Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Handelen van God, historiciteit, heiliging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Handelen van God, historiciteit, heiliging

Drie kernmomenten van een theologische hermeneutiek

20 minuten leestijd

AbstractHermeneutical reflection needs to do more than focus on certain issues (like evolution or homosexuality). A step back from these issues is necessary: who are we coram deo when we listen to God’s Word? To answer this question, three central moments are important. First, the primacy of God’s acts should be emphasized, for God’s Word is part of God’s saving work and sin has noetic consequences. Second, hermeneutical reflection has to acknowledge that both the interpreted Scripture and the interpreting reader are embedded in history. Third, theological hermeneutics needs to stress not only the importance of justification for understanding, but also of sanctification (the renewal of the mind). The doctrine of sanctification helps furthermore to understand the use of rationality and method in theology.

Hermeneutiek blijft de gemoederen in christelijk Nederland bezighouden. In 1967 publiceerde de Nederlandse Hervormde Kerk het rapport Klare wijn, in 1981 de Gereformeerde Kerken (synodaal) het rapport God met ons. 1 Nu trekken publicaties van vrijgemaakt gereformeerde auteurs, Gereformeerde hermeneutiek vandaag en van een christelijke gereformeerde theoloog, Lezen en laten lezen de aandacht. 2 Hoewel er ongelijktijdigheid is, geven al deze publicaties blijk van dezelfde beweging in onze cultuur. Het traditionele christelijke verhaal over het schriftgezag, beïnvloed door de moderne vraag naar zekere kennis, verliest zijn vanzelfsprekendheid in een klimaat waar een postchristelijke, postmoderne wind waait. Tegelijk zijn er spanningen en polarisatie, zowel in de maatschappij als binnen de kerken: de spanning tus-sen een modern wetenschappelijk wereldbeeld en het christelijke verhaal (schepping en evolutie), of spanningen rond veranderde rollen voor mannen en vrouwen en een veranderde kijk op seksualiteit (homoseksualiteit, vrouwelijke ambtsdragers).

In zo’n situatie is het risico dat we ons vastbijten in de concrete issues, waardoor de spanningen vaak groter worden en het gevaar toeneemt elkaar kwijt te raken. Het is belangrijk om dan in de theologie een stap terug te zetten en te zoeken naar overzicht. Wie zijn wij voor God wanneer we luisteren naar zijn Woord?

In Gereformeerde hermeneutiek vandaag is dat gebeurd door in te zetten bij de verlossing in Christus. God gebruikt de Bijbel om ons door zijn Geest in Christus te laten delen en ons nieuw te maken, meer en meer gelijkvormig aan Christus. Binnen die soteriologische context komt ook de hermeneutiek ter sprake. Arnold Huigen doet dat in Lezen en laten lezen, door aandacht te vragen voor de verborgen omgang met God in het luisteren naar de Bijbel. In die omgang is het nodig dat onze ziel afgestemd raakt op de muziek van Bijbel en evangelie, zodat we Gods stem meer en meer gaan verstaan. Lezen is luisteren en je laten lezen.

In de hermeneutiek denken we na over God die spreekt en mensen die luisteren om te verstaan. In dit artikel worden drie kernmomenten besproken die van wezenlijk belang zijn voor een positiebepaling in het veld van de hermeneutiek: het handelen van God (1), de historiciteit van de geschapen mens (2) en de heiliging van de gevallen mens (3). Dit accent op heiliging wordt geconcretiseerd aan de hand van verstaan en rationaliteit (4). Ik sluit af met een korte conclusie over het belang van geheiligde hermeneutiek te midden van spanningen en polarisatie (5).

1. Gods handelen

Mark Alan Bowald heeft gewezen op de grote invloed van de epistemologie van de Verlichting op de hermeneutiek van de Bijbel. Daardoor is er steeds meer aandacht gekomen voor de dynamiek tussen tekst en lezer, terwijl aan het handelen van God steeds minder aandacht werd geschonken. Om recht te doen aan wat er gebeurt wanneer wij luisteren naar de Bijbel, is dit funest. Op deze wijze wordt de Bijbel niet meer gezien als onderdeel van Gods taaldaden en van de heilseconomie. 3

Bezien los van Gods handelen gaat het alleen nog over ons als luisteraars en interpreten van de Bijbel. God kan buiten beeld verdwijnen in een orthodoxe variant van bezinning op de Bijbel. In dit geval wordt de relatie tussen de gelovige en de Bijbel een cruciale. De Bijbel wordt dan het fundament van het geloof, waarbij alles wat dat fundament aan kan tasten als bedreigend wordt gezien – ook eerlijke bezinning in hermeneutiek en bijbelwetenschap die het historische en menselijke karakter van de Bijbel en van ons bijbellezen laat zien. Wanneer de geloofwaardigheid van de Bijbel verdwijnt, staat meteen het geloof in God ter discussie. Daarom zouden wij de Bijbel met rationele middelen moeten verdedigen. Terecht waarschuwt Huijgen voor een rationalistische kijk op de Bijbel die van Bijbel en theologie een ‘waterdicht kennissysteem’ wil maken. 4

De moderne variant van dit buiten beeld verdwijnen van God maakt de interpreterende rol van de bijbellezer veel te groot. Dan zijn wij het die dankzij onze hermeneutische competentie de Bijbel interpreteren en relevant moeten maken. Het zijn dan onze technieken die hermeneutische kloven moeten overbruggen en Bijbel en werkelijkheid met elkaar moeten verbinden. Huijgen waarschuwt voor zo’n kijk op hermeneutiek en dat deel ik helemaal met hem. Verstaan is niet maakbaar, maar een ontvangen inzicht.

Voordat wij actief worden, zijn we eerst passief. God spreekt ons immers aan om ons te verlossen en ons te laten delen in Christus. Omdat echt luisteren moeilijk is, moeten wij leren luisteren en stil worden om te ontvangen wat God ons belooft. Ook Hans Georg Gadamer wijst op het belang van openheid en ontvankelijkheid. Toch is zijn analyse van de ‘logische Struktur der Offenheit’ nog te beperkend. Volgens Gadamer vindt de openheid van de luisteraar haar richting in een vraag. Pas wie een goede vraag stelt, krijgt ook goede antwoorden. 5 Als Craig Bartholomew zijn Introducing Biblical Hermeneutics begint met het belang van luisteren, corrigeert hij Gadamer op dit punt. Echte aandacht vraagt om stilte en om een ontvankelijkheid die niet meer gestuurd wordt door onze vragen en verwachtingen. 6 De gevolgen van de zonde laten zich hier gelden. Wij zijn geen goede luisteraars, maar moeten door de Geest tot leven worden gewekt om de overgang van ongeloof naar geloof te maken, om van luisteraars naar het vlees luisteraars naar de Geest te worden. ‘Wij moeten afgestemd raken op wat de Schrift eigenlijk zeggen wil’. 7 Gelukkig ‘waait ons vanuit de Schriften een wind in het gezicht, de wind van de Geest’. 8 Wat mij betreft had Huijgen meer aandacht mogen vragen voor de gevolgen van de zonde voor ons vermogen tot luisteren en verstaan. Dit onderstreept alleen maar de noodzaak van Gods handelen met de Bijbel.

Als hermeneutiek zo verwijst naar het primaat van Gods handelen, blijkt hoezeer theologische hermeneutiek verbonden is met de soteriologie. Zoals ons luisteren naar en ons verstaan van Gods Woord draait om verlossing, zo heeft de theologische hermeneutiek haar plaats binnen de heilsleer. Soteriologie is belangrijker dan hermeneutiek. 9

2. Historiciteit

Mensen zijn geschapen als historische wezens en hermeneutische reflectie herinnert ons daaraan. Volgens Craig Bartholomew is het centrale inzicht van hermeneutiek voor het interpreteren van teksten ‘that the text being interpreted is as much embedded in history as is the reader/s’. 10 Vanaf de Oudheid tot in de moderniteit hebben denkers geprobeerd zich aan de geschiedenis te onttrekken. Taal werd begrepen vanuit het namenmodel (Vincent Brümmer) dat ons spreken begrijpt vanuit het gebruik van woorden als namen waarmee we beschrijven; 11 kennis bestaat dan uit proposities gevormd door woorden die onveranderlijke betekenisdragers zijn; en de rede verheft zich boven de veranderlijke geschiedenis door te zoeken naar noodzakelijke en eeuwige kennis. Zo werd ernaar gestreefd om zowel de tekst als de lezer aan de ge schiedenis te onttrekken. Hermeneutiek van na Wittgenstein en Heidegger heeft laten zien dat beide onmogelijk zijn. Wij zijn mensen. Als mensen zijn we door en door historisch en staan onze inzichten in een historische context. Onze taal staat niet los van ons concrete handelen in levensvormen, maar moet begrepen worden vanuit het werktuigmodel. 12 Door te spreken handelen wij en nemen wij zo deel aan het leven in een bepaalde situatie.

Huijgen deelt dit inzicht: zowel de tekst als de lezer is gesitueerd en dus ingebed in de geschiedenis. Huijgen verwijst naar Bonhoeffer: ‘Een inzicht kan niet worden losgemaakt uit de existentie waarin dit inzicht gewonnen is’. 13 Omdat de tekst verbonden is met een historische situatie, moeten we ‘vanuit het leven’ lezen. ‘We kijken dus niet alleen naar het “kale” voorschrift en de enkele tekst, maar zoeken naar de beweging die in de tekst zichtbaar wordt. Waar gaat hier een streep door de oude mens? Waar klinkt hier het evangelie?’. 14 Ook onze uitleg ‘vindt ... onder bepaalde omstandigheden plaats, die bepalend inwerken op wat we lezen, horen en begrijpen. ... Onze plaats in tijd en ruimte, onze levenservaring en onze situatie klinken mee’. 15

Ook de theoloog kan zich hier niet aan onttrekken. Huijgen laat dit zien aan de hand van Calvijns visie op Gods onbewogenheid. Calvijns verstaan van de Bijbel wordt gestuurd door de ‘zuurdesem van de onbewogenheidstraditie’. 16 Graag daag ik Huijgen uit om hierop door te denken. Hier wordt het immers hermeneutisch interessant en hier komen de vragen naar hoe wij de Bijbel verstaan op scherp te staan. Net als Calvijn zal bij ieder van ons het verstaan soms gestuurd worden door overtuigingen die meer met onze eigen tijd of met ons vlees te maken hebben dan met Gods Geest.

3. Heiliging, niet alleen rechtvaardiging

Mensen zijn goed geschapen als historische wezens. Tegelijk komt God in zijn Woord naar ons toe, gevallen schepselen, om ons te rechtvaardigen en te heiligen.

Huijgen legt het accent op de rechtvaardiging. Dit is te zien in zijn artikel ‘Alone Together’, waar hij uiteenzet hoe het sola scriptura onlosmakelijk verbonden is met de andere sola’s van de Reformatie: 17

a. Het sola scriptura is volgens Huijgen een geloofsbelijdenis die niet zonder het sola fide kan: het gaat om geloof in God die spreekt om ons te redden. Het sola scriptura is zo verbonden met het extra nos van het heil: de kerk is creatura verbi en het Woord gaat aan de kerk vooraf.

b. Het sola scriptura kan ook niet zonder het sola gratia. Gods communicatie in de Schrift is genade. Als wij tegenover God staan, past ons niet de rol van de competente homo hermeneuticus die interpreterend onderscheidingen maakt, maar staan we tegenover God die ons oordeelt en redt.

c. Zonder het solus Christus ten slotte is het sola scriptura ook ondenkbaar. Zonder Christus is er geen Schrift als samenhangend Woord van God. Tegelijk is de Schrift het criterium voor ons verstaan van wie Christus voor ons is. Aan de eenheid met Christus geeft Huijgen weinig aandacht.

In deze doordenking van de relaties tussen de verschillende sola’s ligt de nadruk op de rechtvaardiging en het extra nos, terwijl vanuit de heiliging en het in nobis meer te zeggen is: 18

a. Vanuit het sola fide opent zich ook een gelovig perspectief op de Schrift, zodat wij meer en meer in ons denken nieuw gemaakt worden. Het is voor ons bijbellezen wezenlijk dat in ons centrale regulerende overtuigingen gevormd worden over wie God is, overtuigingen die vervolgens richting geven aan ons bijbellezen.

b. Het sola gratia wijst ons er niet alleen op dat Gods zelfcommunicatie genade is. Opnieuw: genade verandert ook het perspectief waarin wij luisteren en lezen. Als uitwerking van Gods genade groeit er in ons een perspectief waarin wij vaardig worden om te onderscheiden waarop het aan komt.

c. Bij het solus Christus ten slotte gaat het niet alleen om Christus die we buiten onszelf in de Schrift vinden. In het Woord komt Christus zelf mee. Wij blijven in Christus door in zijn Woord te blijven en Christus blijft in ons doordat zijn Woord in ons blijft (vgl. Joh. 8:31; 15:7). 19 De eenheid met Christus, de inwoning van Christus, het delen in Christus moeten ook ter sprake komen om de samenhang tussen het solus Christus en het sola scriptura te doordenken.

Ook in Lezen en laten lezen legt Huijgen vanuit Luther de nadruk op de rechtvaardiging, vanuit Noordmans op het komen van God vanuit het einde. Het extra nos van het heil krijgt zo alle nadruk, al is duidelijk dat Gods communicatie ons ook verandert. In de rechtvaardiging komt op z’n luthers de transformatie mee. Wanneer wij luisteren en ontvangen, laten wij ons lezen, en worden wij geïnterpreteerd en nieuw gemaakt. Zo raken we afgestemd op Gods stem en op de levende Jezus Christus.

Dat betekent dat onze ideeën, bijvoorbeeld over waarheid, moeten wijken voor ‘wat de Schrift zelf als waarheid verkondigt’. 20 ‘Mijn eigen verstand moet ik dus opgeven om een nieuw verstaan van de Heilige Geest te ontvangen’. 21 Met Luther neemt Huijgen expliciet afstand van het anselmiaanse ‘fides quaerens intellectum’. Het gaat niet om de waarheid ‘voor het verstand’, maar ‘in het binnenste’. Huijgen verstaat dit ‘binnenste’ met behulp van het begrip ‘ziel’, die hij met Gerard Visser duidt als ‘resonantieruimte’. De ziel is affectief en receptief en moet leeg worden om de juiste stemming te ontvangen. ‘Waarheid gaat niet om overeenstemming en ze vraagt niet om intellectuele toestemming, maar ze draait om afstemming en vraagt om instemming’. 22

Hoe mooi en waardevol ik dit accent ook vind, er zijn ook elementen die ik in Huijgens benadering mis. Ten eerste valt op dat Christus zeker in zijn Woord aanwezig is en bij ons is. God komt ‘in zijn Woord tot ons’ en Jezus Christus is ‘bij ons’. 23 Wat ik echter mis, is dat Christus in zijn Woord ook zichzelf geeft. Het Woord van Christus is verbonden met de inwoning van Christus en met de unio mystica cum Christo. Ten tweede geeft Huijgen wel uitgebreid aandacht aan het menselijk intellect, waarvan hij het belang relativeert, en aan de menselijke affectiviteit. Zijn verstaan van de ziel als een affectieve resonantieruimte leidt er echter toe dat hij geen aandacht geeft aan de menselijke wil. Dat is opmerkelijk wanneer het gaat om luisteren. Wie wil leren luisteren, moet zich confronteren met zijn eigen koppigheid, trots, onwil om te luisteren en te gehoorzamen. In de augustijnse traditie waarin ook Luther stond, is de radicaliteit van de zondeleer onder meer verbonden met het pijnlijke gegeven dat onze wil door de zonde een verkeerde en onvrije wil geworden is. Wij zijn uitstekend in staat om de waarheid in ongerechtigheid ten onder te houden, om de waarheid van God te verdringen en te ontkennen. Onze wil tot macht verdraagt zich slecht met Gods waarheid. Nadenken over bijbellezen kan niet zonder ook hier aandacht aan te geven.

Dit dubbele gemis leidt ertoe dat Huijgen te weinig recht doet aan de radicaliteit van de zonde, maar ook te weinig recht doet aan de radicale vernieuwing van de wedergeboorte en aan de nieuwheid van het leven dat gaat groeien in waar Christus en zijn Geest wonen. God spreekt ons aan om ons door eenheid met Christus te veranderen naar het beeld van Christus. En hoe meer Christus in ons vorm krijgt, des te meer we verstaan wat God ons zegt. Het gaat hier om een hermeneutische cirkel, waarin verstaan en heiliging elkaar versterken.

Die vernieuwing werkt door in ons hart en in onze ziel. Paulus gebruikt hier het woord nous (Rom. 12:2; 1 Kor. 2:16). De vernieuwing van onze nous betekent dat ons denken, willen, kiezen en handelen nieuw worden. Ik zie daarom geen reden om de ziel en het verstand tegen elkaar uit te spelen. Vanuit de ziel komen vanzelf ook ons denken (‘het verstand’) en ons willen (‘de wil’) ter sprake.

De Engelse puritein John Owen heeft een prachtige tekst geschreven over de verlichting van ons denken en ons verstaan van de Schrift, Sunesis Pneumatikè: The Causes, Ways and Means of Understanding the Mind of God as Revealed in his Word, with Assurance Therein (1678). Owen gunt zijn lezers meer dan kennis van woorden. Wat gelovigen nodig hebben is ‘knowledge of the things themselves designed in them’, dat is ‘the mind and will of God in them’. 24 De Zoon van God geeft ons door de Heilige Geest verstaan van Gods ‘mind’. Daarin gaat het om de ‘mysteries of divine truth, wisdom and grace ... with their especial respect unto Jesus Christ’. 25 Doel van deze kennis is dat de gelovigen blijven in Christus en in de Schrift alles vinden ‘whatever is needful unto our communion with Christ and our obedience to him’. 26

Deze kennis transformeert ons leven, omdat kennis van de gedachten en de wil van God ‘affects the heart, and transforms the mind in the renovation of it unto the approbation of the “good, and acceptable, and perfect will of God,” as the apostle speaks, Romans 12:2’. 27 Deze kennis van Gods gedachten en Gods wil maakt ons wijs om te onderscheiden en stelt ons in staat om gehoorzaam te zijn. Owen vat het als volgt samen:

All divine truths necessary to be known and to be believed, that we may live unto God in faith and obedience, or come unto and abide in Christ, as also be preserved from seducers, are contained in the Scripture, or proposed unto us in divine revelations. These of ourselves we cannot understand unto the ends mentioned; for if we could, there would be no need that we should be taught them by the Holy Spirit: but this is so; he teacheth us all these things, enabling us to discern, comprehend, and acknowledge them. 28

Het gaat Owen om meer dan een verandering van denken. De zonde werkt niet alleen door in ons verstand, maar ook in ons hart, in onze affecties en in onze wil. Owen was een ‘soteriological voluntarist’. 29 Hij was zich zeer bewust van de affectieve dimensie van ons mens-zijn. Volgens Owen zijn zowel de wil als de affecten ‘more corrupted than the understanding’. 30 Wanneer we de waarheid van het Woord ontvangen, krijgen we echter een nieuwe habitus. Deze nieuwe geboorte leidt vanuit een innerlijke vernieuwing tot de vernieuwing van ons voelen, willen en denken.

4. Geheiligd verstaan, geheiligde rationaliteit

Voor de bezinning op het luisteren naar en verstaan van de Bijbel kan dit paulinische en puriteinse accent niet gemist worden. Het is belangrijk om met Luther het extra nos van het heil vast te houden en om met Noordmans vanuit het einde te denken. Maar daarmee is niet alles gezegd. Er groeit ook een begin van nieuw verstaan. Dat nieuwe verstaan wordt belichaamd in christelijke praktijken en wordt in collegezalen en in theologische boeken uiteengezet met behulp van het verstand. Vanuit ‘woorden en beelden’ die we aangereikt krijgen en vanuit een ‘compleet nieuwe horizon voor de ervaring’ groeit ook een nieuw interpretatiekader, en worden ‘onze ervaringen in het licht van het Woord’ opnieuw geïnterpreteerd. 31

Het gaat hier om luisteren naar de Bijbel zelf om vervolgens jezelf te laten lezen door het Woord. Ook ons idee van wat een goed gebruik van rationaliteit is, moeten we herzien. Terecht keert Huijgen zich tegen een lezen van de Schrift dat vooral geïnteresseerd is in historisch-feitelijke juistheid en de opvatting dat waarheid ‘historisch, feitelijk en (vaak) controleerbaar is’. 32 Hij ziet hierin de invloed van cartesiaans rationalisme, waardoor de interesse in het ‘feitelijk gehalte van wat de Bijbel beschrijft’ groter is geworden en de Bijbel als object onderzocht wordt met historisch-kritische methoden. 33 De verschillende interesses kunnen goed beschreven worden met een onderscheid van Ricoeur: een moderne rationalistische lezer is vooral geïnteresseerd in de wereld ach-ter de tekst: de historische gebeurtenissen waarover de tekst vertelt. Huijgen stelt voor de aandacht eerst te richten op de wereld van de tekst zelf. Teksten projecteren immers zelf een wereld, in de verhalen, betogen en liederen die ze bevatten. Door het luisteren naar die wereld van de tekst wordt onze eigen wereld veranderd, de wereld voor de tekst. Zo is het God die als spreker achter de tekst (intentioneel handelend in de wereld achter de tekst), de wereld van de tekst gebruikt om ons en ons leven te veranderen (de wereld voor de tekst). Wij zijn het niet zelf die ons eigen verstaan reconstrueren. Primair is het God die onze kijk op Hem, op onszelf en onze naaste, en op onze wereld verandert. Hij gebruikt de Schrift om ons verstaan te vernieuwen. 34

Dat onze ideeën over goed gebruik van rationaliteit herzien moeten worden, betekent dat er vanuit Paulus en Owen ruimte is voor een positievere waardering van ons vernieuwde denken dan alleen vanuit Luther en Noordmans (zoals bij Huijgen). Huijgen wijst het anselmiaanse fides quaerens intellectum af, maar wat het alternatief is, blijft onhelder in Lezen en laten lezen. De vraag is wat een theologisch docent moet doen wanneer hij exegese of homiletiek doceert, of hoe het gesprek gevoerd wordt wanneer rond evolutie of homoseksualiteit medechristenen tegenover elkaar komen te staan. Het gaat mis wanneer kennis wordt opgevat als wiskunde en gestreefd wordt naar een waterdicht kennissysteem. Als alternatief hiervoor wijs ik op Oswald Bayers voorstel om kennis op lutherse wijze op te vatten als ‘Katechismussystematik’. Kennis is heilsnoodzakelijk om het geweten te onderwijzen en te troosten, stelt Bayer. Daarbij is een ordening nodig vanuit een pedagogisch doel, die zaken niet vastpint, maar denken en fantasie in beweging zet. 35

5. Opnieuw: spanningen en polarisatie

Dat brengt me terug bij waar ik begon. De hermeneutische bezinning is een signaal van spanningen en veranderingen in onze cultuur. Het kost weinig moeite om de ander vast te pinnen op een positie of zelf de hakken in het zand te zetten. Misverstanden zijn er zomaar, ook wanneer mensen met een beroep op Gods leiding hun eigen verstaan van de Schrift verabsoluteren en het gesprek over wat de Schrift zegt onmogelijk maken of uit de weg gaan. Juist in een tijd van polarisatie is ratio-nele verantwoording nodig, wanneer we elkaar tenminste niet de tent uit willen vechten. Rationele verantwoording en hermeneutische bezinning zijn nodig om binnen en buiten het lichaam van Christus verschillen te bespreken, te bevragen en wie weet, te overbruggen, om zo het lichaam van Christus op te bouwen. Als meewerkend onderwerp van Gods spreken worden wij eerst zelf uitgelegd. Maar wanneer we antwoord gaan geven, worden wij verantwoordelijke mensen begiftigd met verstand. De Geest geeft deze gaven om ze in liefde te gebruiken voor de opbouw van allen.

J.M. Burger is universitair hoofddocent systematische theologie aan de Theologische Universiteit Kampen.


1 Klare wijn. Rekenschap over geschiedenis, geheim en gezag van de Bijbel. Aangeboden door de Generale Synode der Nederlands Hervormde Kerk, ’s-Gravenhage 1967; God met ons ... over de aard van het Schriftgezag... Special Kerkinformatie nr. 113, feb. 1981.

2 H. Burger, ‘Theologische hermeneutiek in soteriologisch perspectief’, in Ad de Bruijne, Hans Burger (red.), Gereformeerde hermeneutiek vandaag. Theologische perspectieven (TU Bezinningsreeks 18), Barneveld 2017, 35-65; A Huijgen, Lezen en laten lezen. Gelovig omgaan met de Bijbel, Utrecht 2019.

3 M.A. Bowald, Rendering the Word in Theological Hermeneutics: Mapping Divine and Human Agency, Aldershot/Burlington 2007.

4 Huijgen, Lezen en laten lezen, 122.

5 H.G. Gadamer, Wahrheit und Methode: Grundzüge einder philosophischen Hermeneutik, Band 1, Tübingen 1990, 368-384.

6 C.G. Bartholomew, Introducing Biblical Hermeneutics: A Comprehensive Framework for Hearing God in Scripture, Grand Rapids 2015, 19-24. Bartholomew verwijst naar G.C. Fiumara, The Other Side of Language: A Philosophy of Listening, Londen 1995.

7 Huijgen, Lezen en laten lezen, 51.

8 Huijgen, Lezen en laten lezen, 31.

9 Vgl. H. Burger, ‘Het is maar hermeneutiek!’, in Lustrumalmanak van het Corpus Studiosorum in Academia Campensis “Fides Quadrat Intellectum” 2018, Kampen 2018, 118-121.

10 Bartholomew, Introducing Biblical Hermeneutics, 284.

11 V. Brümmer, Wijsgerige begripsanalyse: Een inleiding voor theologen en andere belangstellenden, Kampen 1989, 41-51.

12 Brümmer, Wijsgerige begripsanalyse, 51-58.

13 Huijgen, Lezen en laten lezen, 187.

14 Huijgen, Lezen en laten lezen, 178.

15 Huijgen, Lezen en laten lezen, 187.

16 Huijgen, Lezen en laten lezen, 152.

17 Zie A. Huijgen, ‘Alone Together: Sola Scriptura and the Other Solas of the Reformation’, in H. Burger, A. Huijgen, E. Peels (red.), Sola Scriptura. Biblical and Theological Perspectives on Scripture, Authority and Hermeneutics, Leiden 2018, 85-97.

18 Heel kort heb ik dit al aangeduid in H. Burger, Being in Christ: A Biblical and Systematic Investigation in a Reformed Perspective, Eugene 2008, 23-24 noot 96; Burger, ‘Theologische hermeneutiek in soteriologisch perspectief’, 43, 45.

19 Vgl. L. Lindeboom, Blijf in het Woord van God. Rede op den 33en gedenkdag van de Theol. School te Kampen door den aftredenden Rector, Heusden 1888.

20 Huijgen, Lezen en laten lezen, 51.

21 Huijgen, Lezen en laten lezen, 68.

22 Huijgen, Lezen en laten lezen, 139.

23 Huijgen, Lezen en laten lezen, 90.

24 J. Owen, The Works of John Owen, D.D., dl. 4, red. William H. Goold, Edinburgh 1862, 156; cf 163.

25 Owen, Works Dl. IV, 129.

26 Owen, Works Dl. IV, 146.

27 Owen, Works Dl. IV, 157.

28 Owen, Works Dl. IV, 148.

29 A.M. Leslie, The Light of Grace: John Owen on the Authority of Scripture and Christian Faith, Göttingen 2015, 98.

30 Owen Works Dl. III, 268.

31 Huijgen, Lezen en laten lezen, 98; vgl. 154.

32 Huijgen, Lezen en laten lezen, 53.

33 Huijgen, Lezen en laten lezen, 125-126.

34 Vgl. Burger, ‘Theologische hermeneutiek in soteriologisch perspectief’, 52-60.

35 O. Bayer, Theologie. (Handbuch Systematischer Theologie Deel 1), Gütersloh 1994, 106-114.

Theologia Reformata 63/2 (2020), 156-166

DOI: https://doi.org/10.21827/TR.63.2.156-166

Dit artikel werd u aangeboden door: Theologia Reformata

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020

Theologia Reformata | 122 Pagina's

Handelen van God, historiciteit, heiliging

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020

Theologia Reformata | 122 Pagina's