Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Troep tot aan het plafond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Troep tot aan het plafond

VERVUILDE WONINGEN GROOT PROBLEEM

9 minuten leestijd

Hij is veel gewend, professioneel schoonmaker Tugrul Cirakoglu (29) uit Amsterdam. Al jaren komt hij met zijn bedrijf Frisse Kater voor de meest ontluisterende schoonmaakklussen te staan, waaronder vervuilde woningen. Hij blijft zich erover verbazen hoe individualistisch Nederland is geworden.

Als zijn werkbus stopt voor het huis in Amsterdam-Noord is het hem meteen al duidelijk: dit wordt een flinke opruimklus. Hij trekt zijn witte, beschermende pak en handschoenen aan en loopt met zijn collega op de voordeur af. Vliegenpoep zit op de ramen, en honderden kleine vliegjes. De deur staat op een kier. Iemand van de woningbouwvereniging is aanwezig om hem binnen te laten. Cirakoglu stelt zich voor, al hoeft dat eigenlijk niet. Als iemand met een wit pak en een mondkapje voor binnenkomt in een ernstig vervuilde woning, is het al vrij duidelijk wat diegene komt doen natuurlijk. De gang ziet er nog redelijk netjes uit, al staan er wat dozen opgestapeld en ligt er een vuilniszak naast de mat. Maar in de woonkamer wordt duidelijk waarom de woningbouwvereniging de hulp van Cirakoglu nodig heeft. Kledingstukken liggen verspreid over de vloer, stapels hoog. De mannen moeten zich met hun grijze laarzen een weg naar binnen banen. Afval, vieze borden, papier, prullaria. Overal waar je kijkt, ligt wat. Geen oppervlakte is schoon. Zelfs het plafond niet, waar de rest van de uitgebreide familie vlieg postgevat heeft.

Het stinkt ook. Naar ontlasting en afval. Een giftige cocktail; een onhygiënische, onopgeruimde, ongekende troep.

Cirakoglu schrikt er niet meer van, van een woning als deze. Hij heeft in de afgelopen jaren waarin hij zijn schoonmaakbedrijf opbouwde al veel zien langskomen. Hij is degene die gebeld wordt als er extreme schoonmaakomstandigheden zijn. Dan gaat het om vervuilde huizen en huizen die volgestopt zijn door ziekelijke verzamelaars (hoarders). Maar het betreft ook schoonmaakklussen na een lijkvinding, opruimen bij een ernstig ongeluk of op de plaats van een misdrijf. „Het is ons handelsmerk dat we een woning weer als nieuw achterlaten.”

En dat is een flinke klus, die uren kan duren. Cirakoglu wijst zijn collega waar te beginnen. Ook zelf gaat hij van start. Met een vuilniszak in de aanslag begint hij alle afval te verzamelen. Dat is veel, heel veel. Zak na zak verdwijnt in de rode container die voor de deur staat geparkeerd.

SUCCES

Schoonmaken is niet per se een hobby van hem, vertelt hij. De reden waarom hij zijn schoonmaakbedrijf begon was heel simpel. Na een studie management werd hij niet uitgenodigd voor sollicitatiegesprekken. Het wachten duurde hem zo lang, dat hij in 2014 besloot voor zichzelf te beginnen. Waarom een schoonmaakbedrijf? „Dat vereist vrijwel geen startkapitaal”, zegt hij. „Noch certificaten of een kantoor. De meeste bedrijven kun je moeilijk vanuit de garage starten, maar een schoonmaakbedrijf kan iedereen beginnen.”

Het duurde even voordat zijn bedrijf begon te lopen, maar toen bleek hij een gat in de markt gevonden te hebben. Niet dat hij iets van schoonmaken wist, hij moest continu het wiel uitvinden. „Achteraf gezien een grote fout”, zegt hij. „Als ik een cursus had gevolgd of eerst een tijdje bij een schoonmaakbedrijf had gewerkt, had ik al wat geleerd kunnen hebben. Ik heb nu heel veel geprobeerd en getest, me ingelezen en filmpjes gekeken over schoonmaken.”

Vaak wordt hij ingeschakeld na een lijkvinding. „Erg heftig en confronterend”, zegt hij. „De mensen die ons bellen durven vaak zelf niet goed te kijken. En dus weten we nooit precies wat we aantreffen. Maar je bouwt expertise op. Na wat doorvragen weet je vaak al een beetje wat voor klus je te wachten staat.”

GEVAAR

Een aantal keren per maand wordt hij ook gebeld voor vervuilde woningen. Niet alleen in zijn woonplaats Amsterdam, maar door het hele land. „Vaak zijn het gemeenten die een beroep op me doen, of woningbouwverenigingen. De persoon heeft dan in het huis een onleefbare situatie gecreëerd, waardoor ook de veiligheid van de buurt gevaar loopt. Zo moesten we eens een badkamer schoonmaken waar in 150 kilo aan uitwerpselen lag. Dat is niet alleen een gevaar voor de bewoner, maar zorgt ook voor veel stank-overlast voor de omgeving.”

Of het nu vervuilde huizen betreft of andere grote schoonmaakklussen: is er weleens iets wat hem nachtmerries bezorgd? Hij ontkent dat. „Ik kan het gelukkig allemaal weer vrij makkelijk van me afzetten, al blijven de beelden wel opgeslagen op je netvlies.” Het is in zijn bedrijfstak dan ook onmogelijk om dag in dag uit te werken. „Alles in ons werk maakt het zwaar: mentaal, fysiek, de geur, de rijafstanden. Na twee dagen, of uiterlijk drie, moet je rusten. Maar ik kan het aan. Ik zet een knop om.”

INDIVIDUALISME

Het opruimen van vervuilde woningen doet hij meerdere keren per maand. Dat is best veel, vindt hij ook. „En het is nog maar het topje van de ijsberg, vermoed ik. Want woningvervuiling is een heel groot probleem in Nederland.” Hoe dat komt? „Het individualisme is hier extreem geworden. Vooral in de Randstad. Mensen geven gewoon niets meer om elkaar. Dat is eigenlijk het antwoord op alles wat we tegenkomen, of dat nu vervuiling of lijkvinding betreft. Het lijkt wel alsof geld en status het enige is waar we nog om geven. En Amsterdam spant de kroon qua individualisten.”

Hij krijgt behoorlijk wat mee van de problematiek er die speelt in een huis waar hij aan het werk gaat. Want ja, vaak willen mensen hun verhaal kwijt. „Soms zit ik wel een halfuur met een particulier aan de lijn en moet ik diegene afkappen, want we zijn geen hulplijn natuurlijk.”

SCHIMMEL

De keuken in het huis waarin hij werkt is hoogstwaarschijnlijk al in geen jaren gebruikt. „Het eerste wat we vrijmaken zijn de badkamer en de keuken, zodat we water kunnen tappen en het toilet kunnen gebruiken.” Het aanrechtblad is niet meer zichtbaar, maar ligt bedolven onder afval, vaat, plastic zakken en boodschappen. Bacteriën hebben de tijd gekregen om er te groeien. Kalk is zichtbaar, evenals schimmel en zwarte aanslag. En overal etensresten. „Wat overblijft gooien ze overal neer.”

De vloer ligt vol met plastic tassen met onbestemde inhoud. De gootsteen is zichtbaar in geen jaren gepoets en besmeurd met een diepbruine aanslag. De keuken lijkt onmogelijk weer volledig schoon te krijgen, maar Cirakoglu weet zeker dat hij het voor elkaar gaat krijgen. Hij heeft ervaring met onmogelijke klussen, en het is hem nog nooit níét gelukt. Welke opdrachten vindt hij het moeilijkst? Dat weet hij niet goed, zegt hij. „Ogenschijnlijk makkelijke opdrachten zijn vaak op een heel ander niveau toch weer moeilijk. Zo werden we eens gebeld om duivenpoep te komen verwijderen van een balkon bij een huis. Dan denk je: dat zal wel meevallen, die klus. Maar we kwamen bij iemand in huis die al vijf jaar niet buiten was geweest. Wat is dan makkelijker: bij iemand schoonmaken die ongemerkt thuis is overleden, of bij iemand die zich levend in zijn huis begraven heeft? We werken echt in de vierde dimensie: in een voor anderen onzichtbare wereld vol ellende. En elke opdracht heeft zijn eigen uitdagingen en moeilijkheden.”

STERKE MAAG

Ook de badkamers in de woningen waarin hij schoonmaakt bieden vaak een ontluisterend beeld. Het toilet is vaak al een heel lange tijd niet schoongemaakt en dat is dan duidelijk te zien. Een klus waar je een sterkte maag voor nodig hebt. Cirakoglu: „Ik ben als enige van mijn collega’s nog nooit over mijn nek gegaan bij een klus. Al gaat het bij mij ook weleens kriebelen in mijn keel.”

Hoe houdt hij dit werk al jarenlang vol? Dat weet hij ook niet precies. Er is best veel verloop onder zijn collega’s, die het soms na een bijzonder heftige klus voor gezien houden. Zelf heeft hij nog niet de behoefte om de harp aan de wilgen te hangen. Wat hem aan het werk houdt, is onder meer de wetenschap dat zijn baan ertoe doet. „Ik weet dat ik mensen met mijn werk help, dat ik iets terugdoe voor de maatschappij. Dat je een toevoeging bent als mens aan de wereld.”


LEGER DES HEILS: ” KLEINE STAPJES”

Het Leger des Heils is een van de hulpinstanties die worden ingeschakeld bij vieze en overvolle huizen. „In Amsterdam hebben we per jaar zo’n 200 adressen waar we gaan schoonmaken en opruimen”, zegt Egbert Pelleboer. Hij is teamleider van de afdelingen restart en bijzondere schoonmaak. Een deel van zijn cliënten zijn de zo genoemde hoarders. Het Leger des Heils is er twee jaar geleden mee begonnen om deze groep te begeleiden. „Een heel lang traject waarbij je telkens kleine stapjes zet.”

De methodiek die het Leger des Heils hanteert heet Veilig verzamelen. „Er mag dus wel verzameld worden, maar binnen kaders. Een stapel kranten mag bijvoorbeeld niet bij het fornuis liggen. En er worden bepaalde kamers aangewezen waarin de spullen hoog opgestapeld mogen worden.” Dat helpt, omdat er sprake is van lichte drang. Werken de cliënten namelijk niet mee, dan blijft ontruiming tot de mogelijkheden behoren.

Het Leger des Heils heeft een bijzonder schoonmaakteam beschikbaar voor het schoonmaken van vervuilde woningen. Die woningen zijn vaak van eenzame mensen met praktisch geen netwerk die maar moeilijk mee kunnen komen met de maatschappij, zegt Pelleboer. Ook deze problematiek valt lastig op te lossen. „Tenzij we erin slagen om hun een gemeenschap te geven, bijvoorbeeld door middel van dagbesteding en herstel van familiebanden. Maar dat kost tijd. Wij moeten eerst vaak letterlijk de boel uitmesten voordat we kunnen beginnen met het werken aan oplossingen.”


FEITEN EN CIJFERS

Hoeveel mensen in Nederland precies kampen met woningvervuiling is onbekend. De diverse instanties (hulpverleningsorganisatie, GGD’s, particuliere organisaties en woningbouwverenigingen) houden daarover geen cijfers bij. Over de aandoening verzameldwoede (of hoarding) is meer bekend, al variëren de cijfers. Sommige instanties hebben berekend dat zo’n 2,5 procent van de bevolking aan hoarding lijdt, andere komen uit op maar liefst 6 procent. Oorzaak van deze wisselende schatting is dat veel dwangmatige verzamelaars onder de radar blijven: ze zijn vaak erg bang dat ze gedwongen worden hun spullen weg te doen.

Mensen die lijden aan een verzamelstoornis hebben moeite met het afstand doen van spullen. Dit leidt tot angsten en paniekaanvallen. Daarbij maakt het geen verschil of de spullen van waarde zijn of niet.

Er zijn twee soorten: primaire hoarding en secundaire hoarding. De eerste variant betreft iemand die lijdt aan de aandoening zelf. De tweede variant betreft mensen die te maken hebben met bijvoorbeeld autisme, verslaving of psychische problemen en bij wie het hoarden daarvan een uiting is.

Verzamelwoede heb je voor het leven. Mensen die aan deze aandoening lijden, kunnen daar niet van genezen. Wel is er door middel van gedragstherapie en begeleiding verbetering mogelijk.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 maart 2020

Terdege | 124 Pagina's

Troep tot aan het plafond

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 maart 2020

Terdege | 124 Pagina's