Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Protestant of progressief

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Protestant of progressief

I

20 minuten leestijd

Alom ervaren wij de symptomen i) van een crisis-tijd. Het oude levensbestel is in afbraak. Waarheden en waarden verschuiven en verliezen hun gelding. De wetten en het gezag zijn ondermijnd. Normen en principe's lossen op. De staat, de kerk, de school, het gezin en het huwelijk raken in verval. Anarchie -), immoralisme '^) en bandeloosheid nemen toe. Wij leven klaarblijkelijk in een interregnum,

Wij leven klaarblijkelijk in een interregnum, een overgangstijd. De Romeinen duidden dat aan als Saturnalia. Het is dan het einde van een wereldweek; het is in het wereldbestel zaterdag. Saturnus is de macht van de tijd. Hij maakt het leven grijs, koud, zwaarmoedig. Het licht van Saturnus is vaal, donker. De Saturnalia zijn een neerdrukkende periode. Omstreeks het jaar 1200 van onze jaartelling

Omstreeks het jaar 1200 van onze jaartelling ging Europa ook door zulk een overgangstijd heen. De beroemde minstreel '') Walther von der Vogelweide heeft de beklemming ervan op onnavolgbare wijze verwoord:

Ich sasz auf einem Stein

und schlug Bein über Bein,

den Ellenbogen setzt' ich auf

und schmiegt' in meine Hand darauf

das Kinn und eine Wange.

Da dacht' ich bei mir bange,

wie man in dieser Welt sollt' leben.

Und keinen Rat konnt' ich mir geben . . . . . . Untreu liegt im Hinterhalt

. . . Untreu liegt im Hinterhalt

und auf der Strasze fahrt Gewalt.

Denn Recht und Fried sind tödlich wund ... 5)

En in een ander vers:

Leute und Land, die meine Kindheit einst erzogen, sind mir fremd geworden, als waren gelogen.

Die meine Gespielen waren, sind nun trage und alt. Verheeret ist das Feld, verwildert ist der Wald,

allein das Wasser flieszet, wie es einstens flosz . . . . . . Die Welt ist allenthalben der Ungnaden vo'! . . . «)

Wie enige verwantschap heeft met de dichterlijke ziel van Walther von der Vogelweide, moet wel onze tijd ervaren zoals hij in zulke verzen heeft verwoord. Maar dan klemt des te meer de vraag, welke macht zulk een crisis veroorzaakt. Wat voor daemon ') is Saturnus? Het is waarlijk niet eenvoudig om op die vraag een antwoord te geven. Daemonen zijn gestalten uit de onderwereld. Zij horen in een verlichte en geordende samenleving niet thuis. Zij staan onder de ban. Daarom treden zij alleen tevoorschijn in verhulling, als een wolf in schaapskleren. In hun eigenlijke gestalte blijven zij in de schemering, in de achtergrond. Misschien dat de vermomming, waarin wij deze daemon het veelvuldigst aantreffen, het woord „saecularisatie" '^) is. Daarom is het nuttig, om bij dit moderne, wetenschappelijke, alom in zwang zijnde begrip in gedachten te houden, dat het het incognito ^), het masker is van de oudheidense daemon Saturnus. Vooral voor theologen is dat dringend noodzakelijk, wil hun bezig-zijn met de problemen van de saecularisatie geen satyr-spel worden! Iets dichter bij de herkenning van deze daemon

Iets dichter bij de herkenning van deze daemon zijn we, als wij gebruik maken van de woorden, die het christelijk spraakgebruik ervoor heeft. Zo sprak Da Costa van „de geest der eeuw"; hij duchtte die als een groot gevaar. Ook kent men er het woord „tijdgeest", waarin evenzeer een gevoel van afschuw tot uitdrukking komt. Men kan door de tijdgeest „besmet" worden. Het is duidelijk, dat dit spraakgebruik nauw verwant is met de Bijbel. Wij lezen imrners in het Nieuwe Testament van „de acon "•) dezer wereld" (Efeze 2 vers 2). De uitwerkingen, die Paulus daarmee verbindt, zijn waarlijk niet gering. De „eeuw dezer wereld" moet dus voor hem wel een grote en gevaarlijke daemon zijn geweest!

De eigenlijke ontmaskering van de macht, die de bewerker is van crisis-tijden, is echter pas mogelijk als wij haar stellen in het licht van het Evangelie Dan treedt immers het fundamentele verschil naar voren tussen de openbaring Gods en de tijdgeest Het is een verschil als tussen licht en duisternis, leven en dood Ik wil proberen om dat verschil enigermate duidelijk te maken

n

Het meest kenmerkende onderscheid tussen het Evangelie en de eeuw dezer wereld is, dat het Evangelie historisch is en dat de tijdgeest a-historisch (zonder historie) is Openbaring is naar haar wezen historisch De geest der eeuw is even wezenlijk niet-histonsch

Het woord „historisch" betekent oorspronkelijk navraag doen, onderzoeken, opschrijven, voor het nageslacht vastleggen Uiteraard betrekt zich dat met op toevallige, bijkomstige, onbelangrijke dingen Historie richt zich op dat, wat m betekenis ver uitgaat boven een begrensde tijd, dus op onvergankelijke waarheden en waarden, die bewaard moeten worden Men kan historie dus omschrijven als de kroniek van een grote en heilige tijd, van een gevulde en volle tijd, van een openbarmgstijd Hietorie heeft altijd te maken met woorden en daden Gods, dus met gebeurtenissen, die eens voor altijd (efhapax) zijn geschied Zulke gebeurtenissen kunnen en mogen geen verleden tijd worden, omdat ZIJ eeuwigheidskarakter hebben Zij blijven een voortdurend Heden De Bijbel, het Evangelie zijn historie m de

De Bijbel, het Evangelie zijn historie m de meest eigenlijke zm van het woord Zij zijn de kroniek van openbaring, van de intrede Gods m de tijd, van Immanuel (God temidden van ons) Om het woord „historisch" zo te verstaan, moeten wij denken aan Deuteronomium 4 „Neem u ervoor m acht en hoed u er terdege voor, dat gij de dingen die gij met eigen ogen gezien hebt, niet vergeet, en zij uit uw hart niet wijken zolang gij leeft, maak ze aan uw kinderen en kindskinderen bekend'" De Psalmen en Profeten zijn mets anders dan vormen, waarin de historie levend blijft m het volk Israel „Looft de Here, want Hij is goed, die Egypte sloeg en Israel uit hun midden uitleidde, die de Schelfzee m tweeen spleet en Israel er midden door deed trekken" Telkens volgde daarop het refrein „Looft de Here, want Hij is goed'" Het Evangelie als historische kroniek komen WIJ tegen m de beginwoorden van Lucas „Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de dmgen, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn, ben ook ik tot het besluit gekomen na alles van meet aan nauwkeurig te hebben onderzocht, dit m geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theophilus " En nog nadrukkelijker in de aanhef van de eerste brief 188 van Johannes „Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens (het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is) hetgeen WIJ gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben'

Omdat de Bijbel, het Evangelie, m de meest eigenlijke zm historie is, kroniek van de afdaling Gods m de tijd, aaarom hebben zij ook onvergankelijke waarde Openbaring heft immers de tijd boven zichzelf uit en schenkt het vluchtige moment eeuwige betekenis Als Hij in de tijd treedt, die als de Eeuwige de naam draagt van het absolute „Ik ben" (Ex 3 14), dan krijgt dat ogenblik door die aanwezigheid het karakter van een eeuwig Heden In de brief aan de Hebreeen wordt het nadrukkelijk zo gesteld (Hebr 4 7—11) Zulk een Heden wordt nooit verleden tijd

Het Evangelie, als de heilige kroniek van dat Heden, brengt dat telkens naar voren door te wijzen op het plechtige, gewijde karakter van zulk een ogenblik Zo lezen wij, dat Christus spreekt „Mijn tijd is nabij" (Matth 26 18). En dat Hij op het Pascha weet, dat ,,Zijn ure" gekomen is (Joh 13 1) Zijn hogepriesterlijk gebed zet dan ook m met de woorden „Vader, de ure is gekomen " (Joh 17 1)

Door de Bijbel leren wij, dat echte historie nimmer verleden tijd kan worden Er is zelfs een apart bijbels woord, dat het tot uitdrukking brengt efhapax, eens voor altijd Paulus gebruikt het m de brief aan de Romeinen „Want wat Zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd (efhapax) gestorven" (Rom 6 10) In de brief aan de Hebreeen komen we het meermalen tegen (Hebr 7 27, 9 12 en 10 10) Het bijzondere van dat woord is, dat het gebruikt wordt om de absoluutheid van „de ure" van Jezus Christus te onderstrepen tegenover het voortgaande tijdsgebeuren Na Christus IS van de geschiedenis mets wezenlijks meer te verwachten Leven is er alleen vanuit het eeuwige Heden van Christus Door dat sterke historische besef is Europa en

Door dat sterke historische besef is Europa en zijn de Europese volken van de aanvang af mm of meer gestempeld En misschien geldt dat van Nederland in bijzondere mate Het duidelijkste bewijs IS wel onze christelijke jaartelling dat wij de jaren aangeven als „het jaar onzes Heren" (annus Domini) Door de twee letters AD achter de jaartallen van onze geschiedenis te schrijven is onze levenstijd niet meer een Ijdel stroompje, dat ontspringt aan en uitmondt m de oeverloze zee van de wereldtijd, maar is ons wankele en vluchtige bestaan verbonden met het eeuwige Heden van Jezus Christus Zijn eenmalige ure vult onze armzalige, lege lijd met het leven, dat in Hem is geopenbaard. Het historische karakter van Europa en van de Europese volken houdt dus in, dat men geen toekomstverwachting legt in de voortgaande tijd en de levende geschiedenis, maar die alleen weet te liggen in het Jaar onzes Heren, dat wil zeggen: in het onvergankelijk Heden van Jezus Christus. Waarachtig historisch besef weet, dat er alleen toekomst is in de historie! De apostel Paulus heeft dat al onder woorden gebracht in de tekst, die onmiddellijk volgt op de constatering van het volstrekte karakter (efhapax) van Christus' kruis en opstanding: „Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus" (Rom. 6 : 11). Want wie dat voor zichzelf vaststelt, die denkt en redeneert niet meer vanuit zijn eigen trieste en mieserige llevensbestel, maar vanuit het uur waarop de zaligmakende genade Gods is verschenen; dus vanuit de historie. Omdat Europa door de historie gestempeld is,

Omdat Europa door de historie gestempeld is, daarom is ook elke Reformatie, elk Réveil in Europa een nieuwe doorbraak van historisch besef. Men wordt zich zijn historische roeping en verkiezing weer bewust, en ontdekt opnieuw wat het inhoudt om te leven anno Domini i')- Dat betekent, dat men wegvlucht uit de geschiedenis, waarin men niets anders is dan verdwaalde stofdeeltjes in de eindeloze ruimte van de tijd; en dat men toevlucht vindt in het absolute, eeuwige Heden van de Immanuël, God-met-ons. Een Reformatie, een Réveil is een terugkeer tot de historie. In die terugkeer „maken wij onze roeping en verkiezing vast" (II Petr. 1 : 10). Toekomst is er dus alleen maar in de historie.

Toekomst is er dus alleen maar in de historie. Elk heden van de voortgaande tijd moet daarom opnieuw ingedragen en geënt worden in het Heden van het Evangelie. Wat dat inhoudt, is eens onder woorden gebracht door de Engelse dichter T. S. Eliot in het vers: De reis van de drie koningen. Ik citeer er enkele regels uit:

Het was een koude tocht, en de slechtste tijd van het jaar

en de slechtste tijd van het jaar voor een reis, voor zulk een verre reis.

voor een reis, voor zulk een verre reis. De wegen modderig, het weer guur, de winter op

De wegen modderig, het weer guur, de winter op zijn stengst. . . Onze kameeldrijvers vloekten, kankerden,

Onze kameeldrijvers vloekten, kankerden, weigerden dienst, riepen om jenever en vrouwen.

weigerden dienst, riepen om jenever en vrouwen. Onze kampvuren wilden niet branden, onderdak

Onze kampvuren wilden niet branden, onderdak was niet te vinden, de steden waren vijandig, de dorpen stug,

de steden waren vijandig, de dorpen stug, de gehuchten smerig en verschrikkelijk duur:

de gehuchten smerig en verschrikkelijk duur: het was een miserabele tocht.

het was een miserabele tocht. Tenslotte reisden wij zelfs de gehele nacht door,

Tenslotte reisden wij zelfs de gehele nacht door, sliepen zo nu en dan langs de wegkant

sliepen zo nu en dan langs de wegkant en hoorden in onze dromen stemmen zeggen:

en hoorden in onze dromen stemmen zeggen: jullie reis is waarzin ....

jullie reis is waarzin ....

Wij kwamen bij een herberg met wijnstokranken boven de stoep.

Handwerkslieden dobbelden bij de open deur om zilverlingen . . .

Geen van hen kon ons Inlichten, en zo gingen we verder

en bereikten des avonds, geen uur te vroeg,

de plaats van bestemming; het was alle moeite waard!

Dat alles is lang geleden, maar ik heb het onthouden

en zou het over willen doen,

maar ik stel mezelf de vraag: was het doel dat ons dreef

geboorte of dood? Wij waren getuigen van een

geboorte, zeker,

daar is geen twijfel aan. Maar vroeger dacht ik,

dat geboorte en dood tegenstellingen waren.

Deze geboorte echter was een onverbiddelijk einde voor ons,

een dood van ons leven.

Want we keerden terug naar ons land, naar onze paleizen,

en we voelden ons nimmer meer thuis in onze koninkrijken,

tussen vreemde mensen, die hun verwachting stellen

op goden die het niet zijn . . .

III

Wij zeiden, dat de daemon van de tijdgeest pas in het licht van hét Evangelie ontmaskerd wordt. Paulus doelde daar al op toen hij schreef, dat „Christus de overheden en machten ontkleed en openbaar gemaakt heeft, en zo over hen heeft gezegevierd" (Col. 2 : 15). Men zou dus kunnen zeggen, dat de tijdgeest pas herkenbaar van achter de coulissen naar voren is gekomen na Jezus Christus. En ook dat zijn macht en invloed daar het sterkst zijn, waar het Evangelie het meest is verbreid. Dus in de christelijke jaartelling en in Europa! De westerse wereld heeft door het christendom immers een dimensie i-) van ziel en geest méér dan de antieke mens. Zij is door de Bijbel opgeheven tot dieper inzicht en klaarder bewustzijn. Dat geldt echter zowel ten goede als ten kwade. Daarom is enerzijds het historisch besef in Europa intensiever dan overal elders. Maar evenzeer is daardoor tn Europa de tijdgeest uitgegroeid tot volwassenheid als nimmer tevoren. Nergens feller en hartstochtelijker dan in het Westen is de daemon van de tijdgeest naar voren getreden als de antipode ") van het Evangelie; dus als een anti-historische macht.

Nadat wij in het voorafgaande hebben uiteengezet, wat „historie" in de eigenlijke zin van het woord betekent, en dat de Bijbel, het Evangelie, op onvergelijkbare wijze „historisch" van aard en inhoud zijn, — zal het ons nu duidelijk beginnen te worden met wat voor grote en gevaarlijke daemon wij in de tijdgeest (de eeuw dezer wereld) te maken hebben. Tijdgeest is het bewustzijn van de tijdstroom, van het geschiedproces, van het levende gebeuren, als louter een stroom, een proces, een gebeuren Men ervaart, ziet en vereert de tijd als een oneindige ruimte voor ons en achter ons, als een veld van onafzienbare en onuitputtelijke mogelijkheden en kansen Het is echter tijd zonder historie, zonder openbaring, zonder goddelijke aanwezigheid Er is m de tijd nergens de mdaling van de eeuwige God, nergens een moment van absolute waarde en waarheid Alles is vergankelijk, betrekkelijk, veranderlijk, vloeibaar, open naar de toekomst Alles is ,,geschiedenis" Het IS duidelijk, dat het naar voren dringen van zulk een tijdsbewustzijn de ondermijning betekent van de historie, en van het geloof als historisch besef Er is dan geen roeping en verkiezing meer Zo geladen als immers het woord „historie" is, zo leeg is het woord „geschiedenis" Men spreekt dan wel van de geschiedenis als ontwikkeling, ontsluiting, vernieuwing, vooruitgang, bevrijding, progressie, maar dat zijn even loze woorden als „de pelgrimstocht der mensheid" T S Eliot zei er van „Steeds brengt men mij weer het nieuws van een open deur aan het emde van de gang, een deur, die toegang zou geven tot blij zonlicht en vrolijke liederen Maar de bittere ervaring is, dat elke gang en elke deur voert naar een andere gang en een andere deur" Wie daarom de historie verruilt voor de ge

Wie daarom de historie verruilt voor de geschiedenis, de heilige openbaringstijd voor de wereldtijd, die sluit zichzelf uit van het burgerrecht van Israel, die vervreemdt zicht van de verbonden der belofte, en die maakt zich tot een mens zonder hoop en zonder God m de wereld (Ef 2 12) En dat is nu de macht van Saturnus, de invloed van de daemon tijdgeest' Daarom is het licht van Saturnus zo vaal en donker, en zijn de Saturnalia (de crisis-tijd) zulk een neerdrukkende periode Hoe IS het toch mogelijk, dat telkens weer op

Hoe IS het toch mogelijk, dat telkens weer opnieuw en telkens fanatieker de historie terzijde geschoven wordt door de geschiedenis, en Christus moet wijken voor de tijdgeesf Wat mag toch de diepste beweegreden zijn, dat de moderne mens zich afwendt van het absolute openbaringsmoment, van het vleesgeworden Woord met zijn efhapax-karakter (eens voor altijd'), en dat hij met religieuze wijdmg en eerbied spreekt over de geschiedenis, en die belijdt als de eigenlijke en enige werkelijkheid waarin hij het goddelijke ontmoet"^ Luther, die als jHervormer m de 16e eeuw een meuwe doorbraak van de historie door de Bijbel heeft mogen bewerken, heeft intuïtief heel scherp aangevoeld, wat m Duitsland en ganp Europa het grootste gevaar zou zijn voor de doorwerking en instandhouding van het reformatorische, historische besef Het is volgens hem de ondankbaarheid En hoe hebben de latere eeuwen daar de waarheid van aangetoond' Er IS voor de historie m bijbels-christelijke zm

inderdaad geen groter gevaar dan de ondank- 190baarheid Het boek Deuteronomium, de Psalmen en de Profeten van het Oude Testament, maar niet minder de apostolische brieven van het Nieuwe Testament betuigen nadrukkelijk, dat de historie slechts levend blijft door gedenken en herdenken, door danken en lofzmgen. Daartoe had Israel zijn feesten, zijn tempel, zijn eredienst, en daartoe had de vroegchristelijke gemeente haar zondagsviering, haar homilie (prediking) en eucharistie (avondmaal). God troont op de lofzangen van Israel' Hoe grote plaats heeft de prediking, het gedachtenismaal en de lofprijzmg m de kerk met ingenomen'

En als nu die dank en die aanbiddmg beginnen te verstommen, dan gaat de historie kwijnen Het levende Heden van de openbaring wordt dan verleden tijd, en het levende Bijbelwoord wordt een geschiedkundig document De dauw van de Heilige Geest ligt er niet meer over Het hoeft ons niet te verwonderen, dat dan ook verveling, ondankbaarheid, ontevredenheid de menselijke ziel binnendringen en allengs meer het levende geloof overstemmen Men wil iets anders en zoekt iets nieuws En het IS nu die geestesgesteldheid, die de vruchtbare voedingsbodem is voor de telkens weer terugkerende messiaanse verwachting ten opzichte van de geschiedenis' Als de dank en de lofprijzing verkommeren, kan het niet uitblijven, of vroegei of later verdringt de geschiedenis de historie En dat betekent, dat er geen plaats meer is voor het gelooof m de eigenlijke, bijbels-reformatorische zm' Wie de historie verruilt voor de geschiedenis,

Wie de historie verruilt voor de geschiedenis, snijdt immers het geloof van zijn levenswortel af Want het geloof leeft van het Absolute, van de openbaring van de levende God, van de mdalmg Gods m de tijd, van het eeuwige Heden der genade En geschiedenis kent dat Absolute niet Het is haar een onmogelijkheid, en daarom een ergernis en dwaasheid Daarom is geschiedenis de ontbinding van elke waarheid en waarde Geschiedenis verslindt alle traditie's, principe's, normen Zij kweekt mensen zonder begmsel, zonder karakter, zonder trouw, zonder vastheid Er is geen ontkerstenender macht dan geschiedenis Zij ruïneert kerk en staat, school en universiteit, huwelijk en gezin, enkeling en maatschappij Tegenover de geschiedenis heeft mets menselijks bestand' Het psalmwoord gaat dan m vervulling „Gij doet de sterveling wederkeren tot stof Want duizend jaren zijn m Uw ogen als een nachtwake Gij spoelt hen weg Wij vergaan door Uw toorn, door Uw grimmigheid worden wij verdelgd " (Ps 90) Het Evangelie-woord bewaarheidt zich „De regen viel neer, de stromen kwamen en de winden waaiden en sloe gen tegen dat huis, en het stortte in, want het was met op de steenrots gegrond, en zijn val was groot" (Matth 7).

IV Ik ben begonnen met te zeggen, dat wij alom

Ik ben begonnen met te zeggen, dat wij alom de symptomen van een crisis-tijd ervaren. Wij beieven een Saturnalia-periode, een wereldzaterdag. En dat is een neerdrukkende zaak. Het licht van Saturnus is vaal en donker. Hopenlijk is het ons in deze verhandeling ge

Hopenlijk is het ons in deze verhandeling gelukt om een dieper inzicht te krijgen in de achtergronden van een crisis-tijd, zoals wij thans beleven. Het is maar niet een toevallige storm in een grillig wereldbestel. In die crisis gaan toorn en oordeel Gods over de wereld. En er achter ligt de zonde der menselijke ondankbaarheid. De tijdgeest is daarom zo verwoestend ons levensbestel kunnen binnendringen, omdat er een geestelijk vacuum 'i), een kwade leegte in ons huis was (Matth. 12 : 43—45).

Maar dan klemt te meer de vraag, hoe die boze daemon uit ons leven en uit Europa gebannen kan worden, en hoe wij weer aan het vale en donkere licht van zulk een Saturnalia kunnen ontkomen. Want als een crisis geen blinde toevalligheid is, maar openbaring van een godsgericht over menselijke achteloosheid en onverschilligheid, dan is hier sprake van een geestelijke nood, die geestelijk overwonnen kan en moet worden. Wij kunnen en mogen zulk een crisis niet als een natuurnoodwendigheid over ons laten komen. Wij kunnen en mogen er nietfatalistisch is) jn berusten. Laat staan, dat wij ons er gewonnen aan zouden geven en ons zouden gaan mengen onder hen, die van zulk een crisis een satyr-spel maken!

Zo komen wij als vanzelf tot de vraag, die in iiet verleden al zo menigmaal geklonken heeft: ..Genees ons. Here, dan zullen wij genezen zijn; help ons, dan zullen wij geholpen zijn, want Gij zijt onze lof!" (Jer. 17 ; 14). En het antwoord op die vraag is ook thans niet anders dan toen: „Tot de wet en tot de getuigenis! Voor wie niet spreekt naar dit woord, is er •;een dageraad" (Jes. 8 : 20). Vrij vertaald luidt dat antwoord: Alleen de historie verlost ons van de macht van de geschiedenis! Alleen de 'listorie ontsluit ons het licht der genade! Alieen door de historie maken wij onze roeping pn verkiezing weer vast!

Ik ken daarom in het huidige, veelzins zo sombere tijdsgewricht geen dringender bekering, ian een bekering, die een omkeer is uit de ge- '-chiedenis naar de historie. Want alleen de 'üstorie bant de daemonen uit. Ól oktober 1974 A.D.


1) symptomen—kenmerkende verschijnselen 2) anarchie—gezagsontkenning en gezagsopheffing

3) immoralisme—verwerping van bindende normen van zedelijk handelen

4) minstreel—rondreizend voordrager van liederen

^) Ik zat op een steen en sloeg been over been,

en sloeg been over been, op de elleboog steunde ik

op de elleboog steunde ik en liet daarna in mijn hand

en liet daarna in mijn hand de kin en een wang rusten.

de kin en een wang rusten. Toen dacht ik vol angst bij mijzelf,

Toen dacht ik vol angst bij mijzelf, hoe men in deze wereld moest leven.

hoe men in deze wereld moest leven. En geen raad kon ik mij geven ...

En geen raad kon ik mij geven ... • . . Ontrouw ligt op de loer

• . . Ontrouw ligt op de loer en op de straat gaat geweld rond.

en op de straat gaat geweld rond. Want recht en vrede zijn dodelijk gewond.

Want recht en vrede zijn dodelijk gewond.

6) Mensen en land, die eens de opvoeders waren van mijn jeugd, zijn mij vreemd geworden alsof zij nooit hadden

zijn mij vreemd geworden alsof zij nooit hadden bestaan.

Zij, die mijn speelmakkers waren, zijn nu traag en oud.

Verwoest zijn de velden, verwilderd de bossen, alleen het water stroomt nog, zoals het eens

alleen het water stroomt nog, zoals het eens stroomde . .. . . . De wereld is overal van onheilen vol . . .

. . . De wereld is overal van onheilen vol . . .

7) daemon—boze geest

8) saecularisatie—verwereldlijking

9) incognito—verhulling

10) acon—eeuw 187

11) anno Domini—in het jaar onzes Heren

12) dimensie—afmeting

13) antipode—tegenvoeter

' 4) vacuum—ledige ruimte

'5) fatalistiscli—als in een onvermijdelijk voorbeschikt noodlot

Dit artikel werd u aangeboden door: Stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1974

Kerkblaadje | 8 Pagina's

Protestant of progressief

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1974

Kerkblaadje | 8 Pagina's