Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Tijdgeest Weerstaan

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Tijdgeest Weerstaan

DIAGNOSE FN THPRAPIE

20 minuten leestijd

I

In zijn bespreking van het boek De tijdgeest weerstaan in het dagblad Trouw maakt dr Spijker boer, als een ware Izegrim, een zure opmerking Hij schrijft ,,Aaldeis is als een dokter die wel een diagno se stelt, maar verder geen aanstalten maakt de patient te behandelen" Niettemin stelt hij vast, dat ik lyrisch schrijf over huwelijk en gezin Alsof een vurig pleidooi voor huwelijk en gezin in deze tijd — ik herhaal in deze tijd' — al met een zeer duidelijke aanwijzing van een remedie is

Ik beroep mij daarvoor op de apostel Paulus In zijn Brief aan de gemeente te Efeze schrijft hij ,,Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, met als onwij zen, maar als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn boos" (Efeziers 5 15v ) \an deze tekst vooraf spreekt hij over hoererij, onreinheid, geldgierigheid, zotte en losse taal, en andere verken der duisternis. En daarop volgt dan een reeks vermaningen betreffende huwelijk en huisgezin, deels 'cer lyrisch. Al die vermaningen ontlenen hun klem an de bijzondere tijdsomstandigheden. Aangezien de lagen boos zijn, is het volgens de apostel dringend loodzakelijk om nauwlettend toe te zien op eigen leenswandel: ,,Wandelt als wijzen!" En die wijsheid naakt hij praktisch concreet door te wijzen op huweijk en gezin als parels van onschatbare wijsheid.

Misschien dat iemand opmerkt, dat de wereld altijd )00s en zondig is, en dat de mens daarom altijd omingd wordt door geestelijke en zedelijke gevaren, en lat mitsdien die bijzondere nadruk op de tijdsomstanligheden overbodig is. Maar zo simplistisch liggen de aken niet. Er zijn in de zonde ook eb- en vloedbewedngen; soms zelfs vulkaanuitbarstingen. Er zijn tijien van wrevel en gramschap, en er zijn tijden van erkoeling. Een verklaring daarvan is er niet. Wij 'onstateren slechts en hebben er terdege rekening mee e houden.

En dat is nu wat de apostel Paulus in zijn Brief aan Je Efeziërs ook doet. Hij constateert hoe de situatie s, houdt er rekening mee, en bindt het dan de geneente op het hart dat ook te doen: ,,Ziet dus nauwettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, maar ils wijzen, . . . want de dagen zijn boos".

Hoe Paulus oordeelt over de situatie en de tijd, :)lijkt uit het gebruik van het woordje ,,boos" in de ekst. Er spreekt geestelijk onderscheidingsvermogen jit. De Griekse taal kent namelijk verschillende woorlen voor: boos. In elk Grieks woordenboek kunt u .iat nazien.

Het veelvuldigst gebruikte woord is: kakos. Het irukt zonder meer de tegenstelling uit met: agathos, loed. Men moet het dus vertalen als: slecht, kwaad. Lo kan men spreken van kakos als het gaat om goede m kwade jaren, een goede of slechte oogst, een goede 3f slechte zomer, goed of slecht weer, een goede of slechte tijding, een goede of slechte akker. De nadruk n het woord kakos ligt dus op het kwade in aards, >toffelijk natuurlijke zin. In die zin gebruikt Mozes iet woord ook in zijn afscheidsrede: ,,Zie, ik houd u leden voor het leven en het goede, maar ook de dood 'n het kwade" (Deut. 30 : 15 in de Septuagintertaling).

In de Brief aan de Efeziërs gebruikt Paulus echter liet het woord: kakos, maar: ponèros, dat een veel geadener betekenis heeft. Het duidt niet slechts het •lechte en kwade aan, maar ook de opzettelijkheid, de .wade bedoeling ervan. Het woord: ponèros is altijd erbonden met boosaardigheid, kwade gezindheid; lus met de wil om schade en siriart te veroorzaken. '^onèros drukt uit, dat er sprake is van een bewust- :ijn, dat het goede niet wil, maar er zich tegen verzet, daarom is ponèros bij uitstek de aanduiding van de Juivel. En bij de boom der kennis van goed en kwaad •s dan ook door de Griekse vertalers terecht voor ,,kwaad" het woord/?o/7éro5 gebruikt. Hier is immers sprake van de mogelijkheid van bewuste ongehoorzaamheid tegen Gods gebod, waartoe de Boze de mens aanzet.

Aldus beziet de apostel nu de situatie en de tijdsomstandigheden, waarin de inwoners van de stad Efeze verkeren: zij beleven boze dagen in de zin van ponèros. Er waart daar in Efeze een geest rond, die gericht is op het kwade, en die het kwade opzettelijk wil met nadrukkelijke afwijzing van het goede. Er is geen sprake van onwetendheid, van onverstand, van onervarenheid, maar veeleer van boosaardigheid, die zich bewust richt tegen de wil Gods; tegen goedheid, reinheid, zuiverheid, waarheid en gerechtigheid. Het zijn in Efeze daarom boze dagen, omdat reinheid, gerechtigheid, waarheid, goedheid gehoond, bespot en onderdrukt worden. De zonde, het kwaad, is mondig en volwassen geworden.

Al is het dus waar dat de zonde en het kwaad er overal en altijd zijn, toch is er niet altijd en overal zulk een overmaat aan zonde. Het zijn ,,boze dagen", wanneer de zonde en het kwaad een springvloed beleven en alles dreigen te overspoelen. In zulke dagen geldt Paulus' woord: ,,Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt . . .".

Laat ik dat met enkele voorbeelden toelichten. Ons allen zijn uit het Oude Testament voorvallen en geschiedenissen bekend, die zedelijk afkeurenswaardig zijn, omdat zij naar ons besef strijdig zijn met de Wet Gods. De afgrenzing van het monogame huwelijk van de veelwijverij werd niet zó streng doorgevoerd als volgens het Evangelie zou moeten. Wij zien dat bij de aartsvaders: Abraham huwt met Sara èn Hagar; ook had hij volgens Genesis 25 enkele bij vrouwen. Jakob had Lea èn Rachel tot vrouw. Dan was er de leviraatswet, die elke man verplichtte om de vrouw van zijn overleden broer als vrouw aan te nemen. En met de invoering van het koningschap in Israël ging ook gepaard het bezit van een harem als koninklijk statussymbool. Ofschoon de schaduwkanten van deze handelwijze duidelijk belicht worden (I Samuel 1 : 6; Genesis 16 : 4, 29 : 30, 30 : 1 en I Samuel 1 : 5), kan men toch niet zeggen dat over dit onheilige gedrag in het Oude Testament eenzelfde streng oordeel wordt uitgesproken als bijvoorbeeld de apostel Paulus doet, wanneer hij hoort dat in de gemeente te Corinthe hoererij voorkomt.

Ik meen, dat daarvoor maar één verklaring is. In de tijd van de aartsvaders en van het oude Israël was er veelszins nog sprake van kinderlijke onwetendheid en onervarenheid ten aanzien van Gods heilige Wet in haar toepassing op de levenspraktijk. Het volk leefde nog min of meer terzijde van het grote wereldgebeuren. Met de ballingschap en verstrooiing werd dat anders. Sindsdien stond het in de volle branding van de wereldgeschiedenis. De oudtestamentische profeten lichten ons daarover in; en in het Boek der Psalmen komt tot uitdrukking, hoe diep dat door de Israëlitische volksziel is doorleefd. Toen ging men pas echt verstaan, hoe afzichtelijk, wreed en boosaardig de zonde is, en hoe verwoestend zij inwerkt op Gods heilsbedoelingen. Maar ook besefte men toen, hoe rijk en heerlijk en beminnenswaard de Wet Gods is (Psalm 119!).

Met andere woorden: het woord ponèros was binnen Israel's gezichtskring gekomen. Men nam het waar in Babel en Egypte, in Griekenland, Klein-Azië en Rome. Paulus schreef erover in Romeinen 1 en 2. Maar ook binnen Israël zelf drong het door als een besmetting. Het Evangelie geeft er de bewijzen van in de geschiedenis van de wrede en wellustige tyran Herodes, in het optreden van stadhouder Pilatus, en in de aanwezigheid van deernen en tollenaars. Hoe duister en afgrondelijk is het kwaad!

Zo was Israël het tijdperk van de ,,boze dagen" ingegaan. En daar doelt de apostel Paulus op, als hij zegt: ,,Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt".

II

Het was noodzakelijk om bij dit woord van de apostel wat langer stil te staan om onze eigen positie duidelijker te maken. Wat wij over ons onderwerp zeggen is niet tijdloos, maar wordt gesproken tegen een bepaalde achtergrond.

Het is mijn op ervaring gegronde overtuiging, dat wij thans in een gelijksoortige situatie verkeren als eertijds de gemeente in Efeze. Ook bij ons zijn de dagen ,,boos" geworden in de zin \an ponèros. Ook wij zullen daarom ,,nauwlettend moeten toezien, hoe wij wandelen".

Uiteraard is daarmee geenszins gezegd, dat wij voorheen zouden geleefd hebben in een wereld zonder zonde. Wij weten allen warempel wel beter. Toch moet met nadruk worden vastgesteld, dat het nu toch heel anders is dan vroeger. De zonde is volgroeider, bewuster, onbeschaamder geworden. Wat zich voorheen afspeelde in de heimelijkheid en achter gesloten deuren, dat presenteert zich vandaag ongegeneerd in het openbaar. Het eist zelfs officiële erkenning voor zich op! En waar die erkenning niet gegeven, maar geweigerd wordt, daar roept men het verontwaardigd uit: Discriminatie! En was er voorheen nog iets, wat het ,.geheimenis van de mens der wetteloosheid" weerhield (II Thessalonicenzen 2 : 6, 7), thans niet meer. Er is geen houden meer aan.

Vergeleken met het heden komt ons de situatie van vóór de tweede wereldoorlog bijna voor als idyllisch. We kunnen ernaar terugverlangen. Toch is het volstrekt verleden tijd. Net als eertijds Israël zijn wij in de volle branding van de wereldgeschiedenis terechtgekomen. Op hardhandige wijze is het woord ponèros ook binnen onze gezichtskring gekomen. Wat wij voorheen dogmatisch wisten, is nu tastelijke werkelijkheid geworden: de zonde als een afgrondelijke werkelijkheid. Maar ook de heerlijkheid van de Wet Gods!

Waar ik nu bovenal de nadruk op wil leggen, is dat geen levenskring méér onder dit proces van voortwoekerende zonde geleden heeft dan het gezin. Als ergens voluit zichtbaar wordt dat ,,de dagen boos zijn", dan hier. En de kinderen zijn de dupe. Overal zijn de symptomen ervan waarneembaar. Ik noem slechts de schrikbarende agressie van de hedendaagse jeugd, de drugsverslaving en het toenemend aantal gevallen van zelfdoding. Niemand zal toch durven beweren, dat er geen oorzaak is van deze afschuwelijke ontsporingen. En wat ligt méér voor de hand dan om die oorzaak allereerst te zoeken in het gezin! Daèr is het kind verwekt, verzorgd, opgevoed, volwassen geworden.

In de Joods-christelijke traditie is altijd beseft, dat het gezin de oercel van volk, staat en maatschappij is. Daarom is in kerk en synagoge aan het gezin veel zorg en aandacht gegeven. Gaat er met het gezin iets mis, dan heeft dat voor alle wijdere levensverbanden heilloze gevolgen. Vandaar de nadruk op de onontbindbaarheid van het huwelijk en de afkeuring van een scheiding. Zuiverheid, gaafheid, bestendigheid in de huwelijksverhouding zijn fundamenteel voor het gezin. Zó is het de eeuwen door beleden door Jood en christen, door protestant en katholiek, door de kerk en de vrije groepen. En wanneer men ergens het bewijs wil zien van bijbelse beïnvloeding van de samenleving, dan in het huwelijksrecht. Tot voor kort kende de wetgever het gezin als: de duurzame samenleving van één man, één vrouw en hun gezamenlijke kinde ren. Zó wordt het immers in de Bijbel geëist (I Timo theüs 3 : 2; 3 : 12 en Titus 1 : 6). Ook keerde de wetge ver zich tegen de echtscheiding of tenminste tegen wil lekeurige of lichtvaardige echtscheidifig. Opmerkelijk was voorts, hoe in het huwelijksrecht gepoogd were om de positie van de vrouw als echtgenote, als moe der, als weduwe en als erfgename te beveiligen. Ooistond de wetgever niet toe: het kinderhuwelijk, he bruidschat-huwelijk, het proefhuwelijk, het vluchihu weiijk, zelfs niet het Israëlitische leviraatshuwelijk Zo zou er nog veel meer te noemen zijn. En zó wezen lijk was naar christelijk besef dit huwelijksrecht to veiligstelling van het gezin, dat op zendingsterreinei de aanvaarding van het christelijk geloof en de toetre ding tot de kerk óók betekenden de receptie van di huwelijksrecht. Het één kon niet zonder het ander.

Zó is het geweest. IVIaar sinds de tweede wereldooi log is alles anders geworden. De dagen zijn boos ge worden. De zonde, het kwaad is ponèros, dat wil zeg gen mondig en volwassen geworden. Thans kijken w met heimwee en verwondering naar die ver achter on liggende tijd terug. We worden haast gedwongen on te spreken van het postchristelijke, het na-christelijk tijdperk.

Om duidelijk te maken waarom juist het gezin he meest geleden heeft van dit proces van voortwoeke rende zonde, verwijs ik nog een keer naar de aposte Paulus. In de aangehaalde tekst zegt hij: ,,Ziet du nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzer maar als wijzen . . .". Het kwaad, de zonde karaktt riseert hij hier dus als: onwijsheid en de christelijk leefwijze als: wijsheid.

Reeds in de apostolische tijd golden dus huwelijk ei gezin als een inzetting, die teruggaat op de wijshei; van God als Schepper van hemel en aarde. Men besel te, dat de Joods-christelijke levensovertuiging tei aanzien van huwelijk en gezin één van de rijkste e: heerlijkste vruchten is van de Wijsheid. Als daarom ii Spreuken 9 gesproken wordt van ,,de Wijsheid, dit haar huis heeft gebouwd" en dan op dat huis een lof zang wordt aangeheven, dan zal daarbij toch in de eerste plaats aan het huisgezin gedacht moeten worden. Men kan er een parallel in zien met Genesis 1. waar het paradijs verrijst uit de oerwateren. Door er. na de zondeval is de aarde opnieuw woest en ledig geworden; maar zie, andermaal grijpt de Here God met Zijn Wijsheid in en bouwt een huis: het huis der Wijsheid!

Hoe doet de Wijsheid dat? Door man en vrouw van hun ongebonden individualiteit los te maken en hun een opdracht, een roeping, een ambt op te leggen: het ambt van vader en moeder. Wij zijn ons dat helaas weinig meer bewust, maar een huwelijkssluiting is de bevestiging in een ambt. Voorheen heette het huwelijk daarom een stephanosis, een kroning. Zij krijgen om -^o te zeggen een rijksgebied toegewezen, waarbinnen zij mogen regeren, orde brengen, heersen: het huis. Dat gebied moeten zij bewaken en bewaren tegenover Je opdringende en gevaarlijke chaosmachten, de drifen, de instincten, de anarchie. Binnen dèt rijksgebied s het nu, dat kinderen verwekt worden en kunnen oproeien in eer en deugd. Zó wil het de Wijsheid. Zó jouwt zij haar huis.

En de dwaasheid? De dwaasheid houdt geen rekeling met de Wijsheid. Zij is niet bij machte om in te ien hoe belangrijk het is, dat er in deze wereld van lartstochten, driften en blinde instincten burchten 'ijn, waar de wilde en woeste wateren vanuit de afgrond gekeerd worden. Burchten, waarbinnen man en vrouw zelf een beveiliging vinden tegen de oerkrachen van vlees en bloed. Burchten, waarin het kind zercerheid en geborgenheid ontvangt.

Dat nu het gezin het meest te lijden heeft van de voortwoekerende zonde, is omdat de dwaasheid die ,,niet kan verstaan hetgeen van den Geest Gods is" (I Corinthiërs 2 : 14), mondig en volwassen is geworden 3n steeds hoger toon is gaan voeren. De dwaasheid .heeft ponèros-karakier gekregen! Krachtens die mondigheid en volwassenheid keert zij zich opzettelijk tegen de Wijsheid, en uiteraard het meest tegen ,,het huis, dat de Wijsheid met zoveel zorgzame liefde heeft gebouwd". En dèt is wat wij zien gebeuren. Daarom zijn de dagen boos!

III

Zoals gezegd, bevrijdt de Wijsheid ons van het ongeremde en ongebonden individualisme door man èn /rouw een roeping, een opdracht, een ambt op te leggen. De dwaasheid van de zonde is dus: van geen ambtelijke opdracht te willen weten. Daarom viert het ongeremde en ongebonden individualisme hoogtij, bij de man zowel als bij de vrouw. Hun levensinstelling, hun moraal is erop gericht uitdrukking te geven aan wat zij voelen, menen, verlangen, willen. Dit op zelfontplooiing gerichte individualisme heeft in de moderne westerse wereld bijna iedereen in zijn greep, man en vrouw, jong en oud.

Degene die daar als socioloog het eerst nadrukkeijk op gewezen heeft, is de Amerikaan Christopher asch in zijn boek: The culture of narcissm. American if e in an age of diminishing expectations* (New York, 1979). Reeds deze titel spreekt een veroordeling lit over de hedendaagse samenleving. De mens van ieze tijd heeft de levenshouding van de Narcissusiguur uit de Griekse mythologie, die alleen op zichelf gefixeerd is en slechts zichzelf kan liefhebben. De iele wereld om hem heen betrekt hij op zichzelf en hij 'ist van haar, dat zij voldoet aan zijn verlangens.

Volgens de analyse van Lasch draagt deze ^arcissus-mens een grote leegte met zich mee en zoekt hij voortdurend naar zichzelf en zó naar de zin van het leven. Hij is voortdurend bevreesd om zich aan anderen te binden of om van anderen afhankelijk te zijn. Daarom is hij voor zijn omgeving lastig, gauw geprikkeld en geïrriteerd. Voortdurend beschouwt hij zijn omgeving als bedreigend, omdat hij meent dat zij eisen aan hem stelt en verplichtingen aan hem oplegt, waaraan hij niet kan en wil voldoen. Allergisch (overgevoelig) is hij voor al wat op zijn aandacht en liefde voor zichzelf storend inwerkt. Zó onzeker, zó leeg, zó hunkerend staat de individualistische mens in de wereld.

Het is vanzelfsprekend, dat deze mens niet in staat is om het huis der Wijsheid te bewonen. Hij weigert immers een ambt te dragen en een taak en opdracht te vervullen. Wat moet in een samenleving van zulke Narcissus-figuren terechtkomen van huwelijk en gezin? Zo zien wij het rondom ons gebeuren, dat mensen in toenemende mate zich afkeren van het huwelijk als de bevestiging, de kroning (stephanosis) in een ambt. Zij kiezen voor het vrijgezellen-bestaan. Of voor de samenwoning zonder de last van de huwelijksband. Of voor de zogenaamde lat-relatie, dat wil zeggen: living apart together, samen leven in volstrekte zelfstandigheid en zonder wederzijdse verplichting. Of voor de scheiding, telkens als de ander een druk begint te worden.

Het zal overbodig zijn te zeggen, dat het verschijnsel van feminisme hiermee op het nauwst samenhangt. Feminisme is een beweging van vrouwen die zichzelf de kroon van het ambtelijke leven van het hoofd nemen, omdat zij in die kroon niets anders meer vermogen te zien dan een juk van onderdrukking, dat de man haar heeft opgedrongen. Los van die ambtelijke kroon willen zij komen tot vollediger zelfontplooiing, tot vrije zelfbepaling, tot rijker levensvervulling.

De gevolgen ervan zijn rondom ons waarneembaar. Het huis, dat de Wijsheid met zoveel zorgzame liefde voor de mens heeft toebereid in een woeste en ledige wereld, — dat huis wordt thans hoogmoedig afgekeurd, onbewoonbaar verklaard, en daarom dichtgetimmerd en afgesloten. Hoeveel denigrerende opmerkingen veroorloven feministen zich niet over hun ,,achtergebleven" zusters, die in het in stand houden van huwelijk en gezin hun levensroeping zien!

Niet alleen het kind is er de dupe van, óók de vrouw zelf. In het Evangelie komen wij een schokkend beeld tegen van levens, die in gefixeerdheid op zichzelf vervallen tot een bestaan zonder vervulling en zonder blijdschap. Het is het beeld van de onvruchtbare vijgeboom uit Mattheüs 21, waarover een vloek wordt uitgesproken. Er is wel een rijke bladertooi, maar er zijn geen vruchten. Levens zonder roeping en ambt zijn tot vruchtdragen niet in staat, omdat zij hun levenssappen alleen gebruiken om zichzelf in vrije en ongebonden individualiteit tot ontplooiing te brengen.

Al is het dus waar dat de zonde en het kwaad er overal en altijd zijn, toch moet geconstateerd worden dat er niet altijd en overal zulk een overmaat, zulk een boze opzettelijkheid in de zonde en het kwaad is. Als dat wèl het geval is, dan treedt ook de dwaasheid van de zonde en het kwaad duidelijker dan anders aan het daglicht. Dan kan men met de apostel zeggen: ,,De dagen zijn boos". Boos voor huwelijk en gezin. Boos voor het kind. Boos voor de samenleving als geheel. Maar boos ook voor de vrouw en de man als individu! Want een mens die als individu louter en alleen op zichzelf is teruggeworpen en zijn levensbestemming zoekt in zelfontplooiing, zulk een mens is diep beklagenswaardig. Daar wil ik tot slot nog iets over zeggen.

IV

Ik herhaal nog eens: de Wijsheid Gods ontfermt zich over de gevallen schepping door de mens niet prijs te geven aan de doem van het bodemloze individualisme, maar hem uit de woestheid en ledigheid van een zinloos bestaan en een zinloze wereld andermaal (gelijk eertijds Adam en Eva in het paradijs) een roeping, een opdracht, een ambt, en daarmee een bekroning van zijn leven te geven. Door die roeping te gehoorzamen is hij niet meer wrakhout dat drijft op de golven van het tijdsproces, maar is hij zinvol ingeschakeld in het huis der Wijsheid.

De zondige mens in zijn dwaasheid beseft niet, welk een genade hem daarin geschonken wordt. Beseffen wij het? Misschien moeten wij om dat te beseffen de geschiedenissen uit de Bijbel, die wij zo goed kennen, nieuw gaan lezen.

Wie was Abraham, voordat hij door de Here God geroepen werd? ,,Een rondzwervende Arameeër" wordt hij genoemd, dat wil zeggen: een mens wiens leven uit niets anders bestond dan vegeteren en vagebonderen, voortgedreven door instincten en impulsen, gehoor gevende aan stemmingen en indrukken die hij al zwervende opdeed. Totdat de Wijsheid Gods in zijn lege bestaan ingreep en hem opvorderde voor de bouw van het huis der Wijsheid. Toen was hij van ,,een rondzwervende Arameeër" een geroepene geworden, een ambtsdrager, een koningsmens!

En was het bij Samuel, bij David, bij Elia en Jeremia anders? Of denken wij aan de tollenaar Zacheüs, de overspelige Samaritaanse vrouw, aan de discipelen, — wat waren ook zij anders dan ,,zwervende Arameeërs", totdat de Wijsheid in hun bestaan ingreep en hen liefdevol opvorderde te gaan wonen in het huis der Wijsheid?

De zondige mens in zijn ongeremde individualiteit beseft niet,welk een genade het is om geroepen te worden tot een ambt, tot een leven als medewerker Gods. Hij beseft niet, dat hij zonder die roeping en zonder het volgen van die roeping niets anders is dan ,,een zwervende Arameeër". Houd uzelf en houd anderen die spiegel maar voor! En wijs ze er dan op, dat de Wijsheid nog immer voortgaat te roepen en haar stem te verheffen (Spreuken 8:1).

Maar zeg er dan, om alle misverstand te voorkomen, wel iets bij. Dit moet ook gezegd worden, dat het op zich nemen van die roeping en dat het gaan van de weg van Abraham, van Samuel, van Elia en Jeremia, van Zacheus en de Samaritaanse vrouw bepaald geen sinecure, geen zoet spelevaren is. ,,Wie meent, dat het gemakkelijk is om door verkiezing losgemaakt te worden van de massa en om Gods medearbeider te zijn, — die kan er zeker van zijn, dat hij niet de ridder van het geloof is, want vrije vogels en vagebonderende zwervers en genieën zijn niet de mensen van het geloof ... De ridder van het geloof weet daarentegen, dat hij van nu voortaan een andere weg moet gaan, een eenzaam, eng en stil pad, dat zich vaak ver van de anderen en van de brede weg afbeweegt. Hij beseft, dat hij door zijn roeping geen voetganger meer zal ontmoeten dan bij hoge uitzondering. Evenwel, de heerlijkheid van deze roeping is, dat hij nu Gods vertrouwde en 's Heren vriend is, en dat hij tot God in een nauwe persoonsverhouding is gekomen" (S. Kierkegaard).

Of anders uitgedrukt: door het horen van die roeping en het gehoorzamen aan die roeping is er een innerlijke verbinding tot stand gekomen met het kruis van Christus. Gehoorzamen aan de stem der Wijsheid is in wezen hetzelfde als: het kruis op zich nemen en Christus volgen.

Dat die gehoorzaamheid aan de stem der Wijsheid vooral in ,,boze dagen" eenzaamheid en opgedrongen isolement, om niet te zeggen spot en hoon met zich meebrengt, en ook vaak verstorend zal inwerken OD vriendschaps- en familiebetrekkingen, is de ervaring van allen die ook in ,,boze dagen" niet bereid zijn om hun geestelijk kompas te laten verdraaien. Wanneer wij daarom luisteren naar Paulus' woord: ,,Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen, want de dagen zijn boos", dan is het onmogelijk daarin de donkere ondertoon van lijden niet mee te beluisteren.


* Het aankweken van narcisme. Amerikaans leven in een eeuw van afnemende verwachtingen.


(Referaat, gehouden 23 maart 1985 op de conferentie van dt ,,Kring van vrienden van Dr. H. F. Kohlbrugge" in de Marcuskert te Utrecht.)

Dit artikel werd u aangeboden door: Stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1985

Kerkblaadje | 8 Pagina's

De Tijdgeest Weerstaan

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1985

Kerkblaadje | 8 Pagina's