‘Wij proberen een brug te slaan naar anderen’
Een gesprek tussen Derk Boswijk (CDA), Nico Drost (CU) en Roelof Bisschop (SGP)
De Nederlandse parlementaire geschiedenis kent een rijke traditie van christelijke politieke partijen. Sterker nog, de eerste politieke partij, de ARP, opgericht door Abraham Kuyper in 1879, was een christelijke partij. Momenteel telt het Nederlandse parlement drie partijen die zich christelijk noemen. Ondanks deze gedeelde achtergrond maken ze verschillende keuzes en hebben ze uiteenlopende profielen. Reden genoeg om vertegenwoordigers van deze partijen met elkaar van gedachten te laten wisselen.
Al vóór het gesprek begint, blijkt dat de wereld van de christelijke politiek soms verrassend klein is. Nico Drost (CU) vertelt een kleinzoon te zijn van ds. F. Mallan (1925-2010), die in 1971 op de tiende plaats van de SGP-lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen stond. Na een voorkeursactie behaalde hij 12.720 stemmen. Destijds was het niet genoeg voor een zetel, maar volgens de huidige regels had hij wel degelijk in de Kamer plaats mogen nemen. Derk Boswijk (CDA) is afkomstig uit Kockengen. Hij vertelt ons dat een groot deel van het dorp en bijna heel zijn familie op de SGP stemt. Zelfs zijn schoonouders blijken ‘verstokte’ SGP’ers te zijn.
Stelling I: Een christen-politicus toont de moed om niet alleen constructief maar ook tegendraads te zijn (te confronteren): het land moet bestuurd worden, maar het gaat ook om de richting die daarbij wordt ingeslagen.
Derk Boswijk: ‘Ik ben het hier helemaal mee eens. Het verschil tussen onze partijen is dat de ene partij wat meer de nadruk erop legt dat het land bestuurd moet worden en de andere partij wat meer op de richting die daarbij wordt ingeslagen. Als CDA zijn wij wat pragmatischer, waar de CU en de SGP wat principiëler zijn. Dat is een balans waar je altijd naar moet zoeken.
Ik verbind daar meteen ook een waardering richting mijn eigen partij aan: wij hebben te vaak naar de pragmatische kant gehangen. Niet alleen wat betreft onze christelijke identiteit, maar ook bij andere thema’s. Daardoor zie je nu dat mensen zich weleens afvragen: waar staat het CDA überhaupt voor? Ik probeer daarom in mijn debatten - als we het bijvoorbeeld over stikstof hebben en het gaat over ‘de natuur’ – expres het woord ‘schepping’ te gebruiken. Veel mensen denken dan van ‘waar heeft hij het over?’ Maar ik weet dat een deel van mijn achterban en ikzelf dat heel belangrijk vindt. Daarmee erken je dat het niet allemaal toevallig is wat we om ons heen zien, maar dat het door Iemand gemaakt is.’
De Moed Om Constructief Te Zijn
Roelof Bisschop: ‘Ik ben het ook eens met de stelling. Soms heb je de moed nodig om constructief te zijn en soms moet je dwars en tegendraads zijn. Laat ik een voorbeeld op bestuurlijk terrein geven: Een paar jaar geleden hadden wij in de aanloop naar de Spoedwet Stikstof en Natuurherstel - nog onder Carola Schouten als minister van landbouw – veel kritiek op het wetsvoorstel. We waren volop bezig met het voorbereiden van een aantal amendementen en moties. Hoewel we getalsmatig niet nodig waren voor een meerderheid, werden we toen uitgenodigd om mee te praten. Steun van de SGP werd namelijk op prijs gesteld. Heel simpel gezegd heeft die steun natuurlijk zijn prijs. Voor ons was het toen een hele principiële vraag wat we gingen doen. Gaan wij op de ingeslagen weg verder en volgen we de politieke lijn? Dat zou uitgemond hebben in het indienen van goede moties en amendementen, die vervolgens door de coalitie werden weggestemd, waardoor we uiteindelijk niets in de wet geregeld kregen. Of kiezen we de veel moeilijker, en communicatief lastiger uit te leggen bestuurlijke lijn? Toen hebben we heel bewust voor het laatste gekozen. Wat we toen op tafel hebben gelegd is onder andere een wettelijke regeling voor legalisering van de PAS-melders.
Achteraf gezien ben ik zielsdankbaar dat we toen die weg gekozen hebben. Natuurlijk zitten er rafels aan, het is maar de vraag of het allemaal lukt, maar nu hebben de PAS-mel-ders een wettelijke basis. Als dat niet het geval was geweest dan waren ze allang van de kaart geveegd. Dat soort dilemma’s heb je soms. Wij hebben toen behoorlijk wat over ons heen gekregen omdat we met de spoedwet ingestemd hadden. Dat had er ook mee te maken dat er op het allerlaatste moment nog een trucje werd uitgehaald en 2040 werd veranderd naar 2035.’
Rechtvaardigheidsgevoel
Nico Drost: ‘Constructief en tegendraads zijn is wat iedere politicus moet doen. Daar hoef je geen christen voor te zijn. Je mag dat van iedere volksvertegenwoordiger met een beetje visie verwachten. Ik herken het ook bij mezelf. Ik ben ook best wel pragmatisch ingesteld, maar ik word tegendraads wanneer een mens, die éne mens, geraakt wordt. Afgelopen week sprak ik op bezoek in Groningen een wat oudere dame, die druk was met de mantelzorg voor haar man. Ze vertelde dat er een scheur in de vloer van haar zolder zat, en dat ze geen tijd had om er iets aan te doen. En eigenlijk durfde ze er ook niet aan te beginnen, want ze was bang in de mallemolen van de overheidsmaatregelen in Groningen terecht te komen. Toen merkte ik bij mezelf dat ik echt tegendraads en boos werd. Wij kunnen een mens niet laten vermalen in de molens van de overheid.’
‘In het Groningen-debat twee weken geleden heb ik Psalm 72 aangehaald. Daar zegt de rechtvaardige koning over die ene mens, over de arme: ‘zijn bloed is kostbaar in mijn oog’. Ik merk dat dat mijn roeping is als christenpoliticus. Als ik zo’n verhaal hoor, voel ik die overtuiging. Zo’n gevoel dat je, al moest je tien jaar van je politieke carrière aan de situatie van die vrouw besteden, het dan nog zou doen. Je kunt dat ook rechtvaardigheidsgevoel noemen.’
Is dat rechtvaardigheidsgevoel algemeen menselijk, of specifiek christelijk?
‘Dat weet ik niet, het zal in de ene mens meer zitten dan in de ander. Ik heb het en koppel dat aan mijn geloof. Ik zeg ook altijd dat onze God ieder mens ziet. Met regelgeving besla je ongeveer 80 procent van de gevallen, daar is onderzoek naar gedaan. Welke regeling je ook maakt, er vallen altijd mensen buiten de boot. Het maakt niet uit waar je de grens trekt, er is altijd iemand aan de andere kant van die grens. Dat is politiek, keuzes durven maken. Maar je moet ook altijd blijven kijken naar die ene die geraakt wordt.’
Elkaar Vinden Op De Inhoud
Roelof Bisschop: ‘Als het gaat over christelijke politiek heb je het in feite ook over je drijfveren. Terwijl je heel goed vanuit je christelijke overtuiging tot een vergelijkbare houding kunt komen als een liberaal of een socialist. Neem nu het voorbeeld dat Nico Drost noemde: Iemand anders kan daar vanuit een andere levensovertuiging evenzeer verontwaardigd over zijn. Het is de kracht van democratische besluitvorming dat je met respect voor ieders eigen uitgangspunten en erkenning van de verschillen, zoekt naar datgene waardoor je samen kunt optrekken. Waar je elkaar treft, kun je bijvoorbeeld vanuit het christendom naastenliefde betonen, en vanuit socialistische kant solidariteit betrachten.’
Nico Drost: ‘Ik vind het mooi dat je elkaar dan vindt op de inhoud, met mensen van wie je het misschien helemaal niet zou verwachten. Dat komt veel voor. Maar het is mooi om dan soms wel woorden te geven aan het principe van waaruit je bent vertrokken. Dat is ook onze roeping als volksvertegenwoordiger. De mensen die op ons hebben gestemd verwachten het ook.’
Derk Boswijk: ‘Als CDA en als bestuurderspartij hebben wij dat misschien een beetje te weinig gedaan. En we zijn ook een heel brede partij. We hebben protestants-christelijke mensen, evangelischen, katholieken en mensen die niet gelovig zijn maar wel de christelijke normen en waarden een warm hart toedragen. Dat maakt dat je bepaalde boegbeelden hebt die wel de christelijke normen en waarden onderschrijven, maar ze zullen niet snel Psalm 72 citeren. Dat zorgt ervoor dat het beeld vanzelf al iets vertroebelt. En dan draag je ook nog eens heel vaak regeringsverantwoordelijkheid, waarin je compromissen moet sluiten en soms ook met meel in de mond moet praten.’
Stelling 2: Opkomen voor de beschermwaardigheid van het leven en het bewaren van de schepping kan niet zonder duidelijk te zijn over je drijfveer: eerbied en ontzag voor God, de Schepper van al het leven.
Nico Drost: ‘Bij het bewaren van de schepping merk ik soms een dilemma in mezelf. Die tegenstrijdigheid herken ik ook in onze achterban. Natuurlijk willen we de natuur beschermen en klimaatmaatregelen nemen, maar het moet wel draagbaar en realistisch zijn. Terwijl het soms bijna een doel op zich lijkt te worden. Misschien is dat ook mijn ondernemershart dat spreekt: we moeten het wel allemaal met elkaar kunnen betalen. Maar als ik dan mijn principiële hart laat spreken: ik ben ook opgevoed in de reformatorische traditie waarin je leert dat God te kennen is door Zijn Woord en door de natuur. Als je echt gelooft dat de natuur iets laat zien van de grootheid van God, dan betekent dat dat wanneer wij de biodiversiteit doen afnemen, we ook iets van die grootheid van God kapotmaken. Als ik dat bedenk, dan voel ik die roeping dat we dit niet over onze kant kunnen laten gaan. Dan zit ik dus in een dilemma. Uiteindelijk geef ik wel dat tweede de voorrang, want je moet principiële keuzes durven maken. Dat zie je in onze partij op dit vlak ook gebeuren. En daarom gaan wij soms misschien wat verder dan de andere twee partijen. Oké, dan doet het maar pijn, maar het gaat hier wel om de schepping.’
Teveel De Disbalans Verdedigd
Derk Boswijk: ‘Die worsteling maken wij als CDA op dit moment ook door. Afgelopen zomer was ik op vakantie en luisterde ik digitaal een kerkdienst van een andere gemeente mee. Daar werd intens gebeden voor de agrarische sector. En terecht, want wat er op de mensen daarin afkomt, is soms bijna onmenselijk. Maar toen ik die dienst hoorde, bedacht ik ook dat de melkkoe in Gods schepping niet hoger staat dan de vlinder of de bij. Die balans mis ik best vaak. We kijken heel sterk naar de agrarische sector en voedselproductie. En het is waar dat we de verantwoordelijkheid hebben om de aarde te bewerken en de mensen te voorzien van voedsel. Maar daar moet je altijd een balans in vinden. Dan moet je toch wel concluderen dat wij met onze manier van leven, en niet alleen in de agrarische sector, maar ook de consumenten- en industriesector, veel meer op de Mammon gericht zijn dan op de natuur. We zijn veel meer gericht geweest op de economische ontwikkeling. Als CDA hebben wij daarin teveel de disbalans verdedigd. Nu moeten we terug naar een balans. Alleen dan wel op een manier waarin je oog houdt voor de menselijke maat. Dat is iets dat ons alledrie bindt. Dus niet op een technocratische manier, op basis van kaartjes of computerberekeningen. Je moet de mensen juist meenemen, en dat gaat met horten en stoten.’
‘Ik herken dus wel dat wij als CDA te lang puur naar het economische belang hebben gekeken en te weinig oog hebben gehad voor de biodiversiteit. Nog steeds wordt dat breed in de christelijke gemeenschap als een thema voor geitenwollen sokken gezien. Eigenlijk zouden wij als christenen juist de grootste natuurbeschermers op aarde moeten zijn. Maar we hebben het thema door anderen laten claimen, omdat we dat te weinig gedaan hebben, de ChristenUnie uitgezonderd. GroenLinks had er niet hoeven zijn als wij dit dertig jaar geleden goed hadden opgepakt.’
Niet Altijd Expliciet Vanuit Je Drijfveer
Roelof Bisschop: ‘Ik sloeg bij de voorbereiding van de stelling aan op de beschermwaardigheid van het leven. Daarin heeft de SGP en ook de ChristenUnie, meer dan tot mijn verdriet het CDA, altijd heel bewust verwezen naar de motivatie om voor die beschermwaardigheid op te komen. En toch ben ik het oneens met de stelling. Want ik ben ervan overtuigd dat er ook vanuit een seculiere overtuiging vraagtekens te zetten zijn bij bijvoorbeeld de huidige abortuspraktijk. Ik merk dat als ik op werkbezoek op een openbare school in gesprek raak met een Havo-5 of VWO-5 klas. Als het over abortus gaat, twijfelen die meiden zelf ook of dat wel goed is. Want het is toch menselijk leven. En ook de wetenschappelijke ontwikkelingen geven het standpunt dat het over uniek menselijk leven gaat steeds meer gelijk. In een pril ongevormd embryo ligt alles al vast over de persoonlijkheid en de identiteit van die bewuste persoon in wording. Dan kun je toch niet meer, zoals een generatie geleden, onbekommerd spreken over een klompje cellen?
Ik ben ervan overtuigd dat als je consequent vanuit humane en humanistische overwegingen denkt, steeds meer tot de conclusie zult moeten gaan komen dat dit zo niet kan. Er komt een tijd dat men zich zal afvragen hoe het in vredesnaam mogelijk was dat er mensen waren die met droge ogen het beëindigen van groeiend menselijk leven verdedigden. Het duurt misschien een poos, maar het komt. De afschaffing van de slavernij heeft ook generaties geduurd. Ik ben het dus niet eens met de stelling dat het verplicht is om altijd heel expliciet eerbied en ontzag voor God de Schepper van al het leven te belijden. Zeker, dit uitgangspunt helpt wel om je gedachten te formuleren en je standpunt te bepalen. Als christen moet je vooral open zijn over je drijfveer, maar de argumentatie hoeft daar niet toe beperkt te blijven.’
Derk Boswijk: ‘Binnen het CDA is abortus een vrije kwestie. Ik ben pro-life dus ben ook geen voorstander van abortus. Ik kan onderschrijven wat Roelof Bisschop zegt: ik zie een generatie, die helemaal niet per se gelovig is, maar die wel heel anders naar abortus kijkt dan een generatie hiervoor gebruikelijk was. En dat biedt hoop.’
Bruggen Slaan
Nico Drost: ‘Het afgelopen jaar hebben wij regelmatig het debat rond het eind van het leven gevoerd. De beweging die Roelof Bisschop schetst, herken ik in dat debat.
Als mensen bijvoorbeeld zo’n rapport van de commissie-Schnabel eerlijk gaan lezen en het gaan afpellen, komen ze tot andere conclusies dan wanneer ze alleen vanuit hun eigen overtuigingen denken. De kans die wij als christelijke politici hebben, is om een brug te slaan naar mensen die onze principes misschien niet begrijpen of daar helemaal niet mee opgegroeid zijn, maar die we wel kunnen bereiken. En ik doe dat soms ook op een ‘prikkelende’ manier. Als het over abortus gaat, zeg ik bijvoorbeeld: ‘Ik ben ervoor dat de vrouw baas is in eigen buik’. En dat meen ik oprecht, ik vind dat een vrouw in eerste instantie de keuze heeft. Ik snap het gevoel van waaruit men dat zegt. Maar er volgt een komma. Want in haar groeit een leven. En over dat leven moeten we het debat durven voeren. Als je naar dat leven kijkt, trek je blijkbaar ergens een grens. Ook voorstanders van abortus doen dat. Dat zie je terug in onze wetgeving. Nu ligt die grens bij 20 weken. Maar wie heeft die grens bepaald? En waarom mogen wij die grens niet op nul weken leggen? Of op één week, of waar dan ook? Op die manier zouden we ook inhoudelijk een brug kunnen slaan naar mensen die in een niet-christelijke omgeving opgegroeid zijn. Wanneer mensen meer openstaan voor dit soort debatten, dan zullen wij proberen ze op de inhoud mee te krijgen.’
Roelof Bisschop: ‘Ik vind het mooi om vanuit verschillende invalshoeken de verbinding te zoeken. Dat hoort bij je taak als christelijke politicus. Wat de inbreng van het CDA en de CU betreft, snap ik de nadruk op de zorg voor de schepping. Bij mezelf merk ik hier wel enige aarzeling, bijvoorbeeld om mee te gaan met een initiatief als de Groene Kerk.
Dat komt door het impliciete, of soms expliciet verwoorde geloof in de maakbaarheid dat hiermee vaak gepaard gaat. Ik denk dat je als christen daarbij wat meer terughoudendheid past. Natuurlijk moet je doen wat je hand vindt om te doen. Maar rentmeesterschap is meer dan alleen zorgen voor de natuur. Rentmeesterschap is ook - menselijkerwijs gesproken - het borgen van voedselzekerheid. En dat leidt tot dilemma’s. Tegelijk blijft die verantwoordelijkheid om het welzijn van Gods schepping te bevorderen onverminderd van kracht.’
Op welk punt komt het christelijke profiel van uw eigen partij het beste naar voren?
Roelof Bisschop: ‘Wat wij met het oog op het christelijke profiel heel bewust doen, is het Woord aan het woord laten komen. Bepaalde momenten lenen zich ervoor om dat heel expliciet te doen, zoals de Algemene Politieke Beschouwingen. Daarin kiezen we altijd heel duidelijk een Bijbels thema. We willen dan laten zien hoe relevant die Bijbelse noties zijn voor de huidige politieke en maatschappelijke praktijk. Als ik een punt van accentverschil mag noemen denk ik dat de SGP daarin het meest uitgesproken is. Ik heb tot mijn vreugde gemerkt dat dat ook binnen de ChristenUnie gebeurde, Gert-Jan Segers deed dat af en toe op zijn manier ook, net als Sybrand Buma van het CDA. Ik vind dat mooi, dat geeft toch wel een stuk herkenning.’
Nico Drost: ‘Het eerste punt waarop het christelijke profiel van onze partij het beste naar voren komt is natuurlijk een open deur, dat is onze naam. Wij zijn een unie van christenen. Dat is ook de reden dat ik erbij ben. Ik vind het heel belangrijk om over de hele breedte samen te werken als christenen en het goede te zoeken voor het land. Die naam krijg je vervolgens ook zowel positief als negatief terug. Mensen zeggen soms bijvoorbeeld: ‘Ik ga nooit van m’n leven op een christelijke partij stemmen, alleen jullie naam al’. Daarnaast komt het christelijke profiel terug in onze inhoud: het christelijk-sociale gedachtegoed en onze groene kant.’
Derk Boswijk: ‘Het punt wat Nico Drost maakte, vind ik ook het mooie punt van onze partij. Het lukt ons inderdaad om breder dan alleen onder de mensen die gelovig zijn steun te krijgen voor onze christelijke normen en waarden. Ik denk ook dat dat nodig is als het bijvoorbeeld gaat over de toekomst van het bijzonder onderwijs. Dan heb je toch echt meer mensen nodig dan alleen het smaldeel in Nederland dat uit overtuiging voor het bijzonder onderwijs kiest. Die breedte is een mooie en belangrijke eigenschap van onze partij.’
Wat vindt u een goed of een sterk punt van de andere twee partijen en waarom?
Roelof Bisschop: ‘Deze collega’s van mij zijn altijd correct en hoffelijk in het debat. Het is eigenlijk te gek voor woorden dat je dat moet zeggen, maar met de verruwende omgangsvormen van tegenwoordig is dat waardering waard. Daarnaast komen ze altijd beslagen ten ijs, ze zijn gewoon deskundig. Dat proberen we zelf ook en ik herken dat bij hen. Daardoor krijg je betere, inhoudelijke debatten. En natuurlijk hebben wij ook onze uitgangspunten, we hebben daarin dingen die we delen en ook dingen waar we andere accenten zetten. Dat is allemaal legitiem. Maar de hoffelijkheid en deskundigheid waardeer ik absoluut in hun benadering.’
Nico Drost: ‘Als ik naar het CDA kijk, vind ik de breedte van de partij mooi, het christendemocratische geheel. In Nederland hebben we een democratie, waarin uiteindelijk iedereen mee kan doen. We gaan van ons land geen theocratie, geen christelijk land maken. Althans, niet via de politiek. Daar zijn andere wegen voor, namelijk vanaf de kansel. Het mooie aan het CDA is dat het de breedte zoekt. Daarmee kom je in de partij ook een stukje vertegenwoordiging van ons land tegen, dat toch ook binding heeft met de christelijke waarden en normen.
En als ik kijk naar de SGP: dat is uiteindelijk de oudste christelijke partij van Nederland, met een enorme historie van inmiddels 105 jaar. De SGP heeft daarom ook recht van spreken, en weet dat op een mooie manier voor het voetlicht te brengen. Wat Roelof Bisschop net zei, over het expliciet terugkoppelen naar het Woord, dat vind ik mooi.’
Derk Boswijk: ‘Wat ik het mooie aan de ChristenUnie vind, is vooral de groene kant. Die zorg voor de schepping hebben wij als CDA echt wel laten liggen. De ChristenUnie doet dat altijd heel goed.
En wat betreft de SGP: als ik aan mensen die helemaal niet bekend zijn met de politiek vraag om een christelijke partij te noemen, dan noemen ze de SGP. En dat komt zowel in positieve als negatieve typeringen naar voren. Het is duidelijk waar ze voor staan, ze zijn goed doordacht en gaan niet mee in de waan van de dag. Maar soms zijn ze ook heel erg rechtlijnig en vol van hun eigen gelijk. Dat kan een goede eigenschap zijn, maar het kan ook mensen afstoten.’
Een veelgehoorde kritiek op christelijke politieke partijen is dat daarin het zout in het zoutvaatje blijft. Als christenen organiseer je je dan immers ‘veilig’ bij elkaar op het eigen erf, in plaats van een zoutend zout in een onchristelijke omgeving te zijn.
Nico Drost: ‘In ons democratisch bestel is de volksvertegenwoordiging georganiseerd langs de lijnen van levensovertuigingen. Dat bestel is waardevol en daar moeten we heel zuinig op zijn. Dan kun je uiteindelijk niet om een christelijke partij heen. En dan hebben we onderling ook nog verschillen, dus de mensen kunnen ook nog kiezen. Hoe meer concurrentie, hoe breder het palet van christelijke politieke partijen. Als je naar een districtenstelsel zou gaan, raak je die mooie levensbeschouwelijke lijnen kwijt. Ik denk dat ze een verrijking van het debat zijn. Die levensbeschouwelijke vertegenwoordiging is een van de bestaansgronden van de christelijke politiek.
Aan de andere kant heb ik wel respect voor de christenen die er bewust voor kiezen zich bij een niet-christelijke partij aan te sluiten. Ook in deze Kamer zijn er mensen die vanuit de overtuiging dat een christen overal moet zijn, bijvoorbeeld bij GroenLinks of de SP gaan. Die gedachte snap ik ergens wel.’
Roelof Bisschop: ‘Dit soort kritiek hoor ik vaker, maar ik vind de beeldspraak wat merkwaardig. Alsof het zout in het vaatje zit om erin te blijven. Welnee, er zit niet voor niks een strooier op, waardoor je het zout kunt uitstrooien. Niemand zal het zout direct vanuit een zak op het eten doen. Je verzamelt zout in het vaatje, niet om het daar eindeloos in te laten zitten, maar om het functioneel te maken, ten behoeve van de samenleving.’
Roelof Bisschop
Roelof Bisschop (Staphorst, 30 november 1956) woont in Veenendaal. Hij is historicus en werkte in het onderwijs. Sinds 20 september 2012 is hij lid van de Tweede Kamer voor de SGP, waar hij onder meer de portefeuilles Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Landbouw en Natuur en Voedselkwaliteit in zijn beheer heeft.
Nico Drost
Nico Drost (Rhenen, 19 juli 1980) woont in Rhenen. Hij werkte als zelfstandig adviseur en is sinds 25 januari 2023 lid van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie. Daar houdt hij zich onder meer bezig met Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Derk Boswijk
Derk Boswijk (Woerden, 8 april 1989) woont in Kockengen. Hij was eerder projectontwikkelaar bij een vastgoedbelegger. Sinds 31 maart 2021 is hij lid van de Tweede Kamer voor het CDA, waar hij zich bezighoudt met onder meer Economische Zaken en Klimaat, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Defensie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2023
Zicht | 112 Pagina's