Optrekken met anderen: opdracht of bedreiging?
Betrokken in Gods missie heeft de plaatselijke kerk een brede agenda. Deze begint met de opbouw van de gemeente via de verkondiging van het evangelie en de vorming tot navolgers van Christus.
Die vorming loopt uit op de liefdedienst aan elkaar en de kwetsbare, de naaste, het opkomen voor rechtvaardige verhoudingen in kerk en samenleving en de zorg voor de schepping. Met name deze laatste drie aspecten – die samenkomen in de brede, diaconale opdracht van de kerk – roepen de vraag op of we hierin niet (beter) kunnen optrekken met anderen. Of leidt dit tot uitholling van ons getuigenis?
Opdracht
Met ‘anderen’ bedoel ik niet zozeer andere kerken of medegelovigen, want dat zou – uitzonderingen daargelaten - vanzelfsprekend moeten zijn. Diaconaat in de samenleving vraagt immers om lokale afstemming en het bundelen van krachten. 1 Dat komt zowel de kwetsbare naaste ten goede – er wordt meer mogelijk – als het getuigenis van het evangelie. Met een variant op Psalm 133: hoe goed is het als broeders en zusters eensgezind optrekken in de samenleving. Daar gebiedt de HERE zijn zegen en schenkt Hij leven. Maar geldt deze belofte ook voor het optrekken met hen die Christus (nog) niet belijden als hun Heer en Heiland? Wat vraagt de HEER daarin van ons? Past het bij zijn oproep om recht te doen, altijd gericht te zijn op het goede en nederig met Hem te wandelen (Micha 6:8)? Anders gezegd: is het een opdracht voor Gods gemeente of alleen een optie voor als het ons goed uitkomt? Of wellicht zelfs een bedreiging voor ons getuigenis? In dit artikel wil ik deze uitdagende vraag doordenken en enkele handvatten aanreiken voor de missionair-diaconale praktijk van lokale kerken.
Praktijkvoorbeelden
De plaatselijke IVN organiseert een schone stappen-wandeling om zwerfvuil op te ruimen. Is het een goed idee wanneer de diaconie oproept om daaraan deel te nemen? Of kan deze beter zelf een team starten om de buurt rondom de kerk regelmatig op te ruimen?
Een missionaire werkgroep wil de gemeente stimuleren om diaconaal present te zijn in de lokale omgeving. Gaat de kerk zelf een hulpaanbod doen via de diaconie? Wordt er contact gelegd met Stichting Present om een vast ‘flexteam’ van de eigen kerk te vormen die regelmatig hulpvragen oppakt? En mag je dan van Present verwachten dat zij dit vooraf meedelen aan hulpvragers? Wat doet dit met bijvoorbeeld spontaniteit en wederkerigheid in de relatie? Het sociale wijkteam signaleert dat er veel behoefte is aan een plek voor ongedwongen ontmoeting. In het wijknetwerk, waaraan ook de kerk deelneemt, wordt deze vraag besproken. Is de kerk bereid om hierin samen op te trekken met anderen? Om een gastvrije kerk te zijn, liefst met biljart, of vrijwilligers te ‘leveren’ voor een koffie-ochtend in het wijkcentrum?
Zichtbaar aanwezig
Kerken worden in ons land steeds meer naar de rand van de samenleving verdrongen. Nogal wat kerken leggen zich hier min of meer bij neer. Ze richten zich vooral op hun eigen voortbestaan en de interne gemeenschap en geloofsopbouw. Ook in de media wordt de stem van kerken nog slechts zelden gehoord. Hoe verhoudt dat zich tot de oproep van Jezus aan zijn leerlingen om het zout der aarde te zijn en het licht der wereld (Matt. 5: 1-16)? Een stad boven op een berg en een kandelaar die schijnt voor allen in de samenleving, ons gedeelde huis? Dat kan alleen als Gods kinderen door hun goede werken zichtbaar aanwezig zijn. Als ze de houding en leefwijze tonen die Jezus zalig spreekt: besef van de eigen onvolmaaktheid, reageren vanuit een zacht gemoed, hongeren naar gerechtigheid, barmhartigheid bewijzen aan mensen in nood, een hart dat vrij is van zelfzuchtige bijbedoelingen, vrede zoeken in relaties en het lijden om Christus’ wil aanvaarden. Dan zullen zij door anderen kinderen van God genoemd worden en zal de hemelse Vader omwille van hen verheerlijkt worden.
Herkenbaar blijven
Nu is het vaak zo dat diaconaat in de samenleving vorm krijgt via gespecialiseerde diaconale organisaties. De initiërende kerken kunnen daardoor gemakkelijk uit beeld verdwijnen. Zeker als deze organisaties zich doorontwikkelen tot professionele, gesubsidieerde instellingen die los van de kerken komen te staan. Daarvan zijn zowel in het verleden als meer recent diverse voorbeelden te noemen. Natuurlijk krijgt zout pas zijn werking als het ergens in oplost, maar ik geloof niet dat Jezus bedoelt te zeggen dat christenen onzichtbaar moeten worden. Integendeel, Hij wil dat zijn volgelingen smaak geven aan hun omgeving en zichtbaar aanwezig zijn. Als ze die smaak niet meer afgeven en hun licht verstoppen voor de mensen, deugen ze nergens meer voor en kunnen ze beter door hen ‘vertrapt worden’ (ja, het staat er echt).
Diaconaat is ooit door de missioloog J.C. Hoekendijk pantomime van het heil genoemd. Ook zonder woorden kan de kerk immers zichtbaar maken wat de kern van het evangelie is: vergevingsgezindheid en onvoorwaardelijke liefde en trouw. Maar pantomime is wat anders als anonimiteit. De apostel Petrus roept de gemeenten op om altijd bereid te zijn om verantwoording af te leggen van de hoop waaruit zij leven en handelen. Niet vanuit een houding van beter-weten, maar zachtmoedig en met respect voor de ander, zodat mensen geen kwaad over hen zullen spreken (1 Petr. 3: 15-16). Dit lijkt me een belangrijk leidend criterium: kunnen we samenwerken en tegelijk zichtbaar en herkenbaar aanwezig blijven voor de mensen om ons heen? Als dat niet (meer) het geval is, past ons terughoudendheid en lijkt het wijzer om op een meer geprofileerde manier diaconaal present te zijn.
Te gast zijn
Een ander perspectief is dat van de locatie: waar speelt een missionaire of diaconale activiteit zich af en wat betekent dit voor de verhouding tot anderen en het getuigenis dat van de kerk uitgaat? Wie is te gast bij wie? Henk de Roest onderscheidt hierin drie mogelijke situaties 2 :
• De eigen ruimten openstellen voor anderen: kerk-zijn voor de buren.
• Kerkmensen stimuleren zich individueel, in duo’s of in kleine groepsverbanden in te zetten als vrijwilliger in niet-kerkelijke instellingen: kerk-zijn bij de buren;
• Samen met anderen initiatieven ontplooien, vanuit een gedeelde waarneming van een behoefte in de omgeving: kerk-zijn met de buren;
Kerken zijn vaak het meest vertrouwd met de eerste vorm: kerk-zijn voor de buren. Er worden activiteiten georganiseerd, zoals een vrouwenochtend, open maaltijd of moeder & kind-inloop, en de buurt of bekenden worden uitgenodigd. Of de kerkelijke ruimten worden letterlijk open gesteld voor anderen, bijvoorbeeld voor een concert, expositie, cursusgroep of stembureau. De ander is dan te gast bij de kerk en accepteert de spelregels van de kerk. Het is dan aan de kerk om zich als een goede gastheer te gedragen en gastfreundlich te zijn, de gasten vriendelijk en welwillend tegemoet te treden. In lijn met de oproep van Paulus aan de gemeente in Filippi: ‘Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend’ (Fil 4:5 NBG-51, HSV: welwillendheid). Dat betekent dus ook: de ander de ruimte geven om zichzelf te zijn, uiteraard binnen de grenzen van gezonde omgangsvormen. Maar laten we de ander niet te snel langs onze kerkelijke en religieuze meetlat leggen. Laten we hem of haar behandelen, zoals we zelf behandeld zouden willen worden in een dergelijke situatie en blij zijn met iedere wijk- of dorpsgenoot die over de hoge kerkdrempel heen durft te stappen.
In het tweede geval zijn kerkleden te gast bij de buren. Deze bepalen de spelregels en van de gelovige vrijwilligers wordt gevraagd zich als goede gasten te gedragen. Een kerkelijk echtpaar kan er bijvoorbeeld voor kiezen om mee te draaien in een huiskamer van een buurthuis, gericht op ontmoeting en gezelligheid. Spreken over het geloof zal normaal gesproken alleen reactief gebeuren en niet proactief, omdat evangelisatie niet het doel is van de activiteit. Toch kan ook dit een prachtige mogelijkheid zijn om zout en licht te zijn, om vanuit de gezindheid van Jezus te dienen en nieuwe relaties op te bouwen. In vrijwel elke kerk zijn er leden die op deze wijze diaconaal present zijn, maar meestal is dit op eigen initiatief, los van bijvoorbeeld de diaconie of werkgroep Kerk in de Wijk. Ik pleit ervoor om die verbinding bewust wel te maken, bijvoorbeeld in een huisbezoek of via een jaarlijkse ontmoeting van ‘buitenkerkelijke’ vrijwilligers. Op deze manier kunnen we hen ondersteunen, ervaringen bespreken, lessen trekken en voor elkaar bidden. Zo kun je praktisch vorm geven aan wederkerigheid tussen kerk en samenleving. Een vrijmoedige vrijwilliger kan gevraagd worden er iets over te delen in het kerkblad of in een dienst. Een mooie kans om de gemeente te betrekken bij Gods missie in de eigen omgeving. 3
In de derde situatie zijn mensen als het ware te gast bij elkaar. Het veronderstelt bereidheid om ondanks levensbeschouwelijke verschillen samen op te trekken ter wille van een gemeenschappelijk doel. Denk bijvoorbeeld aan het bijstaan van mensen met financiële problemen of vluchtelingen in een tijdelijke noodopvang. Dat vraagt overeenstemming over het waarom en waartoe: wat drijft elk van de partners en wanneer zijn we tevreden met het resultaat? Het vraagt van kerkelijke betrokkenen de bereidheid en het vermogen om bruggen te bouwen, om oprecht te luisteren naar wat de ander drijft en verstaanbare woorden te geven aan de eigen motivatie. Daarin mag doorklinken dat we met vallen en opstaan de weg willen gaan die Jezus wijst. In zo’n situatie kunnen we bijvoorbeeld een pleidooi voeren voor drie diaconale basisprincipes: helpen wie geen helper heeft (in aanvulling op bestaande voorzieningen); helpen onder protest (signalen bundelen en inbrengen bij overheden en instanties) en helpen met perspectief (mensen helpen om weer op eigen benen te staan). 4
Heilzaam present
Vanuit verschillende perspectieven keken we in dit artikel naar de mogelijkheid om in de missionair-diaconale roeping samen met anderen op te trekken. Een vraag die mij tenslotte verder helpt is deze: helpt dit samen optrekken ons om werkelijk heilzaam present te zijn? Om vanuit ons geloof met mensen te zijn en op gepaste wijze het heil van God te delen in liefdevolle aandacht, trouwe contacten, priesterlijke gebeden, hoopvolle woorden en concrete daden? Zoals God ons nabij kwam en nabij is en blijft in Jezus Christus, zo mogen wij Hem in onze presentie navolgen. Niet vanuit een morele of religieuze superioriteit, maar vanuit de houding en leefwijze die Jezus voorleefde en zalig sprak. Daar mag de A/ander ons op aanspreken. Dat maakt bescheiden en afhankelijk, want het kan alleen vanuit een dagelijkse omgang met God die in ons werkt met zijn Geest.
Dr. Bert Roor was tot begin 2024 werkzaam als docent missie & diaconaat aan de Theologieopleiding van de CHE. Hij maakt nu als (onbezoldigd) onderzoeker deel uit van MIRTE, het Missiological Research Team van de TUA. Daarnaast is hij ouderling gemeentezending binnen een Hervormde gemeente, bestuurslid van Stichting Gave en actief betrokken bij A Rocha.
1 Zie hiervoor mijn handreiking in Nabije naasten. Kerken actief in het lokale diaconaat, De Vuurbaak, 2007, p. 46-53 (red. Elise van Hoek-Burgerhart, Marja Jager-Vreugdenhil en Roel Kuiper).
2 Henk de Roest, Een huis voor de ziel. Gedachten over de kerk voor binnen en buiten. Meinema, 2010, 283. Ik noem ze hier in omgekeerde volgorde.
3 Missionair consulent Petra de Jong-Heins werkt dit verder uit in een cyclus met vier stappen: Ervaren – Exploiteren – Reflecteren – Reageren. Zie: Petra de Jong-Heins, Contextualisatie van het evangelie: theorie en praktijk, in: Petra de Jong-Heins et al (red.), Betrokken in Gods missie. Basisboek missiologie, Utrecht 2023, 178-179.
4 Derk Jan Poel, ‘Present onder mensen in nood’, in: Petra de Jong-Heins et al (red.), Betrokken in Gods missie. Basisboek missiologie, Utrecht 2023, 214-215.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2024
Ambtelijk Contact | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2024
Ambtelijk Contact | 28 Pagina's