Door Het Licht Dat Nu Ontstoken Is -10-
In de vorige nummers 1 hebt u kunnen lezen hoe de Hervorming in Frankrijk bevorderd werd door Marguerite, de zuster van koning Frans I. We hebben gelezen over de pamflettenstrijd die in Parijs losbrandde voor en tegen de Hervorming, maar ook hoe Johannes Calvijn de hervormer van Frankrijk werd. We hebben stilgestaan bij zijn bekering en bij zijn vlucht als gevolg van de reformatorische rede die zijn vriend Nicolas Cop (1501-1540) op de Parijse Universiteit hield. Calvijn is gevlucht naar Angoulême, naar zijn studievriend Louis du Tillet (1509-?). Daar is hij begonnen aan zijn Institutie. Ook heeft hij in Nérac Faber ontmoet, die een schuilplaats gevonden had bij zijn weldoenster Marguerite de Navarre. We hebben gelezen hoe Barthélemy Milon Parijs onveilig maakte door zijn goddeloze daden, maar door een val verlamd werd. Door het lezen van Gods Woord mocht hij toen tot bekering komen, waarna hij zelf het Evangelie ging verkondigen. Ook zagen we dat Marguerite in het geheim Avondmaal liet houden in haar kasteel in Pau en dat Calvijn dat ook deed in de grotten in de buurt van Poitiers, waar hij de eerste protestantse gemeente van Poitiers institueerde.
Nu zullen we lezen hoe koning Frans I een overeenkomst sloot met de paus en tegelijk een verbond met de Duitse protestantse vorsten wilde sluiten, zogenaamd om de Reformatie in Europa te bevorderen, maar met het uiteindelijke doel om zijn aartsrivaal keizer Karel V (1500-1558) een slag toe te brengen. De overeenkomst van koning Frans met de paus was weer koren op de molen van de roomse kerk. De predikers Roussel, Courault en Berthaud werd verboden openlijk in Parijs te prediken. Zelfs werden zij en velen met hen gevangengenomen. De roomse redenaars en ketterjagers Béda en Le Picard daarentegen werden uit hun ballingschap bevrijd. Zo maakte de stad Parijs zich weer op om de vervolging van de protestanten met nieuwe kracht uit te voeren.
Het huwelijk van Henri II en de gevolgen
De gedachten van de Franse koning waren altijd gericht op machtsuitbreiding. Als hij de gereformeerden daarvoor kon gebruiken, reikte hij hun de hand. Maar als de paus hem daarbij helpen kon, was hij vriend van de paus. In 1532 had de koning in het geheim met paus Clemens VII (1478-1534) onderhandelingen gevoerd, omdat de paus zijn afhankelijkheid van Karel V wilde beëindigen. Hiertoe bood de paus zijn 13-jarig nichtje Catharina (1519-1589) uit het fabelachtig rijke geslacht van De Médici tot vrouw aan voor de tweede zoon van Frans, de latere Henri II (1519-1559). Tegelijk bood hij de Franse koning aan om het hertogdom Milaan, dat vroeger aan Frankrijk behoorde, te helpen veroveren. Ook zou hij de hertogdommen Genua en Napels krijgen. Dat alles klonk Frans goed in de oren! Hij nam het aanbod van de paus aan. Het huwelijk van de 15-jarige Henri II met de 14-jarige Catharina werd op 28 oktober 1532 door de paus voltrokken.
De koning was erg gesteld op het schrandere en intelligente Italiaanse meisje, maar het volk had het niet op de Italianen en voelde zich gekrenkt dat de toekomstige koningin niet van een vorstelijke familie was. De gelegenheid van de festiviteiten van het huwelijk in Marseille nam de paus waar om te proberen Frans over te halen de ketterij in Frankrijk uit te roeien. Er zou een concilie moeten komen in verband met de steeds voortschrijdende Reformatie. De paus vond dat een krachtig leger van roomse vorsten onder het bevel van Karel V nodig was met als doel alle lutheranen en zwinglianen uit te roeien. Frans verwierp dat. Hij had immers al eens tegen de keizer gevochten en was toen gevangengenomen. Stel je voor dat dat leger in Frankrijk zijn werk zou gaan doen, nee, dat was te gevaarlijk voor zijn koninkrijk. 2
Maar de paus had toch zoveel invloed op de koning dat hij hem twee bullen overhandigde waarin de inquisitie voor Frankrijk geregeld werd, opdat de ‘verdoemde ketterse sekte van de lutheranen’ zou worden uitgeroeid.
Nadat de rede van Nicolas Cop plaatsgevonden had en de daaropvolgende commotie in Parijs, zond Frans op 10 december 1533 deze twee bullen voorzien van zijn akkoordverklaring naar de bisschop van Parijs en hij schreef aan het parlement:
“Wij zijn er zeer bedroefd en ontstemd over dat het in onze goede stad Parijs, de eerste van ons koninkrijk en de hoofdstad, waar zich de voornaamste Universiteit van de Christenheid bevindt, krioelt van die vervloekte sekte van de lutheranen. Dit zullen vele (steden) tot voorbeeld kunnen nemen. Daarom willen wij dit naar alle vermogen en met alle macht verhinderen, zonder iemand, wie hij ook zij, te sparen. En daartoe willen en verstaan wij dat zulk een zware straf daarop zal worden gesteld dat deze zij tot verbetering van de vervloekte ketters en tot voorbeeld van alle anderen.” 3
In het Edict dat uitgevaardigd werd door Frans, stond dat indien twee getuigen konden aantonen dat iemand luthers was, deze onmiddellijk verbrand moest worden. Dat was koren op de molen van de roomse kerk! De gevolgen waren groot. Velen werden beschuldigd van ketterij. Op het hoofd van Nicolas Cop werd een prijs van 300 écu’s gezet voor degene die hem dood of levend uitleverde. De brandstapels rookten en de beulen deden hun werk bij de martelwerktuigen. Het was nog maar een begin van het onweer dat boven het hoofd van de gereformeerden losbarstte. De vervolgers spaarden niemand. Niemand was zijn leven zeker. Als er maar een vermoeden bestond dat iemand besmet was met de nieuwe leer, dan werd hij al gevangengenomen en vaak zonder proces ter dood gebracht. Maar, zo zegt een schrijver uit die tijd, voor twee martelaren die stierven op de brandstapel, stonden er honderd nieuwe uit hun as op.
De oudste zoon van koning Frans, die ook Frans (1518-1536) heette, had veel geleden tijdens zijn gevangenschap in Madrid, toen hij samen met zijn broer Henri omgewisseld was met zijn vader, die gevangen was na de slag bij Pavia in Italië. Deze zoon Frans zou wel nooit aan de regering komen, dacht de koning. Hij is ook na het drinken van koud water, toen hij bezweet was, in 1536 gestorven.
Er gingen geruchten rond dat hij vergiftigd was om ervoor te zorgen dat zijn broer Henri de opvolger van de Franse koning kon worden, maar vooral om Catharina de Médici, met wie Henri inmiddels getrouwd was, naar voren te schuiven. Het was een verschrikkelijke slag voor zijn vader, die met heel zijn ziel aan zijn oudste zoon hing, maar ook voor het volk, dat erg op prins Frans gesteld was.
Verbond met de Duitse vorsten?
Terwijl dit alles gebeurde, speelde koning Frans I met de gedachte zich te verbinden met de protestantse vorsten in Duitsland. De vestiging van de Hervorming in geheel Europa hing, naar velen meenden, af van de vereniging van Frankrijk met het protestantse Duitsland. Alleen was dit niet het doel van Frans I, nee, zijn grote doel was keizer Karel V te vernederen. Als hij de Duitse vorsten zo ver kreeg om tegen Karel V oorlog te voeren, dan zou hij de gelegenheid hebben om zich meester te maken van de Italiaanse gebieden die hij verloren had na de slag bij Pavia, waar hij gevangengenomen was. Hij had zijn rechterhand aan de paus gegeven en zou zijn linkerhand aan de Duitse vorsten geven, zei Merle d’Aubigné. Door het verbond met de Duitse vorsten dacht Frans zich tegelijk onder de pauselijke macht vandaan te werken. Dit alles geeft aan hoe onwaarachtig en sluw de Franse koning was. De bullen van de paus uit laten voeren en tegelijk de protestanten in Duitsland gunstig stemmen. Toen de Franse koning contacten gelegd had met enkele Duitse vorsten, waarschuwden Luther en zijn rechterhand Melanchthon de vorsten om zich niet in te laten met een verbond met de Franse koning. Een oorlog tegen de keizer en een verbond met de Franse koning, die de gereformeerden liet verbranden? Nee, dat kon onmogelijk.
“De duivel wil de volken regeren door iedereen het zwaard te doen trekken. Met welk een welsprekendheid zoekt hij ons te overtuigen dat dit niet alleen geoorloofd, maar ook noodzakelijk is. Men doet die lieden onrecht, zegt hij, laat ons toeslaan! (…) God slaapt [echter] niet. (…) Hij weet wel hoe Hij de wereld moet besturen (…). Wij hebben een vijand te bestrijden tegen welke geen macht, geen menselijke wijsheid iets vermogen. Indien wij ons met ijzer, met staal, met vuurroeren en zwaarden wapenen, heeft hij er slechts op te blazen en er blijft niets dan stof en as van over (…). Maar indien wij de wapenrusting Gods, de helm, het schild en het zwaard des Geestes aannemen, dan zal God, indien het moet, de keizer van zijn troon stoten en ons alles bewaren wat Hij ons gegeven heeft, Zijn Evangelie, Zijn heerschappij (…).” 4
Zo sprak Luther.
Béda en Le Picard uit ballingschap
Intussen was de vervolging naar aanleiding van de pauselijke bullen doorgegaan. Door de inspanningen van Marguerite als middel in Gods hand waren juist zoveel goede ontwikkelingen in het jaar 1533 te melden. Het Evangelie werd op veel plaatsen gepredikt en velen waren tot bekering gekomen. Dat had ook invloed op het dagelijkse leven. Dronkenschap, ontucht en allerlei zonden waren sterk verminderd. Maar nu de bullen van de paus door de koning waren ondertekend, kwam er weer een grote druk op de gereformeerden. De Sorbonne haastte zich om de beslissingen uit te voeren. De bisschop van Parijs, Jean du Bellay (1492-1560), die een gematigd man was en geen vervolging wilde, werd door de Sorbonne onder druk gezet. Hij kon niet anders dan toestemmen om actie tegen de gereformeerden te ondernemen, want de koning wilde het. En zo kwam het dat de kansels van de kerken waar de gereformeerden samenkwamen, werden ontzegd aan de predikers Gérard Roussel (1500-1550), Courault (?-1538) en Berthaud (?-?), die door Marguerite aangesteld waren. Zij werden genoodzaakt in het geheim samen te komen. Niet dat dit de voortgang van de Reformatie belemmerde, nee, die samenkomsten werden druk bezocht. Het gevolg was dat er nog meer tot bekering kwamen dan toen er openlijk gepreekt mocht worden. Maar de spionnen van de rechter Jean Morin (?-?), die de pauselijke bullen moest uitvoeren, deden hun werk. Toen de eersten werden gevangengenomen in Parijs, zochten velen een goed heenkomen om aan de grijparmen van de rechter te ontkomen.
We hebben eerder geschreven 5 dat de ketterjagers Béda en Le Picard in mei 1533 verbannen waren door de koning. Deze verbanning had grote opschudding veroorzaakt in de stad Parijs en op de Sorbonne. Maar nu de koning de pauselijke bullen had ondertekend om de ketters gevangen te nemen en te veroordelen, durfde de Sorbonne te verzoeken dat beiden nu weer terugkwamen naar Parijs.
Het verzoek werd ingewilligd en in triomf kwamen beiden de stad weer in.
En met te meer heftigheid hielden zij hun redevoeringen waarin zij de ketters belasterden als vijanden van het altaar en de kroon. Het was niet genoeg de ketters in de gevangenis te werpen, maar ze moesten verbrand worden! Het parlement had toch het besluit bekendgemaakt dat als iemand door twee getuigen van lutheranisme werd beschuldigd, dit reeds voldoende was om diegene zonder vorm van proces tot de brandstapel te veroordelen? Dat pakte Béda aan. Hij verzocht dadelijk dat dit besluit zou worden toegepast op de drie professoren van het College Royal 6 , te weten: Pierre Danès (1497-1577), Paul Paradis (?-1549) en Francois Vatable (?-1547). Zij doceerden Hebreeuws en Grieks aan de hand van de Bijbel in de grondtalen.
Ook de drie predikers Gérard Roussel, Courault en Berthaud werden gevangengenomen. Op de eerste dagen van het jaar 1534 werden er meer dan 300 gereformeerden in de Conciergerie, een gebouwencomplex vlakbij de Notre-Dame in Parijs, gevangengezet. Maar men durfde de drie predikers niet te verbranden zonder toestemming van de koning. En de koning was druk bezig met het verbond met de Duitse protestantse vorsten. Hij begreep dat verbranding van gereformeerden nu niet bepaald gunstig daarvoor was. Hij gelastte Béda om te proberen Roussel te overtuigen van zijn dwalingen. Béda had daar geen zin in, want hij wist dat hij dan het onderspit zou delven. Maar de koning dwong Béda en hij gehoorzaamde ten slotte. Met enkelen medestanders verscheen hij in de gevangenis. Maar Roussel beantwoordde zijn aantijgingen vanuit Gods Woord en beschaamd dropen zijn belagers af. Roussel en de andere predikers werden niet verbrand.
Majesteitsschennis
Terwijl Béda en Roussel in de Conciergerie redetwistten, had er in het Louvre een ander toneel plaats. Op een dag werd de koning een boekje onder het oog gebracht dat de titel droeg: Aanspraak gedaan aan de koning van Frankrijk door de drie verbannen en verjaagde doctoren van Parijs, verzoekende om uit hun ballingschap teruggeroepen te worden. 7 Dit werkje had Béda net voor zijn terugkeer uit ballingschap geschreven. De koning nam het boekje door en tot zijn grote verbazing zag hij dat hij in dit boekje op allerlei manieren gelasterd en beledigd werd. Zijn majesteit werd in zijn eer aangetast! Vertrokken van woede beval hij direct dat Béda en Le Picard gevangengenomen moesten worden op beschuldiging van majesteitsschennis. Toen zaten zowel Roussel en de andere twee predikers als Béda en Le Picard in de gevangenis. Hoe zou dat aflopen? Toen Marguerite hiervan hoorde, reageerde zij direct door de koning te verzoeken de drie predikers vrij te laten. De koning kon haar smeekbeden niet weerstaan, liet het proces tegen hen voor de vorm doorgaan, maar gelastte uiteindelijk de mannen vrij te laten op voorwaarde dat zij niet zouden preken noch les zouden geven. In maart 1534 kwamen zij uit de gevangenis terwijl hun tegenstanders tot grote verbijstering van de Sorbonne het hele jaar 1534 gevangen bleven. Waar was nu de goedwillendheid van de koning jegens de paus? Waren de bullen nu van geen waarde meer?
Ondanks het verbod van de koning probeerde Roussel toch in de Notre Dame te preken. Maar het volk dat door de geestelijken beïnvloed was, hield hem tegen toen hij de preekstoel op wilde gaan. Hij was niet meer veilig in Parijs. Daarom vertrok hij met Marguerite naar Nérac, waar hij veilig was. Courault vertrok naar Genève en werd medewerker van Farel en predikant in het Zwitserse stadje Orbe ten noorden van het meer van Genève. Hun predikdienst was een middel in Gods hand om een groot aantal mensen tot bekering te brengen.
Maar donkere wolken pakten zich samen boven de gereformeerden in Frankrijk. Steeds weer bleek de koning onberekenbaar. Zijn gedachten gingen meer over de uitbreiding van zijn macht dan over de bescherming van de gereformeerden.
Liegen en bedriegen
De roomse kerk ging door met de pogingen om ketters gevangen te nemen. Maar zij ging ook door met het bedriegen van haar leken. Vele voorbeelden kunnen genoemd worden. Een staaltje daarvan uit die tijd kunnen we lezen in het boek van Merle d’Aubigné over de geschiedenis van de Hervorming in de tijd van Calvijn.
In de kapel in de plaats Arras in Frankrijk stond een kaars waar de gelovigen lofzangen zongen. Deze kaars was volgens de priesters uit de hemel neergedaald en verbrandde nooit. De kapel werd dan ook genoemd de Kapel van de Heilige Kaars. De leken uit de roomse kerk geloofden dit graag. Het was immers de heilige roomse kerk die dit hun vertelde. Maar toen steeds meer mensen getrokken werden uit de duisternis van de roomse kerk, werden al deze vertelsels niet meer geloofd. Enkele gereformeerden hadden het plan opgevat in de kapel te blijven om aan te tonen dat het een verzinsel van de priesters was om maar geld in het laatje te krijgen. De gelovigen moesten immers betalen om de Heilige Kaars te zien en erbij te zingen. Drie mannen lieten zich op een avond in de kapel insluiten en gingen ’s nachts rond de kaars zitten. Eén van de priesters die de kaars ’s nachts moest vernieuwen, durfde, toen hij de drie mannen rond de kaars bemerkte, niet verder te gaan. Stil sloop hij weer naar huis en de kaars brandde geheel op. De andere morgen werden de deuren geopend en de drie mannen vertelden overal wat ze gezien hadden. Helaas had de priester hulp gehaald en de drie mannen werden gepakt en kregen de kroon der martelaren. Zo werden de leken op vele manieren bedrogen door de geestelijken van de roomse kerk.
Pogingen tot overeenkomst
Terwijl de brandstapels rookten, vond er regelmatig overleg plaats tussen de Franse koning en de Duitse vorsten. Frans liet zich vertegenwoordigen door de diplomaat Guillaume du Bellay (1491-1543), broer van de bisschop van Parijs, Jean du Bellay (1493- 1560). En de Duitse vorsten hadden Philippus Melanchthon (1497-1560) aangesteld om zich voor te bereiden over de punten van overeenkomst tussen de roomse kerk en de gereformeerde. Melanchthon stond bekend als een gematigd man die zijn uiterste best zou doen om de partijen tot elkaar te brengen. Hij zou wel een oplossing vinden en wie weet zouden de roomsen en protestanten zelfs tot een gezamenlijke geloofsbelijdenis kunnen komen. Vele gereformeerden in Frankrijk hoopten dat de roomse kerk de in de loop van de jaren ontstane dwalingen en uitwassen door overleg met de gereformeerden en onderzoek van Gods Woord zouden erkennen. Dan zouden ze misschien kunnen komen tot een gezamenlijke belijdenis van de grondwaarheden en ieder zou zijn mening over minder belangrijke zaken kunnen behouden.
Maar anderen waren erg sceptisch over de bemiddeling van Melanchthon. Een gematigde Melanchthon met de vreedzame broers Du Bellay, dat zal nog wel gaan. Maar Luther met de fel roomse Béda, de vrome keurvorst van Saksen en de losbandige, op macht beluste Frans I te verenigen, dat zal nooit mogelijk zijn. Ook Calvijn had het allang vastgesteld: het was onmogelijk dat de roomse kerk met zijn vele dwalingen zich verzoenen kon met de gereformeerde.
Het was ook het grote verlangen van Marguerite dat Melanchthon naar Frankrijk zou komen. Zij drong bij haar broer Frans I erop aan om Melanchthon, die zij de meest gematigde en overtuigendste van alle hervormers vond, uit te nodigen naar Parijs te komen en hem een professorenstoel aan de universiteit aan te bieden, zodat hij met de theologen van Frankrijk zou kunnen overleggen over de oorzaken die de jammerlijke scheiding in de kerk teweegbrachten, en zou trachten te komen tot enkele overeenkomsten die voor beide partijen acceptabel waren.
En Frans was gevoelig voor de argumenten van zijn zuster. Hij bood hem inderdaad via Du Bellay een leerstoel aan de universiteit van Parijs aan. Melanchthon wilde wel, maar moest antwoorden dat hij geen toestemming kreeg van de keurvorst van Saksen, Johan Frederik de Grootmoedige (1503-1554). Toen de Franse koning Du Bellay liet bemiddelen met de keurvorst, stemde hij toe, maar Luther verzocht de keurvorst om uitstel van de reis omdat Melanchthon bezig was met een verhandeling over de anabaptisten. Melanchthon stuurde de koning wel zijn gezichtspunten over een mogelijke overeenstemming met de roomse kerk die de Sorbonne moest beoor-delen. De roomse geestelijken waren snel gereed met hun oordeel. In de meest felle bewoordingen werd het voorstel van Melanchthon veroordeeld en de koning werd verzocht die gevaarlijke ketter niet uit te nodigen. Kardinaal François de Tournon (1489-1562) bezocht de koning en hield hem de uitspraak van de heilige Sint Irenaeus voor dat de apostelen nooit een publieke plaats bezochten waar ketters waren toegestaan. En nu had de koning “als de oudste zoon van de kerk zelf de meest spitsvondige en beruchte discipel van Luther uitgenodigd!” 8 Uiteindelijk werd het bezoek van Melanchthon uitgesteld. Nog niet, zei Frans tegen zijn zuster Marguerite, misschien later. Ook onder de Franse gereformeerden was nog geen gezamenlijk standpunt hoe de gereformeerde leer verder gestalte moest krijgen in Frankrijk.
Twee partijen die om raad vragen
Nauwelijks had Calvijn Parijs verlaten of er pakten zich donkere wolken samen boven de kleine gereformeerde gemeente die daar was ontstaan. We hebben gezien dat er gereformeerden waren die zoveel mogelijk in stilte hun gereformeerde geloof beleden en min of meer tegelijk de roomse gebruiken handhaafden om zo min mogelijk ergernis te veroorzaken onder de roomsen. Marguerite met haar hofprediker Gérard Roussel, alsook de oude Faber en nog vele anderen behoorden bij deze groep. Zij werden in het Frans ‘temporiseurs’ (tijdrekkers, afwachtenden of dralers) genoemd. Zij hoopten dat in Frankrijk een gematigde Hervorming tot stand kon komen met hulp van de Duitse protestanten en met hulp van de koning, die de roomse geestelijken verachtte.
Aan de andere kant waren er gereformeerden die geen concessies wilden doen om met rome samen te gaan. Het Evangelie wilden zij actief verkondigen in de hoop dat de Heere Zijn zegen eraan wilde verbinden. Zij werden de ‘scripturaires’ (de schriftuurlijken) genoemd. Mannen als Farel, Calvijn en vele anderen behoorden ertoe.
Het moet gezegd worden, de Heere gebruikte in de begintijd van de Reformatie in Frankrijk zowel dralers als schriftuurlijken als middel in Zijn hand. Maar samengaan met rome was een onmogelijkheid. En de koning was niet te vertrouwen. Dat had hij vele malen getoond.
Beide partijen voerden overleg met elkaar hoe nu het Evangelie verder moest voortgaan, maar ze kwamen er niet uit. Besloten werd een afgevaardigde naar de Zwitserse gereformeerden, die vanuit Frankrijk gevlucht waren, te sturen en hun om raad te vragen. Een verstandig man van de koninklijke apotheek, Guillaume Féret (?-?), werd verzocht dit te doen. Deze nam zijn benoeming aan en vertrok naar Genève, zijn eerste reisdoel, waar hij Farel en enkele anderen ontmoette. Hij stond verbaasd over de vooruitgang die de Hervorming onder Gods zegen reeds geboekt had. Veel roomse gebruiken waren afgeschaft, beelden afgebroken en de gereformeerden konden al in enkele kerken samenkomen. Eigenlijk was het antwoord op zijn vraag om raad reeds gegeven toen hij zag hoe de Hervorming reeds een goede voortgang gemaakt had. De gereformeerden waren duidelijk in hun antwoord. Wat was er beter dan het Evangelie te verspreiden en niet te hinken op twee gedachten van rome wat en de Reformatie wat. Om een daad te stellen werd een leerling van Farel, Antoine Marcourt (ca. 1485-1561), gevraagd een pamflet op te stellen over de mis. Hij had zojuist een verhandeling over de mis uitgegeven. 9 Die kon hij mooi gebruiken om in een verkorte weergave op een pamflet te drukken. Dat pamflet kon dan in Frankrijk verspreid worden, zodat eenieder kon lezen wat voor een vervloekte afgoderij de mis was. Marcourt ging aan het werk en heel snel had hij de tekst voor het pamflet gereed. In het Zwitserse Neuchatel, waar een belangrijke drukkerij van reformatorische boeken was, werd het gedrukt. Voorzien van de vele raadgevingen van zijn gereformeerde broeders en van een grote hoeveelheid pamfletten van circa 35 bij 25 cm om aan te plakken, alsook van traktaatjes om in de straat uit te strooien aanvaardde Féret de terugtocht naar Parijs, waar met spanning gewacht werd op zijn komst.
Vervolg
Op zijn terugkomst en het verslag van zijn bezoek aan de Parijse broeders hopen we Deo volente in het volgende artikel terug te komen. Een en ander liep uit op een gebeurtenis die in de nacht van 17 op 18 oktober 1534 plaatsvond. Die gebeurtenis zorgde ervoor dat koning Frans I het laatste restje tegemoetkoming aan de gereformeerden kwijtraakte. De vervolging tegen de gereformeerden door de Sorbonne, het zenuwcentrum van de roomse kerk, die nog niet geluwd was, nam toen, aangespoord door de koning, heel grote vormen aan. Maar daarover de volgende keer meer.
Noten:
1) De negen vorige afleveringen van deze serie zijn verschenen in: In het spoor, oktobernummer 2016, p. 214-224, decembernummer 2016, p. 289-297, februarinummer 2017, p. 19-27, meinummer 2017, p. 96-104, julinummer 2017, p. 158-166, oktobernummer 2017, p. 192-201, decembernummer 2017, p. 276-283, februarinummer 2018, p. 39-46 en meinummer 2018, p. 94-101
2) H. Hasper, Calvijns beginsel voor de zang in de eredienst, dl. 1, ’s-Gravenhage 1955, p. 343 (herspeld, hierna Hasper 1)
3) Hasper 1, p. 343
4) J.H. Merle d’Aubigné, Geschiedenis der Hervorming in Europa ten tijde van Calvijn, dl. 2, Rotterdam 1863, p. 165-166 (herspeld, hierna Merle 2).
5) Zie: In het spoor, oktobernummer 2017, p. 197
6) Het Collège Royal was opgericht in 1530 door koning Frans I op initiatief van Guillaume Budé (1468-1540) en grensde aan de locatie van de Sorbonne. Het nieuwe onderwijsinstituut diende ter bevordering van de studie van het Grieks, Hebreeuws en het Latijn. Het bijzondere van dit Collège Royal was dat de meeste cursussen gratis voor iedereen toegankelijk waren. Een instituut dus dat de Sorbonne absoluut niet wilde omdat volgens hen de kennis van de oude talen alleen voor de roomse geestelijken was. Als ieder die talen kon lezen, kon men ook de Bijbel in de oorspronkelijke talen lezen. Iets wat volgens de geestelijken heel gevaarlijk was en aanleiding kon geven tot ketterij.
7) H. Noël Williams, The Pearl of Princesses. The Life of Marguerite d’ Angoulême, Queen of Navarre, London 1916, p. 296
8) W.C. Martyn, A History of the Huguenots, New York 1866, p. 153
9) A. Marcourt, Déclaration de la messe, Le fruict dicelle, La cause, et le moyen, pourquoy et comment on la doibt maintenir. Jean Gerard, 1559
Fotoverantwoording:
a) Depositphotos
Privacyverklaring
Naar aanleiding van de sinds enkele maanden van kracht zijnde Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) delen wij u mee dat de Landelijke Stichting hieraan de nodige aandacht heeft geschonken. De Landelijke Stichting tracht zorgvuldig met uw persoonsgegevens om te gaan overeenkomstig de geldende wetgeving. Uit het hebben of nemen van een abonnement op ons tijdschrift In het spoor vloeit uiteraard voort dat wij van u als abonnee de voor de verzending en voor de betaling van het abonnementsgeld noodzakelijke persoonsgegevens moeten bewaren (NAW-gegevens, zo nodig aangevuld met uw telefoonnummer, e-mailadres, IP-adres en/of Ibannummer). Uw gegevens verstrekken wij natuurlijk niet aan derden, dan alleen voor zover dat noodzakelijk is voor het verzenden van ons blad en/of het betalen van het abonnementsgeld.
Het innen van het abonnementsgeld geschiedt bij vooruitbetaling van 1 jaar. Bij het februarinummer ontvangt u daarvoor jaarlijks een acceptgiro. Wanneer u uw abonnement in de loop van het jaar beëindigt, blijft u wel het volledige abonnementsgeld over het lopende jaar verschuldigd (€ 7,-).
U kunt te allen tijde uw abonnement laten beëindigen of uw adres laten wijzigen. Bij voorkeur door een mailtje te sturen naar de abonnementenadministratie: adm.inhetspoor@kliksafe.nl. Of eventueel het telefonisch door te geven via telefoonnummer: 0115 - 611039.
Specifieke vragen over uw abonnement of over het verzenden van het blad kunt u ook naar het genoemde mailadres sturen. Bijvoorbeeld wanneer u een nummer om de een of andere reden niet ontvangen hebt of wanneer u graag extra exemplaren wilt ontvangen om als proefnummer uit te delen.
Voor de volledige privacyverklaring verwijzen wij u naar onze site: www.inhetspoor.nl. Indien u niet over internet beschikt, kunt u via het genoemde telefoonnummer om toezending hiervan vragen.
H. Verhelst, abonnementenadministrateur
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 2018
In het spoor | 68 Pagina's