Utopie en paradijs
Ten geleide
In de loop van de maanden, die gevolgd zijn op de conferentie van onze Vriendenkring op zaterdag 14 april 11, hebben tal van lezers van het ,,Kerkblaadje" mij met aandrang verzocht het door Dr W Aalders gehouden referaat over het onderwerp Utopie en paradijs zo spoedig mogelijk te willen publiceren Het is mij een reden tot blijdschap, onze lezers m het voor hen liggende nummer van ons blad dit referaat m zijn geheel te kunnen aanbieden Zeer dankbaar ben ik Dr Aalders voor de bereidwilligheid, waarmee hij zijn referaat persklaar heeft gemaakt en zelfs hier en daar nog aanzienlijk heeft uitgebreid Ik ben er mij van bewust, dat de verwerking van dit mhoudrijke stuk enige inspanning van onze lezers zal vergen Maar zij zullen ondervinden, dat de moeite, hieraan besteed, rijk beloond wordt Daarom beveel ik Dr Aalders' referaat m hun aller aandacht zeer hartelijk aan
D VAN HEYST
I
Letterlijk betekent het woord utopie nergens, niet aanwijsbaar Het is echter de aanduiding geworden van een droombeeld van de toekomst. Men stelt zich die toekomst voor als een geïdealiseerde wereld, als eilanden van overvloed en gelukzaligheid, als een heilstaat, een vrederijk
Er zijn in de geschiedenis altijd denkers en dichters geweest, die hun verbeelding vrij spel gaven om zulk een toekomstdroom te scheppen Het onbewoonde eiland van Robmson Crusoe hoort ertoe en ook de fantasiewereld m ,,Midden-aarde" van Tolkien In zulke verbeelde werelden met andere mensen, andere mentaliteit, andere omgangsvormen geeft men lucht aan zijn critiek op- en onlustgevoelens tegen de bestaande staat en maatschappij Men wil een andere werkelijkheid
Zulk een weerstand kan voortkomen uit een sterk redelijk bewustzijn, dat mens en samenleving toetst naar de maatstaven van het verstand en op grond daarvan alles veroordeelt In de maatschappij blijft immers veel te wensen over Niet weinig dingen zijn m strijd met de eisen van recht en billijkheid
De weerstand tegen- en critiek op de samenleving kan echter ook een uitmg zijn van verlangen naar een leven zonder strijd en inspanning, naar een paradijs van wellust, naar een vrije uitlevmg van de hartstochten Een staat en maatschappij kunnen immers met bestaan zonder inperking van de driften m wetten en taboe's In elk mens sluimert daarom een verlangen, om uit de banden van de moraal te breken, de remmen los te maken en volledig vrij te zijn
Utopieën van de eerste soort vmden wij bij de Griekse wijsgeer Plato, bij de Engelse humanist More, bij de Duitse filosoof Kant Toekomstdromen van het tweede genre zijn altijd en overal onder de mensen verbreid geweest. De eersten zijn aristocratisch, weloverwogen, voorzichtig en mild Die van de tweede soort kenmerken zich door passie, zwoelheid, felheid, waardoor ze gevaarlijker, immers ondermijnender en verwoestender zijn Een samenleving, die zichzelf respecteert, kan ze niet tolereren Ze bevorderen de anarchie'
Het verschijnsel van de utopie hangt samen met het menselijk zelfbewustzijn, met de ontdekking van 's mensen gaven en mogelijkheden, met zijn cultuurverwachtmgen Men zou de utopie een vlucht uit het heden naar een generzijde kunnen noemen In die zin kan zij dan beschouwd worden als een verzonnen evangelie, een kunstmatige heilsverwachting, een profetie van rede en gevoel. Men kan haar rangschikken onder wat het Nieuwe Testament noemt: „vernuftig gevonden verdichtsels, kunsielijk vera.chte fabelen' (II Petr. 1 : 16). In onze eeuw oeleeic de utopie een groce bloei als machtsmiddel van progressieve groeperingen, om de massa enthousiast te maken voor hun revolutionaire ideeën. Het is met name de Duitse marxist Ernst Bloch, die grote nadruk gelegd heeft op de politieke betekenis van de utopie en het utopische denken. De utopie — zegt hij — is in staat om zielekrachten los te maken, die de wereld kunnen omwentelen en vernieuwen. Dan is dus de dichter, de kunstenaar met zijn verbeelding van toekomstig heil een handwerksman van de revolutie.
Dat de utopie als een menselijk verzonnen evangelie geen onbelangrijke en onschuldige zaak is, heeft de geschiedenis duidelijk aan het licht gebracht. Het utopische denken kan een „macht" worden in de zin, als Paulus daarover spreekt in Efeze 2 vers 6 en 12. Zij kan bezit nemen van de ziel van een volk, van een generatie. Zij kan worden tot een massale hysterie, bezetenheid, die op geen enkele wijze meer aanspreekbaar en redelijk is, maar verwoestend door alle wetten en begrenzingen heen breekt. Wie dat gevaar niet ziet, heeft nooit kennis genomen van het verleden.
In een interview met één der hedendaagse schrijvers las ik onlangs: „Het woord heeft alle revoluties gemaakt. De libertijnse dichters zijn het begin van de Franse revolutie. Slechts als uitvloeisel daarvan kwamen er geweren aan te pas. Die libertijnse dichters hebben het klimaat rijp gemaakt door de seksuele taboes te doorbreken. Daardoor hebben zij een openheid geforceerd, die leidt tot andere maatschappelijke omwentelingen. Men mag niet uit het oog verliezen, dat de seksuele ontvoogding een eerste stap is, die vooral bij jongere mensen kan leiden naar elke andere ontvoogding. Het houdt niet halt bij de seksuele ontvoogding; integendeel, er ontstaat daardoor een grote verruiming in de gedachtenwereld. En die is er nodig, zeker in ons land, waar de onverdraagzaamheid zo nauw samenhangt met de kerk en alle andere reactionaire krachten ....". (N.R.C, van 30-11-1968).
De waarheid van zulke uitspraken is gebleken in de jaren voorafgaande aan de Franse revolutie. Onder invloed van de verlichte lectuur is toen het Nederlandse volk afgegroeid van de Heidelberger Catechismus. Men achtte de mens zeer wel in staat tot alle goeds! Maar dan moeten de omstandigheden hem in zijn ontplooiing niet belemmeren. Want de mens is goed, maar de maatschappij maakt hem slecht! Daarom is er geen toekomst in het starre Nederland met zijn conservatieve kerkgeloof. Slechts door een omwenteling als in Frankrijk kan hier een heilstaat geboren worden. Daarom werden de werken van de Franse dichters en denkers hier ingevoerd, vertaald, verbreid. Gretig werden ze gelezen door de jongere regenten, de ontwiKkeide burgerij en /eel predikanten. De utopische geest van die boeken maakte de mensen steeds ondankbaarder, steeds ontevredener, steeds critischer. De utopie kweekte „dissidenten"! Men meende werkelijk, dat men hier in gruwelijke onderdrukking leefde.
Weekbladen als „De politieke Kruyer", sociëteiten, leesgezelschappen hielpen de utopische dweperij verbreiden. Men leerde alles te werpen in de smeltkroes van een onbeperkte critiek en van een eerbiedloze spot, waardoor alles afgebroken, alles ondermijnd, alles losgewrikt werd. Een geest van negatieve, onbarmhartige veroordeling van al het bestaande en historischgegroeide beheerste de publieke opinie.
Het was dan ook vanzelfsprekend, dat er een moment kwam dat het hele staatsbestel ineenstortte. Een dwaalleer, die sinds lang de openbare mening beheerste, en die als een evangelie op politiek en maatschappelijk gebied werd beschouwd, kan op den duur onmogelijk in haar praktische toepassing gestuit worden! En zo was dan het gevolg, dat in 1795 in Den
En zo was dan het gevolg, dat in 1795 in Den Haag de Meiboom vanaf het Tournooiveld in feestelijke optocht naar het Buitenhof werd gedragen. Voorop ging een koor, dan volgde een detachement Franse huzaren, dan deputatie's uit de provincie. De boom werd gedragen door twaalf burgers met palmtakken op de hoed. Rondom huppelden meisjes in wit met een sjerp in nationale kleuren en met guirlandes van groen. Toen de boom geplaatst was, waren er uren van zang en dans ,,onder de stralendste blijken van egaliteit (gelijkheid)". Alle onderscheid van rang en stand, van leeftijd en geslacht werd vergeten. Allen ondergingen de bedwelmende invloed van de gemeenschappelijke vrijheidsdroom. Oud en jong, man en vrouw, arm en rijk, aanzienlijk en gering, alles danste. Alles gloeide van de gelijkheids- en vrijheidskoorts. De doopsgezinde predikant Adriaan Loosjes tekende later in zijn dagboek op: „O dag, o uren van verrukking, die de zaligste van mijn leven uitmaken, — waarom waart gij zo kort? Waarom vloot gij zo haastig daarheen? Uw schoonheid, uw geluk waren betoverend!"
Was dat de ene kant van de „journées revolutionaires, de dagen der revolutie", de andere kant was, dat telkens een woedende en razende menigte in Amsterdam het stadhuis bestormde en de deftige raadszaal binnendrong, waarbij het nieuwe stadsbestuur, dat toch uit het kiesrecht der massa was voontgekomen, menigmaal in levensgevaar verkeerde. Men bedreig-de de leden van de raad met gevangenschap en dood, als de radicale eisen der menigte niet werden ingewilligd. Alleen een Frans garnizoen van 1500 huzaren gaf het democratische stadsbestuur enige bescherming. Met legergeweld alleen kon dus de doorbraak van geweld, schrik, terreur en kabaal Vv'orden afgeremd!
II
Dat zijn nu de zielskrachten, die door het utopische denken worden losgewoeld, en die volgens Bloch de wereld moeten omwentelen en vernieuwen. Wat eruit voortkomt is de geestdrijverij van de goddeloosheid; is de anarchie van de wetteloosheid, en een proces van eindeloze politieke omkeringen en maatschappelijke experim^enten, waardoor het bestaan steeds overspannener en ontwrichter wordt. Ook het Duitse nationaalsocialisme moet ge
Ook het Duitse nationaalsocialisme moet gezien worden als vrucht van het utopische denken. Men denke aan het hysterische „Heil!"- geroep.
En ook in het studentenoproer lag dezelfde wortel. Er is over die universitaire onlusten der zestiger jaren een Amerikaans boek verschenen: The Campus-War. We lezen erin van een student, die zegt: „Het was ongelooflijk. Het was totaal. En wat zo wonderbaarlijk was: allen voelden hetzelfde. Het was een festival van het leven. Een liturgische viering van de menselijkheid". Ook lezen wij, dat er eucharistievieringen plaats vonden, waaraan allen deelnamen. En dat men elkaar lachend en huilend in de armen viel. Kortom, het was de ekstatische beieving van een bevrijdende ingang in een nieuwe wereld. De gehele concrete, historische werkelijkheid schudde men als een oud en vergaan kleed van zich af. Men rekende af met alle banden van het verleden, van de traditie, van de moraal, met de schepping. Tot zulk een waan voert het utopische denken! Daarom herhalen wij: de utopie is een verzon
Daarom herhalen wij: de utopie is een verzonnen evangelie, een kunstmatige heilsverwachting, een profetie van rede en gevoel. Men volgt „vernuftig gevonden verdichtsels" (II Petr. 1 : 16), als men er gehoor aan geeft. Door het zó te stellen, staan wij in de traditie van de Hervorming. Want ook in de zestiende eeuw bloeide het utopische denken; en de Reformatoren zijn gedwongen geweest, om er zich tegen te keren en ervoor te waarschuwen. Wat genoemd worden de „humanisten", de „dwepers", de „dopersen", zijn in wezen de mensen voor wie een utopische toekomstdroom tot een „macht" is geworden, die hun leven bepaalt. Tegen die achtergrond krijgt de strijd tussen Luther en Erasmus, en krijgt ook Luther's boek over de gebonden wil, opeens een hoge mate van actuahteit! Waarom ging het immers daarbij? Toch hierom, of de mens zielskrachten heeft, die in staat zijn om de wereld om te wentelen en te vernieuwen. Heeft de mens 192 scheppend vermogen? Luther's waarschuwende en bezwerende: „Neen!" is daarom niet alleen een historisch „Neen!" tegen Erasmus, tegen Karlstadt, tegen Thomas Müntzer. Het is ook een „Neen!" tegen Rousseau en Voltaire in de dagen van de Franse revolutie; en evenzeer een „Neen!" tegen Bloch en de marxisten, tegen de Wereldraad der Kerken en de maatschappij-critische theologen.
Maar ook Calvijn en zijn Geneve krijgen tegen die utopische achtergrond een grote betekenis voor het heden. Want met name in Frankrijk bloeide het utopische denken bij de libertijnse kunstenaars. Bijvoorbeeld Rabelais heeft in zijn romans aan de utopie een meeslepend literaire vorm gegeven. Zo schildert hij een klooster, dat in elk opzicht het tegendeel was van het toen bestaande kloosterleven. Het ligt midden in open land, zonder muren en klokken, die nu eenmaal het tijdelijke en ruimtelijke bestaan plegen te begrenzen. Op de toegangspoort was gebeiteld: „Fay ce que vouldra; doe wat ge maar wilt!" Toegang is er slechts voor degene, die alle wetten en regels loslaat. Het paradijs opent zich buiten de normen en geboden. Dan is er de volstrekt vrije commune.' Het is nu dat losbandige, anarchistische leven
Het is nu dat losbandige, anarchistische leven van de utopische romans, waar Calvijn zich tegen gekeerd heeft met de sobere leefwijze en strenge levenstucht van zijn „pietas", zijn vroomheid. Ook is het duidelijk, waarom de calvinistische levensstijl altijd zo afwijzend gestaan heeft tegenover romans en toneel. Het was om te voorkomen, dat de zielskrachten losgewoeld worden, die het bestaan overleveren aan geestdrijverij en wetteloosheid. Er zijn dus naar het oordeel der Reformatoren
Er zijn dus naar het oordeel der Reformatoren geen scheppende krachten in de mens, die het heil op aarde zouden kunnen verwerkelijken. Het paradijs ligt niet binnen menselijk bereik. Daarom is alle utopische denken een evangelie van de mens en een verloochening van het Evangelie van Jezus Christus. In de utopie wordt het heil in de handen van de mens gelegd. Wie utopisch denkt, wijkt af van de fundamentele betekenis van de rechtvaardiging door het geloof alléén. En een kerk, die de utopie toelaat, is een kerk die vallen en ondergaan moet.
III
Was men het in de Hervorming hartelijk met elkaar eens wat betreft de rechtvaardiging, — toch was er toen reeds een zwakke plek in de wapenrusting van het geloof. Dat was het punt van de heiliging. Daarover is onklaarheid geweest in het belijden.
Natuurlijk niet in de zin, dat de heiligmaking ook maar door één der Hervormers ontkend werd. Maar het verschil lag in de plaats en betekenis, die eraan toegekend werd. Voor Zwingli, Melanchton, Bucer was de heiliging het historische begin van de verlossing. In de heiligmaking zette zich volgens hen het verlossingswerk van Christus in de geschiedenis voort. Zo werd de heiligmaking een onderdeel van een heilsgeschiedenis. De heiliging voltrok zich in het raam van de Wet, en verbond aldus de schepping met het Rijk Gods. Zo zou men kunnen spreken van een continu, geleidelijk, hoewel verborgen proces van universele uitbreiding van het Heil in de wereld. Dus ook hier binnenwerelds toekomst-denken, zij het vanuit Jezus Christus!
Die leer van de heiligmaking vindt u zeer beslist niet bij Luther. En ik voeg eraan toe: ook niet bij Calvijn; hoewel hij in zijn formuleringen minder duidelijk en minder beslist is dan Luther.
En het is nu die organisch en proces-matig gedachte heiligingsleer, die veel verwarring veroorzaakt heeft in de verdere geschiedenis van het Protestantisme. Zij is een invalspoort geworden voor utopisch denken; voor wereldse, messiaanse, ongeestelijke toekomstverwachtingen; voor heilshistorische fantasieën en speculatie's, bijvoorbeeld ten aanzien van Israël, van het duizendjarig rijk, van de taak van de zending.
Door die onklaarheid in het belijden zijn de reformatorische kerken uitermate kwetsbaar geweest voor allerlei utopische dwalingen en enthousiaste stromingen. Want altijd weer opnieuw blijkt, dat de eigenlijke macht van de leugen de zwakte van het geloof is. Waar binnen de kerk de klare en besliste belijdenis van Christus en Zijn Woord ontbreekt, ontstaat een kwade leegte, waar de valse profetie binnendringt (Matth. 12 : 44v.).
In de jaren van de Franse revolutie is dat duidelijk aan het daglicht getreden. Hoeveel oprechte, maar onnozele christenmensen zijn toen niet meegesleept door de utopisch-denkende patriotten, omdat zij de heilsverwachtingen en toekomstdromen van de natuurlijke mens niet konden onderscheiden van de christelijke hoop! Hoeveel eenvoudige gelovigen waren toen al zó van Luther en Calvijn vervreemd, en onder de ban geraakt van de heersende opinie, dat zij meenden dat de heilstaat binnen bereik was gekomen en door mensen verwerkelijkt kon worden! Hoevelen zijn er ook na 1815 in verstrikt gebleven! Het is nu de bijzondere betekenis van G.Groen
Het is nu de bijzondere betekenis van G.Groen van Prinsterer geweest, het heilloze van die vermenging onderkend te hebben, en het belijden van de Hervorming zuiver en krachtig te hebben voortgezet. In plaats van de vermenging van het utopische evangelie met het christelijke Evangelie stelde hij nadrukkelijk de antithese. Want voor hem was het utopische, revolutionaire denken onverenigbaar met het christelijk geloof. Daarom stelde hij tegenover de utopie: het Evangelie.
Uit zijn hoofdwerk: Ongeloof en revolutie haal ik enkele van zijn gedachten aan. „In de utopie spreekt de mens uit, dat hij geschiedenis-scheppende kracht zou hebben. Hij poneert, dat hij in zichzelf goed is, tot alle goed geneigd. Het kwaad heeft zijn oorsprong in verkeerde maatschappij-vormen. Die zijn het, die de menselijke natuur verwringen en zijn wezenlijke aanleg bederven. Daarom is het middel voor vernieuwing en herstel: omverwerping der verkeerde maatschappij-structuren. Zó alleen kan er een nieuwe staat en nieuwe samenleving geschapen worden. Hoe? Vanuit de verbeelding! De mens zelf moet en kan er de schepper van zijn.
Het utopische denken en handelen komt dus voort uit het geloof in de scheppende kracht van rede en wil. Dat geloof heeft, als het moet, zijn leven veil voor die toekomstdroom. Dat geloof proclameert zichzelf als de enige .mogelijkheid om ramp en leed uit te bannen, en om een onverstoorbaar geluk op aarde te bewerken. Daartegenover wijst dat geloof de dragers van de oude staat en maatschappij aan als de grote schuldigen. Zij zijn uitbuiters, profiteurs, knevelaars, huichelaars! Zij moeten dus terzijde geschoven worden en berecht om de mensenrechten te herstellen.
Zó beschouwen zich deze gelovigen als de dragers van het ware mensheids-evangelie. Het gezag, dat zij zich op grond daarvan toekennen, is totaal. Terwille van hun toekomstdroom erkennen zij geen wet, geen geweten, geen recht. Zij ontkennen de werkelijkheid van de historie, van het gegevene, van het heden. Zij leven alleen in de beweging naar de toekomst. De geschiedenis en alles van het verleden stellen zij onder het vernietigende oordeel van hun schimmige idealen".
Tegenover dat revolutionaire, utopische mensheidsgeloof stelde Groen nu het Evangelie! Maar dat betekende, dat hij dus ook de vooruitgangsgedachte radicaal afwees. Van het organisch en procesmatig verlopen van een heilsgeschiedenis, die zijn wortel heeft in de heiliging der gelovigen, moest Groen van Prinsterer niets hebben. De volmaking van de mens en de wereld kan immers volgens de Bijbel nooit in de geschiedenis plaats vinden. Geschiedenis, ontwikkeling, groei, proces onderstellen een onbedorven kiem. Het christendom leert echter vergeving, genade, redding door Woord en Geest; geen heilsproces vanuit een heilig beginsel in de mens. „Daarom kan de gelovige ook niet in ijdele waan op de raadsbesluiten Gods vooruitlopen, noch de sluier opheffen die over de geheimenissen van Zijn wereldbestuur ligt. Maar het is de gelovige en ootmoedige christen evenmin vergund, om het oog te sluiten voor de lichtstralen, waarin bij de wonderen der historie de glans Zijner volmaaktheden schittert". Die spaarzamelijke lichtstralen zijn volgens Groen voor de gelovige de tekenen, die hem eraan herinneren, dat de wereld m Gods hand rust, en dat God zelf garant is voor het heilsuitzicht, dat Johannes op Patmos heeft mogen zien, en dat de apostel te boek heeft gesteld om er de gemeente m haar wachtens- en lijdenstijd mee te troosten
Op die wijze stelde Groen utopie en Evangelie antithetisch tegenover elkaar
Zoals de stem van Groen waarschuwend geklonken heeft m de jaren na de Franse revolutie, zo zijn er ook waarschuwende stemmen geweest na de Russische revolutie m 1917 En dan noem ik allereerst Nicolai Berdjajew Zijn woorden over de communistische omwenteling zijn des te opmerkelijker, omdat hijzelf een tijd met de revolutie geleefd en gewerkt heeft Er zijn zelfs van hem geschriften, die nog duidelijke sporen van het utopische denken tonen Maar steeds duidelijker heeft hij het gevaar ervan onderKond en wijst hij op de onveienigbaarheid van revolutie en geloof Zo lezen wij m een van zijn werken „Elk
Zo lezen wij m een van zijn werken „Elk mens koestert in zijn hart de droom van het volmaakt gelukzalige leven Als die droom echter de gesialte krijgt van een nieuwe organisatie van de maatschappij, dan krijgt hij een vulkanisch werkende aantrekkingskracht Dan verwringt en verziekt hij het menselijk bewustzijn Er IS daarom m elke utopie iets, dat verschrikkelijk afstotend en weerzinwekkend is De utopie brengt het menselijk bewustzijn m demonische slavernij Zij maakt de mens onredelijk en immoreel Zij levert hem uit aan zijn instincten Niets vervormt de menselijke geest meer dan zulk een waan' Het eigenlijke kwaad van de utopie IS volgens Berdjajew, dat zij de mens losmaakt van verleden en heden Zij ontwortelt de mens door hem los te maken van de historische werkelijkheid, waarin hij door God geplaatst is „De utopie heeft geen ander doel dan de toekomst Zij kent geen heden dan alleen als middel om dat doel te bereiken Terwille van de toekomstige heilstaat verwoest zij het heden en maakt het tot een nachtmerrie, een hel Terwille van de toekomst acht zij het gebruik van alle middelen geoorloofd Zij schuwt geen geweld en terreur Maar terreur en geweld zijn openbarmgsvormen van duistere, lage, demonische machten Hoe kan uit zulke machten ooit een heilstaat, een vrederijk ontstaan*^ Daarom IS utopisch denken er de oorzaak van, dat de schuld, het leed, het onrecht, het kwaad steeds groter en massaler wordt" Dat oordeel van Berdjajew over het utopische,
revolutionaire denken wordt bevestigd door de hedendaagse Russische schrijver Solschenizyn In zijn boek Veertien Augustus beschrijft hij de geschiedenis van Sovjet-Rusland Dat is de geschiedenis van een utopie In die geschiedenis zijn duizenden mensen omgekomen, omgebracht m gevangenissen, strafkampen, hospitalen, executies. 194
De conclusie van Solschenizyn is deze „Het levensbestel van een volk is als een boom, die m de loop van eeuwen gegroeid is De utopie is voor die boom als een bijl Haastig, driftig, gewelddadig, wreed hakt die bijl op dat langzaam gegroeide levensbestel in De utopie maakt de mens tot een verwoester, een geweldenaar zonder erbarmen Wat de utopie bewerkt, is daarom nimmer heil, maar steeds catastrofe"
IV
Tegen de achtergrond van al die historische gebeurtenissen en al die waarschuwende stemmen beseffen wij nu te beter, m welk een tijd van geestelijk verval wij thans leven, dat de utopiekoorts toch weer m zo sterke mate bezit van de mens heeft genomen, en dat ook de christenheid er gevaarlijk door geïnfiltreerd is Het IS typerend, dat de Hervormde Kerk onlangs een publikatie uitgaf getiteld Revolutie en gerechtigheid, waarm een apart hoofdstuk is opgenomen Eerherstel voor de utopie Maar wij beseffen dan ook hoe noodzakelijk
Maar wij beseffen dan ook hoe noodzakelijk het is, om teiug te keren tot het Evangelieverstaan van de Hervorming, om van daaruit de lijnen naar het heden door ie trekken m een krachtig belijden van de antithese (tegenstelling) cubsen Evangelie en utopie Ik meen, dat wij dat niet beter kunnen doen,
Ik meen, dat wij dat niet beter kunnen doen, dan door uit te gaan van een Schriftgedeelte, dat voor de onderhavige kwestie van fundamentele betekenis is Ik bedoel Lucas 23 vers 39 tot 43, dat vertelt van de twee misdadigers, die samen met de Here Jezus gekruisigd werden op Golgotha
Waarom dat gedeelte voor ons onderwerp van zo fundamentele betekenis is, blijkt uit de 11- tulus der veroordeelden, dat was het bordje, dat hen werd omgehangen en waarop de reden van de terechtstelling was aangegeven In de Griekse taal worden zij „leistai" genoemd, wat nog iets anders betekent dan misdadigers Het waren rebellen, bandieten, vrijheidsstrijders m de trant van Barabbas en de Zeloten Dat nu de Here Jezus ook als „leistes" terecht
Dat nu de Here Jezus ook als „leistes" terechtgesteld werd, was een gerechtelijke dwaling van de landvoogd Pilatus, waarvoor de morele verantwoordelijkheid rustte op de Joodse Hogepriester Immers nooit was Christus als een politieke Messias opgetreden Hij wist zich de lijdende Godsknecht uit Jesaja, het Lam dat geofferd werd voor de zonde Alle messiaanse toekomstdromen heeft Hij afgewezen als verzoekingen (Mattheus 4) Hij weigerde door enige machtsdaad de geschiedenis te forceren Nimmer nam Hij de toekomst van volk en wereld in eigen hand De utopie als menselijke toekomstdroom was bij Hem niet aanwezig Voor de Israëlitische volksverwachting was Christus dus veeleer het tegendeel van een Messias En het is geschiedvervalsing het anders voor te stellen.
De twee anderen werden echter terecht als ,leistai" naar de plaats der terechtstelling gevoerd
Maar nu gebeurt er op Golgotha iets heel opmerkelijks, waaraan door Luther en veel later ook door Kohlbrugge bijzondere aandacht wordt gegeven De ene „leistes" hoont in zijn vreselijke lot de Here Jezus Hij zal Hem wel gehoond hebben, omdat hij als vrijheidsstrijder m Hem een tegenstander van het strijdbare en revolutionaire messianisme zag Maar de andere terechtgestelde roept uit „Vreest ook gij God niet"^ Want gij ondergaat hetzelfde vonnis, en terecht, want wij ontvangen vergelding naar wat WIJ gedaan hebben Maar Deze heeft niets verkeerds gedaan" En hij zeide verder tot Jezus „Gedenk mijner, als Gij m Uw Koninkrijk komt'"
Luther merkt daarbij op Die man moet gelouterde ogen gehad hebben, omdat hij ziet, wat men met zien kan, namelijk dat Christus een Koning is en een Rijk heeft Hoe heeft hij dat dan gezien"^ Doordat hij, toen de schrik en toorn van de dood over hem kwam, zichzelf als een zondaar, als een moordenaar, als een duivelskmd zag Hij waagde het, zichzelf, zijn mede-terechtgestelde, maar ook Pilatus en de Hogepriester en de Schriftgeleerden te verdoemen als duivelskmderen, en te midden van al die zonde en schuld Christus te belijden als een Konmg met een Rijk Omdat hij aan het kruis de werkelijkheid van zonde en ongerechtigheid dieper peilde dan ooit, gingen zijn ogen voor de heiligheid, heerlijkheid en goddelijkheid van de Here Jezus open Daarom noemt Luther deze jleistes" een Christusgetuige nog voor de apostelen het waren In zijn geloof is hij groter dan Bernhard en Benedictus'
m de preek, die Kohlbrugge over dit Schriftedeelte gehouden heeft, noemt hij aie mede- ^ekruisigde „een Maarten Luther", omdat hij m alle klaarheid de werken van de mens, van de priesters en schriftgeleerden, van het gehele volk en ook van zichzelf en die andere vrijleidsstrijder op een hoop werpt en onder hetzelfde oordeel besluit En omdat hij dan m die ootmoed uitroept „Gedenk mijnei'" En Kohlbrugge voegt er dan aan toe „Dat zij uw gelele theologie, dan kunt gij met missen Zulk een geloof sluit alle menselijke aanmatiging uit"
De fundamentele betekenis van dit Schriftgeieelte is dus, dat op Golgotha alle menselijke 'elfverheffing, alle menselijke werken, alle nenselijke toekomstdromen, alle menselijke waan van zelfverlossing onder het oordeel valden Het heil ligt op geen enkele wijze binnen menselijk bereik De mens heeft geen zielskrachten, die de wereld kunnen omwentelen en vernieuwen Zo is het ook door Luther en Calvijn ontdekt, beleden en ons overgeleverd Maar er is nog meer in dit Schriftgedeelte van
Maar er is nog meer in dit Schriftgedeelte van grote betekenis Er wordt immers gesproken over het paradijs Maar niet als menselijke heilsdroom, met als kunstig verdichtsel, maar als tegenwoordige werkelijkheid m Christus Op die geloofsbelijdenis van de ootmoedige „leistes" spreekt de Here Jezus immers „Voorwaar zeg Ik u Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn" Het woord „paradijs" roept de herinnering op aan het verloren paradijs van het begin der schepping Zo is hier sprake van een nieuwe genesis, een nieuwe schepping, een nieuw paradijs Waarom"^ Door de nieuwe Adam en Zijn volbrachte gerechtigheid'
Dat nieuwe paradijs is geen verre toekomst aan het emde van een lange heilsgeschiedenis Het IS werkelijkheid m het Heden van Woord en Geest' Luther zegt heel schoon en diep „Hier moet men de tijd uit de gedachten doen en weten dat hier geen tijd of uur is, maar alles een eeuwig ogenblik" Dat paradijs is een vrucht van de volbrachte verzoenmg En om nu de antithese met het utopische den
En om nu de antithese met het utopische denken heel duidelijk te stellen, citeer ik nog een keer Kohlbrugge „Met dat paradijs heeft Hij het oude paradijs met bedoeld Want dat was een zichtbaar paradijs, en op Golgotha heeft men niets gezien, dan dat de Here Zijn geest gaf en dood van het kruis werd genomen Men heeft daar niets anders gezien, dan dat den kwaaddoener de armen en benen gebi oken werden Toen dat echter geschiedde, was de Here reeds m het paradijs en voigde Hem de misda diger Zo ligt dan dit paradijs hierboven, en het is een nieuw paradijs Daar is een ander Man, dan wij en Adam, de Here' Zijn naam is Jezus En omdat Hij Heer is en over dit paiadijs te beschikken heeft, komt er alleen m, wat HIJ erin wil hebben En wie er binnengelaten wordt, zal nooit meer uitgeworpen worden " Zo IS dus het Kruis het emde van alle menselijke toekomstdromen En het is tegelijk de open poort van eeuwig goddelijk Heil Wie zou dan nog „de vernuftig gevonden verdichtsels" navolgen''
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1973
Kerkblaadje | 8 Pagina's