St. Maartensdijk
Openbare gemeenteraadsvergadering ge houden olp VrSJdag 17 Juli 1936 des v.m. om 11 uur r.t.
Voorzitter dhr. C. M. Quakkelaar, loco burgeaneester.
Afwezig de beeren Koopman en Hage.
De notulen der twee laatste vergaderingen Worden ongewijzigd vastgesteld.
Door de beeren D. L.' Rijnberg en A. C. Hage is, wegens vertrek naar elders, ontslag gevraagd als lid van de Commissie tot wering van schoolverzuim, waarvan den heer Hage de commissie 18 jaar heeft ge« diend als Secretaris.
De heer LANGEJAN vraagt zoo spoe« dig mogelijk reparatie eener btug, vooral met het oog op het passeeren van de Zware vrachten daarover.
De VOORZ.: Deze aangelegenheid willen wij laten rusten tot de burgemeester er is.
Van Ged. Staten is een schrijven ontvan« gen, waarin wordt medegedeeld de Iq af« lossing der geldleening groot f 2000.— ten behoeve der „Kaaistraat", niet in 1937 maar nog dit jaar te doen plaats hebben.
De VOORZ.: Laat ons G.S. voorstellen, daar de aflossing in 10 jaar moet geschie« den, t 200.— minder op te nemen en met aflossing te beginnen in 1937. Z.h.s. aange« nomen.
Het aandeel in te betalen wachtgeld ten behoeve van den gewezen secretaris der Gezondheidscommissie, dhr. D. H. van der Velde te Tholen, bedraagt voor onze ge« meente f 19.42.
Een ingekomen schrijven betreffende het Middenstandsborgstelling wordt aangehou« den tot volgende vergadering.
Betreffende vergoeding fijdehjke hulp der Bewaarschool, stellen B. en W. voor deze hulp niet meer aan te vullen. En is deze bediening, volgens mededeeling van Wet« houder Koopman, door de tijdelijke hulp kosteloos verricht.
Dhr. BOUT: Dat komt mij echter zeer vreemd voor dat men voor niets werkt.
Dhr. OP DEN BROUW: Absoluut niet voor niets; ik vind het zeer misleidend van B. en W.
Dhr. NELISSE: Laat ons liever met deze gelegenheid wachten tot dhr. Koopman zich over deze mededeeling kan verdedigen, hij is nu afwezig.
Dhr. BOUT: Dan komt het weer in den Raad, en dat wil ik liever niet; ik wil het nu behandelen, en de tijdelijke hulp beta« len naar de norm door voorgaande help« ster genoten.
Dhr. LANGEJAN ondersteunt een voor« stel van dür. NeHsse, deze aangelegenheid te verdagen, welk voorstel wordt verwor« pen met de stemmen van dhr. Quakkelaar, Bout en Op den Brouw tegen.
De VOORZ.: Ik stel voor een vergoe« ding van f 10.— voor den duur van 15 Mei tot 5 Juni dat deze tijdelijke hulp heeft dienst gedaan. Dhr. Bout ondersteunt dit voorstel.
Dhr. OP DEN BROUW: Het is veel te weinig.
Met de stemmen van Nelisse en Op den Brou%v tegen, wordt de vergoeding aange« nomen.
Ingekomen een verzoek van J. M. Bijl om vergoeding ten bedrage van f 15.— voor dokterskosten ten behoeve van een kind, dat door verwonding aan, doop de genïeente gespannen prikkeldraad, genees« kundige hulp moest worden ingeroeepn.
Dhr. BOUT: Ik meen dat wij) er met dit billijk verzoek nog alleszins goedkoop afkomen; er wordt alleen vergoeding dok« terskosten gevraagd zonder meer, en dan door de gemeente gespannen prikkeldraad in de kom der gemeente, dati niet te ver« antwoorden is, en welke gevallen telkens kunnen plaats hebben, bijv. door heü uit« schieten van een hond etc.
De VOORZ.: Bijl is bij mij gekomen om, mogehjk daartoe door derden geinspireerd, een anderen weg in te slaan, waarna ik hem heb geadviseerd liever een verzoek tot den Raad te richten om vergoeding, dat naar mijn bescheiden meening zeer ze« ker wel door allen zal wordenj aanvaardt.
Dhr. LANGE JAN: Wij hebben naar mijn meening deze vergoeding te acceptee« ren; ja f 15.— is zelfs te weinig; en ik ;neen dat wij er goed afkomen. En nu zou ik naar aanleiding van dit ongeval, willen voorstellen die heele afrastering aan de „Kleine Kaai" op te ruimen, en daarvoor in de plaats een waarschuwingsbord te plaat« sen, dat met een goed politietoezicht! even« veel resultaat zal geven.
De VOORZ.: Met Uw voorstel kani ik gedeeltelijk instemmen, echter niet om alles op te ruimen; ik zou het prikkeldraad willen vervangen door ander draad.
De heer NELISSE: Hoever is die af ras« tering uit den as van den weg? Want ik ben bij opruiming bang voor ontsiering der bestaande graszetting.
De VOORZ.: Ik zou later \villen voorstellen die baan door te straten.
De heer BOUT: Bedoelt U, dat eindje tot op den draai bij Robbe^ en tot achter de weegbrug van Oudesluijs? De heer LANGE JAN: Ik zou het maar
De heer LANGE JAN: Ik zou het maar dadelijk willen doen. Wij hebben nu oude keien daarvoor disponibel uit de „Kaai« straat"; en hoe men het nu, ook bekijkt, het bhjft altijd openbaren weg; en het is in doorsnee toch maar een 50 vierk. Meter.
De heer BOUT: Men is hier ten opzichte van politietoezicht en waarschuwingsborden nog maar al te hardleersdh.
De VOORZ.: Met waarschuwingsborden ben ik bang de oude toestand weer zal terugkeeren, en ik zou het bezaaidei toch gaarne behouden, en s'tel daarom voor de palen te laten staan en het prikkeldraad te verwijderen, waartoe met de stem, van dhr. Langejan en Op den Brouwj tegen wordt besloten. Ontheffing van hondenbelasting wordt ver
Ontheffing van hondenbelasting wordt ver leend aan den heer I. Vinjé. /
Naar aanleiding van een op Donderdag 16 Juli gehouden vergadering der N.V. Waterleiding Maatschappij „Tholen", wordt het gewijzigde art. 4, dat, volgens mededee« ling van den gemeente Secretaris, de voor« waarden der geldleening van f 270.000 eenig« zins voordeeiiger doet zijn, met alg. stem« men aangenomen. De heer NELISSE: Ik betreur het nog
De heer NELISSE: Ik betreur het nog steeds, dat het Waterleidingbestuur voor« heen met een ongemotiveerd: „de grond grond deugt ter plaatse niet voor de bui« zen", een verzoek tot aansluiting vanl de heele „Weihoek" van de gemeente Poort« vliet tot den „Geldkarn" heeft afgewezen. Het bestuur is naar mijn meening te een« zijdig samengesteld; er moeten practische menschen in dat bestuur zijn.
De SECRETARIS: Dat is een zaak van den Raad van Beheer; de Waterleiding Di« recteur is ten allen tijde bereid van in« lichtingen te dienen. De heer LANGE JAN: Tegen dergelijke
De heer LANGE JAN: Tegen dergelijke gevallen kan de Raad toch protesteeren?
De SECRETARIS: Laat ons bij elk voor« komend geval, dat voor ons duisteri lijkt, hetzij in openbare« of intieme vergadering den Directeur verzoeken ons van voor« lichting te dienen. De heer NELISSE: Er ligt ookj bij het
De heer NELISSE: Er ligt ookj bij het door mij naar vorengebrachte geval, bij ons eenige schuld. Wij hadden moeten blijven vergaderen en de zaak moeten bHjven, be« pleiten. Nu acht ik echter een uitnoodiging daartoe van den Directeur van geen waarde, nu men algemeen met de financiën te kam« pen heeft, en het nu niet zoo gemakkehjk tot een aansluiting zal kunnen komen als voorheen, gezien de tegenwoordige zorge« lijke omstandigheden.
Ingekomen is een verzoek van den heer W. M. Langejan om, die palen gedeponeerd op de „Kleine Kaai" te kunnen koo^jen. De VOORZ.: Ik heb BCnulst naar de
De VOORZ.: Ik heb BCnulst naar de :hoedanigheid dier palen voor gemeente« gebruik geinformeerd, en deze zijn, volgens zijn advies, voor eenig gebruik der ge« meente niet dienstig.
De heer OP DEN BROUW: Wanneer zij voor partiailier gebruik kunnen dienen, leun nen zij dat ook wel voor de gemeente. De heer BOUT: De ondereinden dier
De heer BOUT: De ondereinden dier palen zijn voor eenig doel der gemeente te dik. I De heer NELISSE: Ik stel voor de palen
De heer NELISSE: Ik stel voor de palen te doen taxeeren en aan aanvrager te ver« koopen, dat met alg. stemmen, dhr. Lan« gejan blijft, als famibelid van den verzoe« ker, buiten stemming, wordt aangenomen.
Het kohier van de Hondenbelasting wordt met alsc stemmen, op een bedrag van f 352.50 goedgekeurd. In de vacatures van lid van de Commissie
In de vacatures van lid van de Commissie tot wering van schoolverzuim wordt, na loting tusschen de beeren J. v. Nieuwen« huijze en Nath. de Viet, eerstgenoemde ge« kozen in de vacature A. C. Hage. In de vacature D. L. Rijnberg wordt gekozen dhr. Nath. de Viet.
De 5«jarige vaststelling der strafverorde« ning wordt met alg. st. ongewijzigd gehand« haafd.
Rondvraag.
De heer LANGE JAN: In de vergadering van Maart 1.1. is gesproken over de af« heining bij Jan van Gorsel, wat toen door B. en W. is opgenomen, en momenteel is die toestand daar ter plaatse nog zoo.
De VOORZ.: B. en W. willen dat zoo laten.
De heer LANGE JAN: Het is toch in den Raad aangenomen, dat zulks daar zou verandeien ?
De VOORZ.: Ik zal er met Wethouder Koopman nog eens gaan kijken. De be« doelde brug is door belanghebbenden in orde gemaakt.
De heer LANGE JAN: Hoe staat het met de in een vorige vergadering^ bespro« ken regeling schoolgelden ?
De SECRETARIS: De Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten, die voor 1 Sept. a.s., die regeling in hun vergadering zullen bespreken, maant ons nog wat te wachten. Laat ons nu niet te haastig zijn, als de Verordening vóór 1 Mei 1937 maar is goed« gekeurd.
De heer BOUT: Is in de vergadering van B. en W. al behandeld, de regeling die in' den Raad besproken is?
De VOORZ.: Tot op heden nog niet, wij willen daarmede wachten, tot de nieuwe Burgemeester in functie is.
De heer BOUT: Ik hoop er zoo spoedig mogelijk van te zullen hooren. De heer OP DEN BROUW: M. d. V. Wanneer de verslaggever der „Thoolsdhe Courant", hier aanwezig, goed heeft geluis« terd naar de gelezen notulen, dan zal hij tot de conclusie zijn gekomen, dat, wat volgens zijn verslag mijn bedoeling zou zSjn, het niet mijn bedoeling is onze Bewaarschool te slachten. Juist het tegen« deel, en da' heb ik goe4 laten uitkomen, is mijn streven, de Bewaarschool in alles te steunen en te trachten voor onze gemeens te te behouden, desnoods niet met één, maar met twee helpsters. En wat de heer Langejan betreft, die zegt: dat ik de schuld ben met het oog op het Crisisgoed A., neen Langejan, daarvan ben ik niet de schuld, maar opdat gij het zelf' zoudt in handen krijgen, daarom hebben je er ons uitgemodderd, dat hebben je zelf gedaan; en opdat het volk, ik bedoel daarmee de buitenstaanders dezer affaire, zich niet zal bezondigen, raad ik U zeer ernstig aan eens aandachtig te lezen het 9e gebodi, dat zegt: „geen valsche getuigenis te ge« ven tegenover Uw naaste". En aan het adres van de Wethouders, het spijt mij dat Koopman er niet is, zou ik betreffende de Werkverschaffing willen zeggen: als die beeren maar op onrechtvaardige wijze in de Werkverschatiing iemand kunnen plaat« sen, dan hoor je ze niet. Dat is uitgekomen bij den zoon van Bout en Nathan de Viet. Toen de Viet naar het Secretarie ging in« formeeren óf hij bij de Werkverschaffing was, of op de hjst was geplaatst; antwoord« de de Secretaris, dat hij er niet bij was en ook niet op de lijst voor kwam; maar de Viet moest maar zwijgen, dan kwam' hij er wei. Secretaris en B. en W. plaatsen niet in de Werkverschaffing; ik hoopj dat er een eind aan komt. E"!^ is daartoe een orgaan, en laat dat werken.
De heer BOUT: Ik ben nog altijd de dupe geweest. Moest daarom Langejan, die plaats innemen? En wat is de houding van B. en W. en Secretaris geweest bij het con« cours, met het oog op het stemfpelen? ( Wanneer die dag een werkdag is ge« weest, dan hadden ze ook op de Secretarie moeten werken. Als men het zoo hoort, dan is het min of meer de Secretaris, die de menschen maar wilt plagen. En het be« zoek van den nieuw benoemden burge« meester van de gemeente, die alleen wilde confereeren met B. en W. en Secretaris, maar ook waren daarbij toch tegenwoor« dig Hage, Nelisse en Langejan, terwijl wïj beiden werden thuis gelaten. Ik vergeef veel, maar neem het U erg kwalijk ons te hebben thuis gelaten. Een zekere groep moest volgens Uw oordeel geen kennis maken met den Burgemeester; gij hebt ons zeer mager behandeld.
De heer NELISSE: Hage en ondergetee* kende waren erg benieuwd of de Bürge« meester ,een bezoek zou brengen aan onze gemeente; daarom hebben wij den Bürge« meester telefonisch gevraagd: óf en wanneer hij de gemeente dacht te bezoeken. Waarop wij de mededeeling kregen, da* de burge« meester dacht op Woensdag onze gemeente te bezoeken. Onzerzijds werd toen te ken« nen gegeven, dat wij gaarne persoonlijk met hem wilden kennismaken, dat door hem zeer werd geapprecieerd, waardoor op deze "wijze een precendent werd geschapen.
De VOORZ.:. Ik verzoek den Secretaris den op deze aangelegenheid betrekking heb« benden brief te willen voorlezen. Daaruit blijkt, dat de burgemeester met het col« lege van Wethouders en Secretaris wensöht kennis te maken. Dus had ik niet de be« voegdheid den geheelen Raad een uitnoo« diging te zenden. Uit het telefonisch oiw derhoud met de beeren Hage en Nelisse bleek echter, dat ook de kennismaking met raadsleden werd op prijs gesteld. Toen heb ik ook de bode een uitnoodiging aan den heer Langejan doen brengen, terwijl ik meen« de dat de beeren Bout en Op den Brouw, wegens hun afwezigheid waartoe de werk« zaamheden hun riep, niet zouden te be« reiken zijn. '
De heer OP DEN BROUW: Daar wist jij, niets van.
De SECRETARIS: Ik heb een brief ont« gen waarin de burgemeester verzoekt^ den Raadsleden, dien hij nog niet heeft ontmoet, te verzoeken vóór de installatie met) hem te willen kennismaken. De heer LANGE JAN: M. d. V. Het doet
De heer LANGE JAN: M. d. V. Het doet mij genoegen de gelegenheid te worden, ge« boden, de persoonUjkheden en hatelijkheden geuit aan mijn adres, betreffende heü cri« sisgoed, door den heer Op den, Brouw te kunnen weerleggen, en tevens te bewijzen dat niet mij, maar den heer Op den Brouw daarvan de schuld treft. Ik heb wél gezegd, dat menschen van zijn kant de beste en duurste dekens werden toegewezen, die een prijs vertegenwoordigden van f 5.75 en f 6. terwijl niet partijgenooten van hem eenzelfde artikel in een vertegenwoordigenden prijs van slechts f 3.— ontvingen, en dan waren de laatsten nog minder finantieel krachtig dan de eersten. Daarom werd het dan ook hoog tijd, dat de verdeehng dier goedie« ren uit de handen van den heer Op den Brouw over ging in anderer handen, en zal deze ook nooit meer in handen krijgen. Nogmaals het verheugt mij, te kunnen con« stateeren, dat het 9e gebod allereersij door den heer Op den Brouw op| zichzelf moet worden toegepast, bewijze zijn klacht aan den heer Officier van Justitie, waarin„ in figuurlijken zin, siroop werd om den mond gesmeerd. De heer OP DEN BROUW: Ik heb van
De heer OP DEN BROUW: Ik heb van den Officier nooit iets terug gehad.
De heer LANGE JAN: Mijnheer Op den Brouwï U moet niet interrumpeeren, mij is het woord gegeven. Ik dank U intus« sehen voor Uw bekentenis waardoor gij Uw onrecht volkomen erkent, en ik herhaal, dat zulks is te aontroleeren in de boeken en bescheiden en het schrijven aan den Officier van Justitie. De heer BOUT: Er is nu alreeds een
De heer BOUT: Er is nu alreeds een heele discussie gevoerd, en menigmaal is door mij een verslag gevraagd, en| dat is nooit gegeven, dat is een fout. De Loco heeft van den burgemeester een brielfl ge« had, en waarom zich dan niet aan den daarin te kennen gegeven wensch gehou« den, alleen te confereeren met college van Wethouders en Secretaris; dan had U ook Langejan niet moeten uitnoodigen.
De VOORZ.: Nu kunt U achteraf ge« makkelijk praten.
De heer NELISSE: Toen wij he1( telefo« nisch gesprek met den burgemeester hadden gevoerd, was zijn brief met de uitnoodi« ging reeds onder weg.
De heer OP DEN BROUW: Langejan is gehaald en wij zijn thuis gelaten.
De VOORZ.: Ik meende dat U niet thuis, maar op Uw werk was.
De heer OP DEN BROUW: Ik ben al« tijd om 10 uur thuis.
De VOORZ.: Ook wil ik U zeggen, dat in de verdeeling van Crisisgoed on« zerzijds nimmer onrechtvaardig is gehandeld.
De heer BOUT: Neen? maar er is toCh veel door de achterdeur uitgegaan.
De heer LANGE JAN: Ik hoop, dat; U met deze bewering goed zult onderscheiden tusschen A. en B., want B. is nooit door de achterdeur uitgegaan, daarvan kan U verslag krijgen maar alleen in openbare vergadering.
De SECRETARIS geeft in een tot hem gerichte vraag als antwoord: Ik moet er uit, en heb met dit alles niets te maken.
De heer LANGE JAN: Ik geef in over« weging in een vergadering, vsn het Crisis« comité B, niet A inzage der bescheiden. Ik meen dat de oud«Voorzitter nooit geen vergadering heeft uitgeschreven.
De heer NELISSE: Crisiscomité B. en A. hoor ik nooit van.
hoor ik nooit van. De heer BOUT: Wij staan daar buiten, maar men moet toch verslag uitbrengen?
De VOORZ.: Ik wil U wel zeggen, dat ik altijd voor groote inkomens geschermd heb, en nu krijgt men dit te hooren. '
De heer NELISSE: Laten wij dan de re« keningen A. en B. nazien. ' '
De VOORZ.: De zoon van Bout wilde zelfs niets hebben.
De heer BOUT: Mijn zoon ging goed uitgerust de deur uit, en mocht daarom niets van de crisis hebben.
De VOORZ.: Van de Rhee kreeg een paar schoenen, en toen zeidet de heer Op den Brouw, die is ziek, heeft geen schoenen noodig.
De heer LANGEJAN: de heer Bout en zijn zoon komen voor het crisiscomité B. niet in aanmerking.
De SECRETARIS: Dat kan niet worden genotuleerd.
De heer LANGE JAN: Al wat ik heb ge« daan, heb ik gedaan met overleg! van het bestuur.
De heer BOUT heeft wel gehad van Crisiscomité A.
De heer BOUT: Dat heeft U zelf gezegd, en noodig had ik het wel. Echter heb ik er nooit geen schoenen van gehad, wel had ik een vragenlijst ingediend.
De heer LANGE JAN: Verzoek Bout is niet kwijt, maar alles was verdeeld. Een meisje, die het zeer noodig had heeft er nog van gehad. Er is momenteel nog f 7.40 in kas en die moet er in blijven.
De heer BOUT: Daar heeft het bestuur geen recht toe.
De heer OP DEN BROUW: Ik zou nu zwijgen tot er vergadering is. ,
De VOORZ.: Ik verklaar dat er geen menschen onrechtvaardig in de werkver« schaffing zijn geplaatst, maar dat het alles is gegaan volgens de lijst.
De SECRETARIS: Ik meen, dat de Viet op de hjst stond. De heer BOUT: Neen mijnheer de Secre«
De heer BOUT: Neen mijnheer de Secre« taris, de Viet stond er niet op.
De heer OP DEN BROUW: De Viet stond er niet op. En wat komt er van een reservelijst? Mijn broer Lourens wordt ook niet in de werkverschaffing geplaatst, en mijn ouders zijn toch ook 70 jaar oud.
De VOORZ.: Mij werd gezegd, dat Uw broer er nog maar kort uit was.
De heer BOUT: Naar ik hebf gehoord is de steunverlaging stopgezet. Ook isi dat vorig jaar Mei geschied, en tod^ bleef de controleur maar steeds in dienst, en werd aldaar betaald. Ik meen, dat bet belang van de gemeente eischt dezen Controleur voor zekeren tijd te ontslaan. Men behoeft niet van half Mei tot half November on« nuttig geld uit te geven. En wanneer hij niet noodig is, dan moet men hem ook niet houden.
De VOORZ.: Hij is benoemd, kan men nu zoo maar dadelijk zeggen: er uit?
De heer NELISSE: De controleur is be« noemd ep vast salaris, dus wanneer hij zou gedaan krijgen, zou hij op, wachtgeld gaan.
De SECRETARIS: Al is er geen, werk« verschaffing, er moet toch controle zijn op de gezinsinkopisten.
De heer LANGE JAN: Dus wanneer die man niet vrij is, zouden wij nog een 2e controleur moeten hebben voor de gezin« inkomsten; het heeft heelemaal geen doel waarover d?n heer Bout spreekt.
De heer BOUT: Die man gaat een hee« len dag werken evenals wij. Ik heb het in het midden gebracht en nu moet de Raad het zelf weten.
De heet LANGEJAN: Hij is niet werk« loos, de heer Bout is eij neven.
De heer BOUT: Op het Secretarie is er geen werk voor werkverschaffing.
De SECRETARIS: Daar gaat het niet over, he'' gaat over de controle.
De heer BOUT: Ik zeg dat het niet noodig is.
De heer OP DEN BROUW: Laten| wij voortaan Poot benoemen per week, ik ge« loof dat het werk van Poötf te gewjlchtig is, dat kan niet op het Secretarie.
De heer BOUT: De gemeente Tholen heeft ook geen controleur, daar gebeurt het ook op het Secretarie.
De heer NELISSE: Ik vind, dat het niet op deze vergadering thuis hoort," ik waag mij niet op glad ijs, want het behoort bij het Rijk.
De VOORZ.: Ik breng een voorstel daar« toe niet in stemming.
De heer BOUT: Als ik er een voorstel van maak, moet jij het in stemming bren« gen.
De heer LANGE JAN: Het zijn niet an« ders dan persoonlijke aanvallen op Poot.
De heer BOUT: Het zijn geen persoon« lijke (aanvallen op Poot, het is lenkel gemeen« tebelang.
De VOORZ.: Ik heb een deputatie uit de „Kaaistraat bewoners" bij mij gehadi, die ernstig pleitten voor verlaging dier straat en heb hun allen gewezen, dat, zoo het nu wordt gemaakt is naar een Raadsbesluit.
De heer NELISSE: Laat ons de handen van dat besluit afhouden.
De heer BOUT: Ik heb er ook met de gemeenteopzichter over gesproken, en die zegt ook dat het niet anders kon; de be« zwaren zullen wel meevallen.
De VOORZ.: Een bewoner klaagde over het ongerief, dat zijn stoep te hoog werd, verlagen kan echter niet want dan zit men bij Meulstee met dat diepe gat. De heer BOUT: Wanneer men ons gaat
De heer BOUT: Wanneer men ons gaat storen aan de bewoners, dan komt men nooit k^aar. /
Hierna sluiting.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 juli 1936
Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's