Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Door goede buren, verre vrienden...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Door goede buren, verre vrienden...

Een reisverslag (1)

21 minuten leestijd

DIRKSL AND/KENIA - Al geruime tijd geleden kon u in deze krant lezen over een werkvakantie in Kenia, die toen nog op stapel stond. Dietrik de Lange en Daniëlle Jelier uit Dirksland zouden hierin een niet onbelangrijke rol spelen. Inmiddels zijn er heel wat maanden verstreken en zit ook het verblijf in Kenia erop. Een boeiend verslag van Dietrik en Daniëlle, hoewel het in de ikvorm is geschreven, is één van de restanten van hun drieweekse werkvakantie, die voor de beleving wel een heel jaar kon hebben geduurd, of toch maar één dag...? In ieder geval was het ongelofelijk! In twee afleveringen reizen we met hen mee. Vandaag de eerste aflevering, volgende week de tweede.

Daar staan we dan: 14 man sterk, de meeste met één of meerdere dierbare uitzwaaiers aan hun zijde, op het punt om met een onstellende snelheid in een uit de kluiten gewassen koektrommel door het luchtruim naar Kenia te zweven. Kijk je goed, dan hebben de meeste wel een beetje last van kriebels, de ene staat op het punt om voor het eerst luchtreiziger te worden, een ander vraagt zich vertwijfeld af of de spinnen in Kenia werkelijk zo groot zijn als oom Piet op de laatste verjaardag in geuren en kleuren wist te vertellen. Een derde denkt: zitten er toch genoeg kleren in mijn tas? Een vierde denkt aan zijn meisje, die hij zodadelijk voor 3 weken achter moet laten. En ik..., ik krijg knikkende knieën als ik me afvraag of die lieftallige grondstewardess er net als ik van overtuigd is dat we als groep niet te veel kilo’s mee willen nemen en of ze ons, met hamers en spijkers in onze tassen niet aanziet voor terroristen. Maar ook voor haar is het vrijdagavond en even later kan ik weer lachen, nu de rest nog...

Voorbereidingen

Wat brengt deze jonge mensen, uit de verste uithoeken van Nederland hier bij elkaar op Schiphol? Wel, om dit te achterhalen gaan we bijna een jaar terug in de tijd. In september werd in Dirksland gestart met de voorbereidingen voor een werkvakantie naar Kenia. Op heel wat avondjes zijn heel wat mogelijkheden de revue gepasseerd en uiteindelijk is besloten om letterlijk een steentje te gaan bijdragen aan de bouw van een christelijke basisschool in Koibakurio, niet ver van Eldoret. Na deze beslissing kon onze aandacht pas volledig gegeven worden aan het voorbereiden van een reis met 14 man, van wie er ongeveer 12 nog geen idee van hadden dat ze meegingen. Ongeveer 10 maanden lang zijn we druk bezig geweest met het voorbereiden en organiseren van de reis, de bouw van de lokalen en het werven van fondsen.

Eén ding werd me hierbij wel duidelijk: kennis is niets, kennissen zijn alles! Vele mensen zijn behulpzaam geweest bij de voorbereidingen. Zonder de hulp van deze mensen, zonder de hulp van u, had ons project nooit het succes kunnen worden dat het geworden fs. Aangezien het onmogelijk is om iedereen onze persoonlijke dank over te brengen, aangezien het onmogelijk is iedereen de dank van de Keniaanse schoolkinderen over te brengen, wil ik proberen een beeld te schetsen,van waar u door uw betrokkenheid onderdeel van geworden bent. Hopelijk kunt u zich dan door mijn verhaal een beeld vormen van het project, een project dat mede dank zij u als geslaagd mag worden beschouwd.

De reis

Langzaam laten we onze hoofdstad achter ons en zijn we het erover eens dat vliegen toch wel een geweldige aangelegenheid is, maar eenmaal in de lucht gaat de lol er toch wel een beetje af. Na een kwartiertje kijk ik nog eens uit het raampje en zie ik op een eiland nog net een dorpje, ook wel bekend als ‘Klein Parijs’. En ik moet zeggen: vanuit dit gezichtspunt doet deze bijnaam het dorp eer aan, met name de aanduiding ‘klein’; het is nauwelijks groter dan op het prentje in de 52e woudatlas.

Na een halfuur, halverwege België, zien we nog een wildplasser. Maar verder kom ik tot de conclusie dat vliegen toch vooral een saaie aangelegenheid is. Bovendien worden, terwijl het vliegtuig met haar passagiers zich steeds moeizamer door de brij van tijd en afstand worstelt, de zitplaatsen steeds krapper. ’t Zal ook niet voor niets zijn dat overal beeldschermen zijn opgehangen waarop je een landkaart ziet waarboven zich een vliegtuigje verplaatst...

Maar terwijl ik voor de 983e keer op dit scherm kijk om te zien of we alweer een millimeter vooruitgang hebben geboekt, kom ik tot een wonderlijke ontdekking! Als je goed kijkt zie je dat, terwijl ik nog maar net boven Parijs vlieg, de passagiers op het vóórste bankje al ongeveer ter hoogte van Rome zitten... Aanvankelijk keek ik een beetje afgunstig naar die mensen die al zo lekker opscho ten, die al met al ruim een uur eerder in Nairobi zouden zijn. Maar terwijl het vliegtuig voor mij aardig in de buurt van Nairobi stopte, moesten zij vanuit Johannesburg terug komen lopen.

Echter, voor het zover was, hadden we om twaalf uur nog een verzetje: er was er één jarig, hoera! Om dit niet ongemerkt voorbij te laten gaan, gingen we het vliegtuig versieren met meegebrachte slingers, tótdat een stewardess ons kwam vertellen hier niet van gediend te zijn... We vertelden dat deze jongeman voor het eerst van zijn leven 22 werd, ook dat we eigenlijk wel heel lief waren, dat we hem voor dit heugelijke feit niet luidkeels hebben toegezongen en..ja, toen moest ook zij de redelijkheid van onze argumenten wel inzien. De stoel mocht dan worden versierd, maar de gangpadjuffrouw wilde héér domein, het gangpad, niet opgevrolijkt zien, want daar zou ze zelf wel zorg voor kunnen dragen. Tja, dat was het dan weer. Eens zien, als ik nu véél naar het vliegtuigje op het scherm kijk, of de tijd dan sneller gaat...

Met een duf hoofd en een stijf lichaam, overhandig ik mijn paspoort aan een indrukwekkende douanebeambte, die met grof geweld een mogelijk nog indrukwekkender stempel in mijn paspoort beukt. Zonder dat met al te veel, laat staan vriendelijke, woorden duidelijk te maken, schijn ik welkom te zijn in Kenia. De rest van de groep vergaat het ook zo en even later plukken we de laatste tas van de band. Maar, oh, wat een schrik: één van de tassen is behoorlijk gehavend; het lijkt wel of hij klem tussen de deur van het vliegtuig hier naar toe is meegevlogen. Nou, aan de slag dan maar en proberen wat te gaan regelen voor de verzekering en zo. Een paar uur later weten we dat we veel tijd en de helft van onze bevestigingsmaterialen hebben verloren. Als de school straks instort, zullen we proberen ‘de luchtvaartmaatschappij met de zwanen’ hiervoor aansprakelijk te stellen.

Van te voren al hadden we afgesproken dat we met een busje vanaf het vliegveld zouden worden opgehaald; ze staan ons dan ook keurig op te wachten. Als we naar buiten lopen, valt ons op dat het eigenlijk best nog frisjes is, dat hadden we niet verwacht in een stad bijna op de evenaar. Nog even geld wisselen, en even later voel ik me - met een stapel bankbiljetten van vele centimeters dik in mijn broek - net een zwangere Dagobert Duck, en zie ook overal Zware Jongens lopen.

Aankomst

Vanuit mijn zitplaatsje voorin naast de bestuurder - in Kenia om onbegrijpelijke redenen ook wel de ‘dead mans seat’ genoemd, heb ik een uitstekend zicht op het ietwat minder gestructureerde verkeersbeeld. Al een paar keer zijn mijn haren ten berge gerezen: de chauffeur presteerde het om een tegenligger links te passeren en dat schijnt hier vrij normaal te zijn. Sterker nog: iedereen doet dat. Ik heb nog voorgesteld het net zo te doen als in Nederland, maar volgens de chauffeur “komen daar ongelukken van”. Na een poosje begint het allemaal wat te wennen en kom ik ogen te kort om het uiterst kleurrijke straatbeeld op te nemen. Chaos en rust raken elkaar rond de straat: voertuigen braken een misselijkmakende zwarte rook uit, een kakofonie van brullende motoren, toeters, scheurend metaal, troep uit het raam, troep op de straat, overal afval, onvoorstelbaar veel afval, voor hun leven Tennende overstekers, zwabberende fietsen, overstekende, inhalende, remmende, optrekkende, slippende, hobbelende, hortende, stotende, voertuigen, gaten in de weg, bulten op de weg, daartussen laverende voertuigen, blinde bochten inhalende voertuigen, kamikazepiloten, schrik, opluchting. In de berm komt langzaam een busje tot stilstand, er komt nog een laatst rookpluimpje uit en alles is stil. De chauffeur, die daarnet zijn medeweggebruikers nog naar het leven stond, stapt uit en probeert op zijn gemak het busje weer aan de praat te krijgen. De passagiers stappen berustend in hun lot uit; de ene maakt een praatje met een groep luierende mannen onder een boom; een ander koopt wat fruit bij een pas serende vrouw; verderop sjokt een kudde koeien met daarachter een herdersjongentje voort en overal lopen, zitten, liggen of staan mensen. Chaos, rust - een fascinerend schouwspel.

Rijdend door een steeds wisselend landschap, zien we al een beetje wat Kenia te bieden heeft: adembenemende vergezichten, bergen, wouden, grasvlaktes, apen, zebra’s en zelfs een heuse kameel. Hobbelend rijd het busje de berm in en komt tot stilstand, “de president komt, verboden foto's te maken” aldus de chauffeur. Al het verkeer komt langs de rand van de weg tot stilstand en wacht eerbiedig tot de president komt. Met een ontstellende snelheid jaagt een tiental enorme terreinwagens en snelle wagens met loeiende sirenes over het slechte wegdek, dan volgt er een limousine met een vlag en een ster op de motorkap, waarvan ik niet eens vermoede dat ze zo groot gemaakt werden, dan volgens weer een stuk of tien jankende auto’s. Langzaam komt daarna het verkeer weer op gang. Ik bedenk dat het toch wel wrang is dat één persoon met dik 20 vervoermiddelen van het allerduurste type verplaatst moet worden, terwijl de meeste van zijn landgenoten (als ze het zich al kunnen permitteren) met dik 20 man één aftands voertuig moeten delen. Als ik het er met de chauffeur over heb, vindt hij dat maar de normaalste zaak van de wereld. Is wat hfj vindt nu typisch Keniaans, of is wat ik vind nu typisch Nederlands?

Na een uur of vier zijn we het reizen aardig zat en informeren we eens voorzichtig hoe lang het nog duurt, naar onze bestemming? “Wel, die moet in een half uur wel te bereiken zijn.” Na een half uurtje informeren we dan ook eens voorzichtig of we daadwerkelijk er nu ‘zo’ zijn. “Nü nog een half uurtje”, en dén... Na nóg acht keer “over een half uurtje” waren we er echt!!!

Meer dan vierentwintig uur geleden trok ik de huisdeur achter me dicht. Langer dan een etmaal zijn we nu continu aan het reizen, moe, bezweet, plakkerig, bekaf. Twee dingen die ik nu wil, een lekkere warme douche en een zacht bed. “Hé, word eens wakker, dit is Kenia!" Wie schetst onze verbazing als even later een auto met op het dak 14 matrassen komt aanrijden. Oh, wat een vooruitzicht. .. Met het douchen zijn we wat minder fortuinlijk, want het water is op rantsoen; tot maandag hebben we per persoon slechts 2 liter waswater tot onze beschikking. Even later sta ik buiten in een klein hokje, bij een kaarslichtje bibberend van de kou kopjes koud water over me heen te smijten. Doch zelden voelde ik me zó opgefrist; en dan die matrazzz...

Zondag

’s Zondagsmorgens vraagt de haan van de buren zich luidruchtig af of Europeanen gewend zijn om een gat in de dag te slapen. Nou nee, maar nu zijn we in ieder geval op tijd, straks worden we opgehaald om naar kerk te gaan. Halverwege de morgen stopt er een pick-upje die ons naar de kerk, ongeveer 10 kilometer verderop, zal brengen. Er gaan ook nog wat buren mee en zo hobbelen we even later met ongeveer 20 man in het laadbakje over de rode paden. Als we het terrein opdraaien, worden we bestormd en verwelkomd door een waar leger van joelende kinderen, die me even later vertwijfeld af doen vragen of ik de rest van de dag moet fungeren als klimrek. Het welkom van de ouderen is, hoewel niet zo onstuimig, toch zeker niet minder warm en hartelijk. Voorzichtig frommel ik me in één van de schoolbankjes in het kleine houten kerkje. Vanuit mijn niet al te comfortabele positie kijk ik, met mijn oren tussen mijn knieën, door de vuistdikke kieren naar buiten, naar de naar binnen kijkende mensen. Na een rumoerige, gezellige, muzikale en humoristische dienst staat er een warme maaltijd op ons te wachten, met als ultieme traktatie een flesje cola-coca. Nog even nemen we een kijkje naar de op hetzelfde terrein in aanbouw zijnde klaslokalen, waar we morgen met jeukende handen aan de slag hopen te gaan.

Start van de bouw

Het grootste gedeelte van de groep is al gaan lopen, de 10 kilometer denken ze zich van gisteren nog wel te herinneren. Met een paar man wachten we nog op enkele leden van het schoolbestuur. Voor we gaan beginnen, hebben we nog een soort vergaderingetje, om samen de plannen door te spreken. Een Nederlandse vrijwilliger is al een aantal maanden hier en heeft, in overleg met ons, al een groot aantal zaken geregeld. Zo zijn bouwmaterialen zoals stenen, zand, grind en cement al aangevoerd, dit vanwege slechte wegen in het regenseizoen, en verder is hij met behulp van een aantal plaatselijke bouwvakkers al gestart met de aanleg van de fundering. In deze vergadering zullen we alle praktische en financiële zaken van hem overnemen. Als we even later op de bouwplaats arriveren, blijkt dat hij al behoorlijk wat werk heeft verzet; zo is de hindering al gereed, wat ons een tijdswinst van ongeveer 3 dagen oplevert. Even later arriveert ook de ernstig verdwaalde groep en kunnen we eindelijk aan de slag. Een beetje twijfelachtig wordt kennis gemaakt met de bouwvakkers, waarmee we de komende weken zullen samenwerken en wordt iedereen aan het metselen gezet. Met een groepje mensen haasten we ons naar de stad voor inkopen en om een aantal zaken te regelen.

Een als ME-er uitgedoste beveiligingsbeambte zwaait een zwaar stalen hek voor ons open en we stappen het bankgebouw binnen. Voor de bouwkas en de groepspot willen we een aantal dollars omwisselen voor keniaase shillings. De dollars worden netjes geteld en geïnd, waarna de dame vraagt me plaats te nemen in de wachtkamer. Ze sluit het loket en maakt aanstalten om te vertrekken. Een beetje ongerust vraag ik haar wat hiervan allemaal de bedoeling is. Ze vertelt me, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, dat het geld op is, dat ze wat gaat halen en straks terug is. Of ze nu snel de hypotheekrente is gaan innen, is me niet helemaal duidelijk, maar na anderhalf uur is ze terug met een plastic tas vol bankbiljetten, waar ik netjes mijn deel van krijg. Ondertussen zijn de boodschappen voor de groep gedaan, maar moeten er nog bouwmaterialen gekocht worden. Voordat we weer bij de school terug zijn, is de dag dan inmiddels ook voor een belangrijk deel voorbij.

Op de bouwplaats lopen al gauw zo’n 15 è 20 man rond: 6 plaatselijke bouwvakkers, wat behulpzame ouders, bestuursleden of leraren en leraressen, en dan onze groep, waarvan er meestal zo’n 4 een hele dag op pad zijn voor inkopen. Aangezien de school 6 bij 16 meter wordt, is het vaak een hele toer om iedereen aan de gang te houden, maar door de toegepaste bouwmethode en het arbeidsintensieve karakter van bouwen in Kenia lukt dit vaak wel. Op de al gestorte fundering wordt een tiental betonnen pilaren of kolommen gestort, daartussen worden 11 muren gemetseld en naast de school worden 5 houten dakspanten gemaakt die later op de kolommen zullen worden gezet. In theorie kan er dus gelijktijdig aan 11 muren, 10 kolommen en 5 dakspanten worden gewerkt, en terwijl het dak gemaakt wordt kunnen de muren nog worden opgemetseld. In de praktijk zal dit niet helemaal opgaan, maar door deze methode kunnen veel mensen op veel plaatsen tegelijk werken. Verder zijn er natuurlijk nog allerlei ondersteunende werkzaamheden, zoals het maken van specie, beton, steigers en de aanvoer van stenen en andere bouwmaterialen. Zo is het maken van een stevige en veilige steiger van takken en boomstammetjes heus geen sinecure en zorgt het met de hand mengen van vele kruiwagens beton en specie op 2000 meter hoogte heus wel voor ademnood. Vooral de plaatselijke aannemer is helemaal weg van de bouwmethode; op deze manier bouwen is niet gebruikelijk en wordt misschien ooit toegepast bij grote gebouwen. Op een dag vertelt hij me: “als er weer lokalen bij moeten komen, licht ik het dak gewoon van de school af, bouw er een verdieping tussen en plaats het dak weer terug”. In zijn glinsterende ogen zie ik een wolkenkrabber groeien... De wielen van ons pick-upje hangen doelloos

De wielen van ons pick-upje hangen doelloos draaiend in de lucht en veranderen gierend de omstanders in modderzuilen; met zijn buik rotsvast aan de grond is alle beweging uit ons W.G. van der Hulst trekkertje verdwenen. Heftig wordt er gediscuteerd, je moet links, nee je moet rechts, trekken, nee duwen, vooruit, nee achteruit, veel gas, nee weinig gas... Uiteindelijk duwen 6 man, trekken 4 man, maken 4 man foto’s, gaan we links, rechts vooruit, achteruit en komen we er met veel en weinig gas weer uit. Regentijd in Kenia. We worden weer netjes zoals iedere dag, zij het nu wat later, bij school afgezet en kunnen dan weer aan de slag. Zoals iedere dag rijden we een uurtje later met wapperende haren achter in het bakje Eldoret binnen en is onze eerste gang naar de enige af en toe werkende pinautomaat, om hem het dagelijks toegestane op te nemen bedrag voor de bouwkas te ont futselen.

We brengen, evenals als elke dag, ook vandaag weer vele uren door in tientallen winkeltjes, marktjes, timmerfabriekjes, glashandeltjes, bouwmaterialenhandeltjes en belwinkeltjes. Een oude, grijze, vale man, met op zijn voorhoofd een rode stip, neemt ons vriendelijk en enigszins verwonderd op. De meeste winkels in Eldoret worden beheerd door Indische types, en zo ook deze. In deze winkels wordt over het algemeen in 4 talen geconverseerd: de moedertaal van de winkeleigenaar, het kalenging (een Afrikaanse stamtaal), het kiswahili (de taal die algemeen in Kenia gesproken wordt) en het engels, dat in Kenia een officiële taal is. Als een van kleur verschietende kameleon bedienen de meeste Kenianen zich naar gelang de situatie van één van de laatste drie talen. Aangezien ik Engels beperkt spreek en de rest al helemaal niet, ben ik erg verguld met mijn Keniaanse vriend die ons vergezelt op onze strooptochten. Met handen en voeten proberen we duidelijk te maken wat we nodig hebben. De winkelier verdwijnt tussen de schappen en komt terug met iets, tot een keer of tig en tevergeefs. Uiteindelijk strijkt hij zijn hand over zijn hart en mag ik zelf achter de toonbank komen en aanwijzen wat ik nodig heb. Maar lang niet alles wat we willen, hebben ze óf niet óf niet in voldoende mate. Gelukkig hebben de winkeliers weinig last van broodnijd en zijn ze altijd bereid om uitgebreid te vertellen waar iets dan wél te verkrijgen is. Zo kan het zijn datje moeren hier koopt en bouten aan de andere kant van de stad en ringen ergens daartussenin, of 10 golfplaten hier en 10 golfplaten daar. Soms is iets er echt niet en moeten we een andere oplossing verzinnen, maar met improviseren hier en op de bouwplaats komen we er altijd weer uit. Zoals elke dag verzamelen we ook vandaag

Zoals elke dag verzamelen we ook vandaag weer de meest noodzakelijke dingen voor morgen en raakt het bakje van de pick-up steeds voller en kunnen we vertrekken. Donkere wolken pakken zich in de verte samen, de chauffeur gaat steeds harder rijden. Als een stel stuiters in een flipperkast worden we door het bakje geslingerd; vertwijfeld houden we de zojuist aangeschafte dakgoten vast die elke keer als we over een hobbel vliegen, over de grond schrapen en een stukje korter worden. Net als ik me afvraag of we alleen nog maar gootjes overhouden voor poppenhuizen, stopt de chauffeur, we houden het niet droog en de huif moet over het bakje. De dakgoten steken meters boven de cabine uit, daardoor kan de huif niet goed bevestigd worden en moeten we onze toevlucht nemen onder een stukje plastic. Als de eerste grote druppels vallen, hervat de chauffeur zijn woeste rit. Langzaam wordt ik nat en koud. Liggend onder een stukje plastic worden we weer alle kanten opgeslingerd en na een tien-- tal van deze ritjes ben ik zo langzamerhand compleet beurs. Regentijd in Kenia. Deze middag willen we nog even naar de houtzagerij in het woud, in de heuvels. Als we nog maar net onderweg zijn, treffen we een hindernis in de vorm van een enorme modderpoel. Nu zullen we het misschien wel redden, maar straks met een enorme lading hout op zijn rug zal ons dappere W.G. van der Hulst trekkertje toch zeker in de problemen komen. Morgen hebben we eigenlijk hout nodig en zo keren we even later, een beetje gefrustreerd en onverrichter zake terug. Morgen weer eens proberen. Regentijd in Kenia.

Medische zorg?

De broer van onze Keniaanse vriend is met een vrij ernstige kwaal in het ziekenhuis opgenomen en we ontkomen er niet aan om, nu we in de stad zijn, hem met een bezoekje te vereren. Als ik bij zijn bed sta, begrijp ik waarom we mee moesten: genezing en spoedig herstel schijnen hier volkomen afhankelijk te zijn van de hoeveelheid misbaar makende mensen dat zich rondom het bed van de patiënt verzamelt. Ik zie een bed waaromheen zich veel meer dan 10 jammerende mensen hebben geschaard. Dat is echter niet de enige schokkende indruk die ik opdoe. Het ziekenhuis bestaat uit vier slaapzalen, die met elkaar in verbinding staan, volgepropt met elk 16 bedden. Met een vertroebelde blik meen ik zelfs bedden te zien met daarin méér dan 1 patiënt. Het stucwerk is gescheurd, de bedden zijn haveloos, het beddengoed is grauw en versleten en boven dit alles hangt een geweldige stank. Als even later het ranzige eten uit idem dito ketels wordt opgediend, vlucht ik naar buiten, intens dankbaar voor mijn gezondheid en voor de goede gezondheidszorg in Nederland.

Niet óm te krijgen

We verlaten de houtzagerij, wat eigenlijk niet meer is dan een hutje in het woud, waar een man met een motorzaag woont. Het pickupje kreunt, zucht en steunt onder de enorme lading balken en de 8 mensen die daar nog eens bovenop zitten. Ons W.G. van der Hulst trekkertje worstelt, ploetert en glijdt zich een weg over de verschnkkelijke wegen. Telkens als we van de hoge weg in een spoor glijden, hellen we enorm over. “Nu rollen we om en moet ik springen”, denk ik. Maar de doornstruiken en het prikkeldraad langs de weg weerhouden me er steeds van en steeds komt ons trekkertje weer overeind... Met de minuut krijg ik meer respect voor zijn Japanse bouwers. Als ik de nonchalante gezichten van de Kenianen zie, bedenk ik me dat ik ook nog nooit een W.G. van der Hulst trekkertje op zijn rug heb zien liggen, dus zal het wel goed komen. Bij school aangekomen blijkt dat slechts een deel van de bestelling geleverd is! Maar de aap komt weldra uit de mouw. De houtzager kon een gedeelte van de partij leuk verkopen en moet zich bedacht hebben. Immers: 1 Keniaanse vogel in de hand is beter dan 10 Nederlandse in de lucht... Nu maar weer eens zien of we bij zijn collega’s op korte termijn een grote partij gedroogd balkhout kunnen vinden.

Hoezo, zwemmen?

Iedereen is wat uitgeblust, maar ik heb in de Lonely Planet Reisgids gelezen datje bij een hotel in Eldoret ook kunt zwemmen. Op mijn voorstel om te gaan zwemmen, is iedereen enthousiast; lekker het stof en cement van onze lijven afweken. We stoppen een paar uur eerder met werken en haasten ons naar de stad, de groep wordt bij het ‘winkelcentrum’ afgezet en met een paar mensen rijden we door naar het hotel, voor het bespreken van het zwembad. Als we de poort doorrijden, staan we voor een enorm en luxueus hotel. En als we even later in onze werkleren en met onze baggerschoenen dit summum van luxe binnenbanjeren, veroorzaakt dit wel wat gefronste wenkbrauwen; maar we worden zeker vriendelijk te woord gestaan. Nadat ik verteld heb dat we graag met 14 man willen komen zwemmen, gaan de wenkbrauwen nóg een meter de lucht in en wordt er heel veel gebeld en gezocht. De zwembadmanager is zoek, zodoende kan ons feest niet doorgaan. Enigszins beteuterd en met een afspraak voor over 2 dagen, druipen (nou ja druipen) we af. Hoe vertel ik dit de groep? We rijden wat door de stad, stoppen bij een hotel, maken wat afspraken en halen de groep op. “Helaas kunnen we niet zwemmen, maar er zijn 3 hotelkamers gereserveerd, waar we allemaal om beurten kunnen douchen.” Na een paar uur en na 14 koude douches zitten we allemaal voldaan te genieten van een goede maaltijd in het restaurant; de ontberinkjes van de afgelopen dagen vergeten we, de geweldige ervaringen blijven over. Knus en warmpjes bij elkaar zittend, achter in het bakje, onder het huifje, rijden we terug. De auto werpt een stofwolk op, langzaam maar zeker gaan we steeds meer op elkaar lijken en verdwijnen we onder een dikke laag stof. We hebben het genoegen gesmaakt, schoon te zijn geweest...

Volgende week hopen we u het vervolg van onze reis te mogen vertellen!

Dirksland, Dietrik de Lange en Daniëlle Jelier

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 december 2004

Eilanden-Nieuws | 50 Pagina's

Door goede buren, verre vrienden...

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 december 2004

Eilanden-Nieuws | 50 Pagina's