Paul-Jan
Belevenissen van een ambulanceverpleegkundige
Als je door de meldkamer voor een rit wordt opgepiept, volgt er meer informatie. Je moet uiteraard weten waar je naartoe gaat, maar ook waarvoor. Deze informatie komt vaak bij ons binnen wanneer we al onderweg zijn naar het opgegeven adres.
Dit betekent een tijdwinst van soms enkele minuten, wat in levensbedreigende situaties natuurlijk van groot belang kan zijn.
De informatie vanuit de meldkamer is ook voor ons als ambulancemedewerkers uiteraard erg belangrijk. Zo weet je van tevoren grotendeels wat er aan de hand is en kun je alvast een ”plan van aanpak” bespreken. Toch moet je daar niet blind op varen, zo blijkt nu en dan.
Momenteel zijn we volgens de melding onderweg naar een patiënt met een hypoglycemie. Dit betekent dat de bloedsuikerspiegel dusdanig laag is dat iemand hierdoor allerlei klachten krijgt en uiteindelijk zelfs het bewustzijn kan verliezen. Persoonlijk vind ik dit mooie ritten, omdat je de patiënt thuis écht kunt helpen. De patiënt knapt na de behandeling zozeer op dat vervoer naar het ziekenhuis niet noodzakelijk is.
We komen aan bij het woonadres. Achter een oudere vrouw aan lopen we richting de keuken. „Mijn man is al jaren suikerpatiënt”, vertelt ze, „en we wilden zojuist gaan eten, maar vermoedelijk net te laat. Hij had de insuline al toegediend, maar ging daarna nog een klusje doen.”
Inmiddels staan we in de keuken, waar op de vloer een oudere man ligt. Hij reageert niet op aanspreken, is onrustig en ziet er zweterig uit.
Het is een typisch beeld van iemand met een te lage bloedsuikerspiegel. Voordat mijn collega en ik hem de glucose toedienen, controleren we wat het glucosegehalte is. Dit blijkt inderdaad te laag.
Snel geven hem een intraveneuze venlon, dat is een naaldje rechtstreeks in een bloedvat, om op deze manier de glucose via een infuus te kunnen toedienen. Normaal gesproken werkt dit heel snel. Na een paar minuten begint onze patiënt inderdaad meer te reageren; verdwaasd kijkt hij om zich heen. We vertellen hem wat er aan de hand is, maar dat lijkt niet tot hem door te dringen. Ondertussen merk ik dat de man af en toe naar zijn hoofd grijpt.
Bij verder onderzoek ontdekken we een forse bult op het achterhoofd. Door de lage bloedsuiker is hij niet alleen onwel geworden, maar vermoedelijk ook op zijn achterhoofd gevallen. Dit is dus de reden waarom hij ondanks de glucosetoediening niet opknapt.
Helaas moet deze patiënt wél mee voor verder onderzoek.
Paul-Jan Dekker verzorgt op deze plek een wisselcolumn. Volgende keer politieagent Johan Dubbeldam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 mei 2021
Terdege | 108 Pagina's