Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De bediening van Wienne

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De bediening van Wienne

Uit het leven van ds. Eibert Wijnne

10 minuten leestijd

Aan het einde van de Zuidwendigeweg in Zuideinde, een prachtige buurtschap behorend tot Kamperveen, woonde ds. E. Wijnne. Veel mensen zeiden hier: ‘Wienne’.

Het huis, een flink boerengedoe, staat er nog steeds, een beetje in een uithoek van de buurtschap. Het staat aan een doodlopende weg, op nummer 19, vlak bij de beter bekende Wittensteinse Allee.

Eibert Wijnne werd op 18 juni 1888 geboren in Doornspijk. Zijn ouders waren Gerrit Wijnne en Hendrikje van der Heiden. Vader Wijnne was eigenaar van een landbouwbedrijf aan de Rode Landsweg in de buurtschap Wessinge bij Doornspijk. Kerkelijk behoorde het gezin tot de Gereformeerde Kerken.

Naar Duitsland

De jonge Eibert hield veel van de wereld en van de zonde. Zijn godzalige grootmoeder waarschuwde en vermaande hem, maar toen grootmoeder de weg van alle vlees was gegaan, trok Eibert de wereld in. Het boerenleven op de Noordwest-Veluwe was hem te bekrompen. Wijnne ging zelfs de grens over, helemaal naar het buitenland. De winters van 1908 en 1909 verbleef hij in Duitsland. Hij raakte aan het werk in de kolenmijnen van de stad Essen (aan de Ruhr). Daar overkwam hem een ongeluk. In een diepe schacht raakte hij zijn lamp kwijt. Het duurde lang voordat er hulp kwam opdagen. In die bange uren in het donker leerde Eibert Wijnne bidden tot God in de hemel. Als een ander mens kwam hij in Nederland terug.

Wijnne ging op zoek naar voedsel voor zijn ziel. Hij kerkte nogal eens bij de Gereformeerde Gemeente te Nunspeet, zeker als ds. J. Fraanje uit Barneveld daar voorging. Ook ging hij luisteren naar ds. C. de Jonge in de Oud Gereformeerde Gemeente te Kampen. Uiteindelijk werd hij lid van de gemeente van ds. De Jonge.

Op 2 februari 1913 trad Eibert Wijnne in het huwelijk met Bartje Visch uit Doornspijk. Hij was toen 25 jaar. Ze gingen wonen op een boerderij op de Hoge Enk, tussen Elburg en ’t Harde. In korte tijd kreeg het echtpaar drie kinderen, Gerrit, Aaltje en Hendrik. In 1919 vertrok Wijnne met zijn gezin naar de boerderij aan de Zuidwendigeweg in Zuideinde. Daar werden nog zes kinderen geboren, Hendrikje, Eibert, Bartje, Jan, Eibertje en Aleida.

In Zuideinde ging Wijnne aan het boeren. In de omgeving zeiden de mensen: ‘Wijnne boert wel, en op zijn werk is niets te zeggen, maar zijn gedachten gaan hoger.’

Herinneringen aan grootvader

In de buurtschap Hoge Enk woont Gerrit-Jan Wijnne met zijn vrouw. Hij is een kleinzoon van ds. E. Wijnne. Hoe herinnert hij zich zijn grootvader? ‘We kwamen als kleinkinderen wel graag bij opa en opoe in Zuideinde. Opa was een klein, gedrongen mannetje. Hij was heel kerks, vonden wij. Dat konden we merken aan veel dingen. Opa bad veel, las graag in de oude schrijvers en was vaak de kanttekeningen in de Statenvertaling aan het napluizen. Of opa Wijnne een bekeerde man was, dat was voor ons geen vraag. Opa was een kind van God. Dat stond voor ons vast. Hij leefde daar ook naar. Er ging wat van die man uit.’ In de oorlogsjaren bleek grootvader Wijnne zeer Oranjegezind, volgens kleinzoon Gerrit-Jan Wijnne. ‘Op de boerderij aan de Zuidwendigeweg verborgen ze onderduikers. Daarvoor had opa een schuilkelder gemaakt onder de hooiberg. Opa was niet bang, maar Joden wilde hij toch niet opnemen. Dat risico was hem te groot. Als je betrapt werd op het laten onderduiken van Joden, stond je zo voor het vuurpeleton. Dat was hem toch al te bar.’

In Dronten woont Aleid Raterink-Wijnne, een kleindochter van ds. Wijnne. Over haar grootvader zegt ze: ‘Opa was voor onze beleving vaak bezig met geestelijke dingen, maar hij was toch een vrolijke man, een opa die ons rijmpjes en versjes leerde en die ons leerde klokkijken. Hij deed nooit vroom, want van zwarigheid moest hij niks hebben.’

Oefenaar Wijnne

Wijnne kreeg de begeerte om het Evangelie van vrije genade uit te dragen. Hij ging aan het studeren, las veel in de boeken van vader Brakel, Groenewegen, de beide Erskines en Ledeboer. Hij kon het verlangen om predikant te worden maar moeilijk onderdrukken. Zijn predikant, ds. De Jonge uit Kampen, raadde hem aan om op de Heere te wachten, maar Wijnne wilde niet wachten. Hier en daar trad hij alvast eens op als oefenaar, zoals in de klumpieskarke aan de Burgwal te Kampen, in lokaaltjes in Oostendorp en ‘t Harde en in het naburige Grafhorst. In Grafhorst werd hij zelfs gevraagd te komen catechiseren.

Op 27 mei 1936 vroeg Wijnne om aansluiting bij de Oud Gereformeerde Gemeenten van ds. W.H. Blaak. In deze kring mocht hij een jaar oefenen, maar een vaste aansluiting kreeg hij daarna niet. In de boeken Predikanten en oefenaars (deel 2) en Voorgangers in de noodkerk zijn hoofdstukken over Wijnne opgenomen. In beide boeken is te lezen dat er geruchten over zijn levenswandel de ronde deden. In het kerkverband van ds. Blaak was men daarnaast ook niet gelukkig met zijn prediking.

Niet aangenomen

Op 11 maart 1940 kreeg Wijnne te horen dat hij niet langer mocht oefenen in de Oud Gereformeerde Gemeenten. In een brief gedateerd 14 maart 1940 schreef ds. Blaak over dat besluit aan een van zijn vrienden: ‘En aangaande de vergadering, gehouden de elfde dezer te Utrecht, daar waren 42 kerkenraadsleden bij vertegenwoordigd, toen ik aan de zaak Wijnne begon, waarbij hij ook vertegenwoordigd was. Ik begon in deze met te zeggen dat zijn tijd vervuld was, wat hem opgelegd was geworden en dat ik nu tot stemming over wilde gaan om hem weer in het midden op te nemen. Maar eer die stemming begon, waren er die eerst nog wel eens wat wilden zeggen, wat ik natuurlijk toe moest laten en dat duurde lang. En er werd zo veel gezegd dat toen de stemming aanbrak, hij maar 4 stemmen had om hem weer aan te nemen. Dus van de 42, zodat hij de andere stemmen tegen kreeg. Zodat hij in ons samenzijn niet meer is.’

Kwaad gerucht

Wijnne was hoogst verbolgen, vond dat hij ‘op kwaad gerucht en zonder getuige veroordeeld was’. Op 27 maart 1940 schreef Wijnne een brief die gericht was aan ‘Geachte vriend met de uwen’ (bedoeld zal zijn ds. Blaak). Wijnne schreef die brief niet om zichzelf te rechtvaardigen, ‘ook niet om kwaad van anderen te spreken, ook niet om u te vragen of ik weer mag komen preken’. Hij was, vond hij, uitgemaakt voor ‘een vuile antinomiaan’, en hij vroeg om eerlijk behandeld te worden. ‘Als u mij afschrijft, is dat voor mij niet vreemd. Ik heb mijzelf al wel honderd keer de preekstoel verboden. Maar ’t is toch een groot verschil wie je de rug toekeert. Ik mag toch immers van u niet geloven dat u zonder getuigen enkel op praat achter mijn rug mij veroordeelt. En als u twee getuigen hebt, zal ik gaarne komen waar u begeert mij te ontmoeten.’ Wijnne besloot zijn brief met: ‘O vriend, o vriend, de Heere richte tussen ons.’

Vrije groepen

Wijnne mocht niet meer spreken in het kerkverband van de Oud Gereformeerde Gemeenten rond ds. Blaak. Toch bleef hij voorgaan, voor losse gezelschappen en groepjes verstrooiden,, in allerlei vrije groepen en in gemeenten van de Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten. Zo trok hij door de omgeving. Gaandeweg raakte hij steeds verder ver van huis, want hij reisde met de bus en met de trein ook helemaal naar Sint-Annaland, Bergambacht, Sliedrecht, Bruinisse, Hilversum, Doetinchem, Lekkerkerk en Elst bij Rhenen. Ook ging Wijnne een keer voor in de Vrije Oud Gereformeerde Gemeente (voorheen de Nederduits Gereformeerde Gemeente) te Kralingseveer. In dit kerkgebouw, een voormalige boerderij aan de IJsseldijk, nam hij een dienst waar voor de met ziekte kampende ds. F. Kraaijeveld.

Na die dienst raadde ds. Kraaijeveld zijn kerkenraad aan om, áls hij zelf de weg van alle vlees gegaan zou zijn, een beroep uit te brengen op Wijnne. Zo beloofden de broeders in Kralingseveer het te zullen doen. Op 27 mei 1947 overleed ds. Kraaijeveld. Wijnne werd beroepen en hij nam het ook aan. Hij was op dat moment 59 jaar.

Zonder bevestigd te worden, ging Wijnne in januari 1948 in Kralingseveer aan het werk. Hij bleef wonen op zijn boerderij in Zuideinde, maar reisde iedere zaterdagmiddag af naar Kralingseveer, sprak daar op zondag een stichtelijk woord en keerde op maandagochtend weer terug. De sacramenten mocht hij niet bedienen. Voor dat doel kwamen ds. H. Visser Mzn. en ds. E. du Marchie van Voorthuysen naar Kralingsveer.

Van oefenaar tot predikant

Toch werd oefenaar Wijnne dominee. Zijn ambtsbroeder, de vrije oefenaar Joh. Donkersloot uit Oud-Beijerland, bevestigde hem op 8 juli 1953 in de volle bediening van Woord en sacramenten. Donkersloot preekte bij die gelegenheid over Johannes 10:11: ‘Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.’ Het ‘Formulier om de dienaren des Goddelijken Woords te bevestigen’ werd voorgelezen door de oudste ouderling, W. Boelhouwer.

Ds. Wijnne hield die avond een intredepredikatie over Exodus 33:15: ‘Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons vanhier niet optrekken.’ Ruim 15 jaar mocht ds. Wijnne de gemeente van Kralingseveer dienen. Maar, de jaren gingen tellen. De gezondheid van ds. Wijnne ging achteruit. In 1968 nam hij afscheid van de gemeente in Kralingseveer en ging hij op 80-jarige leeftijd met emeritaat.

Kleindochter Aleid Raterink in Dronten heeft nog een opname van de afscheidspreek van haar grootvader. De preek ging over Handelingen 20:32: ‘En nu, broeders, ik beveel u Gode en het woord Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen en u een erfdeel te geven onder al de geheligden.’ Als de CD gaat draaien, klinkt langzaam en gedragen het eerste Psalmvers, 103 vers 5: ‘Hij zal Zijn volk niet eindeloos kastijden.’ Ds. Wijnne vangt zijn preek aan met: ‘We mogen voor de laatste maal bij elkander zijn, om Zijns lieven Woords uit te dragen, om met eenvoud de rechte zin van de waarheid te verkondigen, tot Zijn eer en ons tot heil. En dan willen we een klein beetje proberen om eerst de woorden in het verband te zien, om dan de woorden zelf te beluisteren, om daarna met een woordje van toepassing te eindigen.’

Kralingseveer ontbonden

Korte tijd na het vertrek van ds. Wijnne uit Kralingseveer werd zijn gemeente ontbonden, dat ge-beurde op 13 mei 1969. De meeste leden sloten zich aan bij de Oud Gereformeerde Gemeente te Kralingseveer (Buffelstraat) en die te Krimpen aan den IJssel. Enkelen gingen over naar de Gereformeerde Gemeente te Capelle aan den IJssel.

Ds. Wijnne verkocht zijn boerderij aan de Zuidwendigeweg aan zijn jongste zoon, Jan, en verhuisde zelf naar Elburg. Hij woonde nog enige tijd op het adres Vackenordestraat 32. Daar overleed hij op 1 december 1973.

Ds. A. Uitslag, voorganger van de Vrije Oud Gereformeerde Gemeente te Oldebroek leidde zijn begrafenis. Ds. Wijnne werd begraven in Kamperveen.

Ter nagedachtenis

De algemene begraafplaats van Kamperveen ligt achter het kerkgebouwtje van de Gereformeerde Kerk. Een smal paadje rechts van de kerk leidt het stille weiland in. Dan ligt daar achter de heg het vierkante begraafplaatsje van deze buurtschap. Hier begraaft Kamperveen zijn doden.

Het graf van het echtpaar Wijnne-Visch ligt ongeveer in het midden. Er ligt een vrij nieuwe steen op het graf. De in witte letters geschreven tekst luidt: ‘Ter nagedachtenis aan mijn innig geliefde man en onze zorgzame vader Eibert Wijnne, in leven leeraar der Vrij Oud Geref. Gemeenten; geb. 18-6-1888 overl. 1-12-1973 - 2 Timm. 4:7-8, en onze geliefde en zorgzame moeder Bartje Visch; geb. 3-11-1887 overl. 19-9-1975 - Gen. 17:7b’.


Op 30 april 1961 bevestigde ds. Wijnne lerend ouderling Albert Uitslag tot predikant van de Vrije Oud Gereformeerde Gemeente te Oldebroek. Hoe was ouderling Uitslag er toegekomen om predikant te worden? Later zei ds. Uitslag daar zelf over: ‘Toen zeiden de gemeenteleden en ook ds. Wijnne van Kamperveen: ‘We moeten een dominee hebben.’ Ik had toen nog niet in de gaten dat ze mij bedoelden, maar toen zei ds. Wijnne: ‘Ik bedoele joe.’ Waarop Uitslag zei: ‘ ’t Hef zo mutten wezen.’


Gebruikte bronnen

• P redikanten en oefenaars, biografisch woordenboek van de kleine kerkgeschiedenis (deel 2); over ds. Floor Kraaijeveld en ds. Eibert Wijnne; door J.M. Vermeulen; 1993, Houten.

• Voorgangers in de noodkerk, door H. Florijn en J.P. Neven; 1997, Kampen.

• E en weg in de woestijn, herinneringen Vrije Oud Gereformeerde Gemeente Oldebroek; door H. Vlieger; Oldebroek, 2012.

Gesprekken met kleinzoon G.J. Wijnne te Doornspijk en kleindochter L. Raterink-Wijnne te Dronten.

Dit artikel werd u aangeboden door: Oude Paden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2024

Oude Paden | 64 Pagina's

De bediening van Wienne

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2024

Oude Paden | 64 Pagina's