Bram
BELEVENISSEN VAN EEN POLITIEAGENT
Midden in de nacht nam ik een 112-telefoontje aan. Ik vroeg de beller wat de locatie van het noodgeval was. Het bleef stil. Toen ik de vraag herhaalde, hoorde ik een zacht geruis. Ik kon niet direct vaststellen wat ik precies hoorde. Daarom vroeg ik voor de derde keer wat de locatie van het noodgeval was. Nu was het net of ik iemand zacht hoorde praten. Ik vroeg de melder om iets luider te spreken, zodat ik hem kon verstaan. Heel zacht hoorde ik: „Ik word gegijzeld...”
Ik vroeg om een bevestiging en weer hoorde ik de stem: „Ik word gegijzeld...” Het was niet duidelijk of het een mannen- of vrouwenstem was. Ik vroeg de melder nogmaals waar op welk adres hij of zij zich bevond. „Weet ik niet”, klonk het fluisterend. Ik vroeg of de beller wist in welke plaats hij was. Nu meende ik te horen dat het een man was.
Toen ik hem vroeg hoe hij in deze situatie terechtgekomen was, zei hij dat hij dat niet wist; ze hadden hem meegenomen. Ik vroeg de man of hij de omgeving waar hij was herkende of kon omschrijven. Hij antwoordde: „Ik moet heel zachtjes praten, want anders horen ze me.” En even later: „Nee, ik kan niets zien, want ze hebben mijn ogen afgeplakt.”
Enerzijds vond ik het een vreemde melding, maar ik besefte ook dat ik met een zeer ernstig misdrijf te maken kon hebben. Ik vroeg de man of hij geluiden vanuit de omgeving kon horen en die kon omschrijven. „Ik hoor het geluid van auto’s”, zei hij. „Auto’s die hard rijden.” „Bedoelt u misschien een snelweg of zo?” vroeg ik. „Ja, zoiets”, zei de man. Hiermee kwamen we nog niet veel verder, want er liggen enkele honderden kilometers autosnelweg en provinciale weg in ons gebied.
Intussen was een collega in de systemen aan het kijken of hij aan de hand van het mobiele nummer van de melder iets kon achterhalen. Een vrouwelijke collega naast me was mee gaan luisteren met het gesprek. Op mijn voorstel nam zij het telefoontje over en ze stelde dezelfde vragen als ik gedaan had.
Maar de man bleef vaag. Hij kon niet vertellen waar hij was, kon niets van de omgeving zien en hoorde heel in de verte auto’s met hoge snelheid rijden.
Op dat moment kwam de andere collega er weer aan. „Ik weet wie het is”, zei hij. „Deze man belt vanaf de gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting.
Hij heeft eerder soortgelijke meldingen gedaan.
Verbreek de verbinding maar, dan zal ik even bellen met een verpleegkundige. Dan kan de telefoon van die man weer even afgepakt worden.”
POLITIEAGENT BRAM VAN DUIJVENVOORDE VERZORGT OP DEZE PLEK EEN WISSELCOLUMN. VOLGENDE KEER AMBULANCEVERPLEEGKUNDIGE PAUL-JAN DEKKER.
Weer hoorde ik de stem: ”Ik word gegijzeld...”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 oktober 2019
Terdege | 124 Pagina's