Grootste fort van Europa in een paar uur uitgeschakeld
Fort Eben-Emael was onneembaar, dachten de Belgen. Dat was een grote vergissing. Door spionage wisten de Duitsers zo’n beetje alles van het fort. Het was zo groot dat Duitse vliegtuigen op het dak konden landen, waarna soldaten het ‘onneembare’ fort in een paar uur tijd uitschakelden. Daarna duurde het een dag voor het fort veroverd was.
Toen Duitse troepen op vrijdag 10 mei 1940 Nederland en België aanvielen, wisten de Duitsers dat Eben-Emael een flinke sta-in-de-weg zou zijn. Het fort was na de Eerste Wereldoorlog in een uitloper van de Sint-Pietersberg gebouwd. Op en rond het vlakke deel van de berg waren zeventien bunkers verrezen. De roterende koepels bestreken het hele gebied rond het fort: de grootste kanonnen konden zo’n 18 kilometer ver schieten, de kleinere bereikten ruim 10 kilometer. Niet minder dan 1200 Belgische soldaten bemanden dit grootste fort van Europa. De Duitse legerleiding besefte dat een ‘gewone’ aanval op Eben-Emael onmogelijk was. Maar luchtfoto’s lieten zien dat Belgische militairen het gras op het fort als voetbalveld gebruikten… Dat bracht de Duitsers op een idee: parachutisten zouden met zweefvliegtuigen op het fort landen, de kanonnen uitschakelen en wachten op de Duitse hoofdmacht die ondertussen België zou binnenvallen.
Sleepkabel
In de nacht van 9 op 10 mei stegen er van twee vliegvelden bij Keulen 42 zweefvliegtuigen op. Tot Aken werden ze getrokken door gemotoriseerde toestellen van de Luftwaffe. De laatste kilometers moesten ze naar België zweven. Elf vliegtuigen zouden op Eben- Emael landen, de andere koersten naar de bruggen over het Albertkanaal. Oberleutnant Rudolf Witzig was de commandant van de eenheid die Eben-Emael zou innemen. Zijn eenheid telde 82 man, verdeeld in kleine groepjes die elk een specifiek doel moesten uitschakelen.
Ondanks de maandenlange voorbereiding verliep de aanval anders dan gepland. Van de elf zweefvliegtuigen bereikten er slechts negen het fort. Het toestel van de commandant moest voortijdig landen omdat de sleepkabel brak. Een ander toestel werd te vroeg losgekoppeld en kwam nooit aan.
De Belgen werden overrompeld. De meeste soldaten lagen te slapen toen de Duitsers op het fort landden. „Om kwart over vier in de ochtend werden we wakker getrompet”, herinnerde een van de soldaten zich later. „Weer een oefening, flitste het door mijn hoofd, en met een korte verwensing schoot ik in de kleren.”
Het was geen oefening. De luchtverdediging van het fort werd direct uitgeschakeld. Een van de zweefvliegtuigen landde zelfs boven op het luchtafweergeschut. De andere wapens werden door de Duitse soldaten snel onschadelijk gemaakt. Zeven vliegtuigen kwam in het midden neer, twee op de noordelijke punt. Vanuit deze ‘gliders’ verspreidden de soldaten zich snel, gewapend met machinepistolen, andere lichte wapens en een soort zware bommen. De uitwerking daarvan was enorm: van de militairen in de observatiekoepels die met deze bommen onschadelijk werden gemaakt, werd nauwelijks iets teruggevonden… Ook de grote kanonnen werd met een paar bommen het zwijgen opgelegd. De ontploffingen gaven de Belgen de indruk dat de Duitsers probeerden de heuvel op te blazen. Om het nog erger te maken, stopte de elektriciteitsvoorziening van het fort, zodat de soldaten in het donker moesten wachten op wat er komen zou. De commandant had geen idee wat de Duitsers op het fort deden en gaf opdracht in de gangen verschansingen op te werpen. Nadat ze de bovengrondse bunkers onschadelijk hadden gemaakt, drongen Duitse soldaten het fort binnen via de gaten die ze hadden aangebracht. Vanuit een van de bunkers daalden ze af tot de toegang van het centrale gangenstelsel. De Belgische verdedigers hadden die toegang met zware stalen deuren geblokkeerd. Toen de Duitsers ontdekten dat er geen doorkomen aan was, besloten ze de laatste zware bom te gebruiken. De kracht ervan versplinterde de versperring en blies een stalen deur tegen de tegenoverliggende gangmuur. De ontploffing was zo zwaar dat fortcommandant Jean Jottrand één verdieping lager en honderden meters verderop tegen de grond werd gesmeten. Vier soldaten op een nabijgelegen kruispunt overleefden de explosie niet. Soldaat Georges Cavraine, die op wacht stond, werd met machinegeweer en al zo’n 4 meter de lucht in gegooid.
Geheim
Ondanks de paniek waagden de Belgen een uitval. De Duitse aanvalsgroep telde nog geen honderd man, de verdedigingsmacht ruim duizend. Het lukte de Belgen echter niet de Duitsers te verjagen. Om twee uur ’s middags was duidelijk dat de Duitsers hadden gewonnen. De parachutisten legden een verdedigingslinie aan, voor het geval de Belgen ’s nachts nog een keer een uitval zouden wagen. Dat gebeurde niet. Toen de volgende morgen de Duitse hoofdmacht arriveerde, gaf de commandant van het fort zich over. Aan Duitse zijde waren er 6 doden gevallen, terwijl er bij de Belgen 24 soldaten waren gesneuveld. Hoe het fort werd ingenomen, bleef lang geheim: de Duitsers wilden niets kwijt over de luchtlandingen en de gebruikte bommen. De buitenwereld vernam alleen dat het fort met behulp van nieuwe aanvalsmiddelen was uitgeschakeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 april 2021
Terdege | 130 Pagina's