Raad Middelharnis: Bitter "links" verwijt over verkiezing twee rechtse wethouders
-k Links acht de democratie gewelcl aangedaan
Burgemeester Joh. van Es van Mid ' delharnis die de hoop koestert op „wel- luidende muziek" uit het gisteravond geïnstalleerde raadscollege moet daar tijdens de eerste vergadering wel lichtelijk in teleurgesteld zijn. Wel heeft hij gelijk gekregen waar het zijn veronderstelling betreft dat ieder er zijn eigen instrument bespeelt, die voorkeur hebben de heren duidelijk te kennen gegeven. Het moet gezegd dat er nogal wat valse noten te beluisteren vielen, die weinig gemeenschap met de door de raadsvoorzitter gebezigde beeldspraak hadden. De rechtse fracties, s.g.p. en a.r. hebben hun onderlinge afspraak gestand gedaan. De heren J. H. Koppelaar (s.g.p.) en dhr. M. K.i van Eek (a.r.) werden als wethouder gekozen met 8 tegen 7 stemmen. Links heeft voor dit samengaan geen goed woord kunnen vinden, het is hen zeer tegengevallen. Tegenover de goede voornemens van de rechtse fracties stelde dhr. Hoogzand radicaal zijn conclusie: „we gaan terug naar de onverdraagziaamheid". Rechts verklaarde nadrukkelqk uit principiële overwegingen te hebben gehandeld maar ook die verzekeringen bracht de partijen geen stap nader tot elkaar. De verklaringen die door de verschillende fracties werden gegeven als inleiding tot de wethoudersverkiezing laten we onderstaand zo volledig mogelflk volgen.
i Wonderlijke compromissen
In zijn verklaring, gegeven namens de S.G.P. fractie achtte dhr. J., H. Koppelaar de belangrijkheid van de wethoudersverkiezing daaruit bewezen dat er, niet enkel in Middelharnis maar overal in den lande hierover intensieve voorbesprekingen zijn gehouden om te trachten dikwijls door de meest wonderlijke compromissen de zetels bezet te krijgen. Dhr. Koppelaar vervolgde: „De uitslag van de verkiezingen, i welke 3 juni j.1. gehouden zijn, was in onze gemeente een grote verrassing. Na telling van de stemmen bleek het percentage S.G.P.-stemmers zo groot te zijn, dat dit resulteerde in een vijftal raadszetels. Al was de vijfde zetel met een geringe meerderheid bereikt, de winst was duidelijk aantoonbaar. Niet onvermeld mag in dit verband blijven, dat alleen de S.G.P. van de thans zittinghebbende partijen de enigste is, welke bij de laatste drie gemeenteraadsverkiezingen procentueel steeds een sterke stijging vertoonde. Een kort overzicht toont dit duidelijk aan:
Vanaf 1962-1970 een daling van Vh'/o voor de A.R.P.
Vanaf 1962-1970 een daling van Ph'/a voor de P.v.d.A.
Een vrywel gelijkblijvend percentage in datzelfde tydvak voor de V.V.D. Een stijging van ruim e'/o voor de S.G.P. eveneens in 1962-1970.
Wanneer we deze stijging bezien in het licht van de grote ontkerstening, dan kan alleen verwondering overblijven en moeten we tot de erkenning komen: „Niet ons, o Heere, niet ons, maar Uw Naam geef eer!"
Dit uitgangspunt mag echter geenszins lijden tot onderschatting, net zo min als de groei aanleiding mag zijn tot overschatting. Wel dragen we een grotere verantwoordelijkheid.
Op grond van deze feiten en met in acht neming van het beginsel hetwelk de S.G.P. tracht voor te staan, is na intern beraad van onze fractie een unaniem principestandpunt ingenomen, waarbij als onvoorwaardelijk uiitgangspunt werd gesteld, dat er bij de partijen, waaruit de te verkiezen wethouders zouden voortkomen de erkenning diende te zqn, dat Gods Woord de enigste regel is, waaraan wij als overheid gebonden zijn. Dat was de basis, van waaruit niet alleen begonnen kon, maar begonnen moest worden. Dat is steeds de basis geweest van onze oude fractie, in al haar besluitvorming en daar wenste ook de nieuwe fractie by de aanvang van haar werkzaamheden niet vanaf, te wflken., Hoewel die basis door velen verworpen wordt, toch is het al de eeuwen door gebleken, dat deze de enig houdbare en de meest zekerheidsgevende basis is.
Half juli bereikte onze fractie het verzoek van de P.v.d.A. of wij bereid waren een gesprek te hebben over de a.s. verkiezing van wethouders. Onze fractie is ervan overtuigd, dat dit verzoek van de P.v.d.A. een positief verzoek is geweest en gezien hun democratisch standpunt, zij daadwerkelijk ook bereid was met de S.G.P. samen te werken. Wanneer dit doorgang had gevonden, dan hadden twee partijen elkander steun toegezegd, die wel ieder voor zich de gemeentelijke belangen beogen te dienen, doch vanuit een beginsel, hetwelk diametraal tegenover elkaar staat n.1. een menselijke en een goddelijke ideologie^
Het eerste gaat uit van: de mens zoveel mogelijk en God ook nog wat; het tweede gaat uit van God alles en de mens niets. Ons antwoord kon daarom ook, in het open gesprek wat met de P.v.d.A. is gevoerd, slechts één keint uitvallen en dat was „neen"-zeggen tegen hun verzoek. Wat was het echter voor ons als S.G.P. gemakkelijk geweest en het meest voor de hand liggend, om in deze tijd van democratisering als de twee grootste uit de verkiezing voortgekomen fracties samen de dienst te gaan uitmaken! Dan was er uiterlijk aan de democratie recht geschied, was er gehandeld naar wat het volk bij de verkiezing had uitgesproken, doch dan zou niet alleen de les van deze verkiezing door ons niet zijn begrepen, maar veel erger nog, we zouden daarmee Gods Woord veronachtzamen en zelf voUedig mank gaan aan wat wij in dezen onze kiezers hebben voorgehouden. Met nadruk zij dus gesteld, dat het niet ging tegen de personen van de P.v. d.A. (o.i. zijn in die fractie personen aanwezig met beslist niet mindere capaciteiten dan in de andere partijen) doch enkel en alleen om het beginsel van de P.v.dA.
Zetel niet primair
Bedenk echter wel, dat dit „neen" voor ons grote consequenties kon meebrengen, n.1. dat de S.G.P. zich daardoor volkomen zou isoleren en de op grond van de verkiezingsuitslag verkregen mogelijkheid op een wethouderszetel zou verspelen. Dit heeft echter van onze zijde in de gehele onderhandelingssfeer nimmer een hoofdrol gespeeld Het is onze fractie niet primair te doen om een wethouderszetel te bemachtigen en te zien door welk compromis dit te bereiken valt, doch wel mee te werken aan het verkrijgen van een college, dat de gemeente kan leiden volgens de regels van het Woord des Heeren, Wanneer de S.G.P. daar haar direkte steun bij kan en mag verlenen, zal zij haar verantwoordelijkheid in dezen aanvaarden.
Nadat, om boven vermelde reden, aan het verzoek van de P.v.d.A. geen gevolg kon worden gegeven en dientengevolge ook met de V.V.D^ geen positief gesprek kon worden gevoerd, heeft de S.G.P. contact gezocht met de A.R.P. In de presentatie van deze partij aan de kiezers gaat de A.R. uit van de belijdenis, dat overheid en volk, beide gebonden zijn aan het Woord Gods. Dit was voor de S.G.P. de basis, waarop een gesprek mogelijk was. Zonder zich te binden aan een program, wat beide gesprekspartners verwierpen, is ook dit gesprek in alle openheid gevoerd. Toen uiteindelijk bleek, dat van A.R.-zijde de bereidheid aanwezig was met de Sj G.P. samen te gaan, waren de e.v. overige zaken, waarover wel zonder enige binding moest worden gesproken, in wezen slechts bijkomstigheden. Waren dan alle verschillen in het gesprek opgelost? Geenszins, doch de basis was gevonden en van daaruit kan een steunverlening mogelijk zijn. Nadat de gesprekken waren afgerond kon worden vastgesteld, dat de A.R.-fractie mocht rekenen op de volledige stem van de S.G.P.-fractie en ook de S.G.P. de volledige A.R.-stem kon verwachten. De heren Van Eek en Koppelaar waren de door de fracties voorgedragen en aanvaardde candidaten.
De nieuwe fractie van de SJG.P. — zo verklaarde dhr. Koppelaar — hoopt in de komende zittingsperiode niet in de eerste plaats te dingen naar mensengunst en mensenbehagen, doch te handelen in overeenstemming naar de inzettingen Gods, opdat dan alleen in het ware belang van onze gemeente gehandeld ^an worden.
Dhr. L. C. Kievit: i'
Geen maatstaf.
„Voor de verkiezing van wethouders in een democratisch bestel dient niaar onze mening maatstaf te zijn de uitslag van de verkiezingen", zo luidde het uitgangspunt van dhr. L. C. Kievit (P.v. d.A.).
„Als wij de uitslag van de raadsverkiezingen van 3 juni 1970 onder de loupe nemen, dan blijkt dat voor de wethoudersverkiezing o.m. 2 combinaties mogelijk zijn:
t.w. PwV.d.A. — S.G.P., samen ruim 60% van het aantal stemmen, resulterend in 10 zetels.
of P.v.d.A. — A.R. — V.V.D., samen ruim 70»/o vian het aantal stemmen, eveneens resulterend in 10 zetels.
„Naar onze mening dient het college van B. en W. een afspiegeling te zijn van de samenstelling van de Raad. Omdat Middelharnis maar 2 wethouders heeft is het standpunt van mijn fractie dat de 2 grootste partiien een vertegenwoordiger voor dat college leveren", argumenteerde dhr. Kievit waarna hij ter wille van de openheid een kort verslag gaf van de besprekingen die met betrekking tot dit punt zijn gevoerd.
Op 11 juli 1970 heeft mijn fractie de S.G.P.-fractle uitgenodigd voor een bespreking over de verkiezing van de wethouders voor de komende zittingsperiode. Bij brief van 21 juli verklaarde de S.G.P. fractie tot dit beraad bereid te zijn, wat ons deed geloven dat anno 1970 de democratie haar intrede in de S.G.P. had gedaan, te meer omdat de laatste tijd in andere raden samenwerking mogelijk bleek, o.m. in Zuid-Holland in Klaaswaal, ^ershil en Sliedrecht.
Deze bespreking heeft plaats gehad op 7 augustus. Reeds biJ het begin van deze bespreking bleek, dat wij ons opnieuw hadden vergist in de democratische instelling van de S.G.P. Bij monde van dhr. Koppelaar werd verklaard, dat men principieel niet bereid was samen te werken met een party, die niet de bijbel als richtsnoer voor zijn beleid hanteerde. Op onze vraag op welk punt de P.v.d.A. minder „christelijk" zou handelen dan de confessionele partijen, kwam alleen als antwoord dat met name de A.R.-partij haar beginsel heeft verloochend. Conclusie
Conclusie
Nu gebleken is dat de S.G.P. fractie wel bereid is met de A.R. samen te werken, moet worden geconstateerd dat de S.G.P. de voorkeur geeft aan een groepering die — althans in de ogen van de S.G.P. — haar beginsel verloochent boven een groepering die eerlijk en duidelijk zqn standpunt presenteert. „Voor alle duidelijkheid", verklaarde dhr. Kievit dat de uitspraak dat de AJl. -partg zijn beginsel verloochent geheel voor rekening van de S.G.P. is en door de P.v.d.A. niet wordt onderschreven. Een andere conclusie is dat de S.G.P. het theocratische standpunt onverminderd handhaaft, een standpunt dat strqdig is met elke vorm van democratie. De enige verbetering die te constateren valt is, dat men een verzoek tot samenwerking niet met een onnozel briefje afdoet, maar nu toch wel bereid is het negatieve antwoord mondeling te geven.
Op 14 augustus heeft op verzoek van mijn fractie een bespreking plaats gevonden met de fracties van de A.R. en de V.V.D.1 De V.V.D. fractie verklaarde als goede democraat bereid te zijn te stemmen op een kandidaat van de P.v. d.A. en de A.R. Bekend was inmiddels dat de S.G.P. tot generlei samenwerking bereid was.
De A.R. fractie heeft zich bij deze bespreking gepresenteerd als een wat gemoderniseerde inquisitie. Zonder zélf enige informatie te willen geven, werden van de P.v.d.Ai en de V.V.D. alle inlichtingen gewenst, nota bene door een partij, die door de kiezers op een gevoelig verlies is gebracht. Verklaard werd dat men geen informatie kon geven, omdat nog een bespreking met de S.G.P. moest plaats vinden, met andere woorden: Men wilde afwachten wie de vetste kluif zou bieden.
„Voor deze koehandel, heeft mijn fractie weinig waardering" verklaarde dhr. Kievit
In een eerlijk gesprek dient men bereid te zijn zijn wensen en verlangens eerlijk op tafel te leggen. In de bespreking met de S.G.P. had mijn fractie daarvoor niet de gelegenheid, omdat een samenwerking principieel werd afgewezen. Ware dit wel mogelijk geweest, dan zouden in die bespreking dezelfde verlangens naar voren ziJn gebracht als tegenover de A.R,,
Op grond van deze overwegingen deelde dhr. Kievit mede dat de P.v.d.A. haar stem niet zou geven aan de kandidaat van de S.G.P. noch aan de kandidaat van de A.R. „Wtj achten het ontoelaatbaar dat zo goed als de helft van de bevolking buiten het dagelijks bestuur van de gemeente wordt gehouden", zo werd verklaard. De heren Hoogzand (P.v.d.A.) en dhr. Jacobs zouden op de P.v.id.A. stemmen mogen rekenen.
Dhr. van Rumpt (vvd)
Dhr. Van Rumpt meende dat het op zijn weg lag twee partijen en een raadslid geluk te wensen, t.w. de a.r. en de sgp en dlir. van Eek die zijn hartewens weer in vervulling zou zien gaan. Dhr. van Rum.pt wilde overigens niet tornen aan de door de sgp behaalde verkiezingszege die hij oprecht en eerlijk ach t- te. Een „gelukwens" bracht hij ook aan D '66 dat het hen gelukt was de raad „om" te krijgen, echter anders dan dat ze zich hadden voorgesteld. „Weliswaar is de raad om (naar rechts) maar niet de gemeente", constateerde dhr. v. Rumpt, aan de hand van cijfers illustreerde hij dat de samenstelling van een coUege uit een a.r. en s.g.p. vertegen woordiging geen afspiegeling zou zijn van de meerderheid van de bevolking. Thans zou het college zo berekende dhr. van Rumpt — 2870 stemmen vertegenwoordigen terwijl er totaal 6111 zijn uitgebracht, een samengaan van ar, wd en pvda zou zijn inziens een betere verhouding hebben gedemonstreerd, en z.1 de basis ziJn geweest voor een krachtig en duidelijk beleid. In het college zouden dan 3817 stemmen vertegenwoordigd zijn geweest. Ter wüle van de duidelijkheid wenste dhr. van Rumpt wel een verklaring waarom de vroegere combinatie niet kon worden voortgezet.
Handig en sluw
De weinige waardering voor de koersverandering van de a.r. bleek wel uit het feit dat dhr. van Rumpt de a.r. houding betitelde als zeer handig en zeer sluw. „Ze hebben gevraagd wat de anderen wilden zonder zelf iets concreets te stellen,,' zo gaf hij zijn misnoegen te kennen, „zij manouvreerden met posities met de wethouderszetel als inzet, dat is zeker niet principieel of positief en het gesprek was zonder zin, zonder inhoud en zonder niveau". Voor een groot deel weet dhr. van Rumpt de ontstane situatie aan de domheid, de kortzichtigheid en de politieke ondeskimdigheid van D '66 welke partij hij tevoren voor deze mogelijke ontwikkeling had gewaarschuwd.
„Was hetgeen D'66 nastreeft voor de jongeren even onduidelijk als voor mij of waren de candidaten die naar voren werden geschoven van dien aard dat het ook voor de jongeren „niet hoefde" raadde dhr. van Rumpt naar de weinige belangstelling voor D '66.
Spr. verklaarde de komende zittingsperiode met grote zorg tegemoet te zien omdat — zo wordt gevreesd — veel voorzieningen die nodig zouden zijn achterwege zullen blijven. „Wij vrezen dat de wethouders de juiste visie missen en dat daardoor de leefbaarheid en de bewoonbaarheid van onze gemeente — waarvoor zoveel kansen ziJn — vier jaar achterop zullen raken," gaf dhr. van Rumpt te kennen. „Wij zullen ondanks onze zeer lage verwachtingen elk voorstel op zijn werkelijke waarde bezien en wij hopen op kracht en wijslieid bij het besturen van de gemeente Middelstaphorst eh Middelharnis" schertste dhr. van Rumpt.
Dhr. C. Edewaard
Bij monde van dhr. C. Edewaard werd een verklaring gegeven op het door de a.r. ingenomen standpunt. Voorop stelde hij dat de meerderheid van zijn fractie op het standpunt stond dat de twee grootste fracties een wethouder dienden te leveren. „In overeenstemming daarmee is dan ook door onze fractie geen enkel initiatief tot het openen van een vooroverleg genomen." verklaarde hij. „Toen wij door de P.v.d.A. werden uitgenodigd tot een bespreking lag de conclusie voor de hand dat met de sgp geen overeenstemming was bereikt en wij hebben, ook al was in eigen kring geen beslissing genomen over evt. samenwerking met welke partij dan ook, gemeend deze bespreking te moeten accepteren," zo verklaarde dhr. Edewaard, het samengaan met de sgp.
„Door de P.v.d.A. werd dhr. Hoogzand als candidaat voor de wethouderszetel voor gedragen al bleek al spoedig dat de fractie deze candidatuur niet in zijn geheel wUde steunen," zo vervolgde dhr. Edewaard, „behalve deze verdeeldheid in eigen kring kwamen nog al wat verlangens ter tafel die zeker niet door bescheidenheid werden ingegeven " Deze spitsten zich toe in het principiële pvani dat men de handen vrij wilde hebben om aan te sturen op het zondags openstellen van de sport hal, het zwembad en wat hiervoor in de toekomst in aanmerking zou komen, voor mijn besef is dit wel het breekpunt geworden in deze bespreking," maakte dhr. Edewaard beleend. Na grondige besprekingen met de SGP was een beraad over een evt. samengaan mogelijk geworden.
„Gezien de verdeeldheid in eigen kring by de P.v.d.A. en het nadrukkeiyk aan de orde stellen van de zondagssluiting van de sportaceomodaties en aUes wat daarmee samenhangt is toen met algemene stemmen besloten om een nader overleg te zoeken met de s.g.p. fractie Dit heeft — zo vervolgde dhr. Edewaard zijn verklaring — geleid tot een duide- Iflke standpuntbepaling, een erkenning van de verschillen die er zyn tussen principiële benadering en practische opstelling en tot een erkenning van een zekere eenheid waar het betreft onze diepste intenties", waarop dhr. Edewaard te kennen gaf dat de a.r. een s.g.p. candidatuur zou steunen.
Geflatteerd
Dhr. Hoogzand die in aansluiting op het toetoog van ziJn fractiegenoot dhr. Kievit een verklaring ten beste gaf noemde daarin de verkiezingswinst voor de SGP geflatteerd. „De SGP heeft het mins te lijden gehad van het afschaffen van de opkomstplicht wat bij een volgende verkiezing voor de Unkse groe^ peringen in het bijzonder als les kan dienen," voorzag dhr. Hoogzand. Het verdwijnen van de chu zetel verklaarde dhr. Hoogzand te hebben voorzien en als reden voor het verlies van een a.r. zetel noemde hiJ het „voortdurend gesplitste optreden t.a.v. belangrijke voorstellen" waardoor gevolgen niet konden uitblijven. „De geruchten gaan zelfs dat een lid van de a.r. fractie by ziJn kerkelijke groepering ter verantwoording is geroepen voor zijn steunverlening aan de welhaast legendarische subsidie aan de V.V. Flakkee'', voerde hiJ aan.
Aan het feit dat de WD haar winst niet in zetelwinst kon omzetten achtte dhr. Hoogzand D '66 debet. Dat de PvdA. by de laatstgehouden verkiezingen als grootste party tevoorschyn was gekomen — 100 stemmen meer dan de SGP — moest, zo meende dhr. Hoogzand ieder te denken geven. Bij het noemen van „formules om een meerderheid te bereiken" achtte dhr. Hoogzand de hulp van de WD fractie onmisbaar ter verkrijging van de meest democratische vorm van samenwerking.
Hoofdvraag
Voor dhr. Hoogzand gold bq alle overwegingen de hoofdvraag of het in een democratisch bestel gepast is om een tractie van 5 zetels, c.q. 1/3 van de gehele raad, buiten het college van B. en W. te houden.
Over de door de PvdA voorgestelde „bespreking" —met de SGP vermeldde dhr. Hoogzand dat van de zyde van de SGP al spoedig het stoere nee feeklo ken had omdat de P.v.d.A. niet uit (_,^ Woord handelt." Daaruit concludeerJÏ spr. dat de onbereidwilligheid van de SGP —zyde totaal is gebleken en da doet z.i. de elders in de wereld zo fei begeerde democratie alleen maar af. breuk. Dhr. Hoogzand meende dat voot de SGP het gebod: „hebt uw naaste liej en niemand van de P.v.d.A." heeft | golden.
Uit een en ander kon dhr. Hoogzanj niet anders concluderen dan dat jj SGP een wezeniyk gevaar voor de democratie is. „Zo men in de sport van verdwazing kan spreken kan men dal ook doen by een dwangmatige geloofs. overtuiging argumenteerde hy zijn conclusie.
Absurd noemde spr. het dat deSGP geen bezwaren te kennen heeft gege by de benoeming van ünks georièn. teerde leden in diverse raadscommis. sies. „Het is maar „hoe", „waar", en c^ welk tydstip men een principe interpreteert," meende dhr. Hoogzand te be- grijpen- Ook over de ontmoeting PvdA -
Ook over de ontmoeting PvdA - gaf dhr. Hoogzand zyn lezing:
„De P.v.d.A. zat daar al gauw voot het tribunaal en de rechtse rechters die N.B. de raadsverkiezing hadden verloren. Evenmin als de S.G.P. zeiden ze iets over het te voeren gemeentebeleid. De „onderhandelmgen" werden beëindigd met een telefoontje van a.r. zijde „dat het met dhr. Koppelaar iets geworre was", verweet dhr. Hoogzand.
„Er zal zo aanstonds een college worden samengesteld," vatte dhr. Hoogzand samen; de burgemeester is lid van de ARP, de eerste wethouder eveneens. Spr noemde dat gezien de f if ty-fif ty links • rechts verhouding in de raad met bovendien de a.r. nederlaag aan de zeer gulzige kant! „Als derde wiel aan de wagen komt daarby nog een SGP wethouder, g safety-first, maar safety-after all", constateerde spreker.
Aardig doen
Thans voelde dhr. Hoogzand zich voor de vraag gesteld of de PvdA in de volgende periode aardig moet doen voor de AR om daarmee de schepen niet achter zich te verbranden. „We g; terug naar de onverdraagzaamheid; schepen zyn zinkende" stelde dhr. Hoog zand spijtig vast.
„Een schrale troost verwachtte rllir Hoogzand van de SGP visie op deAR nederlaag, n.1. dat de AR verloren heeft door verloochening. „Zo komen de confessionelen by elkander, voeren de apart heidspolitiek in het dagehjks bestuur van de gemeente Middelharnis," besloot dhr. Hoogzand.
Inderdaad
„Inderdaad heb ik m.b.t. de AR over een verloochening gesproken," gaf dhr Koppelaar toe; wel stelde hy er prijs op dit in het gebezigde verband te stellen „Ik heb dat genoemd i.v.m. hun opvatting over de zondagsheiliging, ik heb beslist geen totale verloochening beoogd," verklaarde dhr. Koppelaar. M.b.t. de standpuntverklaring greep dhr. Koppelaar terug op een uitspraak van de Anti Revolutionaire Jan Schouten die destyds by de verkiezing van Ged. Staten had verklaard dat het ondenkbaar zou zyn dat een partij die zioh als „rechts" presenteert bij de verkiezing van een college op „linto" zou stemmen." Dhr. Koppelaar voerde aan dat dat destijds ook het standpunt van de KVP is geweest.
Ook dhr. Hoogzand vroeg in tweede instantie het woord. „Dhr. Koppelaar houdt geen rekening met de verhouding in de raad," gaf hy als zyn mening te kennen. Overigens verheelde dhr. Hooszand niet dat een samengaan van de SGP met de PvdA evenmin een ideale toestand zou hebben geschapen.
„Over 4 jaar kan de raad links zijn, gezien de getoonde onverdraagzaamheid zullen we dan oog om oog en tand oi» tand toepassen", verzekerde dhr. Hoogzand.
Geen nive't
Dhr. Edewaard verklaarde zich te verzetten tegen het door dhr. Hoogzand betreden discussie-niveau waarin deze dhr. Edewaard van „verzinsels" betclit had. Opnieuw gaf dhr. Edewaard een verklaring van het door de AR ins^' nomen standpunt en hy hoopte dat er begrip zou bestaan voor de overwegw- >gen die daartoe hebben geleid. „Het z<"J my ontzaggeiyk spyten als de verhoudingen in de raad zich zouden Wijve» toespitsen.' Correct
Correct
Dhr. M. K. van Eek past een correctie toe op de door dhr. van Ru* genoemde getaUen. .„ Dhr. van Eek voerde aan dat de AK en SGP samen 2870 stemmen vpriegenj woordigen en de PvdA en WD 2627. u totaal zyn er 5500 geldige stemmen uugebracht. ,.
By de hierop volgende stenmiing wöden 8 stemmen op de heer Koppela?!" 8 op dhr. van Eek uitgebracht. De ne^ ren Jacobs en Hoogzand kregen eiK stemmen. Staande de vergadering J«'' klaarden de heren van Eek en KOP pelaar hun benoeming te aanvaarde
„Ik hoop _ aldus burg. van Es toi^'^^ nieuwgekozen wethouders — '^^j .„t beleid dat voorbereid en uitgevoerd g^^^ worden in overeenstemming zal zijn het huidige tydsbestek, hy hoopte v een goede samenwerking. , (Vervolg op paS''
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1970
Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1970
Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's