Plechtig beloofd
Ook in de nazomer en herfst mag ik meerdere huwelijken kerkelijk bevestigen. Tijdens het daaraan voorafgaande gesprek stel ik als eerste vraag: „Hoe hebben jullie elkaar gevonden?” Of bijbelser gezegd: „Hoe heeft de Heere jullie bij elkaar gebracht?” Zoals onze vaders het in het klassieke huwelijksformulier hebben beleden: „Daarmede betuigende dat Hij nog heden ten dage aan een iegelijk zijn vrouw gelijk als met Zijn hand toebrengt.”
Daarna spreek ik met het bruidspaar over de drie redenen die in het formulier voor het christelijke huwelijk worden genoemd: elkaar bijstaan, gezinsvorming en een bescherming tegen zondige vormen van seksualiteit.
Laat ik nog even wat mijmeren over die eerste pijler onder het huwelijk: het elkaar bijstaan in alle dingen „die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren.” De tijdelijke én de geestelijke dingen, dus. Over dat eerste zeg ik weleens: je bent elkaars huisarts, elkaars huisverpleegkundige, elkaars apotheker, elkaars bakker, elkaars kok.
Maar er is meer dan het tijdelijke leven. Echtgenoten moeten elkaar ook bijstaan in de geestelijke zaken. De bekende theoloog J.C. Ryle zegt dat een man voor zijn vrouw een stap in de richting van de hemel is, of een stap in de richting van de hel. Men moet elkaar aansporen om Gods Koninkrijk te zoeken, elkaar opwekken als er sprake is van geestelijke luiheid. Of elkaar wijzen op de grote kruisdrager als het eigen kruis drukt.
Een oudere man vertelde bij het overlijden van zijn vrouw: „Als mijn vrouw ’s avonds de ontbijttafel gereed ging maken, legde zij altijd eerst de bijbel neer.”
Daarmee zei hij veel.
De trouw moet blijven, totdat de dood een scheiding maakt. Ik laat daarom het lezen van het huwelijksformulier tijdens de dienst even onderbreken door het zingen van Psalm 48 vers 6: „Want deze God is onze God; Hij is ons deel, ons zalig lot, door tijd noch eeuwigheid te scheiden: ter dood toe zal Hij ons geleiden.”
Bij spanningen in het huwelijk mogen de echtgenoten worden gewezen op de –voor Gods aangezicht gedane– belofte. ,,Dat hebben jullie toch plechtig beloofd? Elkaar trouw blijven en elkaar bijstaan in alle dingen?” Soms treft de vraag doel, maar vaak worden de schouders opgehaald. Het jawoord blijkt dan nauwelijks of in het geheel niet te wegen. Hoe anders is het met de grote bruidegom Jezus Christus, Die Zijn jawoord, Zijn amen nooit verbreekt. Hij blijft de Getrouwe, zelfs als Zijn bruid ontrouw is (geweest). Jawel, Hij laat het merken als Zijn bruid haar eerste liefde verlaat. Dan trekt Hij Zich in de waarneming van de bruid terug. Totdat zij erachter komt: „Mijn Liefste is geweken” (Hooglied 5:6). In heilige bezorgdheid gaat de bruid weer naar Hem op zoek. Of beter gezegd: láát Hij haar weer zoeken. Want zo trekt Hij haar met liefdeskoorden naar Zichzelf. Totdat zij Hem gevonden heeft en Hij haar weer lieflijk omhelst en haar toefluistert: „Gij zijt Mijne” (Jes. 43:1). Dan wordt weer ondervonden: „Hij straft ons, maar naar onze zonden niet.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 oktober 2024
Terdege | 136 Pagina's