Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vraagtekens bij de bevrijdingstheologie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vraagtekens bij de bevrijdingstheologie

19 minuten leestijd

I

Om het onderwerp bij U in te leiden, maak ik gebruik van de literatuur; die is immers vaak de spiegel van de samenleving. Als dat van één schrijver geldt, dan van Charles Dickens. Omstreeks het midden van de vorige eeuw verscheen zijn boek Bleak House. Wij komen er een hoofdstuk in tegen, dat getiteld is: Telescopic Philanthropy, verziende naastenliefde. Het type mens, dat erin getekend wordt, vertoont grote gelijkenis met de huidige bevrijdingstheologen. Het is mevrouw Jellyby: „Een vrouw met een opmerkelijk sterk karakter, die geheel in beslag genomen wordt door maatschappelijke vragen, in het bijzonder door die van Afrika, te beginnen met de koffieplantages en de werkomstandigheden der inboorlingen tot aan de nederzettingen der blanke kolonisten aan de Boven-Niger". Zou men vragen of er ook een meneer Jellyby is, dan moet het antwoord luiden: „Zeker is die er, maar hij kan niet beter aangeduid worden dan als de echtgenoot van mevrouw Jellyby. Hij valt gewoon in het niet bij de opvallende kwaliteiten van zijn vrouw".

Op de voordeur van hun huis prijkt de naam: JELLYBY. Bij de stoep spelen, vechten, schreeuwen en schreien een stel haveloze kinderen. Het zijn de Jellybys! Na een donkere gang doorgelopen te hebben treffen wij mevrouw Jellyby aan in een rommelig vertrek achter een tafel, die bezaaid is met brieven, kranten, tijdschriften, knipsels. Haar blik staan in de verte. ,,She could see nothing nearer than A frica; zij kon niets zien dan het verre Afrika". Zij ha ' opvallend mooi, donkerblond haar, ,,but was too much occupied with her African-duties to brush it, maar zij was te zeer in beslag genomen door haar A- frikaanse verplichtingen om het te borstelen".

Haar bezoekers heet zij welkom met de woorden' ,,U treft mij hier aan, overladen met werk. De problemen van Afrika houden mij zó bezig, dat al mijtijd en kracht eraan opgaan. Ik voer correspondent! met talloze instanties om die problemen tot een op lossing te brengen en om de volken van Afrika, speciaal de stammen op de linkeroever van de Niger, da: zijn de Borriobola-Gha's, tot ontwikkeling te bren gen. Dat vraagt al mijn aandacht en energie, maa ik heb het ervoor over. Met elke dag groeit mijn veitrouwen, dat ik succes zal hebben. Ik sta overiger, verbaasd te kijken, dat U uw aandacht nog niet ge richt hebt op de derde wereld. Er is immers zo oni zaglijk veel werk te doen!" Daarbij verontschuldigd; zij zich over de kou in de kamer, over de rommel i huis. Thee kon zij niet zetten, want de theeketel w.\ lek en de boiler was stuk • Het gesprek moest oc' spoedig worden afgebroken, want er moest nog ee' aantal brieven geschreven worden naar de Africt Civilization Society en de Niger Association

Ziedaar verziende naastenliefde. Zij heeft hier ne > een humoristisch en vrouwelijk karakter. Volgen wii echter de literatuur, dan zien wij hoe die telescop sche gerichtheid op het einde van de 19e eeuw eei' ander karakter krijgt. Zij wordt geladener, doordach ter, fanatieker. Wij komen er typen in tegen, die ge lijkenis beginnen te vertonen met de bevrijdingstheci logen van nu, ook in uiterlijk, kleding, woord en gt drag. De meest beroemde is ongetwijfeld Lc,i Tolstoy. Men kan hem de aartsvader van de hedendaagse politiek geëngageerde ^) pastores noemen.

Over Tolstoy zijn veel belangrijke studies verschenen. Max Weber, Eduard Thurneysen, Thomas Manu hebben zich in zijn leven en werken verdiept. De meest interessante schets over deze Russische utopist -) is echter volgens mij de studie van mevrouw Henriëtte Roland Holst. Uit haar gedichten is af te lezen, hoe zij zich nauw met hem verwant wist. Hoe oordeelde zij over deze sociale profeet en deze maatschappij-criticus.? Uiteraard met eerbied en bewondering, maar toch tegelijk ook met duidelijke critiek.

Zo tekent zij ons Tolstoy als een ware boetgezant tegen het afschuwelijke Russische despotisme •') en al-- een rehgieus-sociaal hervormer. Hij propageerde in woord en daad een nieuw geloof, een nieuwe levensstijl, een nieuw mensentype- Zo ijverde hij met onvoorwaardelijk geloofsfanatisme voor algehele onthouding van vlees, nicotine en alco'hol, voor sexuele ascese "*), voor militaire dienstweigering. Daarmee bereidde hij de akker der wereld voor het Koninkrijk Gods. Zijn geërfde landgoed verliet hij om te gaan wonen in de oneindige wijdheid van de Russische steppen, ergens in een klein huis, in een armoedig vertrek, bij eenvoudige landarbeiders. Volstrekt solidair wilde hij zijn met de armen en verdrukten, met de Kaukasische vrijheidsstrijders en verzetshelden. Maxim Gorki heeft hem zó aangetroffen: „Een kleine gestalte in een afgedragen, rafelige jas en met een verfomfaaide hoed op het gebaarde gelaat. De peinzende onbewegelijkheid en afwezigheid van de grijsaard had iets onwerkelijks en profetisch. Jubel zowel als ontzetting kwamen op in mijn hart ". Maar hoe onverholen is naast de bewondering de

Maar hoe onverholen is naast de bewondering de ongezouten critiek van mevrouw Roland Holst op deze sociale hervormer! Zij zegt: „Als profeet is Tolstoy verziende geworden. Het nabijliggende kan hij niet meer onderscheiden, het verafliggende daarentegen des te scherper!" Dus telescopische naastenliefde, die aan de werkelijke en echte naaste voorbijziet.

De echte naaste, de allernaaste, dat was toch voor Tolstoy zijn vrouw Sofie Andrejewna- En die beleetde in datgene wat Tolstoy zijn levensroeping noemde, de volledige ineenstorting van haar bestaan. Van haar huwelijk, haar gezin, haar kinderen. Daarom verzette zij zich met al de kracht die in haar was, tegen de dweperijen van haar man en zei daartegen: Neen! Zijn sociale, politieke betrokkenheid was volgens haar: ziekelijke excentriciteit ^), vlucht uit de werkelijkheid. Voor alle praktische, zakelijke, huishoudelijke, dagelijkse plichten en zorgen liet hij haar opdraaien. Noch van de opvoeding der kinderen, noch van het huwelijksleven trok hij zich iets aan. Zijn sociaal hervormingsidealisme voerde hem steeds verder weg van haar en de kinderen, zodat die armlastig, berooid en ontredderd achterbleven.










II

Deze telescopische, verziende naastenliefde is een grondtrek van de hedendaagse theologie geworden. Echter nog geladener en fanatieker! Zij heeft opengesperde ogen naar de verte, naar Afrika, Midden Amerika, Zuid-Oost Azië; het nabijliggende gaat haar nauwelijks meer ter harte. Een enkel voorbeeld ten bewijze. Onlangs waren bezwaren ingebracht tegen de uitzendingen van de IKON- Daarop reageerden de directeuren van deze interkerkelijke omroep aldus: „Het beleid van de IKON berust op een geloofsverstaan, volgens hetwelk het geloof niet anders kan functioneren ") dan in gerichtheid op de wereld, anders is het geloof zo dood als een pier en dient het slechts ter bevrediging van het religieuze gemoed, gericht op de innerlijkheid en het individu". U hoort het goed: het geloof kan niet anders functioneren dan in gerichtheid op de wereld. Alle andere wijzen van geloofsbeleving gedurende 2000 jaar worden van tafel geveegd en afgewezen. De vrouw van Tolstoy en de vrouw en kinderen van zoveel sociale hervormers krijgen geen gehoor bij de IKON-directeuren. Hun blik staart in de verte.

Tegen deze achtergrond moet men ook het aureool ") zien, dat in de nieuwsmedia, de kerkelijke pers, de advertenties, de herdenkingsdiensten meegegeven is aan de IKON-journalisten in maart 1982. Hier treedt naar voren een nieuw type gelovigen en martelaars. En het is waarlijk niet alleen de IKON, die deze verziende naastenliefde propageert. Wij komen haar overal tegen: in de Wereldraad der Kerken, bij protestanten en rooms-katholieken, in het dagblad Trouw en in de Volkskrant, bij de NCRV en de KRO, aan de universiteiten en de sociale en paedagogisohe academies-

Alom verspreid is deze telescopische naastenliefde. Zij is het moderne geloofsverstaan. Zij heeft niet alleen een eigen kleding, een eigen haardracht, een eigen oogopslag, een eigen tred, maar ook een eigen taal. Haar trefwoorden zijn: onderdrukking, bevrijding, exodus, messias, toekomst, hoop, gerechtigheid, protest, opstand, revolutie, solidariteit, vrede, armen, rechtelozen. Men kan hier dus spreken van een nieuwe religiositeit ^), die alle vragen en tegenstellingen van voorheen verouderd, achterhaald en onbelangrijk heeft gemaakt. Er heeft een alomvattende heroriëntatie plaatsgevonden, die liturgie en prediking, pastoraat en catechese, dogmatiek en ethiek tot in het merg heeft aangetast. Waarheden en zekerheden die eeuwenlang hebben gegolden en generaties tot steun en troost zijn geweest, zijn weggevallen en opgeruimd. Nieuwe waarden en normen zijn ervoor in de plaats gekomen.

Zoals dat vaker in de geschiedenis is voorgekomen, kan men nauwkeurig het moment aanwijzen, waarop de Kerken overstag zijn gegaan en met hun verleden hebben gebroken. Dat was op de Assembly van de Wereldraad der Kerken te New-Delhi in het jaar 1961. Het is zelfs nog exacter ^) aan te geven. Het vokrok zich bij de rede die J. Sittler hield over het onderwerp: Called to Unity, Geroepen tot Eenheid. Hier werd voor het eerst in alle duidelijkheid het thema geformuleerd, dat sindsdien de Kerken in zijn greep heeft: de wereldomvattende wijdheid van Gods verlossingsplan in Christus. Omdat de betekenis van Christus kosmisch ^'') is, moeten de kerken en christenen hun aandacht concentreren op die punten in staat, samenleving en internationaal verband, waar de beslissingen vallen. Want daar is Christus, en daar moeten de Zijnen Hem volgen.

Christus aan ihet werk in de geschiedenis, — dat werd de nieuwe theologie. Zij was voorbereid door Karl Barth in het gehele deel IV, 3 van zijn Kirchliche Dogmatik. Gods scheppende voorzienigheid is werkzaam in de huidige revolutionaire gistingen van Azië, Afrika en Midden Amerika. Christus biedt on.s daar Zijn overwinning over zonde en dood in Zijn medemenselijkheid. Men mag en moet daarom in de huidige saecularisatie '^) en emancipatie ^-) God aan het werk zien- Afgezien van enkele waarschuwende tegenstemmen (bijvoorbeeld van Dr. W. A. Visser 't Hooft en van de begaafde Engelse publiciste Dr. Kathleen Bliss) kan worden gezegd, dat sindsdien zowel de Wereldraad als de nationale Kerken op het kompas van deze theologie zijn gaan v:n2n. Zij './-- ten zich betrokken bij Gods creatieve '•') en verlossende werk om alle machten der duisternis definitief te brengen onder het bewind van die God, die wil dat de gehele kosmos '-*) vervuld zal worden van de heerlijkheid van Zijn Naam.

III

Nu mene men niet, dat deze theologie als een vreemde meteoor '•'') uit de lucht is komen vallen. Aan deze geestelijke infectie is een lange incubatietijd "•) voorafgegaan. De vatbaarheid voor dit virus ^') bestond al geruime tijd in de Kerken. Iemand die dat scherp gezien en er nadrukkelijk op gewezen heeft, was geen theoloog, maar historicus- Ik bedoel de Leidse hoogleraar J. Huizinga in zijn boek: Geschonden Wereld uit 1943. Hij constateert daar, dat ihet Europese cultuurleven bezig was te veranderen en zich begon te ontwikkelen in de richting van een democratisch ideaal, wat tot gevolg zou hebben een socialisering van de ethiek en een mechanisering en'Verzakelijking van de geest. ,,Ik ontkom niet aan de conclusie van schraalheid, dunheid, ijlheid, oppervlakkigheid van gedachte; van een anti-historische en anti-metafysische ***) houding van de geest", schreef hij.

Dan wijst hij erop, dat zulks onoverzienbare con-sequenties zal hebben voor het christelijk geloof, mei name ten aanzien van het verlossingsbegrip. Wij we ten thans, hoe juist dat gezien was. Verlossing is van wezenlijk andere orde dan bevrijding! „Het vcrlossingsbegrip — aldus Huizinga — brengt de kerr, van het Evangelie naar voren. Hier ligt een fundamenteel onderscheid met alle andere religies ^•'). Het christelijk geloof is zich bewust van een volstrekt andere, onbekende bestaansvorm, die niet kosmisch is maar boven de kosmos uitstijgt; en die niet tot hci geschiedproces behoort, maar principieel ruimte en tijd te boven gaat. Verlossing betekent de overgang naar een generzijds, een Boven, een eeuwig leven Daarin bezit het Christendom een dimensie -") méci dan alle andere godsdiensten. Slechts vanuit die dimensie kan het christelijk verlossingsbegrip en he christelijk geloof verstaan worden. Hier ligt de parci van grote waarde, de schat in de akker".

Wat Huizinga met zorg aanziet, dat is het verliL, van die eeuwigheidsdimensie. In de Kerk, in de menv in de cultuur verdwijnt daardoor de hoogte en d: diepte. Dat betekent vervlakking, vergroving, verzakelijking, verwereldlijking. De menselijke persoo i gaat eraan te gronde; hij verliest zijn ziel. Gemeen schap in de zin der christelijke liefde (agapei wordt onmogelijk. Er ontstaat een samenleving vd' losse atomen -^). die elk alleen rekenen met wat z. begeren, en die slechts bij elkaar gehouden wordci. door gereguleerd eigenbelang. Ziedaar het virus, dai in de Kerken gevoerd heeft tot de zogenaamde bc vrijdingstheologie. Van verlossing in de oorspronk*"- lijk christelijke zin heeft men geen weet meer.

Prof. Huizinga was waarlijk de eerste niet, die zo schreef. Reeds in 1879 publiceerde de theologischi hoogleraar Gunning: Een persoonlijk woord bij hc: gedenken van zijn 25-jarige Evangelie-bedienin,si Daarin lezen wij: ,,Sommigen zoeken invloed en werking op de maatschappij door in allerlei bemoei ing op het gebied van letteren, kunst, poëzie maatschappelijke belangen, politiek, enz. dt priesterrok zoveel mogelijk te verbergen. Zij bc reiken hun doel niet. Slechts voor hun persoon oog sten zij lof als door veelzijdige ontwikkeling bovci de onderstelde bekrompenheid van andere domineeverheven te zijn. Maar die lof komt aan de zaak de- Evangelies geenszins ten goede Neen, uw krach' om op de maatschappij te werken ligt veeleer in een trouw volharden in het gebed en in de bediening des Woords. De stille overdenking bij Gods Woord, nic als godgeleerde, maar als naar genade dorstend kinJ van God, is voor uw werk onontbeerlijker dan vooi ieder gewoon christen- Naar Ezechiël's voorschrifi moet elk heiligdom door een open ruimte van hti gewoel der straat gescheiden zijn. Versta wat die open ruimte betekent, en weet wel dat de blaam diu als „onpraktisch mens" en als ,,dominee" treft meestal voortkomt uit heimelijke ergernis — niet daarom dat gij te onpraktisch zijt, maar daarom dat gij tracht heilig te wandelen. Uw burgerschap is i'i de hemelen!"


























De stemmen van Gunning en Huizinga zijn lang leedsverklonken. Zij vinden geen weerklank meer, omdat ons leven geen diepgang en geen gehalte meer beeft. Het is vlak, open, geheimenisloos geworden. Wat het aan lengte en breedte, aan kennis en daadkracht gewonnen heeft, is aan eerbied, ootmoed, teerlicid en fijnzinnigheid verloren gegaan. Het vertikale •s opgeofferd aan het horizontale, het persoonlijke lan het sociale. Wat thans opgeld doet en marktvaarde heeft, is de IKON-religie: „Het geloof kan liet anders functioneren dan in gerichtheid op de vereld". Dat is geloof zonder God, zonder eeawig- 'leid, zonder verlossing.

IV

Het is dus een lange ontwikkeling geweest, die aan 'iet ontstaan van de bevrijdingstheologie is voorafgei^aan. De kwade bacil ervan was het verlies van de -euwigheidsdimensie. Daardoor vond een verschuiving ,11 het theologisch denken en van daaruit in de prediking en de catechese plaats, die voerde tot een binlenwereldse, a-religieuze --), materialistische en soms .'.elfs tot een atheïstische Evangelie-uitleg. Het is met lame de bekend geworden verzetsstrijder uit de 'weede wereldoorlog Bonhoeffer, een leerling van ivarl Barth, die met zijn posthume "^) geschriften de 'verk die richting op gedreven heeft. Eén van de meest in het oog springende gevolgen

Eén van de meest in het oog springende gevolgen laarvan is geweest het bondgenootschap, dat vele predikanten en gemeenteleden zijn aangegaan met het socialistische Marxisme. Zodoende vond er een vermenging plaats van de messiaanse en de marxis- ' ische mens. Christenen gingen meer en meer gebruik naken van de marxistische strijdmethoden. Soms Krijgt men zelfs de indruk, dat het niet lang meer zal i-luren of elk christen wordt per definitie -*) geacht links, marxistisch en progressief te zijn. Om die revien stelde dit voorjaar de redacteur van een Franse krant voor om niet meer te spreken van sikkel en hamer, maar van kruis en hamer.

Als de eeuwigheidsdimensie niet meer het hart van het christelijk geloof uitmaakt; als er geen opstanding, hemelvaart en eeuwig leven meer is, dan is er ook geen wezenlijke belemmering meer om Jezus met Marx te vereenzelvigen. Beiden zijn dan immers partijgangers der armen. Beiden hebben zich het lot aangetrokken van de ontrechten en verdrukten. HCL visioen dat Jezus van Nazareth predikte van hci Godsrijk, stemt overeen met het toekomstideaal van Marx. Bovendien, wat de utopische -"') socialisten nastreven is geheel identiek ''*') met de droom der oudtestamentische profeten. En ligt er vaak in de socialistische strijdliederen niet eenzelfde heimwee en brandende verwachting als in de Israëlitische psalmen? Ja, zijn bijvoorbeeld de 44-ste en 94-ste Psalm in wezen geen bevrijdingsliederen.'

Op grond van dat alles moet men vaststellen, dat wij na vele en lange jaren van gescheiden optrekken en zelfs van bedekte of openlijke vijandschap thans in het welaangename uur leven van wederzijdse herkenning. Het is nu het messiaanse uur van: Christenen voor het Socialisme! Het uur om een gezamenlijk front te vormen met de bevrijdingsbewegingen overal ter wereld! Tegen de rijken en machtigen het Evangelie!

Het Evangelie dringt ons ertoe. Jezus van Nazareth was zelf een opstandige rebel, die door de wrede machthebbers vermoord werd. Zijn moeder Maria voorzegde in haar hartstochtelijke lofzang de zekere ondergang van de machtigen en rijken, de verhoging der armen en onderdrukten. Ook de oude proteten met hun vlammende taal, te beginnen bij Mozes, vragen ons solidair te zijn met allen die in verzet komen tegen boze regimes "^) en knevelende structuren -**).

Wie herkent niet in de Zuid-Amerikaanse protestliederen die met guitaarbegeleiding zo meeslepend gezongen worden, eenzelfde messiaans visioen als in de Hebreeuwse poëzie verwoord is.-*

Zó is de huidige trend ""•') in de christenheid. Hoe zwak klinkt daarbij vergeleken de stem van het Leger des Heils, als het bezwaar maakt tegen steun aan terroristische organisaties! En hoe gering is Ie aandacht die in de nieuwsmedia gegeven wordt aan minderheidsgroeperingen in de Kerken, die trouw zijn gebleven aan het geloof der vaders en het getuigenis der eeuwen, zo zij al niet caricaturaal •*") vertekend worden!

Is er enige kans, dat het getij ooit nog eens ial keren?

V

Er zijn in Europa niet weinigen, die zich Jat afvragen. Een duidelijk voorbeeld ervan is het in 1977 te Parijs verschenen boek van de historicus Jear. Delumeau, getiteld: Le Christianlsme, va-t-il mourir? Zal het christendom sterven? En kort na de tweede wereldoorlog kwam in Engeland een soortgelijk boek uit van de Cambridge-hoogleraar H. Butterfield: Christianity and History. Beiden zijn zich op grond van hun kennis der geschiedenis bewust van de wonderlijke kronkelwegen, die de Kerk in de loop der eeuwen is gegaan. Hoe veelvuldig en diep is zij gecorrumpeerd ^1) en gecompromitteerd ^-)! Het is een lang en ernstig requisitoir •*^), dat zij opstellen. De Kerk en het Ancien Régime ^*) in Frankrijk, de Kerk in Spanje, de Kerk en de Joden, de Kerk en dj kruistochten, de Kerk en de slavenhandel, de Kerk en de Verlichting en de Revolutie. En nu dus de Kerk en de bevrijdingstheologie.

Maar waar zij beiden met grote nadruk op -ivijzen, is dat dit maar één kant van de werkelijkheid is. Altijd en overal heeft de Kerk een binnenkant èn een buitenkant. Er is steeds een officiële, publieke Kerk èn een verborgen, innerlijke Kerk. Zo was het al bij Israel- Datgene wat van de Kerk zichtbaar en tastbaar naar buiten treedt en in de geschiedboeken is opgetekend, is niet het meest wezenlijke. Erachter ligt steeds een onderstroom die door geen wereldse instantie gezien en gekend wordt, en die in geen enkel geschiedenisboek beschreven wordt. Daar ligt haar eigenlijke leven. Men zou dat het grondwater kunnen noemen, waar de Kerk haar officiële leven aan te danken heeft. In dat grondwater rusten de palen, die de muren en pilaren van de kerken en kathedralen dragen. Zou het peil van dat grondwater zakken en zakken, dan zou het voortbestaan van de Kerk werkelijk in gevaar komen.

Zo schrijft Butterfield: „De gewone geschiedkundige zal er niet aan denken om zijn lezers erop attenr te maken, dat bijvoorbeeld in ihet jaar 1800, evenals in voorafgaande en navolgende jaren, duizenden eenvoudige predikanten en priesters week in week uit het Evangelie predikten, de landbouwers, ambachtslieden en handelaars wezen op het gebod Gods, zieken en rouwdragenden de troost van het eeuwige leven brachten, en ]ong en oud opvorderden om na te denken over de diepste vragen als leven en dood, zonde en genade, hemel en hel. En toch was dat alles van het grootste belang, omdat het de kwaliteit van het bestaan bepaalde en zelfs de gang der geschiedenis beïnvloedde. Zelfs in tijden van de diepste afvalligheid en veruitwendiging was dit een lamp, die bleef branden en velen verlichtte. Het is met geen mogelijkheid te zeggen, welk een kolossale invloed deze verborgen vroom'heid heeft gehad op de Europese geschiedenis "•

Butterfield doelt hiermee op datgene, wat ik het grondwater van de Kerk noem. Het is de verborgen, maar immer aanwezige onderstroom van de officiële Kerk. Willem Bilderdijk placht te spreken van „de smalle gemeente". Onwillekeurig moet men dan denken aan het woord van Christus: ,,Het Koninkrijk Gods komt zonder opzien te verwekken. Men zal nie: zeggen: Zie, hier is het! of: Zie, daar is het! Want zie, het Koninkrijk Gods is binnen in u" (Lucas 17 • 21). Wanneer ik poog om die verborgen onderstroom

Wanneer ik poog om die verborgen onderstroom enigermate concreet te maken, dan zie ik vóór mi| Monica, de moeder -van Augustinus, middeleeuwse vrouwen als Hildegard van Bingen en Dame juliaa van Norwich, Luther's biechtvader Von Staupitz, Juliana van Stolberg, de moeder van Prins Willem van Oranje, Kierkegaard en Kohlbrugge en die kring van Oudere Tijdgenoten, aan wie A. Pierson zijn gelijknamige boekje heeft gewijd. Daar treffen wij hel grondwater van de Kerk der eeuwen aan. Daar vinden wij de Kerk als Moedergestalte. Daar ontmoeten wij het authentieke ^•^), onveranderlijke, zichzelf gelijkblijvende geloof, dat van geen bepaalde tijd is, omdat het van alle tijden is- Op die verborgen, onofficiële onderstroom wijzen

Op die verborgen, onofficiële onderstroom wijzen ons zowel Butterfield als Delumeau. Want alleen daar vinden wij het afdoende antwoord op de vraag, die ons in deze tijd zo vaak benauwen kan: Le Christianisme, va-t-il mourir? Zal het christendom sterven.? Zal het geloof deze djd overleven.?


Er zijn in de kerkgeschiedenis tijden waarin wij om des geloofs en des gewetens wil bewust en nadrukkelijk afstand moeten nemen van de officiële, publieke gestalte van de Kerk en haar woordvoerdei^ Tijden waarin wij, om niet geërgerd te worden, ons van haar afzijdig moeten houden en bewust in etn andere richting kijken dan zij ons wijst. Tijden waarin wij de moed zullen moeten opbrengen om een geloof uit te dragen, dat haaks staat op dat van de IKON en de Wereldraad, en dat ons daarom brent;i in de situatie van een kerkelijke underdog ^''). Wa^ het eertijds bij Luther en Pascal, bij Kohlbrugge cii Gunning anders.? En was ook in de begintijd der Keil. aan Paulus niet de laagste plaats aangewezen.? W;a voor reden hebben wij dan om te klagen en om mismoedig te zijn.?


Dit artikel werd u aangeboden door: Stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 1982

Kerkblaadje | 8 Pagina's

Vraagtekens bij de bevrijdingstheologie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 1982

Kerkblaadje | 8 Pagina's