Kerst met Davas
Kerstverhaal
„Ik ben een vluchteling die hier zomaar is aangespoeld. Ik kan niet trouwen!”
Maartje steekt de draad door het oog van de borduurnaald. Ze hoort niet langer de twee mannenstemmen die vanuit de woonkeuken de kamer binnengolven. In haar gedachten beleeft ze weer die bijzondere morgen van drie jaar geleden: het moment waarop Davas radeloos voor haar stond.
Dezelfde Davas die nu opnieuw intens verdrietig bij haar man in de keuken zit.
Zijn donkere ogen hadden haar toentertijd wanhopig aangekeken. „De gemeente zegt: „Nee, geen huwelijk. Jij hebt geen geboortebewijs, jij hebt geen bewijs dat je bestaat.” Wat moet ik, Maartje? Ik ben niks, ik ben niemand!”
„Je weet wel beter.” Langzaam had ze haar hoofd geschud en met haar vinger omhoog gewezen. „Voor God ben je een kostbare parel.”
„Ja, dat weet ik wel, Maartje, maar...” Hij hief zijn handen in de lucht. „Wat schiet ik daarmee op? Mijn eerste vrouw stierf toen ik nog in Congo woonde. Ik zwierf van het ene naar het andere land totdat ik hier in Nederland kwam. Zonder vrouw. Alleen. Ik moest alleen in een huis wonen, alleen de taal leren. Nu heb ik eindelijk weer een lieve vrouw leren kennen en dan mag ik niet eens met haar trouwen!”
Gefrustreerd had Davas een moment zijn ogen gesloten. Toen hij ze weer opende, had ze de pijn er onverbloemd in kunnen lezen. „Wist ik maar net als Mylene dat ik hier kan blijven. Dan kunnen we trouwen. Maar er is nog steeds geen definitieve uitspraak!”
Peinzend had haar blik op hem gerust. Eigenlijk wist ze het antwoord op zijn vraag, maar kon ze dat wel zeggen? Ze was blij toen ze gestommel in de gang hoorde en haar man even later aan tafel schoof.
Fons had aan een paar woorden van Davas genoeg gehad. „Als jullie niet kunnen trouwen voor de burgerlijke stand, dan moeten jullie in de kerkelijke gemeente trouwen. Jullie kunnen niet blijven wachten totdat de overheid eindelijk een besluit neemt. Dat kan nog ik weet niet hoe lang duren. Ook al heb je dan geen officieel document, voor God heeft jullie huwelijksbelofte wel zeker waarde. Jullie sluiten immers een huwelijk voor Zijn aangezicht en in het bijzijn van vele getuigen?’
En zo was het gebeurd. Een paar weken later was Davas met zijn Mylene in de kerk getrouwd. Ze hadden geen officiële papieren, geen huwelijksboekje, maar wel een huwelijksbijbel. Het was een zonnige dag geweest met een prachtige dienst en vooral met een stralend bruidspaar.
Glimlachend steekt Maartje haar naald in het borduurwerk. Drie kruisjes naast elkaar, dan twee draadjes schuin omhoog en nog een kruisje.
Het is inmiddels al bijna drie jaar geleden dat Mylene en Davas getrouwd zijn. Iedere zondag komen ze hand in hand de kerkzaal binnen, nadat ze hun twee kleine jongetjes bij de oppas gebracht hebben. Nooit zullen ze vergeten om haar en Fons even vriendelijk toe te knikken terwijl ze een plekje in een van de zijrijen zoeken. Tijdens de preek kijkt ze soms naar hun aandachtig luisterende gezichten. Regelmatig verschijnt er een blijde lach op als er over het leven in Christus gesproken wordt.
Mylene en Davas, wat is het een fijn stel! Gisteren was het ook zo gezellig toen ze na de dienst op de koffie kwamen. En dat ondanks de pikzwarte wolk die boven dat jonge gezin zweeft. Maartjes naald blijft in de lucht hangen. Geen onweerswolk, maar een verschrikkelijke tornado hangt boven hun hoofden. Haar gezicht verkrampt. De mannenstemmen uit de woonkeuken lijken ineens harder te klinken. Straks zal Davas afscheid van hen nemen, maar wat nog veel erger is: morgenochtend zal hij voorgoed afscheid moeten nemen van Mylene en zijn twee jongetjes.
Maartje tuurt naar het patroon, maar ineens dwarrelen alle tekentjes door elkaar heen.
O God, hoe kunt U dit toelaten?! U weet dit toch? Hoe kunt U dit dan laten gebeuren?
Ze legt haar naald neer en wrijft langs haar ogen. Kon ze maar wat doen!
Maar alles wat gedaan kon worden, is al gedaan. Een lange lijst met handtekeningen is aan de burgemeester overhandigd en opgestuurd naar de IND. Diverse gesprekken met allerlei belangrijke personen hebben plaatsgevonden. Met een groep mensen uit de kerk hebben ze iedere week gebeden, nee, gesméékt tot God.
Het heeft allemaal niets uitgehaald. De definitieve uitspraak is gevallen. Morgen is het zo ver. Morgen moet Davas het land uit, terug naar Congo. Het bloed stijgt naar Maartjes hoofd. Rustig blijven! vermaant ze zichzelf. Ze haalt diep adem. Ze moet aan andere dingen denken. Aan de preek van eergisteren over het naderende kerstfeest. „Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven.” De Heere Jezus is naar de aarde gekomen, Hij is bij ons. Zijn kracht is nooit te klein om te helpen.
Maar hoe?! Er valt toch niets meer te helpen?
Nijdig gooit Maartje het borduurwerk van zich af en schuift haar stoel naar achteren. Kom, ze zal wat drinken voor de mannen inschenken. Ze kan zich niet langer in de kamer verschuilen.
Met één oogopslag registreert ze de rode ogen van zowel Davas als haar eigen man. Zonder wat te vragen maakt ze voor alle drie een beker thee. Voor haarzelf en Fons geen suiker. Davas krijgt drie scheppen met een kop erop. Zwijgend zet ze de mokken op de keukentafel neer en gaat bij hen zitten. „Ik ga zo naar huis” , zegt Davas. „De jongens zullen nu wel wakker zijn van hun middagslaapje.”
„Natuurlijk” , knikt Maartje.
Hij hoort thuis te zijn. Iedere minuut telt immers als ze straks voor altijd gescheiden verder moeten leven? „Zullen we nog bidden met elkaar?”
Fons buigt zijn hoofd. Hardop bidt hij om bescherming voor Davas, om troost voor het hele gezin, om uitredding. Maartje heft haar hoofd met een ruk omhoog. Ja, ze hoort het goed! Fons’ gebed gaat over in een smeekbede of Davas tóch in Nederland mag blijven.
Een zoute druppel valt op haar hand. Gelooft Fons nog steeds dat God een ommekeer kan brengen? Zelfs nu Davas morgenmiddag al door de vreemdelingenpolitie wordt opgehaald?
Nadat Fons „amen” heeft gezegd, zitten ze nog even zonder woorden bij elkaar. Dan staat Davas op. De beide mannen omarmen elkaar. Daarna kijkt Davas met een schuchtere blik naar Maartje.
„Heel veel dank voor alles. Voor jullie gastvrijheid. Voor onze vriendschap.” Zijn stem hapert. „Zorg alsjeblieft voor Mylene en de kinderen.” Zijn laatste woorden gaan in een snik verloren. Maartje krijgt amper geluid uit haar keel. „Mor... morgen komen ze hier eten. Op 24 december, kerstavond.” Als jij al in het vliegtuig zit en iedere minuut jou verder en verder weg zal voeren van je geliefden.
Bruusk keert Davas zich om en loopt naar de achterdeur. Even weifelt hij, dan draait hij zich om, slaat zijn armen om Maartje heen en legt zijn hoofd een moment tegen haar aan. Als hij weer loslaat, zoeken zijn bruine ogen de hare. Ondanks alles is er ineens een klein lachje om zijn lippen, terwijl hij voor de laatste keer zegt: „Doei doei.”
Een grauwe sluier hangt over de volgende dag. Met een somber gezicht dekt Maartje ’s avonds de tafel. Een bord voor Fons en een voor haarzelf. Op hun eigen plaats, tegenover elkaar. Op de kopse kant een bord voor hun dochter Lieke. Naast Fons een bord voor de kleine Daniël en naast haarzelf het bord voor Mylene. De baby heeft niets nodig.
En Davas ook niet, denkt Maartje wrang.
Voor de zoveelste maal kijkt ze naar de klok. Nu zal Davas wel in het vliegtuig zitten, op reis naar Congo. Vroeg in de middag werd hij door de vreemdelingenpolitie opgehaald. Het afscheid met zijn vrouw en kinderen heeft al uren geleden plaatsgevonden. Een laatste omhelzing, een laatste kus. Hoe moet ze zich dat voorstellen? Davas zal zijn kindjes nog eenmaal tegen zich aan hebben gedrukt, hij zal zijn armen nogmaals om Mylene heen hebben geslagen. Hoe is het mogelijk om je armen dan ooit weer los te kunnen maken? Om je van elkaar los te kunnen scheuren?
Fons heeft Mylene en de kinderen naar het vliegveld gereden. Waarschijnlijk zullen ze vanachter de ramen op
Schiphol naar het vliegtuig gestaard hebben in de hoop nog een glimp van Davas op te vangen. Ze zullen gewacht hebben totdat het is opgestegen, met de gedachte dat hun geliefde nog redelijk dichtbij was, terwijl iedere seconde hem een paar meter verder wegvoerde.
„Doei doei.”
Ineens spelen Davas’ laatste woorden opnieuw door Maartjes hoofd. Hoe vaak heeft hij dat niet gezegd? Ze opent de bestekla en staart naar de vorken en messen zonder ze op te pakken. „Doei doei.” Het resultaat van Liekes taallessen. Maartje kan een glimlach niet onderdrukken.
„Mam, dat is net wat voor mij!
Taalcoach!” had hun 18-jarige dochter enthousiast uitgeroepen. „Dat ga ik doen. Iedere week een uurtje Nederlands geven aan Mylene en Davas. Ter ondersteuning van hun lessen op school. Goed toch?”
„Geweldig meid, fijn dat jij dat wilt doen” , hadden Fons en zij gereageerd. Ze had het nog volgehouden ook. Elke maandagavond ging ze naar Davas en Mylene om Nederlands met hen te spreken. Als ze met koffietijd weer thuis was, demonstreerde ze haar ouders hoe ze het deed.
„Ik pak mijn kopje. Ik drink koffie. Nu jij, Mylene. Jij drinkt koffie. Jij eet een koekje. Niks aan. Als je het met bewegingen doet, kennen ze het zo.”
Opeens hadden Liekes ogen geglinsterd. „Keurig Nederlands leren ze bij mij, echt heel netjes, behalve...”
„Wat ”behalve” ?” had Maartje direct gevraagd.
„Nou ja, als afscheid heb ik hun geleerd dat ze ”doei doei” moeten zeggen.”
„Daar heb je het al! Straks zeggen ze dat ook op zondag tegen de oude mevrouw Hoornstra. ”Doei doei.” Dat kan toch niet?”
„Hm, dan is er tenminste wat te lachen. Ik heb ze nog wel ergere dingen geleerd.”
„Dat meen je niet! Wat dan?”
„O, niks bijzonders. Het is trouwens maar één dingetje.”
„Als je je maar gedraagt” , had Fons gezegd. „Een taalcoach moet Algemeen Beschaafd Nederlands aanleren.”
„Best hoor” , zei Lieke. Maar haar ogen hadden ondeugend geschitterd.
Met een ruk kijkt Maartje naar de klok. Als er geen file op de weg is, kunnen Fons en Mylene nu ieder moment terug zijn. Ze pakt de vorken en messen uit de la en legt ze bij de borden. Voor Daniël is een dessertlepel voldoende. Even roeren in de pan. Een stoofpotje met rundvlees, paprika en courgette. Davas’ lievelingskostje.
Een steek gaat door haar borst. Ze legt de pollepel op het schoteltje naast het gasfornuis en slaat haar armen om zich heen.
Heere, het doet bij mij al zo veel pijn om Davas nooit meer te zien. Wat moet dat niet bij Mylene zijn? Alsof ze een beetje doodgaat? Waarom doet U dit? U bent toch almachtig?!
Nee, zo moet ze niet denken. Maartje schudt haar hoofd. Fons zou zeggen: „Klaar, Maartje! Blijf niet in een kringetje denken. Doe dat ene wat je nog altijd kunt doen!”
Haar vingers vlechten zich in elkaar. Eergisteren klonk het in de preek: „De Heere heeft ons alles gegeven. „Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven.” Als Hij het allerkostbaarste van Zichzelf, namelijk Zijn Zoon, aan ons heeft gegeven, zal Hij ons dan ook niet alles geven? Broeders en zusters, laten we blijven bidden voor Davas en Mylene. Dat de Heere zal voorzien in wat zij nodig hebben.”
Ja, bidden moet ze! Met al haar broeders en zusters een gebedsketen vormen. Bidden dat God een ommekeer zal brengen. Ook al ziet zijzelf het niet zitten, God kan Davas nog altijd bij zijn vrouw en kinderen terugbrengen. Zijn gedachten zijn hoger dan de hare.
Maartje roert in de pan, proeft van de stoofpot, vult de dessertschaaltjes met pudding en ruimt de vuile spullen alvast op. Tussen alles door bidt ze vurig.
Heere, wees met Davas in het vliegtuig en troost Mylene. En wilt U alstublieft uitkomst geven? Ik weet niet hoe het verder moet, maar Uw gedachten gaan veel verder dan de mijne. Dank U wel dat Uw liefde zo groot is dat U als een Kind naar de aarde kwam en dat U Uw leven aan ons gaf. Al begrijp ik er niets van, ik wil vertrouwen op dit teken van Uw liefde.
Ze hadden allang terug moeten zijn.
Maartje heeft de gaspit al een poos geleden uitgezet. Ze loopt van de keuken naar de woonkamer, leest voor de zoveelste keer Fons’ laatste berichtje op haar telefoon.
„Zijn door omstandigheden later.
Maak je geen zorgen! Gods hand werkt!’
Wat is dit nu weer? Natuurlijk maakt ze zich wel zorgen. En waarom schrijft hij dat laatste? Zij weet toch ook wel dat Gods hand werkt. Ongedurig leest ze een stukje uit de krant, smijt hem even later weer van zich af.
Als het riedeltje van haar mobiel klinkt, weet ze niet hoe gauw ze hem op moet pakken.
Het is een berichtje van Mylene. „Zijn er over tien minuten.”
Dat Mylene in deze situatie nog een appje kan sturen... Maartje zet de pan opnieuw op het vuur. Voorzichtig roert ze met haar pollepel over de bodem.
Eindelijk hoort ze de sleutel in de voordeur. Tegelijkertijd dendert Lieke de trap af. „Mam, daar is papa. Met Mylene.”
Maartje knikt. Met kramp in haar buik loopt ze de gang in. De deur zwaait open. Fons stapt naar binnen.
Vreemd. Hij kust haar, maar zijn gezicht staat niet zoals ze verwacht. Wat leest ze erop? Vrede? Opluchting?
Maartjes blik glijdt naar Mylene, naar de baby in haar armen, naar Daniël, die half achter haar staat met zijn handje in de hand van...
Wat?! „Davas!”
Ze stuift naar voren, duwt Mylene half opzij, pakt Davas bij beide armen. „Davas! Hoe? Wat?!”
Hij lacht van oor tot oor. „Ik mocht niet mee. Daarom ben ik hier weer.
Bij Mylene, bij de kinderen.” Zijn ene hand legt in om Mylenes nek, zijn andere op de schouder van Maartje. „Ik snap er niks van, hoe kan dat? Waarom? Je bent er! Wat geweldig! ” „Zet er maar snel een bord bij” , zegt Fons. „Laten we danken en bidden op deze kerstavond!”
Met blijde gezichten zitten Mylene en Davas aan tafel, terwijl Fons met gebed begint. Maartjes blik glijdt van de een naar de ander voordat ze haar ogen dichtdoet. Het is allemaal zo ongelooflijk. Na het ” amen” weet ze niet hoe snel ze „eet smakelijk” moet zeggen. „Eet smakelijk” , zeggen ook Fons en Mylene.
Maar Davas’ ogen glanzen. Ineens kijkt hij met een geheimzinnige blik naar Lieke. „Sorry, maar mijn taalcoach heeft me wat anders geleerd dan ”eet smakelijk” .”
„Hm?” Maartje kijkt verbaasd van de een naar de ander. Wat is dit nu weer? Ze popelt om hun verhaal te horen.
Lieke grijnst van oor tot oor. Precies tegelijk met Davas roept ze: „Val aan! ” „Nou ja, Lieke!” Maartje schudt afkeurend haar hoofd. Wanneer hoort ze nu hoe het komt dat Davas teruggekomen is?
Eindelijk begint Fons te vertellen. „Het schijnt dat de piloot vóór iedere vlucht de passagierslijst in moet zien en moet tekenen voor elke passagier die hij meeneemt. Toen Davas in het vliegtuig kwam, heeft hij heel hard... ”
„Geroepen en gehuild!” vult Davas aan met vochtige ogen. „Ik riep: „Ik hoor in Nederland! Ik moet bij mijn vrouw blijven en bij mijn twee kinderen!” ”
Hij legt zijn hand op die van Mylene. „Ik had zo veel tranen, ik was zo verdrietig. Steeds weer riep ik: „Ik kan niet weg! Mijn gezin is hier!” ”
Davas’ stem schiet uit in een onbeheerste snik. Zijn mond en zijn ogen glimlachen, terwijl tegelijkertijd de tranen over zijn wangen glijden.
Fons neemt het van hem over. „De piloot hoorde hem roepen en vroeg wat er aan de hand was. Toen weigerde hij om zijn handtekening te zetten. „Deze man moet naar zijn vrouw en kinderen!” Omdat de piloot geen toestemming gaf, mocht Davas niet mee en werd hij door de vreemdelingenpolitie teruggebracht. Hij appte ons toen we nog op Schiphol stonden. We zijn snel naar hun huis gereden en hebben hem daar opgewacht. Het was geweldig om hem weer terug te zien. God heeft onze gebeden verhoord!”
Maartje kijkt de kring rond. Blauwe ogen, bruine ogen, maar in alle ogen glanst de blijdschap. Davas mag blijven. Voor hoelang? Dat weet niemand. Maar tot hiertoe heeft de Heere geholpen.
Aan het eind van de maaltijd leest Fons uit de Bijbel en dankt voor de komst van de Heere Jezus naar deze aarde. Zijn gebed vloeit over van dankbaarheid.
Als hij ”amen” heeft gezegd, kijken ze elkaar met vochtige ogen aan.
„Nu kunnen we met elkaar in alle blijheid het kerstfeest vieren” , zegt Fons. „Want een Kind is geboren, een Zoon is gegeven.”
Maartje knikt. Ze voelt haar hart openbarsten van vreugde.
Maar Davas schudt zijn hoofd. „Er staat nog veel meer in die Bijbeltekst, Fons. Je vergeet een belangrijk woordje. Het was voor ons.” Zijn ogen stralen. Juichend roept hij uit: „Want een Kind is ons geboren en een Zoon is ons gegeven!” •
DIT VERHAAL IS WAARGEBEURD. DAVAS (IN WERKELIJKHEID HEEFT HIJ EEN ANDERE NAAM) IS ZELFS NIET ÉÉN KEER, MAAR TWEE KEER OP HET VLIEGTUIG NAAR CONGO GEZET. DIE TWEEDE KEER WAS ER EEN ANDERE GEZAGVOERDER, MAAR OOK DEZE PILOOT WILDE NIET TEKENEN VOOR DAVAS' VLUCHT NAAR CONGO. INMIDDELS HEEFT DAVAS DE NEDERLANDSE STA TUS VERKREGEN EN WOONT HIJ AL JARENLANG SAMEN MET ZIJN VROUW EN VIER KINDEREN IN NEDERLAND. AUTEUR JANNIE DEN BESTEN ONTMOETEN? KOM NAAR DE TERDEGE LADIES' NIGHT, ZIE PAG. 60.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 december 2019
Terdege | 212 Pagina's