Ingezonden stukken
N.a.v. het artikel over de Flakkeese Jeugd waarin vi^e onze visie stelden tegenover die van ds. van Hoogstraten lieeft het lezersbestand ongekend heftig en veelvuldig gereageerd. Wij ontvingen zowel instemmende als afkeurende reacties en het lijkt ons, gezien die gevarieerdheid, beter ons van commentaar te onthouden, waarom we met de opname van de schrijvers volstaan.
Mijnheer de redacteur,
Mag ik in uw veelgelezen blad even reageren op het stukje over de „Flakkeese jeugd?"
Ik zal heel kort zijn en raad hierbij de volgelingen van ds. Hoogstraten aan voortaan hun aardappels met hun handen fijn te knijpen in plaats van met mes en vork te eten want hun ouders hebben dit hun beslist verkeerd voorgehouden.
Laat de kinderen gewoon op het behang met allerlei rommel knoeien, ook o.a. jutezakken op hun bed leggen in plaats van lakens, hun ouders hebben het beslist mis hoor, als dit bij hun thuis alles nog zo gebeurd.
Nog vele voorbeelden zou ik hieraan toe kunnen voegen, maar genoeg.
Een persoonlijk woord aan Ds. Hoogstraten, Als u gelukkig bent getrouwd, (ik ken u niet, want ik woon niet op Flakkee) dan zie je ook je kinderen graag gelukkig getrouwd. Hiermee wil ik zeggen, als je de vrede kent van de echte Christenen, dan probeer je die ook voor je kinderen te zoeken. Niet wij lopen achter maar vóór u hebben al velen geprobeerd Gods Woord belachelijk te maken (rationalisme) enz.
Hopenlijk kent u het hele gedicht van da Costa, anders is de redactie wel bereid denkt ik om dit in zijn geheel te plaatsen.
U mijnheer de redacteur dankend voor de plaatsing van dit stukje.
Een Moeder.
Aan de schrijver van het artikel „De Flakkeese jeugd", Eilanden-nieuws 6 november 1970.
Sterk uitgedrukt zal mijn reaktie hier op neerkomen: dat de adviezen die U aan „ouders" geeft voor uw rekening komen en niet voor rekening van ds. van Hoogstraten, omdat uw stuk nauwelijks iets heeft uit te staan met zijn artikel. Ik zal proberen dit duidelijk te maken.1
Uit het artikel van ds. v. H. spreekt bezorgdheid. Hij signaleert bepaalde dingen die hem met zorg vervullen. Bijvoorbeeld: hij ziet dat een al te dwangmatig en dogmatisch aangeleerd geloof als reaktie kan hebben een zich volledig losmaken van alles wat met kerk te maken heeft — en pleit daarom voor een wat vrijere, meer verdraagzame en oecumenische opvoeding. Er spreekt tegelijkertijd hoop uit —
Er spreekt tegelijkertijd hoop uit — hoop die vooral gevestigd is op de „derde" groep.
Wat die groepenindeling betreft: de „eerste" groep (Hervormde en Gereformeerde kerkelijke jeugd) krijgt bij ds. V. H. relatief weinig aandacht omdat hij daar weinig van weet. Deze groep wordt door U „een andere jeugd" met „een geheel ander uitgangspunt" genoemd. Deze groep zou zich volgens U „in z'n hemd gezet" moeten voelen. Ik begrijp niet aan welke mensen U hierbij denkt. Persoonlijk voel ik me 't meeste thuis in groep drie (streven naar eerlijkheid, verdraagzaamheid, kritisch en indusief denken etc.) — én ik bezoek trouw (en met enthousiasme!) kerkdiensten, discussieavonden e.d. Dat kan dus blijkbaar samengaaoi Beschouw ik nu uw artikel als geheel,
Beschouw ik nu uw artikel als geheel, dan moet ik constateren:
— dat U zinnen uit hun verband rukt en ze zó samenvoegt dat de oorspronkelijke bedoeling niet meer te herkennen valt.
— dat U sommige uitspraken volkomen negeert (b.v. over 't afwerpen van de verantwoordelijkheid door de ouders) — dat de stijl en vooral de toon van uw artikel volmaakt anders is dan van 't artikel van ds. v. H. Uitdrukkingen als „Een schop ertegen" en „Ouders pas toch op" zou hij nooit gebruiken. De enige zin die hij zelf geschreven zou kunnen hebben, is uw eerste advies aan de „ouders". — dat U eigenlijk geen één uitspraalï van ds. v. H. serieus in overweging neemt, zodat een discussie met U bij voorbaat zinloos is.
Er is dus géén sprake van een samenvatting van de woorden van ds. van Hoogstraten. Door bovengenoemde punten moet uw artikel m.i. overgekomen zijn als een aanval op de persoon en 't werk (en dat is één) van ds. van Hoogstratenj
Maar: het respekt voor en het vertrouwen in de oudere generatie (wat u toch van iedere jongere verwacht) geeft mij de moed om te geloven dat dat de bedoeling van uw stuk niet was. Graag zou ik van u vernemen wat die
Graag zou ik van u vernemen wat die bedoeling dan wél was.
Met dank voor plaatsing en in afwachting van uw reaktie,
Hoogachtend, Hennie Stemerding
Hobbemastraat 16, Middelhamis.
N.a.v. de artikelen over de Flakkeese Jeugd, verschenen in Ons Eiland en in het Eilanden Nieuws, wil ik iets opmerken.
Bij vergelijking van beide artikelen viel het mij op, dat de schrijver in het Eilanden-nieuws de woorden en eerlijke meningen van Ds. v. Hoogstraten op een ongepaste en onverdraagzame wijze verdraait. Hierdoor zou menig lezer van dit blad de indruk krijgen, dat deze predikant een oproer kraaier is. Ik dacht dat dergelijke gemene prak
Ik dacht dat dergelijke gemene praktijken slechts voorkwamen in communistische en dictatoriale landen, zoals Griekenland, waar de regiems ook niet kunnen verdragen, dat gegronde kritiek wordt geleverd.
Enkele voorbeelden:
Ds. V. Hoogstraten zal nooit zeggen: U moet uw kinderen wat meer aansporen tot oecumenische activiteiten of U moet dit of U moet dat". Hij probeert de mensen juist zover te brengen, dat ze zelf gaan denken over alles wat de bijbel zegt, zelf hun keuze te laten maken en verantwoording te dragen, verdraagzamer tevenover elkaar te zijn en niet uit sleur naar de kerk te gaan. Ook propageert Ds. v. Hoogstraten het voetballen op zondag niet en zet de mensen niet aan tot voorechtelijke sexuele omgang, maar hij zal die mensen ook niet veroordelen of afstoten.
Ik zou zo nog door kunnen gaan, daar het gehele artikel in het Eilandennieuw^s een grove verdraaiing is van de woorden van bovengenoemde predikant.
Toch schijnt de schrijver ook wel eens naar de beeldbuis te lüjken want hij weet zelfs dat er een „Rood boekje" in de wereld is.
Ik vraag me af of er nog veel jongeren achter de onbekende) schrijver van het Eilanden-nieuws staan? Jeugd van Flakkee, als je je in je
Jeugd van Flakkee, als je je in je hemd gezet voelt door het artikel van Ds. V. Hoogstraten, maak dan gebruik van het recht van vrije meningsuiting en schrijf je eigen mening in de krant. Laat dit niet door ouderen doen maar durf je eigen gezicht te laten zien.
Het Eilanden-nieuws eindigt met: „Wat afvalt van de hoge God moet vallen".
Ik zou willen eindigen met de wens: „Hadden wij maar de wapenspreuk van Zeeland in de Zuidhollandse vlag, n.!. IK WORSTEL EN KOM BOVEN!
G. J. L. Meijs,
Middelharnis.
Zeer geachte redactie,
Hoewel het niet mijn gewoonte is, te reageren op stukjes die in uw zeer gewaardeerde blad verschijnen, kon ik na het lezen van het artikel De Flakkeese jeugd, in uw blad van vrijdag 6 november niet langer zwijgen. Temeer daar ik, al woon ik niet meer op Flakkee, toch nog met hart en ziel Flakkee ben toegedaan. Ik hoop dat u mijn reactie zult wil
Ik hoop dat u mijn reactie zult willen plaatsen.i Als ik het bewuste artikel lees, komt
Als ik het bewuste artikel lees, komt bij mij onwillekeurig de gedachte op, waar ds. Hoogstraten de moed vandaan haalt om zo generaliserend te schrijven over de Flakkeese jeugd. Zeker, wil ik niet ontkennen dat er in de Flakkeese i kerkelijke samenleving min of meer „bevroren" structuren aanwezig zijn.
Daar zou genoeg over te zeggen zijn, maar ik heb daar geen behoefte aan, er is al verdeeldheid genoeg.
Dat een man als ds. Hoogstraten de jeugd van Flakkee op een andere manier het Evangelie wil brengen, dan ze tot nu toe gewend was. kan ik begrijpen. Maar laat hij dit dan wel doen met inachtneming van de door hem belangrijk gevonden verdraagzaamheid en liefde tot de naaste en na een gedegen studie gemaakt te hebben, hoe de Flakkeesse jeugd en samenleving nu werkelijk is.
Ik meen dat daar bij hem wel iets aan schort. Dat er aan oecumenische aktiviteiten gedaan moet worden is zeker aanbevelenswaardig, hoewel ik graag had gezien dat hij op dit terrein wat duidelijker was geweest. Allemaal gezellig bij elkaar, is voor mij nog geen oecumene.
Of het één en ander moet gebeuren door reactionair op te treden tegen ouders, burgerlijke en kerkelijke activiteiten is een punt, dat ds. Hoogstraten in zijn drift heeft geschreven. Dat kon toch niet waar zijn! Als christen weet hij immers dat men met liefde tot de naaste en verdraagzaamheid en „laat uw vriendelijliheid alle mensen bekend zijn'' veel verder komt. Immers als wij Christus, en Die staat toch ook bij ds. Hoogstraten centraal, niet helemaal overboord willen gooien, zullen wij bovengenoemde dingen slechts als zwaartepunt moeten nemen.
Het gehele artikel, ademt voor mij, een geest van de populaire dominee, die eens laat zien wat een predikant vandaag de dag allemaal kan zeggen. Nu, dat is voor zijn verantwoording^
Maar dan moet men het niet hierop neerkomen, dat wanneer ik ouders gehoorzaam, trouw de kerkdiensten bezoek en voor mijn part een beetje ben „besmet" met allerlei Flakkeese opinies, die in de ogen van de mensen van de „overkant", bekrompen en kleinzielig zijn, ik onbetrouwbaar zou kunnen zijn of worden. Want dan voel ik mij toch even persoonlijk in mijn hemd gezet. Want ook ik ben opgegroeid op Flakkee, heb daar mijn opvoeding, thuis, op school, in de kerk enz. Christus leren kennen. In die bekrompen wereld van Flakkee, zoals dit wellicht door ds. Hoogstraten gezien wordt. Me dimkt, dat is toch geen kleinigheid! Dit kan dus toch ook op Flalïkee!
Als ds. Hoogstraten de bedoeling heeft met zijn werkwijze de jeugd van Flakkee nader tot het bevrijdende geloof in Christus te brengen is dat in hem te prijzen. Alleen ben ik erg bang, dat hij op deze manier de chaos eerder groter dan kleiner maakt. Daarom was het wellicht beter, dat ds. Hoogstraten, die ik als mens overigens een warm hart toedraag, zich matigde in zijn uitspraken, niet zo generaliseerde en wat meer liefde en verdraagzaamheid opbracht voor aUe mensen van Flakkee.
Wij moeten toch immers oecumenisch zijn.
Met hartelijke dank voor de plaatsing,
David Stolk, Theol. Student Muntplein 2 - Kampen.
H.H. redactie, Met belangstelling die spoedig overging in verwondering om plaats te maken voor verbazing en tenslotte te eindigen in ontzetting heb ik'het artikel van V. Hoogstraten in „de driehoek" en uw commentaar in E.N. van deze week gelezen. Hier hoort te spreken een predikant???
Het enige waar ik blij mee ben is dat hij het stuk niet heeft ondertekend met ds. of v.d.m. d.i. verbi divini minister (bedienaar van het Goddelijk Woord) want in het hele stuk komt geen enkel geluid voor, wat lij let op wat we lezen in Gods Woord. Deze H. D. v. Hoogstraten kan ik dan ook onmogelijk als v.d.m. zien, hooguit als iemand die in de Bijbel beschreven wordt in 2 Tim. 3. Graag wil ik dan ook aan de hand van
Graag wil ik dan ook aan de hand van Gods Woord aantonen dat deze man niets anders is dan een dwaallicht, die zijn heil zoekt in de wijsheid der wereld.
Daartoe lijkt het me nuttig zijn stuk even door te nemen en enkele (alle zou te veel ruimte vragen) punten er uit lichten.i Hij kan de zaken wat objectiever be
Hij kan de zaken wat objectiever bekijken dan een eilandbewoner omdat hij „overkanter" is. Waarop hij dat baseert is me een raadsel, maar ook ik ben een „overkanter" en ook veel onder de jeugd dus dat is dan net zo „objectief"!
Als 1ste aspect de hem weinig bekende Hervormde (bepaalde) Gereformeerde jeugd. Deze zijn zo bar weinig oecumenisch aktief dat daar weinig mee te beginnen is. Ik lees hier: Deze houden nog zo vast aan de Bijbel, kerk en catechese, dat je ze niet naar het „zoldertje" krijgt, ze kunnen, niet dansen, willen niet tegen gevestigde orde schoppen, willen geen drugs gebruiken, doen niet mee aan sex-uitspattingen, iDeginnen niet histerisch te krijsen op bepaalde moeilijk uitgestote keelgeluiden van wat men „zangers" noemt, kortom aan deze jeugd heb je niks want ze eerbiedigen Gods Woord, hun ouders en de overheid. Jammer voor v. Hoogstraten dat er (gelukkig) nog genoeg van deze jeugd is.
Beter kan hij het al vinden met de 2e groep die kerkelijk opgevoed er zich van wenst te distantiëren. Ze zijn wel in „grote mate onbetrouwbaar" hoe pijnlijk hij dat ook vind. Die „pijn" komt dan blijkbaar voort uit het feit dat deze jeugd een kerkelijke opvoeding heeft gehad en niet in alles met v. Hoogstraten meegaat omdat het geweten op vele punten hen dan aanklaagt. Ja en dat is dan weer de schuld van de opvoeding der ouders!!
Ze zijn op „verstikkende" wijze opgevoed. Dwang voor kerk, catechisatie zelfs om te geloven.
Dat God ons in Zijn Woord leert, de kinderen Zijn geboden te leren (Deut. 4 : 9) is volgens v. Hoogstraten volkomen in strijd met het vrijheidsstreven. Ik citeer hem nu: „Het vrijheidsstreven brengt met zich mee een poging zich van alle dwangbuizen te bevrijden, inclusief geloof!"
Dat weten we dan ook weer. Geloven is in een „dwangbuis" zitten volgens v. Hoogstraten. Hijzelf zit niet in een dwangbuis (volgens zijn schrijven) dus conclusie: hij is een ongelovige maar dat wisten we al!!
Dat het levende geloof in Jezus Christus de mens pas echt geluklüg en vrij maakt schijnt v. Hoogstraten niet te weten of te kennen. Nee want als je de kinderen opvoed
Nee want als je de kinderen opvoed vanuit de Bijbel compleet met de Heidelbergse Catechismus (bij hem alleen H.C.) dan worden het nihilisten die niet meer „vrij" en onbevooroordeeld de „ander" kunnen bezien. Zo moet u ze niet opvoeden want dan brengen ze geloof in verband met ge- en verboden, die toch allang overwonnen zijn??!!
U moet ze beslist niet het Bijbels geloof bijbrengen want dan is voetbal op zondag zonde en voorechtelijk geslachtsverkeer ook en dan krijgen ze een afkeer van geloof en Bijbel omdat deze dingen dan niet mogen. Dit alles zegt een „herder en leraar" van een gemeente! Dit zijn woorden van iemand die volgens de kerkorde der N.H. Kerk ook heeft geantwoord op de volgende vraag: Belooft gij in geheel uw ambtelijk werk Christus Jezus te verkondigen naar uitwijzen van het Heilig Evangelie, daarmede blijvende in de weg van het belijden der Kerk? (ord. 7 - art. 18 - lid 3).
In heel zijn schrijven kan ik nog steeds niets ontdekken wat maar enigszins op het bovenstaande lijkt! Integendeel. Hij gaat precies de andere kant op. Tegen Gods Woord in, tegen het belijden in.
Volgens v. Hoogstraten hebben de jongeren die vrije sex bedrijven, op zondag voetballen, gaan dansen en drinken, hem gezelschap houden op „het zoldertje" enzj geen afkeer van de woorden van Jezus, maar van hun opvoeding.
Zou V. Hoogstraten mij nu s.v.p. eens woorden van Jezus kunnen en willen aanwijzen in de Bijbel die deze dingen als evangelist geloven leren?
Dat mag ik toch van een „ds." wel verwachten? Maar gelukkig is er nog hoop voor de toekomst! De hoop is op hen die een „voortgezette opleiding" hebben (al de anderen zijn hopeloos), die naar de overkant zijn gegaan (daar is een nieuwe wereld) die naar de beeldbuis kijken (wel naar alles kijken hoor). Deze moeten zoveel invloed gaan uit
Deze moeten zoveel invloed gaan uitoefenen dat men niet meer schrikt voor samenwerking met Rome. Dat men vrijuit gaat vertellen hoe ver men in sexueel opzicht wel gaat (want dat doe je toch wel? anders ben je „hopeloos ouderwets").
Zij moeten bekendheid gaan geven aan verdraagzaamheid. Eerlijkheid, oecumene, cultuur en po
Eerlijkheid, oecumene, cultuur en politiek (geen chr. partij want dat is niet „in".)
Het is de schuld van de bestaande Flakkeese kerkgenootschappen dat er „buitenkerkelijken" zijn.
Zij hebben jarenlang „kerk" en „wereld" streng gescheiden, ja tegenover elkaar gesteld.
Wat zegt de Bijbel ook al weer over deze gescheidenheid? leest u het zelf maar na: Luk. 12 : 22-34; Joh. 15 : 19; 17 : 14; 18 : 36; Rom,, 12 : 2; 1 Cor. 2 : 12 en 19. Er zijn nog veel meer plaatsen in de
Er zijn nog veel meer plaatsen in de Bijbel te noemen waar scheiding gemaakt wordt tussen het koninkrijk van God en de wereld.
Blijkbaar heeft v. Hoogstraten dit er ook al uitgescheurd zoals zoveel dingen. Ik krijg de indruk dat hij alleen de kaft nog over heeft en dat hij die bewaart om zo de naam Bijbel te kunnen onthouden. Wat moet ik nog meer zeggen? Moet ik nog zeggen dat v. Hoogstraten de jeugd van Flakkee (zowel kerkelijk als niet kerkelijk) weinig aktief vind omdat ze (nog) niet meedoen met de tendens van opstand tegen misstand.
Die misstand is dan gezagseerbiediging! Er is toch op Flakkee reden genoeg om te protesteren (maak maar borden V. Hoogstraten loopt wel voorop) want het is de vraag of het gezag de eerbiediging wel waard is!
Want ook het onderscheid in rangen en standen maakt dat het „inclusieve" denken (graag nadere verklaring) wat volgens hen positief-evangelisch is, daardoor duidelijk wordt tegengehouden. Hoe „positief-evangelisch inclusief denken" is, hoop ik toch nog eens vanuit de Bijbel te horen verklaren. Nu is het me nog allemaal wat duister. Moet ik nogmaals op dit alles Gods
Moet ik nogmaals op dit alles Gods Woord laten horen, wat toch een heel ander geluid heeft? Mag ik besluiten met enkele woorden uit een preek van een predikant op Flakkee die wel de titel van verbi divini minister d.i. dienaar van Gods Woord mag dragen? Hij zei: De wereld schreeuwt om bewijzen. Nog groter als de bek van het Nijlpaard, waar de kinderen in de diergaarde steeds voor terugschrikken, is de muil van de wereld wanneer ze schreeuwt om bewijzen aangaande de opstanding en het evangelie van Jezus Christus.
Steeds heeft de wereld de waarheid tot leugen gemaakt. Dat deed ze al toen Christus uit het graf was opgestaan.i De wachters werden omgekocht en moesten vertellen dat Hij was gestolen. Nooit zullen de bewijzen voor de wereld genoeg zijn want ze zullen ze voor een leugen verklaren. Wat we kunnen en moeten doen is „Getuigen".
Getuigen van het heil in Christus, voor zondaren. Deze woorden zijn misschien niet helemaal letterlijke weergave, maar de strekking is wel duidelijk. Mag ik dan tot slot mijn conclusie over V. Hoogstraten formuleren?
Nee, laat ik dat maar niet doen. Oordeelt u zelf maar. Laat ik besluiten met deze conclusie.
Aangezien deze H. D. v. Hoogstraten zowel in zijn leven als in zijn woorden en schrijven wegens één enkel Bijbels geluid over Jezus Christus laat zien of horen, zodat hij volkomen in strijd is met Gods Woord, ja zelfs met onze toch echt wel „ruime" kerkorde, vraag ik me af, wat zou Jezus zelf met deze woorden bedoelen in Matth. 24 : 24 en 25: „Want er zullen valse Christussen en valse profeten opstaan en zullen grote tekeverkorenen zouden verleiden. „Zie Ik heb het u voorzegd!" Redactie, wüt u dit stuk ongewijzigd
Redactie, wüt u dit stuk ongewijzigd plaatsen in uw blad van a.s. week. De verantwoording berust ten volle bij mij.
W. Groenenboom,
Nieuweweg 49 - Stellendam.
Geachte redaktie.
Gaarne zou Ik onderstaand artikel als ingezonden stuk geplaatst zien in het „Eilanden-nieuws" van vrijdag 13 november aanstaande:
DE JEUGD OP GOEREE - OVERFLAKKEE
Naar aanleiding van het in het „Eilanden-nieuws" van 6 november gesignaleerde „Opzienbarende artikel" van ds. Hoogstraten over de Flakkeese jeugd, voel ik me als jeugdig Flakkeeënaar verplicht op deze signalering te reageren. In de eerste plaats is men het er ken
In de eerste plaats is men het er kennelijk niet mee eens, dat het plegen van oecumenische activiteiten wenselijk is. Hieruit moet ik concluderen, dat men dan ook zal •weigeren om aan oecumenische activiteiten deel te nemen.
De samenstellers van het artikel in het „Eilanden-nieuws" gaan er dus kennelijk van uit, dat overleg overbodig is en dat hun opvattingen als zaligmakend moeten worden beschouwd.
Het feit alleen, dat men niet tot samenwerking bereid zou zijn en te denken dat men het zelf bij het rechte eind heeft, beschouw ik als zondig, omdat men eikaars meningen dient te respecteren.
Overigens moet ik u zeggen, dat de inhoud van het artikel van de heer Hoogstraten in „Ons Eiland" anders was dan er hier wordt gesuggereerd, daar de heer Hoogstraten alleen gezegd heeft, dat het wenselijk zou zijn, dat er verandering kwam in het bereid zijn om oecumenische activiteiten te plegen.
Hij heeft dus helemaal niet aan de ouders gevraagd hun lunderen hiertoe aan te sporen, wat ik overigens persoonlijk niet zo vreemd zou vinden en ik zou het toejuichen als er meer samenwerking tussen de kerken zou komen, aangezien je als niet gelovig mens door de bomen het bos niet meer ziet en je bang bent op het verkeerde paard te wedden. Wat het artikel in het „Eilanden
Wat het artikel in het „Eilandennieuws" betreft was het dan ook veel eerlijker geweest om het artikel van de heer Hoogstraten in z'n geheel over te nemen, met daaronder het kommentaar. De lezers zelf hadden dan kunnen zien of het artikel goed was weergegeven.
In de tweede plaats heeft men er kennelijk nog nooit van gehoord dat het goed is om zich niet alleen tot een eigen kringetje te beperken. Het is wel degelijk de moeite waard, om eens belangstelling te tonen wat er in andere leringen en om ons heen gebeurt. Ja, doet men dit niet, dan is men wel verplicht om in z'n eigen kringetje te blijven.
Misschien is het mogelijk, dat de schrijvers van het artikel in het „Eilanden-nieuws" hun schaapjes liever in hun eigen kooi houden, dan ze te verliezen, indien deze schaapjes eens bij een andere, niet tot hun richting behorende dominee zouden gaan luisteren, en misschien zouden vinden, dat die dominee weer een betere kijk op de zaak heeft.,
Gezien de stijl van het kommentaar zou het wel eens zó kunnen zijn, dat genoemde schrijvers nauw verwant zijn met die dominees, waarmee ik een paar beroerde ervaringen heb opgedaan. Dat zijn dan dominees, die hun lidmaten te pas en te onpas mededelingen doen over het „wel" en wee van hel en verdoemenis. Zo ben ik er bijvoorbeeld van overtuigd, dat de trouwdag in iemands leven een belangrijke dag is en zoals bij alle belangrijke dagen, is men dan zeer gevoelig. Toen ik dan ook bij het huwelijk van een kennis was uitgenodigd om deel uit te maken van de trouwstoet, heb ik óók de daaraan verbonden kerkdienst bijgewoond. Tijdens deze dienst heb ik, op de voor
Tijdens deze dienst heb ik, op de voor het paartje zo vreugdevolle dag, maar weinig vreugdevolle dingen gehoord, met het gevolg dat de helft van de familie zat te huilen, waarbij ik me maar nauwelijks kon bedwingen om op te staan en de betreffende dominee te vragen of hij misschien óók nog een paar opwekkende woorden in z'n woordenboek kon vinden.
Iets van dezelfde strekking heb ik weleens meegemaakt bij een begrafenis, waar de droevige dag mijns inziens nog droeviger werd door de woorden van de betreffende dominee, uiteraard wéér over hel en verdoemenis. Het zou niet onmogelijk zijn, dat de mensen tot wie deze woorden gesproken worden, bang worden en zodoende iedere week trouw naar de kerk gaan, waardoor ze in het eigen kringetje blijven.
In de derde plaats schijnt men er nog nooit van gehoord te hebben, dat een te strenge geestelijke opvoeding in veel gevallen zal leiden tot afkeer tegen de kerk, het voorliegen van de ouders en het optreden van uitspattingen. Oók dit mocht ik aan den lijve ondervinden. In de tijd dat ik danslessen ging nemen, heb ik tijdens deze danslessen jongeren meegemaakt die deze danslessen bezochten, hoewel hun ouders hiervan niet op de hoogte waren.
Om te zorgen dal de ouders niet op de hoogte van deze danslessen kwamen, werden inderdaad systemen van bedrog ontwikkeld.
Op deze manier worden de kinderen wel gedwongen om te zondigen, terwijl de ouders hun handen wassen in onschuld, want ze zullen waarschijnlijk niets van deze danslessen te weten komen.
Oók ben ik eens een keer wezen kamperen met een aantal jongens die een vrij strenge geestelijke opvoeding 'genoten. Tijdens deze vakantie heb ik het volgende waargenomen:
Er werd niet naar de kerk gegaan, waaruit gerust geconcludeerd mag worden, dat de jongens zelf niet graag naar de kerk gingen, maar dit gewoonlijk deden om aan de eisen van de ouders te voldoen. Bovendien werd er 's avonds een borrelt je gedronken, waar op zichzelf helemaal geen bezwaar tegen is, maar erger was, dat er toch altijd wel één bij was, die over de rooie streep was gegaan.
Gaan •we dan in het kommentaar een heel eind verder en belanden we bij het hierin aangehaalde vijfde gebod, wat niet betekent dat ik op het tussenliggende geen kommentaar heb, in tegendeel, dan staat daar eert uw vader en uw moeder.
Dit komt er mijns inziens eenvoudig op neer, dat je je ouders dient te respecteren zoals ze zijn en dat je hun meningen dient te respecteren. Dit wil echter niet zeggen, dat wij deze mening als onze mening moeten zien, want do catechismus zegt: „dat ik hen alle eer, liefde en trouw be^wijze en mij hun goede leer en straf met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpe".! Het eerste gedeelte zijn we tegenover onze ouders verplicht, maar met het tweede gedeelte is het wat anders, want er staat: „en mij hun goede leer en straf met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpe".
Het is nu juist het woord goede, dat de kinderen het volste recht geeft het niet met de leer en de straf van de ouders eens te zijn, omdat deze leer en straf weleens een slechte leer en straf zouden kunnen zijn, want de ouders zelf zouden nooit mogen beweren, dat ze een goede leer of een goede straf ten toon spreiden, •want wie zijn zij die dat wel zouden durven beweren? Ze handelen alleen naar eigen goeddunken en aangezien die met de jeugd óók zo is, zijn het dan twee gelijke partijen die tegenover elkaar staan.
Verder zou ik nog •willen zeggen, dat de heer Hoogstraten in het kommentaar op een afschuwelijke wijze belachelijk wordt gemaakt en het misschien wel de bedoeling is geweest om de heer Hoogstraten aan de lezers van het „Eilanden-nieuws" af te spiegelen als een soort man die onwaarheden vertelt en die niet kan weten waarover hij, in deze, praat. Misschien zouden de lezers dan toch nog wel een poosje in hun eigen kringetje willen blijven.
Mijns inziens is de heer Hoogstraten iemand die zich in een korte tijd heel goed heeft weten in te leven in de Flakkeese gemeenschap, en, wat belangrijker is, deze gemeenschap geheel doorziet. Met dank voor de plaatsing,
S. Verhage
Jul. V. Stolberglaan 36
Middelhamis.
Geachte redactie,
Verzoek mijnerzijds om het hierna volgende in uw blad op te nemen.
DE FLAKKEESE JEUGD.
Het onderwerp Flakkeese jeugd trok mijn aandacht in uw blad en in ONS EILAND. Het artikel in ONS EILAND bleek letterlijk te zijn overgenomen uit DE DRIEHOEK. Bij vergelijk van de beide artikelen bleek een duidelijk verschil. Ware het niet beter geweest, om het artikel (met toestemming van betrokkenen) uit het ONS EILAND of uit DE DRIEHOEK in zijn geheel over te nemen en er dan kritische kanttekeningen bij te plaatsen? Thans blijkt in uw artikel dat zinnen en delen van het artikel van Ds. H. D. van Hoogstraten uit ONS EILAND of DE DRIEHOEK verwrongen zijn overgekomen!
F. Comelisse, Middelharnis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1970
Eilanden-Nieuws | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1970
Eilanden-Nieuws | 10 Pagina's