Een rebel gevangen
Al enige weken preek ik op zondagavonden over het eerste hoofdstuk van de Dordtse Leerregels, waarin de leer van de verkiezing wordt uiteengezet. In de serie lessen voor belijdeniscatechisanten heb ik daarover eens het volgende geschreven:
Een goede Koning heeft een hoveling, die –zonder enige goede reden– in opstand komt en zelfs de kroonprins probeert te doden. De Koning stuurt zijn leger uit om de opstandeling en zijn volgelingen te verslaan. Voordat het tot een treffen komt, biedt de Koning echter een algemeen pardon aan, onder voorwaarde dat zij de wapens neerleggen en hun loyaliteit aan de Koning betuigen. Niemand van hen zal dan worden gestraft en allen zullen ze delen in al de gunsten en gaven van de Koning.
Was de Koning aan deze opstandelingen verplicht een algemeen pardon aan te bieden?
Niemand van de rebellen gaat op deze voorwaarde in, maar allen zijn van plan zich tot het uiterste te verzetten. Voordat het leger de rebellen aanvalt, laat de Koning een geheim plan uitvoeren. Hij heeft de voormalige hoveling, die nu zo’n verbitterde opstandeling is en zelfs de zoon van de Koning probeerde te doden, tóch lief. Hij wil hem redden van de ondergang. Daarom stuurt hij een geheime expeditie eropuit om deze rebellenleider gevangen te nemen. Het plan lukt. De aanvoerder wordt ontvoerd en bij de Koning gebracht. Die spreekt hem indringend toe en weet hem voor zich te winnen. De opstandeling buigt, belijdt zijn schuld en strafwaardigheid, en ontvangt –hoe slecht en gemeen hij ook was– een volkomen pardon.
Was de Koning aan deze opstandelingen, die allemaal het genadig-aangeboden algemene pardon hadden afgewezen,verplichtom naast die ene (de aanvoerder), nog anderen te ontvoeren en voor zich te winnen? Nee toch?
Ondertussen is in het vijandelijke kamp bekend geworden dat de aanvoerder in het diepste geheim is ontvoerd en bij de Koning is gebracht. Wie van de rebellen wenst dat ook? Niemand. Wie van hen is jaloers op de ontvoerde aanvoerder? Niet een.
De Koning stuurt de voormalige opstandeling en nu in gunst herstelde hoveling naar het rebelse leger. Met de witte vlag van een algemeen pardon komt de voormalige rebellenleider bij zijn voormalige vrienden en biedt hun namens de Koning –voor de laatste maal– het ernstig-gemeende aanbod van verzoening aan. Zij willen geen van allen, maar zijn vreselijk kwaad op de voormalige leider. Al is hij gezant en al geniet hij tijdens de onderhandelingen onschendbaarheid, toch ondernemen ze een poging om hem te doden.
De voormalige opstandeling en nu in gunst herstelde vertrouweling komt onverrichter zake bij de Koning terug. Dan wordt het sein tot de aanval gegeven. De strijd is in korte tijd beslist: de rebellen worden verslagen.
Wat is de toepassing?
Toen Saulus van Tarsen eropuit trok om de volgelingen van Jezus gevangen te nemen (Hand. 9), nam Jezus hem gevangen. En al was hij nog zo’n opstandeling tegen zijn Koning, toch sprak deze goede Koning woorden van eeuwig leven tot zijn ziel en won Hij hem in voor de eens door hem zo verachte Nazarener.
Deo volente in het volgende nummer het vervolg.
Ds. W. Pieters, Elspeet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 december 2024
Terdege | 244 Pagina's