Het relaas van een onderduiker
7 maart 1945
Ik hoor dat er nog 1 ondergedoken is met zijn gezin. Voor die zijn huis staat er nu een schildwacht. Zijn villa en inboedel zijn verbeurd verklaard. Vannacht hier lange kolonnes met heel d'r hebben en houwen bij zich door het dorp getrokken en ook vanmorgen. Ze hebben veel burgers weggevoerd en hun huizen geplunderd. Dus we zijn hier ook nog heel wat te wachten. Vanmorgen weer een heleboel spullen weggestopt, wat de Duitsers graag willen hebben.
Dat wordt dus vanavond weer grond wegsjouwen. Vanmiddag is er een fietsvordering geweest. Ze hadden weer wat anders uitgevonden die moffen. Ze lieten nu uitroepen dat alle fietsen moesten worden ingeleverd voor de Duitse Wehrmacht. En de mensen hier zijn hardstikke gek. Ze brengen alles maar wat de Duitsers believen. Er kwamen er zoveel dat er nog een boel teruggestuurd werden.
Ze hadden er genoeg. Zo is het elke dag wat, maar zelden wat goeds. Goeds zijn we niet meer te wachten van de moffen.
10 maart 1945
Zo even kwamen er berichten tot mij door die zeer gunstig te noemen waren.
Op twee plaatsen zijn de Amerikaanse legers de Rijn over gekomen. Bij Remagen hebben ze de brug over de Rijn onbeschadigd in handen gekregen. Wel zijn er ontploffingen waargenomen. Maar de brug bleef in takt. Dat is voor de Amerikaanse legers een hele voorsprong. Het bruggehoofd over de Rijn is 8 km. breed en 15 diep. Ze zullen het nu hard te verduren krijgen. De Russen staan nu 10 km van Stettin en komen zodoende aldoor dichterbij Berlijn. 9 maart hebben de Britten het havenhoofd van Middelhamis gebombardeerd. Meer dan 30 bommen werden er geworpen rond de sluizen. Daarbij kwam een vrouw en een paar
Daarbij kwam een vrouw en een paar moffen om het leven. Maar de sluizen zijn grondig vernield, er kan geen schip meer in of uit, zeker die Rijnaken niet die al die mensen wegvoerden. Een vliegtuig heeft bij het bombardement een noodlanding gemaakt. De piloot kwam er zonder letsel af. Zijn vliegenierspak heeft hij vermoedelijk weggegeven of weggestopt. Zijn vliegtuig lag vlak bij een boerenschuur, zodoende kon hij het niet in brand schieten anders had de schuur er aangegaan. 10 maart hebben vrienden van mij het vliegtuig kapot wezen schieten.
11 maart 1945
De Tommies hebben een kleine landing gemaakt op ons eiland. Ze hebben toen ze terug gingen nog 4 Duitsers meegenomen. Het begin is er en we zullen hopen dat ze gauw terugkomen. Bijzonderheden weet ik niet van de landing, die volgen later.
12 maart 1945
Vanmorgen uit een kanonstelling van de Duitsers een paar mooie houten schotten wezen halen. De eerste heb ik gedragen naar huis en de tweede ben ik op de fiets gaan halen. Hij was mij te zwaar. Nu zijn ' er nog wat kleine, die ga ik bij gelegenheid ook wel halen.
13 maart 1945
Vanmorgen een berichtje van mijn kostbaas uit Sommelsdijk, waar ik wel meer een tijdje heb vertoefd. Of ik zijn hof kon spitten voor hem. In een andere gemeente durf ik wel de straat op. Dus ik heb gaarne aan zijn verzoek voldaan, 's Morgens negen uur weg van huis, de buren weten dat ik thuis ben, dus kunnen ze me weer eens zien gaan. Bij mijn kostbaas in S. na het middageten gaan spitten. Wij waren daar met z'n drieën en allen onderduikers. Dat kwam uit toen wij naast elkaar een trekje rookten op de slootkant. Mijn zwager was ook weer in zijn kosthuis gearriveerd, daar was hij een week vandaan geweest. Dat was dus gezellig met z'n allen, 's Nachts bij mijn zwager geslapen. Midden in de nacht had hij een vlo. Die beet hem geweldig zoals hij beweerde. Van drie tot zeven uur had hij wakker gelegen van de jeuk. Toen riepen zij aan de trap, ik moest
Toen riepen zij aan de trap, ik moest alweer gaan werken. Mijn brood stond al gesneden, dus ik had zo mijn ontbijt verorberd. Toen naar de schuur, zakken opgezocht en manden en uien op gaan doen. Die zijn door de Wehrmacht in beslag genomen, maar mijn kostbaas moet er nog wat van hebben voor de gemeenschap en voor de ondergrondse. Nog 5 zakken opgedaan, die heeft hij geschonken voor de stad.
's Middags na het eten weer gaan spitten en 's avonds weer naar huis en mijn vrouw en kinderen . Daar hadden ze weer huiszoeking gehouden op zoek naar fietsen. Een hele bende plunderaars. De een kon de ander niet gaan waarschuwen, daar ze in alle straten waren. Er zijn mensen, daar haalden ze er 3 of 4 voor de dag. Bij mij kregen ze geen kans, daar de deur en het raam stevig gesloten waren. Tot tweemaal toe zijn ze wezen rammelen, maar voor het raam zagen ze geen mens en de deur bleef stevig dicht. Dus waren ze genoodzaakt om verder te
Dus waren ze genoodzaakt om verder te gaan. Een paar huizen verder daar gingen ze naar de zolder en de vrouw mocht volstrekt niet mee. Een uur of wat later zou de vrouw een stukje spek gaan halen, maar het laatste stukje hadden de boeven nog meegenomen. 15 maart 1945
Vanmorgen vroeg naar mijn ouders, ook in deze gemeente. Mijn vrouw en kinderen zijn ook nog een paar uur geweest.
Mijn schotten uit elkaar gehaald en een verhoging voor de geit gemaakt. Mijn haar, daar heb ik al eens over geschreven, is nu twee centimeter lang. Tenminste aan de zijkanten. Bovenop is een stukje kaal en een stuk zwart en wit.
Mijn vrouw zegt, als we in bed liggen, dat ze niet weet of het mijn voor- of achterhoofd is. Ik roep maar: „het doet geen pijn".
16 maart 1945
Vandaag heb ik bij een oliemachine vertoefd. En ik ben op de dag voor de eerste maal de Kaai overgegaan. De mensen stonden hun ogen uit te kijken. Er waren er niet zoveel die wisten dat ik thuis was.
De ogen volgden mij tot ik voorbij was. Dan hoorde je: „Is die ook thuis?" Het is prachtig weer, ze kunnen me nu niet meer in huis houden. Ook moet ik gaan zaaien in mijn tuin, anders heb ik straks geen groente. Mijn vrouw is ziek, ze heeft het in haar keel. Ze kan haast geen geluid geven. Dus ik ben vandaag de kok. Als ze wat moet hebben dan slaat ze met de schoen op de zolder omdat ze niet kan praten. Verleden week is Den Haag zo gebombardeerd, daar moeten 5000 doden zijn gevallen. De opslagplaats van de VI moesten ze hebben, maar er zijn er veel in woonhuizen terecht gekomen. De moffen hebben de fabrieken tussen de woonhuizen gebouwd. 21 maart 1945
Vannacht half vier werden we opgeschrikt door het geluid van een VI. We waren allebei wakker, mijn vrouw en ik.
Je kon direkt merken dat het niet goed ging. Hij ging nog geen 100 meter hoog en een leven dat hij maakte. Wij, slapen pal onder het dakraam, maar ik dorst niet erdoor te kijken, daar ik dacht dat hij door het dak heen zou vliegen. Mijn vrouw kroop tegen mij aan en ik kroop in elkaar van de schrik. Vooral toen wij die vuurgloed zagen, het was net of alles rond ons heen in brand stond. We dachten dan ook dat ons laatste uur geslagen was. En toen een klap dat je horen en zien verging, maar toen was ik dan ook gauw met mijn kale hoofd uit het raam.
Ik zag de stukken gloeiend ijzer overal heen vliegen. Eén stuk ligt er maar 40 meter van mijn woning, een buis van 3 meter lang en 20 cm. dik was wel een meter in de grond geslagen. Pal boven ons dak was het uit elkaar gesprongen. Er zijn mensen die zeggen dat hij door
Er zijn mensen die zeggen dat hij door een vliegtuig kapot geschoten was, maar ik heb geen vliegmig gehoord. De morgen daarop kwamen er twee Tommies rond cirkelen boven het dorp. Wij dachten van een aanval, daar er 15 wagens munitie op de Kaai stonden, maar ze zijn weer vertrokken na eerst laag over de haven gevlogen te hebben.
22 maart 1945
's Avonds kwam de bel weer door het dorp. Morgen voor half acht moeten schopjes, rieken, houwelen en spaden ingeleverd worden, zo niet dan zou huiszoeking volgen. Er werden er nog genoeg teruggestuurd zoveel werden er gebracht. De meeste mensen zijn hier zo laf.
23 maart 1945
's Morgens mijn kostbaas in S. gaan helpen, maar eer ik daar was eerst een nestje gaan zoeken van eenden. Mijn sokken uit gedaan en zo in mijn klompen, tweehonderd meter door het water. Het was mooi weer maar 's morgens om zeven uur valt het toch niet mee, maar mijn moeite was niet voor niets geweest. Er zat een eendenest op een klein klampje stro met negen eieren erin. Dat was niet te versmaden. Mijn kousen weer aan en gaan werken bij mijn kostbaas, een liefdedienst.
's Avonds naar huis, daar vonden ze het wat lekker, een eitje bij de boterham. De Duitsers hadden weer een fietsenvordering gehouden, tenminste weer in de huizen overal gaan zoeken. En weer hadden ze er gevonden.
26 maart 1945
Ook deze dag weer wezen helpen bij mijn kostbaas in S., maar ook nu weer een nestje zoeken. Nu over de sloot, dat ging goed. Maar ik kwam op het land terecht daar het water nog maar net af was. Ik zakte tot half mijn kuiten in de modder. Zelfs zo dat ik mijn gummielaarzen met mijn handen eruit moest trekken. Twee stappen, toen scheurde mijn laars open. Het was net eender als bij een kleine auto, daar kun je ook dat bovenstuk vanaf halen om in de motoren te kijken. Verderop was het wat droger, daar zou ik
Verderop was het wat droger, daar zou ik proberen er weer af te gaan. Ik nam een loopje en sprong. Mijn ene laars bleef in de modder steken en zelf sprong ik er middenin tot over mijn knieën was ik doornat. Ook mijn mouwen waren nat.
Terug kon ik niet meer, maar toch moest ik mijn laars hebben. Toen heb ik een ijzer hek genomen dat 200 meter verder stond en dat er over gegooid om mijn laars te pakken. Daarna ben ik gaan stoken totdat ik droog was. Mijn bovenbroek uit, dus dat ging nogal vlug. Een man reed me op de fiets voorbij, die dacht dat ik in de stroklamp geslapen had.
Die avond gingen we met z'n drieën om een paal, de buurvrouw en nog een man uit de buurt. Het ging goed. We hadden een dikke genomen, die stond direkt bij de rijksweg, maar dat zouden we maar wagen. Het was muisstil en een lichte maan. De Duitsers die langs de straatweg gingen konden we allen zien gaan.
Wij waren dan ook zo ver dat we hem uitgegraven hadden en aan 3 stukken gezaagd met een handzaag. De fietsen die hadden we een eind verder gelegd voor de veiligheid. Die zouden we gaan halen, toen we opgejaagd werden door een stem die riep: „Staan blijven". Zonder iets te zeggen gingen we alle drie op de loop. Het was half tien en wij mochten maar tot acht uur buiten. De buurvrouw viel op de grond en bleef toen maar stil liggen wachten totdat de mof met veel gebaar en geschreeuw bij haar was. Ze moest naar de kommandant, die zou ze wel krijgen. Tegen de muur ga je, zei die, als je niet wil zeggen wie die anderen waren. Maar buurvrouw is niet verlegen. Ik ben niet benauwd, zei ze, zo'n opneukertje, ik ben nog groter dan u.
Toen meten naast elkaar, hij moest het met een halve kop verliezen. Hij had wel geschoten, zei hij, als hij maar een geweer bij zich had. Ik was naast mijn fiets gelopen en langs een hobbelig pad naar huis.
Toen bij huis met de fiets over de sloot gesprongen, maar ik had een paar natte voeten. Ik was de eerste die thuis was. Toen ben ik weer gaan zoeken naar de anderen. De mof had de buurvrouw laten gaan en ze mocht de paal halen met een wagen, maar dat ging natuurlijk niet.
Daar zouden wij 's morgens om gaan.
We gingen haast voor niets daar ze al twee van de drie stukken weggehaald hadden. We hebben toen maar een andere paal genomen.
1 april 1945
Ik heb weer eens een kleinigheid van de gemeente getrokken vandaag: ƒ 112,- Ze hebben nu aan mij uitbetaald omdat ik zogenaamd in Duitsland ben. Ik heb ze van de winter gemakkelijk verdiend. Zo gemakkelijk zal ik het nooit meer krijgen.
5 april 1945
De huizen waren niet allemaal op de riolering aangesloten. Elke maandag reed een paard en wagen met een stronttank door het dorp om de emmers op te halen.
Zo ook bij ons. Ik moest de emmers even buiten de gemeente brengen, omdat wij aan de rand van het dorp woonden. En dan moest je de emmers op de mesthoop brengen, 's Avonds om tien uur was het dan zover. Ik moest voorzichtig zijn, want je moest voor zeven uur binnen zijn. Ik was net met m'n emmer halverwege de dijk toen er een mof achter me stond. Halt, wat moet dat zolaat buiten.
Ik nam de emmer met inhoud mee naar boven en hield de inhoud onder zijn neus. Een reeks woorden die ik niet zal herhalen. Hij was zo weg en maar goed ook want ik had de emmer op z'n kop gezet, zodat de inhoud op zijn hoofd terecht zou zijn gekomen. De laatste woorden die ik kon verstaan waren zwijnhond.
7 april 1945
De nacht daarop niet geslapen. Al een week aan elkaar elke avond een auto voor de deur die 's morgens om 5 uur gestart werd en die onze kinderen wakker maakte. Het was een gasgenerator die op kleine blokken hout liep. Het maakte net zo veel leven als nu brommers zonder knalpijp. De andere avond stond hij er weer. De berijder ging dan eten bij familie vlakbij. Ik dacht hoe raken we hem kwijt. Vier houten pinnen gemaakt om in de ventielen te slaan. De banden liepen alle 4 tegelijk leeg. Een leven van jewelste. Voordat die leeg waren was de berijder met z'n hele familie erbij. Die auto was van de moffen, dus een half uur later 2 moffen op de uitkijk. En wij op de uitkijk door het dakraam samen met mijn vrouw. Toen viel per ongeluk het dakraam naar beneden. Met een paar sprongen stonden de mof
Met een paar sprongen stonden de moffen er weer. 's Morgens is de auto vertrokken en daarna niet meer teruggekomen. Hij werd gestald op een boerderij in Korteweegie.
19 april 1945
In Korteweegje reed een kolonne met paarden wagen. Ik was op de fiets. De berijder was een goede vriend van me. Een van de wagens was geladen met lege
Een van de wagens was geladen met lege zakken (linnen). Ik zei tegen de rijder, ik ging naast hem rijden, dat ik wel een paar van die zakken kon gebruiken, maar op die zakken zat een mof. Samen kregen we het toch voor elkaar dat ik er met 3 naar huis ging. Mijn vrouw heeft er lange broeken van gemaakt voor de kinderen.
21 april 1945
Alle palen die in de polder stonden waren al gestolen, op een enkele na, die palen stonden daar voor de vliegtuigen dat ze niet konden landen. Ik had een paal in stukken gezaagd en achter op de fiets gedaan. Het was 's morgens om elf uur toen ik een stelletje moffen aan zag komen en liet de palen in de steek. Thuis gekomen tegen buurvrouw gezegd en die zou daar wel even om gaan, met de kruiwagen op pad om de palen te halen. Het was jammer, maar de palen waren
Het was jammer, maar de palen waren van eigenaar verwisseld en buurvrouw kon zonder palen naar huis.
27 april 1945
De Duitsers zijn zo goed als uitgevochten. De geallieerden zijn dwars door Duitsland getrokken en staan nu bij elkaar de Tommies en de Russen. De Russen hebben Berlijn nu haast in handen. Vanmorgen de laatste berichten nog gehoord. Het is nu zondag 29 april.
Himler heeft capitulatie aangeboden aan Engeland en Amerika, niet aan Rusland en daar gaan de Russen natuurlijk niet mee akkoord.
Goebels heeft zijn eigen doodgeschoten of is door een ander neergelegd. Hitler is stervende, hij zal de overgave, geen 48 uur, overleven. Hier is het hachelijk, de moffen slepen alles weg, elke dag gaan er een heleboel paarden, fietsen, koeien en eten met de moffen mee. De provincies Zuid Holland, Noord Holland en Utrecht zitten ingesloten. Dus de moffen moeten leven van deze eilanden. De laatste troepen, de valschermjagers, zijn nu hier, die komen voornamelijk werken van dynamiet aanleggen. Ze hebben al een heleboel laten springen op het onbewoonde gedeelte van het eiland, zoals havenwerken, gemeentehuizen, scholen, sluizen en nog veel andere werken. Zelfs de huizen plunderen ze leeg en
Zelfs de huizen plunderen ze leeg en gooien alles de haven in. Nog nooit heb ik gehoord dat mensen het zo erg kunnen maken. Vandaag zou ook de toren tegelijk met de kerk tegen de grond moeten.
We zullen hopen dat dat uitgesteld wordt. Gisteravond is de grenspolitie van de Duitsers vertrokken en vanmorgen weer teruggekomen. Ze zijn nu weer aan het inladen.
Zonet hebben een heleboel laagvliegende bommenwerpers, allemaal 4-motorige, eten uit wezen gooien in de hongersteden van bezet Nederland. Dat was hard nodig, daar er veel mensen sterven van de honger. De geruchten gaan hier dat ze niets geen brood meer krijgen, alleen maar een half pond vlees per week, per hoofd.
De vliegtuigen gingen zo laag dat je ze kon zien zwaaien met de zakdoek. Veel mensen hebben hier teruggezwaaid.
Vandaar dat nu de bel hier door het dorp gaat dat er niet gezwaaid mag worden naar de vliegtuigen.
1 mei 1945
Ik heb een zak hout bij mijn vader in S. wezen brengen. Toen ik terug kwam ging ik onderweg achter een hokje staan voor een grote regenbui. Toen werd ik opgeschrikt door een paar moffen die vreselijk te keer gingen 200 m. verder.
Met armen stonden ze te zwaaien, ik moest daar vandaan. Maar ik had geen haast, ik dacht ze schieten toch niet.
Nadat ze nog een paar keer geroepen hadden, richtten ze het geweer op mij en ik hoorde de kogel langs me heen gaan.
Daarna maakte ik gauw dat ik weg kwam, want voor de tweede maal zouden ze richten. Ik riep nog: „Jullie komen nog wel" en weg was ik.
4 mei 1945
's Avonds negen uur hoorde ik geruchten dat ze hier de wapens neer zouden leggen. Ik ben opgebleven en om 12 uur even naar de radio gaan luisteren, ik moest het zeker wfeten. Samen met mijn buurman ben ik naar midden op het dorp geslopen zonder een mof te zien. We waren dan ook niet voor niets gegaan, daar nu het hoge woord eruit kwam. Duitsland heeft de overgave bekend ge
Duitsland heeft de overgave bekend gemaakt van Nederland, Denemarken en Noord-West Duitsland. Nu hebben ze Noorwegen, Slowakije en Duitsland zelf nog bezet. Morgen 8 uur ging de capitulatie in. Onvoorwaardelijke overgave, dat is een hele slag voor Duitsland.
5 mei 1945
's Morgens vroeg op en met Oranje op borst en hoed naar het dorp, gaan zien wat daar te beleven is. Even voor acht uur was ik op het dorp. De allereerste was ik met Oranje op, maar er verschenen er gauw meer. Het was een drukte van belang op het dorp. Vlag na vlag werd gehesen, kinderen hieven feestliederen aan en ook vele groten deden mee.
Even later kwamen er een groepje van die boven aan met helmen op hun kop, die hielden niet van vlaggen en zingen. Met veel geraas en getier en de vinger aan de haan van de revolver joegen ze ons uit elkaar. Maar 's middags was het nog erger, toen ze weer een rondje kwamen doen. Alweer werden we uit elkaar gejaagd, maar nu gingen ze aan het slaan en schoppen. Er was er één die kreeg toch een goede klap van een burger in 't gezicht dat hij er rood van werd. Maar schieten durfde hij niet.
's Avonds is mijn vrouw naar de kerk gegaan. Daar was een bijeenkomst voor kinderen. Nu werd er natuurlijk wel wat meer van gemaakt. Het was er heel gezellig, maar voor dat de gezellige avond om was, was er een verrassing. Ze hadden een radiotoestel in orde gemaakt en in de kerk opgesteld. Nu konden ze onze dierbare Koningin horen spreken, dat voor allen een meevaller was.
6 mei 1945
Zondag. Vandaag werden de stukken getekend en zouden de Tommies verschijnen. De verzetsbeweging zou zo lang de orde handhaven. In Ouddorp, gisteren, de vuurtoren laten springen. Die ligt tegen de grond. Nu is het wachten op de geallieerden dan kunnen ze hun wapenen inleveren. Ze hebben nu genoeg onheil gesticht. Op 10 mei 1940 is de oorlog in ons vaderland begonnen. Een hele tijd tot mei 1945.
Vanmiddag hebben de Duitsers het dynamiet uit de kerk, sluizen, bruggen, watertoren en dijken moeten verwijderen. Dat is ook weer een opluchting. Vanmiddag zijn hier per schip de politieke gevangenen vertrokken, die moesten werjcen voor de Wehrmacht. Deze mensen hebben veel slaag ontvangen. Het was een lust toen ze weg voeren van de wal. Ook de Duitsers stonden daar. De gevangenen hieven uit volle borst het Wilhelmus aan, dat was een hele vernedering voor de moffen. Vanmiddag hebben de jongens achter de meisjes gezeten die met de Duitse Wehrmacht geheuld hadden. Ze hebben ze met schaar en knipmachine helemaal kaal gemaakt.
8 mei 1945
De jongens hebben 2 meisjes kaalgeschoren, hier en daar stond nog een wisje. Het is vreselijk levendig op het dorp, alle mensen zijn op de been. De oorlog in geheel Europa is nu gestaakt.
Ze hebben nu ook in Noorwegen en Slowakije onvoorwaardelijk overgegeven.
9 mei 1945
Ook de zogenaamde overheid is begonnen om meisjes op te halen. De eerste twee zijn nu geknipt onder veel gejuich van honderden toeschouwers. En een groot hakenkruis op de kale kop met een kwast en rode verf. Daarna zijn er nog een heleboel geknipt, maar dat is binnen gebeurd, 's Avonds op de wagen met hun allen en een rondje door het dorp.
10 mei 1945
De Duitsers zijn vertrokken vanmorgen, ze keken als vergif. Eén had de brutaliteit omte roepen: „Over 10 jaar komen we terug, dan zal je ons niet uitlachen".
11 mei 1945
Vandaag zijn de leden van de NSB opgehaald. Die zitten nu veilig in de cel, vijf in getal. De anderen zijn een poosje geleden al gevlucht, maar ook die zullen ze wel te pakken krijgen. Ze staan nu op de Voorstraat voor bekijk van alle mensen.
Ze moeten vaderlandse liederen zingen.
Er was er één die had wat praats, maar dat was gauw over, daar zijn mond met de gummyknuppel dichtgeslagen werd.
Ook zijn bril werd aan stukken geslagen.
Ze komen straf toe en goed ook. Maar slaag en de meiden kaal scheren, ik vind het verschrikkelijk.
12 mei 1945
Ook de niet-leden, maar die toch veel voor de Dutisers gedaan hebben, zijn nu opgeborgen. Ik zal blij zijn als de rust weergekeerd is.
De NSB gaat dagelijks trouw haar werk doen, al de rommel, die de Duitsers gemaakt hebben moeten ze opruimen. Maar ze zullen de eigenlijke gerechtelijke straf ook niet ontlopen.
Daar er feitelijk toch geen einde komt aan al de nieuwtjes, zal ik nu maar eindigen met mijn dagboek.
Er vangt nu weer een nieuw leven aan onder bewind van onze geliefde Koningin. De hoop dat het zo nog vele jaren zal mogen blijven. Ook hoop ik dat heel Europa er wel bij zal mogen varen. Mijn dagboek sluit ik af met de woor
Mijn dagboek sluit ik af met de woorden: Leve ons vaderland, Leve ons vorstenhuis, Oranje boven.
Nawoord
Na de oorlog moest je opgeven hoeveel je ontvangen had voor ondersteuning. Ik heb het eerlijk gezegd, met de gedachte alles terug te moeten betalen, maar dat hoefde niet. Ik heb ook eerlijk verteld dat ik niet weggeweest was en dat ik werk, dat me aangeboden was, had geweigerd omdat ik geen ausweis bezat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 januari 1995
Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's