Dertig
Als ik 3:16 zou noemen, zou je dan meteen opzeggen: Alzo lief heeft God de wereld gehad...?
Ja, u leest het goed. Het gaat over een getal. Het getal 30. Met slechts het noemen van een getal kunnen wij veel zeggen Héél veel zelfs. Er is een waar gebeurd verhaal over Boris Pasternak, een Russisch dichter, schrijver en componist die in 1958 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg toegekend. Deze dichter –die te boek stond als een criticus van Stalin– was door Stalins regering uitgenodigd voor een groot congres van schrijvers en dichters. Boris wist dat wát hij ook zou doen, het altijd zou leiden tot zijn arrestatie. Als hij thuis zou blijven, zou dat worden beschouwd als een belediging. Als hij zou komen, maar zou zwijgen, zou hem worden verweten dat hij geen respect had voor de regering. Als hij zou komen en óók zou spreken, zou dat in zijn nadeel worden uitgelegd.
Boris ging. Twee dagen lang zweeg hij. Zijn vrienden smeekten hem om te spreken. Want als hij tóch zou worden gearresteerd, kon hij zich maar beter nuttig maken. Op de derde dag stond hij op. De ruim 2000 aanwezigen hielden hun adem in. Wat zou hij gaan zeggen? Boris riep: 30! Toen, zonder verdere aanwijzing, stonden alle aanwezigen tegelijk op. Als één man begon men Sonnet 30 van Shakespeare te citeren. Alle collega-schrijvers begrepen dat Boris dát sonnet bedoelde met het getal 30. „When to the sweet session of silent thought I summon up remembrance of things past, I sigh the lack of many a thing I sought” („Als ik in zoete stilte zit te dromen, benoem waar ik aan denk, uit mijn verleden, dan is er veel dat niet meer terug kan komen.”). Het sonnet sprak van hoop op een andere toekomst dan Stalin voor ogen had. Werd Boris gearresteerd? Nee. Stalin durfde het niet aan, want dan moest hij alle aanwezigen gevangen nemen. Samen stonden zij sterk.
Ik heb onze jonge mensen tijdens een belijdenis de vraag gesteld wat zij zouden antwoorden als ik bijvoorbeeld het getal 32 zou noemen. Zou je dan, met een bewogen hart, gaan zingen: „Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven, die van de straf voor eeuwig is ontheven”? En als ik het getal 3:16 zou noemen, zou je dan meteen opzeggen: „alzo lief heeft God de wereld gehad…”? Of zou je hart bij het horen van Romeinen 8 met Paulus zeggen: „Niets kan mij scheiden van de liefde van Christus”? Hoe zou je reageren op ”Dordtse Leerregels hoofdstuk 3-4: par. 12”, dat over de wedergeboorte handelt? Welke reactie geef je op ”Zondag 7” van onze Heidelberger? Jongeren hebben al snel de neiging te zeggen dat parate kennis niet nodig. Maar dat is geen juiste houding. Door gebrek aan kennis wordt de deur opengezet voor dwalingen. Dát bedoelt Paulus als hij schrijft: „Staat dan, uw lendenen omgord hebbende met de waarheid (Ef. 6: 14a)”. Grondige kennis van onze geloofsleer is nodig om het „zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord” (Ef. 6:17b) te kunnen hanteren.
Dordrecht.
Ds. W.A. Zondag
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 oktober 2020
Terdege | 162 Pagina's