Door Het Licht Dat Nu Ontstoken Is -9-
In de vorige nummers 1 hebt u kunnen lezen hoe de Hervorming in Frankrijk bevorderd werd door Marguerite, de zuster van koning Frans I. We hebben gelezen over de pamflettenstrijd die in Parijs losbrandde voor en tegen de Hervorming. Maar ook hoe Johannes Calvijn de Hervormer van Frankrijk werd. We hebben gelezen dat hij tot bekering kwam en dat zijn vriend Nicolas Cop (1501-1540) op de Parijse Universiteit zijn reformatorische rede hield. Als gevolg hiervan moesten hij en Calvijn vluchten om hun leven te redden. Calvijn is gevlucht naar Angoulême naar zijn studievriend, Louis du Tillet (1509-?). Daar is hij begonnen aan zijn Institutie. Ook heeft hij in Nérac Faber ontmoet, die een schuilplaats gevonden had bij zijn weldoenster Marguerite de Navarre. Verder lazen we dat Calvijn de roomse kerk definitief de rug heeft toegekeerd.
In dit artikel lezen we hoe een jonge man, Barthélemy Milon, die de stad onveilig maakte door zijn gedrag, tot bekering kwam, nadat hij door een val gedeeltelijk verlamd werd. Calvijn keerde weer terug naar Parijs, omdat de situatie voor de gereformeerden wat gunstiger was geworden. Ook lezen we hoe Marguerite Avondmaal liet houden in haar kasteel in Pau. En dat Calvijn in de buurt van Poitiers in het geheim in de grotten Avondmaal hield en de eerste protestantse gemeente van Poitiers institueerde.
“O, Heere, Uw zetel is in de hemelen.
Gij Die deze aarde tot een voetbank hebt.
Gij Die het firmament in Uw armen sluit.
Gij Die altijd nieuw zijt en toch oud.
Niets is verborgen voor Uw ogen.
Op de bodem van de rots ziet Gij de diamant.
Op de bodem van de hel Uw rechtvaardig oordeel.
Aan het einde van de hemel Uw majesteitelijke glans.
Op de bodem van het hart de verborgen gedachte.
Wie is het die U zou kunnen bevelen?
Meer dan een bliksem is Uw oog niet te verdragen.
Meer dan de donder is Uw stem beangstigend.
Meer dan de storm doet Uw Geest ons verwonderen.
Meer dan een flits is Uw onvermijdelijke slag.
Meer dan de dood is Uw vreselijke toorn.
Meer dan het vuur pijnigt Uw gramschap.
Wie is de dwaas die U denkt te weerstaan?”
Het is Marguerite de Navarre die deze ontboezeming slaakt in haar Gebed van een vrome ziel tot haar Heere God. Zij ziet de grootheid van God en Zijn almacht, Zijn rechtvaardige toorn over de zonde. Van die toorn heeft ze iets moeten ervaren, maar ook van Zijn genade:
“O, Schenker van genade zonder mate.
Gij zendt Uw Geest in het hart van die U niet zoekt.
Gij doet hem zien de slechtheid van de zonde,
De vuilheid van zijn ziel.
Het belieft U door Uw oneindige goedheid
De zondaar te verlichten.
Dan ziet hij zich dood als Uw licht hem beschijnt.
Dan hoort hij Uw stem als U hem de oren opent.
Dan doet Uw Geest hem naderen
Dan doet Gij hem zien wie hij is en Wie Gij zijt.” 2
Zij ervaart dat die genade alleen in Christus te verkrijgen is:
“O, Jezus Christus, aan het kruis geleden,
Waar Gij mij redding hebt gebracht.
Ik ken geen ander dan Gij alleen!
Want Gij zijt gekastijd voor mij.
Het teken van de nagels heeft mij vrijgesproken
Om gered te worden door Uw lijden en dood.
In U vrees ik Gods oordeel niet.
Ik weet dat Gij voor mij zijt veroordeeld.” 3
Dit gedicht kunnen we toepassen op de geschiedenis van Barthélemy Milon, waar we nu iets over zullen lezen.
Barthélemy Milon
Vlakbij het paleis van koning Frans I woonde een arm gezin, de familie Milon. 4 Vader Milon was schoenmaker. Hij verdiende in zijn schoenmakerij een karige boterham voor zijn klein gezin. Moeder Milon was een vrome vrouw. Dagelijks boog zij zich voor het beeld van Maria in de grote roomse kathedraal, de Notre-Dame, om haar om bescherming en hulp te smeken. Vader en moeder Milon hadden maar één zoon, die de naam Barthélemy gekregen had. Ondanks de armoede van zijn ouders werd hij sterk en groot. Maar van hem hadden vader en moeder Milon veel verdriet. Barthélemy gaf niets om de godsdienst en de heiligen. Nee, dat was hem te vroom. Hij verachtte de roomse leer en bespotte de priesters. Maar ook voor de luthersen, die ketters, had hij geen goed woord over. Als er een terechtstelling van een ketter was, stond hij vooraan en overlaadde de arme mensen met scheldwoorden en dreef de spot met hen. Met zijn vrienden trok hij door de stad en bezocht de duistere plaatsen, waar de zonden vrijuit bedreven werden. Het ging van kwaad tot erger. Geen enkele vermaning hielp.
Geslagen maar geen pijn gevoeld
Maar… op een keer, toen hij samen met zijn vrienden weer door de stad struinde, viel hij van een muur af waar hij opgeklommen was, en brak een aantal ribben. Hij sleepte zich met moeite naar zijn huis, kreunend en vloekend. Hij weigerde om een arts te ontbieden. De wonden genazen en Barthélemy dacht zijn voormalig leven te hervatten. Maar het bleek dat door de val ook zijn ruggengraat was beschadigd, want beetje bij beetje verloor hij het gebruik van zijn benen en na een paar maanden kon hij niet meer lopen en moest gedragen worden. De eens zo sterke en knappe jongen werd als een klein kind. Hij bracht nu zijn tijd door zittend op een stoel bij het raam van de schoenmakerswinkel van zijn vader. Gelukkig voor hem kon hij nog steeds gebruikmaken van zijn handen om ook het beroep van zijn vader uit te voeren, maar hij was niet in staat om een stap te doen zonder de hulp van anderen. Gods hand drukte zwaar op Barthélemy, maar zijn hart was niet gebroken. Zijn hart was vol kwade gedachten. Hij haatte allen die gezond waren en niet, zoals hij, zoveel moesten lijden. Dat had tot gevolg dat hij de voorbijgangers met vloeken en grove woorden begroette.
Op een dag zag hij voorbij zijn raam een man gaan van wie hij wist dat het een gereformeerde predikant was. Hij overlaadde de man met grove scheldwoorden, vergezeld van vreselijke godslastering. De predikant, ontzet over de woorden die uit zijn mond kwamen, liep naar het raam toe waar hij zat. Met medelijden keek hij hem aan en zei: ‘Ongelukkige jonge man! Waarom heb je er zoveel plezier in de Naam van de heilige God te lasteren? De Heere, Die je in het lichaam getroffen heeft, is machtig je ziel te redden uit de slavernij van de zonde’. Toen hij dit gezegd had, liep hij weg.
Door God neergeveld
Groot was de verbazing van Barthélemy. ‘Mijn ziel redden? Wat betekent dat?’ zei hij. Toen de predikant hem dit nog hoorde zeggen, keerde hij zich om en kwam weer naar het raam en nam een boek uit zijn wijde mantel, gaf hem dat en zei: ‘Lees dit boek, mijn arme vriend. Over een paar dagen kom ik terug om eens te horen wat je ervan vindt’. Barthélemy nam het boek aan en opende het onmiddellijk. Het was een deel van het Nieuwe Testament, een Boek van onschatbare waarde in een tijd waarin boeken zeldzaam waren en zeer duur, maar nog meer omdat het Gods Woord was. Barthélemy begon te lezen en hoe meer hij las, hoe meer hij zich voelde aangesproken. Dit Boek sprak over zijn onsterfelijke ziel, zijn zondigheid en de noodzaak van bekering. Geleidelijk ging de nieuwsgierigheid van Barthélemy over in diep ontzag en ontzetting. Hij werd gevoelens in zijn hart gewaar die hij niet kon verklaren. Hij zag zichzelf en zijn zondige leven in het licht van Gods Wet. Daartegen had hij gezondigd. Een heilig God, Die met de minste zonde geen gemeenschap kan hebben, had hij onteerd. Meer en meer werd hij overtuigd van zijn zonden en hij gevoelde de noodzaak van vergeving. Hij las ook wel in Gods Woord dat de Heere Jezus Christus voor de zonden van Zijn volk geleden had, maar daar was geen plaats voor bij hem. Daar was hij een te grote zondaar voor.
Gered
Meer en meer werd het onmogelijk voor hem om ooit gered te kunnen worden. Maar toen alles verloren scheen, openbaarde de Heere Jezus Zich in hem. Barthélemy geloofde nu dat Hij ook zijn zonden gedragen had aan het kruis. Door Gods genade was een leeuw veranderd in een lam. Een totale vernieuwing had bij hem plaatsgevonden.
Enige tijd later kwam de predikant terug naar Barthélemy. Tot zijn blijdschap merkte hij dat hij niet begroet werd door beledigingen en goddeloze woorden, maar hij werd van harte welkom geheten. ‘Kom, meneer’, riep Barthélemy, zodra hij de predikant zag, ‘de Heere heeft me door Zijn genade gered. Verblijd u met mij. God vergaf de zonden van de verloren zoon. Zijn liefde is zo groot aan arme zondaren. We moeten dat verkondigen aan de hele wereld!’ Vanzelfsprekend was de vreugde van Gods dienaar over het werk Gods in Barthélemy groot. De Heere alleen was het Die het opstandige hart van Barthélemy zo plotseling verbroken had en hem als bij een Paulus veranderde in een verkondiger van Zijn genade.
In dienst van zijn Koning
Hij verlangde er ook naar om anderen van de Schat die hij had gevonden, deelgenoot te maken. Hij sprak met zijn ouders, vrienden, klanten van zijn vader en ieder die langskwam over de zonden waarin ieder mens van nature verzonken ligt, maar ook over de Heere Jezus als de enige Borg en Zaligmaker. Niets kon hem belemmeren Hem te verkondigen. De spotter was een evangelist geworden. Barthélemy had een mooie stem en kon diverse instrumenten bespelen. Vroeger gebruikte hij die om allerlei wereldse liederen te zingen en te spelen in cafés en danszalen. Maar vanaf nu wijdde hij zijn muzikale talent aan de Heere. ’s Morgens en ’s avonds zong hij hymnes onder de begeleiding van zijn gitaar, zodat de buren zich verdrongen bij de ramen om maar niets te missen van zijn harmonieuze gezang. Toen Barthélemy dat zag, nam hij die gunstige gelegenheid waar en sprak van zonde en genade. Vaak kwamen de kinderen uit de buurt om zijn stoel staan. En niemand kon een beter verhaal vertellen dan Barthélemy. Hij boeide zijn jonge luisteraars met zijn vertelling en hij liet ze niet gaan voordat hij wat voorlas uit Gods Woord en over zijn Zaligmaker vertelde.
Barthélemy gebruikte zijn gedwongen vrije tijd om ornamenten te branden op de bladen van zwaarden. Hij was zeer bedreven in dit ambacht en werd er ook goed voor betaald. Van het verdiende geld gaf hij een gedeelte aan zijn ouders en de rest deelde hij uit aan zijn arme landgenoten die door vervolging tot armoede gekomen waren.
Zo was het leven van Barthélemy veranderd. Maar de tijd naderde dat het betrekkelijk rustige leven van Barthélemy een wending zou nemen. Hij moest zijn kruis achter Zijn Koning dragen en Zijn voetstappen volgen in de strijd. Hij zou een getuige van Hem moeten worden op de brandstapel.
Calvijn weer naar Parijs
Omdat de situatie in Parijs iets gunstiger was voor de gereformeerden, wilde Calvijn daar nog graag een paar vrienden bezoeken. Hij vond Parijs in een ge- heel andere toestand dan toen hij acht maanden geleden vluchtte naar aanleiding van de reformatorische rede van Nicolas Cop. Bucer (1491-1551), de hervormer van Straatsburg, schreef aan zijn vrienden: “De macht van de paus daalt zeer in Frankrijk en velen zuchten naar Christus!” 5
Calvijn kwam te paard de stad binnen en steeg af voor het huis van zijn vriend Étienne de la Forge (?-1535), een rijke, tot de Reformatie overgegane koopman, die hem hartelijk verwelkomde.
Zijn gastheer verdeelde zijn goederen onder de armen en vervolgden van Parijs. “Ik ben dankbaar”, zei hij, “voor al de zegeningen die God mij heeft verleend. Ook wil ik mijn goederen niet sparen, maar hulpbehoevenden helpen en het Evangelie verspreiden.” 6 Inderdaad liet de handelaar voor eigen rekening gedeelten van de Heilige Schrift - die toen al beschikbaar waren in de Franse taal - drukken en hij gaf exemplaren samen met talrijke giften aan de behoeftigen. Later moest hij zijn leven eindigen op de brandstapel om zijn geloof in zijn Zaligmaker. Calvijn, die zich de liefelijke gesprekken die hij met hem gehad had, herinnerde, sprak later - toen hij in Genève was en hoorde van zijn terechtstelling - met eerbied uit: “Heilige martelaar van Jezus Christus! Uw nagedachtenis zal onder de gelovigen altijd heilig zijn!” 7
Dagelijks begaf Calvijn zich nu naar de vergaderingen die heimelijk in verschillende wijken van de hoofdstad gehouden werden. Hij verkeerde in diverse gereformeerde huisgezinnen en onder vrienden van het Evangelie en sprak met hen over de waarheid. Waarschijnlijk heeft hij ook de verlamde Barthélemy Milon ontmoet. Wat zal dat voor beiden geweest zijn! Beiden konden vertellen van hun bekering, de een getrokken uit de diepste ongerechtigheid die hij openlijk bedreef, de ander uit de grootste bijgelovigheid van de roomse kerk.
Calvijn dacht met een gerust hart een poosje in Parijs te kunnen blijven. Maar De la Forge was toch niet gerust op de toestand in Parijs. Hij en anderen spoorden Calvijn aan toch voorzichtig te zijn omdat de situatie zo weer kon veranderen. Ze wisten het ook: koning Frans I was niet te vertrouwen en de roomse kerk aasde op de gereformeerden. Ze zouden geen poging laten voorbijgaan om hen gevangen te nemen en terecht te stellen.
Om des geloofs wil
En inderdaad bleek al snel dat het in Parijs nog steeds niet veilig was. Er zou weer een terechtstelling uitgevoerd worden. Een chirurgijn, Jean Pointet, werd beschuldigd en aangeklaagd door de monniken. Pointet had hen over hun zedeloosheid bestraft en dat konden ze niet verdragen. Ook anderen, waar hij nog zoveel voor gedaan had tijdens een epidemie van de Spaanse pokken en die hij vermaand en onderwezen had, beschuldigden hem. Hij werd in de gevangenis geworpen en veroordeeld om levend verbrand te worden voor het Parijse stadhuis op het plein Place de la Grève, nadat zijn tong uitgesneden was om te verhinderen dat de brandstapel een preekstoel werd. Pointet heeft, zo meldt het martelarenboek van Haemstede, standvastig in het geloof dit sterfelijke leven afgelegd in het jaar onzes Heeren 1533. De dood van Jean Pointet liet een diepe indruk na op Calvijn en de gereformeerden van Parijs. Waarschijnlijk heeft Calvijn zelf de terechtstelling van hem bijgewoond. Calvijn begreep nu ook wel dat hij beter in een besloten vergadering kon spreken dan in het openbaar.
Avondmaal in het kasteel van Pau
Terwijl Calvijn nog in Parijs verbleef en de Reformatie daar zo veel mogelijk bevorderde, zorgde Marguerite, de zuster van de koning, ervoor dat het Evangelie overal in het koninkrijkje Navarre verspreid werd. Hendrik de Navarre en Marguerite hadden zich in de loop van 1534 naar hun residentie in Pau in het zuiden van Frankrijk begeven, waar zij de winter wilden doorbrengen. Hendrik liet Marguerite weliswaar tot op zekere hoogte vrij in haar handelingen, maar de gereformeerde godsdienst beviel hem
niet. Marguerite wist dat haar gedrag overal nagegaan werd en aan haar broer, de Franse koning, werd gerapporteerd. Zij voelde het als een zwaar juk op haar schouders, maar toch deed zij wat zij kon om de Reformatie te bevorderen, zij het in een hinken op twee gedachten. Een geschiedschrijver zegt dat zij reformatorisch dacht, maar helaas rooms handelde.
Zij begon haar dag met het bijwonen van de ochtendmis in de roomse kerk. ’s Middags verzamelde zij de gereformeerden van haar hof in haar kamer. Ook haar hofprediker Roussel, die nu eens in Parijs en dan weer bij Marguerite aan het hof verbleef in Nérac of Pau, en de oude Faber waren daar. “Roussel, Faber of een andere leraar hield een toespraak en de kleine vergadering ging uiteen met het gevoel dat God waarlijk onder hen geweest was” 8 , zo vertelt Merle d’Aubigné.
Toen enigen begeerden het Heilig Avondmaal des Heeren te gebruiken, wist Marguerite niet wat te doen. Zij durfde het niet in de kerk en evenmin in haar kamer te laten vieren. Maar uiteindelijk had zij een idee. Onder het kasteel bevond zich een vrij grote geheime ruimte, waar ze samen konden komen zonder gezien te worden. Daar werd in stilte de Avondmaalstafel aangericht. Een linnen tafellaken met gewoon brood en rode wijn werd daar gebracht. En in het diepste geheim kwamen de gereformeerden en zetten zich aan de tafel. Ook de koningin Marguerite zette zich in een eenvoudig gewaad. Roussel was de voorganger. Hij plaatste zich voor de tafel en sprak:
“Zij die geloven dat dit sacrament slechts een ijdel teken is, zijn niet van de leerschool des geloofs. Gedenkt, dat Christus voor ons geleden heeft en gestorven is”! 9
Daarop deelde Roussel het brood en gaf de beker rond en zo mochten de gelovigen smaken dat de Heere Jezus in het Avondmaal aanwezig was, niet in het brood zoals rome leert, ook niet lichamelijk zoals Luther leert, maar geestelijk, zodat de deelnemers in hun harten ervoeren dat Zijn vlees waarlijk spijs en Zijn bloed waarlijk drank was, dat het bloed van Christus reinigt van alle zonden. Zo mochten ze in alle rust samen zijn in een heilige verrichting. Geen wanklank werd gehoord, geen spion kon hen bespieden en in stilte verwijderden zij zich weer.
Maar hoe geheim de Avondmaalsviering ook gehouden was, toch had de koning van Navarre er iets van opgevangen. Dat kon hij eigenlijk niet goedkeuren. Toen hij na een jachtpartij op het kasteel terugkeerde, vroeg hij naar Marguerite. Het personeel vertelde hem dat er een leraar bezig was in haar vertrek te preken. Dit was hem te veel. Woedend liep hij naar de koningin om haar hierover aan te spreken. Net op tijd had een andere dienaar de koningin gewaarschuwd. De leraar en enkele andere gereformeerden ontkwamen nog net door een achterdeur. Nauwelijks waren zij vertrokken of Hendrik trad onverwacht binnen. Hij stond stil, zag rond en omdat hij niemand bemerkte dan de bewogen en bevende koningin, gaf hij haar een klap en zei: “Mevrouw, gij gaat te ver”. Beschaamd en verontwaardigd liet hij Marguerite achter. Deze belediging van de waardigheid van het koninklijk huis van Frankrijk ging niet ongemerkt voorbij. Koning Frans I hoorde ervan en hij heeft Hendrik hierover streng berispt. Maar de verhouding tussen Hendrik en Marguerite, die toch al niet zo goed was, werd hierdoor niet beter.
Kerkdienst in de grotten
We volgen Calvijn nog even op zijn reis door Frankrijk. Voordat hij definitief Frankrijk zou verlaten, wilde hij de stad Poitiers bezoeken, waar hij enige vrienden had en waar een beroemde bibliotheek was die hij graag wilde zien. In Poitiers vormde zich al snel een groepje gereformeerden om Calvijn heen, met wie hij lange gesprekken hield over de gereformeerde leer. En velen die vragen hadden, werden onderwezen. Gods Geest werkte ook onder deze inwoners, zowel onder eenvoudigen als aanzienlijken. Als vanzelf kwamen de gesprekken op de roomse mis. Calvijn noemde het net als in de Catechismus een vervloekte afgoderij. Hij riep het uit, terwijl hij Gods Woord in de hand omhooghield:
“Dit is mijn mis! Heere, als Gij mij in de dag des oordeels wilt straffen, omdat ik tegen de mis heb gesproken, dan zal ik U antwoorden: ‘O God, Gij hebt mij niet geboden haar te vieren. Hier is Uw wet, de Heilige Schift. Daarin vind ik geen ander offer dan dat geofferd werd op het altaar van het kruis.” 10
In een tuin van een van de vrienden van Calvijn werd een grote bijeenkomst gehouden, waar Calvijn een predicatie hield. Maar de tegenstanders zaten niet stil! De roomse jurist en historieschrijver Florimond de Rémond (1540-1601), een lid van het parlement van de stad Bordeaux, heeft een dik boek geschreven over de ‘ketterijen’ die in de tijd van de Reformatie in de roomse kerk zijn opgekomen. In het vorige artikel hebben we kunnen lezen dat hij de Institutie van Calvijn de smederij van de godsdienst noemde. Hij schreef ook over de predicatie van Calvijn in een tuin in Poitiers:
“Gelijk onze eerste ouders in een tuin bedrogen en verleid werden, zo is in de tuin (…) een handvol volk door Calvijn bedrogen en bedorven. Want hoewel hij in het spreken niet met die gratie en bevalligheid begaafd was als in het schrijven, nochtans kon hij die hem hoorden, gemakkelijk overtuigen, want hij redeneerde met geweld en kracht van woorden (…). Daar werd de eerste calvinistische synode gehouden, die daarna ons land zo slecht bekomen is…” 11
Florimond geeft wel duidelijk weer hoe de bijeenkomsten werden gehouden.
“Calvijn begon de vermaning (zo noemden zij in het eerst de predicaties die zij hielden) met het aanroepen van de Heilige Geest dat Die op deze kleine schare - in Zijn Naam vergaderd - wilde nederdalen. Hij las enige hoofdstukken uit de Schrift en legde de moeilijke gedeeltes uit…” 12
Maar dan gaat Florimond weer verder met zijn gal te spuwen:
“Calvijn, gelijk hij doortrapt en arglistig was en allerlei instrumenten opzocht die hem ten dienste stonden, wilde het ijzer smeden als het heet was. Hij bracht zoveel teweeg dat er drie van deze geheime vergadering zich voornamen deze geschriften te verspreiden en deze nieuwe leer aan degenen die in Frankrijk naar het lutherdom overhelden, voor te stellen en de arme bedrogen roomsen de schellen van de ogen te lichten. (…) Deze drie goede apostelen waren de uitwerkers van zijn geboden en de brandstichters van Frankrijk en de eerste oorzaak van de Franse scheuring.” 13
De vergaderingen waren de vijanden van de Reformatie niet onbekend gebleven. Daar moest een eind aan komen, voordat de ‘ketterij’ geheel Poitiers zou besmetten. De vrienden van Calvijn besloten het dan ook anders aan te pakken en een afgelegen plaats te zoeken. In het omliggende land waren woeste plaatsen genoeg om ongezien te vergaderen. Een diepe, afgelegen grot werd gevonden bij de rivier de Clain, die in de buurt van Poitiers stroomde. Daar vergaderde men verscheidene keren. Deze werd lange tijd de grot van Calvijn genoemd. Een aangelegd pad schijnt vanuit Poitiers er nu nog heen te voeren.
In die grot legde Calvijn voor de samengekomen hoorders onder een plechtige stilte Gods Woord uit. Zo werd de dood in Adam en het leven in Christus gehoord in het diepste geheim in een door walmende toortsen verlichte grot. Vervolgd om het geloof waren inwoners van Poitiers bij elkaar gekomen. Er was honger naar Gods Woord. Aardse bezittingen werden door velen niet geacht. En Calvijn onderwees hen dat maar één ding nodig was:
“Beter is het van alles beroofd te zijn en Christus te bezitten. Is het schip in nood, dan werpt men alles over boord om het in de veilige haven te kunnen brengen. Doet ook alzo. Rijkdom, eer, aanzien, uiterlijke gerechtigheid, alles moet worden opgeofferd om Christus te bezitten. Hij alleen is onze Zalig heid.” 14
Maar ook de bijeenkomsten in de grot werden opgemerkt. Daarom werd besloten om steeds op verschillende plaatsen samen te komen, nu eens op een afgelegen buitenplaats en dan weer in een klein moeilijk bereikbaar dorp tussen de bergen.
Er kwam onder de kleine kudde een behoefte om het Avondmaal te houden volgens de instelling des Heeren. Calvijn stemde toe en er werd een dag bepaald wanneer zij samen zouden komen. Calvijn ging voor, las Gods Woord en vroeg de Heere om Zijn Geest uit te storten over die kleine kudde. Hij brak het brood en gaf de beker rond. Daarna vroeg hij de aanzittenden om hun ervaringen mee te delen tot elkaars stichting. Versterkt en bemoedigd ging men weer uit elkaar.
Florimond de Rémond heeft de mening van Calvijn over het Avondmaal goed begrepen:
“Het was noodzakelijk de paapse en lutherse mis af te schaffen om het Avondmaal tot zijn eerste gedaante terug te brengen. Het was een goddeloos barbaars werk Christus uit de hemel te willen rukken om Hem hier in het sacrament te binden, te knevelen en te eten. (…) Het brood en de wijn in het Nachtmaal voorgesteld, zijn niet meer dan panden en zegelen waarmee al de beloften die Christus gedaan heeft, bezegeld worden.” 15
De eerste gereformeerde gemeente - Poitiers
Zo was de gereformeerde gemeente in Poitiers in Frankrijk als een van de eerste ontstaan. Onder de leiding van Calvijn ontstond een beweging die geheel Frankrijk door zou gaan. Frankrijk zou uit de slaap ontwaken. Maar er waren mannen nodig om het Evangelie te verspreiden. Calvijn vroeg tijdens een vergadering van de kleine gemeente of er soms waren die een roeping daarvoor hadden. Drie mannen stonden op, die ook een goede getuigenis hadden in de gemeente. Ook Florimond de Rémond vermeldt dit zoals hierboven te lezen is. De drie moesten in verschillende gedeelten van het zuiden van Frankrijk Gods Woord gaan verkondigen. De vergadering geloofde dat deze mannen van God de nodige genade en gaven daartoe ontvangen hadden. Maar zou het zonder gebed kunnen? Nee, als de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan, zegt Gods Woord (Ps. 127:1). En Calvijn vroeg in een roerend smeekgebed of de Heere Zijn Geest wilde uitstorten op deze mannen.
Een inzameling voorzag in de kosten van deze zending, en de evangelisten vertrokken. Zij richtten zich ook in het bijzonder tot de jeugd. De kiemen van het godsdienstig leven moesten in het kinderhart worden gelegd onder Gods zegen en zich daar ontwikkelen. “Laat uw eerste doel steeds zijn de bestuurders en de onderwijzers van de scholen” 16 , had Calvijn tot de drie evangelisten gezegd. Gods Geest werkte krachtig onder de jeugd, maar ook onder de ouderen.
Zo heeft Calvijn veel gedaan in zijn geboorteland om de Reformatie te bevorderen. Maar steeds was hij er nog op uit om een stil leven van studie te leiden op een afgelegen plaats. Hij wilde toch Frankrijk verlaten, niet om zijn vaderland te vergeten, maar om elders zonder vervolging zijn broeders te kunnen bijstaan door zijn brieven en andere geschriften. In het Woord vooraf van zijn Psalmverklaring schrijft hij het nog:
“En inderdaad, het vaderland Frankrijk verlatend, ben ik opzettelijk naar Duitsland gegaan, omdat ik daar rustig zou kunnen leven in een onbekende hoek, zoals ik altijd verlangd had.” 17
We weten dat hij er uiteindelijk niet onderuit kon om in Genève de herdersstaf op te nemen, zodat hij niet meer in afzondering zijn werk kon doen. Maar ook vanuit Genève heeft hij zijn broeders in Frankrijk bijgestaan.
Besluit
We verlaten Calvijn nu en richten ons weer naar het noorden van Frankrijk. In een volgend artikel zullen we Deo volente lezen over het verbond van de Franse koning met de paus om de ‘verdoemde ketterse sekte der lutheranen’ uit te roeien. Terwijl Frans I aan de andere zijde met Duitse protestantse vorsten een verbond wilde aangaan om zijn rivaal Karel V afbreuk te doen! Zijn verbond met de paus was met andere verontrustende ontwikkelingen in Frankrijk als het ware een voorspel op een gebeurtenis die in de nacht van 17 op 18 oktober 1534 plaatsvond.
Noten:
1) De acht vorige afleveringen van deze serie zijn verschenen in: In het spoor, oktobernummer 2016, p. 214-224, decembernummer 2016, p. 289-297, februarinummer 2017, p. 19- 27, meinummer 2017, p. 96-104, julinummer 2017, p. 158- 166, oktobernummer 2017, p. 192-201, decembernummer 2017, p. 276-283 en februarinummer 2018, p. 39-46.
2) Deze drie coupletten komen uit: Marguerite de Navarre, Les Marguerites de la Marguerite des Princesses très illustre, waarin opgenomen: Oraison de l‘âme fidèle à son Seigneur Dieu, Paris 1873, p. 76-80 (vertaling van mij; hierna Oraison).
3) Oraison, p. 128
4) J.H. Merle d’Aubigné, Geschiedenis der Hervorming in Europa ten tijde van Calvijn, dl. 3, Rotterdam 1864, p. 50 e.v. (hierna Merle 3). Jean Crespin, Histoire des Martyrs, vol. 1, Toulouse 1885, p. 302
5) Merle 3, p. 49
6) J.H. Merle d’Aubigné, Geschiedenis der Hervorming in Europa ten tijde van Calvijn, dl. 2, Rotterdam 1864, p. 67 e.v. (hierna Merle 2).
7) Merle 2, p. 67
8) Merle 3, p. 18
9) Merle 3, p. 19
10) R. Husen, Geschiedenis der Hervorming, Doesburg 1903, p. 363 (herspeld)
11) Florimond de Rémond, Opgang, voortgang en nedergang der Ketteryen, dl. 2, derde boek, Antwerpen 1690, p 230 (hertaald; hierna: De Rémond)
12) De Rémond, p. 230
13) De Rémond, p. 230
14) Merle 3, p. 39
15) De Rémond, p. 229
16) Merle 3, p. 45
17) J. Calvijn, Verklaring van de Bijbel. Het boek der psalmen, dl. 1, Goudriaan 1979, voorrede, p. VI-VII
Fotoverantwoording:
a) Door Mattias Hill [CC BY-SA 4.0] via Wikimedia Commons
b) Door Ineremhat [CC BY-SA 3.0] via Wikimedia Commons
c) Depositphotos
Christelijke huishouding
Door de Landelijke Stichting is de Christelijke huishouding van ds. Petrus Wittewrongel opnieuw in het hedendaags Nederlands uitgegeven. In de nieuwe uitgave bestaat dit standaardwerk voor een gereformeerde gezinsopvoeding en gezinsreformatie uit vijf delen van circa 580 pagina’s (ISBN: 9789077530115), die alleen per serie verkocht worden voor een totaalprijs van € 199,- (inclusief verzendkosten!). Deze uitgave is alleen bij de administratie van de Landelijke Stichting te verkrijgen en is dus niet in de boekhandel te koop, daar het anders niet mogelijk was om de prijs laag te houden. Voor het bestellen van een serie kunt u mailen naar: inhetspoor@kliksafe.nl of bellen naar: 06-22626140 / 0416-693844. De serie van vijf boeken wordt u dan zo spoedig mogelijk toegezonden met een nota.
Het bestuur
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 2018
In het spoor | 60 Pagina's