgezind was en verheven boven de roomse bijgelovigheden meer dan elke andere vrouw uit die tijd. Toch is het de vraag of de gedachte over en het vertrouwen van de hervormingsgezinden op Louise juist was. Want over wie Louise nu werkelijk was, is veel onduidelijkheid. De ene bron vermeldt haar vroomheid, zoals we hierboven gelezen hebben, haar geloof, haar kuisheid in kleding, de andere bron vermeldt het anders. Wel is zeker dat de roomse geestelijken Louise op alle manier hebben trachten te beïnvloeden. Hoogstens kon Louise de strengste maatregelen van de roomse kerk matigen.

Verordening van de regentes

Louise zou aan de Sorbonne gevraagd hebben door welk middel men de verdoemde leer van Luther kon uitroeien. Het is onduidelijk of dit werkelijk zo was. Noël Beda (1470-1537), het hoofd van de Sorbonne, zou zonder aarzelen geantwoord hebben:

“Zij moet met de uiterste gestrengheid vervolgd worden.” 20

In ieder geval was dit wel de bedoeling van de Sorbonne. Deze heeft ook de paus erin gekend. Die reageerde met een bul waarin de lutherse godsdienst veroordeeld werd en er gestreng opgetreden moest worden tegen de luthersen. Louise liet deze bul, onder druk van de Sorbonne (?), bekendmaken door middel van een zogenaamde patentbrief:

“Verordening van de regentes, die een Edict van de paus Clément van 17 mei 1525 moet uitvoeren betreffende de vervolging van de lutheranen. Louise de Savoye, moeder van de koning, regentes etc. maakt bekend dat de zeer heilige vader en paus wenst uit te roeien de ongelukkige en verdoemde sekte en ketterij van Luther en te bewaken en te verhinderen dat deze niet voortwoekert in dit koninkrijk. Daartoe heeft hij commissarissen, enkelen van onze zeer geachte en geliefde raadgevers van de koning, onze heer en zoon, in het hof van het parlement van Parijs daartoe aangewezen en afgevaardigd.

Wij verlangen met geheel ons hart dat deze ketterijen uitgedoofd en vernietigd worden. Wij, wetende de goede wil die de koning, onze heer en zoon, als zeer Christelijke koning heeft voor het welzijn en de algemene rust door de gehele Christenheid, willen voor alle dingen van onze kant ervoor zorgen dat het zo goede en heilige werk volledig resultaat heeft, volgens de goede wil, het verlangen en de genegenheid van onze heilige vader en de koning, onze heer en zoon. Wij, krachtens het mandaat aan ons door de koning, onze zoon en heer, gegeven, gebieden u en sporen elkeen van u nadrukkelijk aan in zijn naam om genoemd edict punt voor punt uit te voeren volgens hun vorm en inhoud. En dat de commissarissen gegeven worde alle hulp, ondersteuning, raad en assistentie die zij nodig hebben en die vereist zijn, niettegenstaande de tegenstand en beroep. Wij geven hiermee elk van u het recht en de middelen om dit uit te voeren.

Louise” 21

Had Louise dus andere gedachten over de Hervorming? Het blijft onzeker. Een bepaalde bron vermeldt dat zij aan het eind van haar leven verlangde te sterven:

“Heere, ach, waarom vertoeft Gij? Ik heb op deze aarde gedaan wat ik heb kunnen doen en ben er niet meer nodig. Het behage U dan mij als de Uwe te erkennen, door mij tot U te nemen om U te prijzen.” 22

Hoe het ook zij, we moeten het oordeel aan Hem overlaten, Die rechtvaardig oordeelt.

Een volgende keer Deo volente hopen wij u meer te vertellen over Marguerite, de dochter van Louise van Savoye, haar geloof, haar leven en haar werk ten gunste van de Hervorming.


Noten

1) P. du Moulin, De eerste thien predicatien, Amsterdam 1657, p. 190

2) Voor het schrijven van dit en de volgende artikelen is in het algemeen gebruikgemaakt van onder meer de volgende boeken over de geschiedenis van de hugenoten: Adrianus Haemstedius, Historie der Martelaren, Antwerpen 1559; Jean Crespin, Histoire des Martyrs, Volume 1, 2 en 3, Toulouse 1885; George Guiffrey, Chronique du roi Francois I, Paris, 1860; Bulletin de Société de l’Histoire du Protestantisme Francais, Paris, 1852-1902; G. de Félice, Ontroerende Geschiedenis van de Protestanten in Frankrijk, Schiedam 1853; Théodore de Bèze, Histoire Eccléciastique de Eglises Réformées au Royaume de France, Lille 1841; Ms Aymond, Actes Ecclesiastes de tous les Synodes Nationaux des Eglises Reformées de France, 1710; H. Hasper, Calvijns beginsel voor de zang in de eredienst, ’s Gravenhage, deel 1, 1955, deel 2, 1976; Pierre van Enk, Frankrijk en de hugenoten, Zoetermeer 2009; J.H. Alexander, Vrouwen van de Reformatie, Utrecht 1980; Otto Zoff, De Hugenoten, Amsterdam 1938 en M.A. v.d. Berg, Vrienden van Calvijn, Utrecht 2006.

3) Wikipedia, Notre-Dame van Parijs

4) E. Doumergue, Calvijns jeugd, Kampen 1986, p. 71 (hierna: Doumergue)

5) T.D. Bouma, B.S., Gerijpt voor Reformatie, Kampen 1993, p.15 (hierna: Bouma)

6) Bouma, p. 16

7) Doumergue, p. 71

8) Doumergue, p. 72

9) Bouma, p. 31

10) Doumergue, p. 72

11) Doumergue, p. 72

12) Doumergue, p. 74

13) Stichting De Gihonbron, Leven en arbeid van Willem Farel, Middelburg, 2011, hoofdstuk 6

14) Doumergue, p. 75

15) Louise de Savoye, Journal où Mémoires, 1786, p. 390 (hierna: Journal où Mémoires)

16) Journal où Mémoires, p. 390

17) Journal où Mémoires, p. 390

18) Journal où Mémoires, p. 407

19) H. Noel Williams, The Pearl of Princesses, The Life of Marguerite d’Angoulême, Queen of Navarre, London 1916, p. 136

20) Merle d’Aubigné, Geschiedenis van de Hervorming in Europa ten tijde van Calvijn, dl. 1, Amsterdam 1869, p. 251

21) Eugène et Emile Haag, La France protestante où vie des Protestants Francais, Pieces justificatives, Paris 1858, p.1

22) Doumergue, p. 86

Fotoverantwoording:

a) Foto C. Verdouw

b) Illustratie C. Verdouw

c) Foto C. Verdouw

d) Foto C. Verdouw

Dit artikel werd u aangeboden door: In het spoor

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 2016

In het spoor | 68 Pagina's

Door Het Licht Dat Nu Ontstoken Is -1-

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 2016

In het spoor | 68 Pagina's