Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gered uit de duisternis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gered uit de duisternis

Dat Mark onder een ingestort hotel lag, blijft onwerkelijk

12 minuten leestijd

Het bed voor het woonkamerraam staat er nu zo’n drie weken. Zo lang is Mark Hoefnagel (26) uit Emmeloord thuis. Van de slaapplek is het een paar stappen naar de bank, en nog een paar meer naar de keuken of het toilet. Maar nog nooit heeft het hem zo veel moeite gekost om daar te komen.

Z’n telefoon stopt hij vrijwel standaard in zijn broekzak. Want laat hij die ergens in huis liggen, dan moet hij daa weer helemaal heen strompelen om hem te halen.

Als zijn tweejarige zoontje Jamie de kamer binnenkomt, spreidt hij vanaf zijn stoel zijn armen wijd uit in de hoop dat het kleine mannetje erin komt vliegen. Dat gaat een stuk sneller dan zelf naar het jongetje toelopen.

Zijn stoel kraakt als hij opstaat en met een kruk in zijn hand naar de keuken hinkt om een kopje koffie te halen.

Maar hij is blij om weer thuis te zijn.

Hotel

Veel Nederlanders kennen Mark en zijn vrouw Edi inmiddels. Is het niet van naam, dan wel vanwege het drama dat hen afgelopen zomervakantie overkwam.

Soms kunnen ze nog steeds niet geloven wat er in augustus dit jaar gebeurde, toen ze op vakantie waren in het Reichsschenke Zum Ritter Götz-hotel in het Duitse Kröv. Alsof het over anderen gaat, en niet over henzelf.

Het begint allemaal met een dringende klop op de deur van hun kamer, laat in de avond van 6 augustus. Ze moeten met spoed het hotel uit, zegt de vrouw die daar staat.

Waarschijnlijk is er ergens brand, concludeert Mark. Edi neemt Jamie mee de gang op en Mark volgt een meter of twee achter hen. Ze lopen daar nog maar net, als hij boven zijn hoofd een geluid hoort, alsof er gruis van het dak valt. Nog geen twee seconden later verdwijnt de vloer onder hun voeten en wordt het volledig duister om hen heen.

Het volgende wat Mark gewaarwordt, is dat hij klem zit. Hij bevindt zich onder stapels puin. Ook rondom hem liggen allemaal brokstukken. Bewegen kan hij zich niet. Hij ligt dubbelgeklapt, half op zijn zij. Zijn linkerarm heeft een flinke klap gehad en zit onder het puin. Alleen zijn rechterarm ligt vrij.

Hij roept in het donker Edi’s naam. Tot zijn grote opluchting antwoordt ze. Het gaat goed met haar en hun zoontje. Ze liggen eveneens klem, maar zijn niet gewond en hebben wat meer ruimte dan hij, omdat de deur van hotelkamer 7 alle puin voor hen heeft opgevangen.

Zelf heeft hij een gebroken pols, merkt hij algauw. Verdere verwondingen kan hij niet ontdekken. Veel praten doen ze niet in de duisternis. Om elkaar te kunnen verstaan, moeten ze schreeuwen, en daarvoor ontbreekt hem de energie. Het opgekruld liggen in een oncomfortabele houding vraagt veel van hem. Ademhalen wordt moeilijker. En toch houdt hij hoop. Hij weet dat er redding onderweg is. De grote vraag is alleen of die op tijd zal komen. Zijn positie is benard.

Bidden lukt niet. Hij krijgt op een of andere manier niet de helderheid van geest om goede zinnen te formuleren. Hij praat tegen God in tongentaal.

De donkerte duurt voort. Hij krijgt het steeds benauwder. Hij haalt nog maar met moeite adem.

„Edi?” Het is al even geleden dat ze elkaar spraken. Ze reageert op zijn stem. Hij voelt zijn krachten wijken en wil graag details voor zijn begrafenis met haar bespreken. Waar hij altijd meteen de liederen kan noemen die hem aanspreken, kost hem dat nu grote moeite. Gelukkig heeft zijn vrouw maar een paar woorden nodig om te begrijpen wat hij bedoelt.

Bevrijding

Dertien uur nadat de wereld om hem heen instortte, ziet hij voor het eerst weer licht. En een gezicht: zijn bevrijder, reddingswerker Christoph. Voorzichtig wordt hij uit het puin gehaald en meegenomen naar de klaarstaande ambulance. Ook dat is niet zonder gevaar, want de reddingswerkers hebben een soort tunnel in het puin moeten graven om hem eruit te halen.

„Als alles straks voorbij is, gaan we samen een biertje drinken”, grapt hij opgelucht tegen Christoph. Dat is het laatste wat hij zich nog kan herinneren. Hij is veel zwaarder gewond dan hij zelf doorheeft. Doordat hij urenlang bekneld heeft gezeten, hebben zich afvalstoffen opgehoopt in zijn lichaam, met grote gevolgen voor zijn nieren. Ook de zenuwen in zijn benen zijn door de beknelling beschadigd geraakt.

Terwijl hij in een Duits ziekenhuis in een kunstmatige coma gehouden wordt, doen de artsen hun uiterste best om zijn nieren weer op gang te krijgen en zijn ledematen te redden. Ze maken grote incisies in zijn arm en benen om de druk op zijn spieren en zenuwen te verminderen.

Ook zijn familie en vrienden zitten niet stil. Heel Urk leeft mee met hem en zijn gezin. Er wordt een bidstond georganiseerd. Een in allerijl opgezette crowdfund-actie zorgt voor het benodigde geld om hem met het vliegtuig naar Nederland te vervoeren. Maar hij weet er niets van.

Wat hij zich herinnert, is dat hij een week later in het ziekenhuis in Groningen zijn ogen openslaat en ontdekt dat hij grote operatiewonden heeft aan beide benen en zijn linkerarm. En dat hij pijn heeft, heel veel pijn.

Aanvechting

De maand die volgt, is heftig, vertelt hij. Heftiger dan het levend begraven liggen onder het puin van een Duits hotel. Toen had hij nog de hoop er slechts met een gebroken pols vanaf te komen. Maar in het ziekenhuis in Groningen wordt duidelijk dat hij nog een lange weg te gaan heeft. Zijn nieren moeten gedialyseerd worden, zenuwen zijn beschadigd en weefsel is aangetast. Hij weet niet of hij ooit weer zal kunnen lopen. Wat hem sterkt, is zijn geloof.

Keer op keer komt Psalm 91 terug in zijn gedachten. En dan vooral het laatste gedeelte. „Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem verho ren; in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn. Ik zal er hem uittrekken.” En: „Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen, en Ik zal hem Mijn heil doen zien.” God zal hem weer thuisbrengen, bij Edi en Jamie, gelooft hij.

Een lied dat hem erg aanspreekt, is de Engelse hymn”Come Thou fount of every blessing”. Daarin gaat het over veilig thuiskomen. En over het oprichten van gedenkteken, een Eben-Haëzer. Tegen Edi zegt hij dat hij dat ook graag wil doen: een gedenkplekje maken in Kröv. Want het verwondert hem nog steeds dat ze alle drie uit het puin zijn gekomen, nadat alles om hen heen letterlijk instortte.

Maar dat betekent niet dat hij geen aanvechting kent. Soms schreeuwt hij het uit naar Boven. Van pijn, ellende en angst. Als hij het op een nacht niet meer ziet zitten, vraagt hij God om hem te laten merken dat Hij erbij is. Maar hij krijgt geen antwoord. Dat is moeilijk. Want belooft God er niet te zijn voor iedereen die Hem aanroept in de nood? Tegelijkertijd: Heeft niet ook Jezus Zelf zich verlaten van God gevoeld? Waarom zou het bij hem, Mark, dan anders zijn?

Meeleven

Over belangstelling heeft hij in het ziekenhuis niet te klagen. Vrijwel elke dag krijgt hij post. Familie, vrienden, dorpsgenoten en zelfs wildvreemden nemen de moeite om een kaartje te sturen, terwijl ze soms niet eens weten in welke kamer hij ligt. Elke keer als er een stapeltje zijn kamer wordt binnengebracht, maakt zijn hart een sprongetje.

Op kansels door het hele land en zelfs in het buitenland wordt er voor hem en zijn gezin gebeden. Appjes, telefoontjes, nieuwsberichten: iedereen leeft met de familie Hoefnagel mee. Hartverwarmend voelt dat. Het steunt hem en Edi in de moeilijke tijd die ze doormaken.

Hij staat compleet versteld als hij op een dag zijn telefoon tevoorschijn haalt en het eindbedrag van de crowdfundactie ziet: zestigduizend euro. Veel meer dan het streefbedrag, dat twintigduizend euro was. Dat zo veel mensen de moeite genomen hebben om hem en zijn gezin financieel te helpen, maakt hem ontzettend dankbaar. De belangstelling voor hun stopt niet als hij na een maand het ziekenhuis mag verlaten en opgenomen worden in het revalidatiecentrum in Beetsterzwaag. Ook daar hangt zijn kamer vol met kaarten.

Verlossing

Er gebeuren in Beetsterzwaag bijzondere dingen. Op een zaterdag wordt er door zijn familie en kerkgenoten voor zijn herstel gevast en gebeden. Juist die dag zit Mark er helemaal doorheen. En precies op die dag krijgt zijn zwangere vrouw Edi ineens een hevige bloeding terwijl ze bij hem op bezoek is. Angstig bellen ze de verloskundige. Die laat haar komen voor een spoedecho.

Het wordt Mark allemaal te veel. Zouden ze nu, na de instorting van het hotel en zijn moeizame herstel, ook nog hun kindje moeten verliezen? Volgens de verloskundige is de kans op een gezonde zwangerschap na zo’n heftige bloeding erg klein: 2 procent.

Mark ligt wanhopig op bed, terwijl zijn vader en schoonvader ononderbroken bidden voor het leven van de baby.

En dan, na wat wel uren lijken, komt Edi weer binnen. Met een foto van de echo in haar handen. Het kindje leeft! God bestaat en zorgt voor hem, ondanks alles wat er om hem heen gebeurt. Daar is hij van overtuigd.

In het centrum praat Mark veel met de andere revalidanten. Zo spreekt hij op een avond een vrouw die al veel meegemaakt heeft. Ze verloor haar man en broers, kreeg een tumor en een hersenbloeding en werd verlaten door haar vriend. Door alle ellende die ze meegemaakt had, slaapt ze al weken nauwelijks. Het hoeft voor haar allemaal niet meer. Toch vindt ze het goed dat Mark voor haar bidt. En dat doet hij. Een kort gebed, waarin hij God heel eenvoudig vraagt of ze een goede nachtrust mag krijgen.

De volgende dag komt ze hem tegen op de gang en pakt ze zijn hand vast. Ze glimlacht breed: „Ik heb vannacht heerlijk geslapen, de verpleging heeft me om halfne gen moeten wakker maken.” Het ontroert Mark.

Het is, ondanks alles, een bijzondere tijd in Beetsterzwaag. Mark, die graag musiceert, schrijft een lied over zijn ervaringen. Hoe hij in Kröv verlost werd uit de duisternis die hem omringde en insloot. Hoe hij dat ziet als parallel van Gods werk met mensen. Want ook als je met Jezus begraven wordt en weer opstaat, moet je door het duister heen, voordat je het Licht ziet. En laat hij nu gered zijn uit het puin door iemand die Christoph heet, wat ”drager van Christus” betekent.

Thuis

Begin november is het zover: Mark mag eindelijk naar huis. Vanaf hier moet hij verder zien te herstellen. Dat brengt de nodige uitdagingen met zich mee. Want in Beetsterzwaag werd hij geholpen om zijn leven in te richten en nu moet hij zelf aan de slag. Dat is soms een zoektocht.

Hij heeft axonotmesis in zijn rechterbil, -onderbeen en -voet. Dat houdt in dat de axonen (de lange vezels van een zenuwcel die elektrische impulsen overbrengen) beschadigd zijn, maar de myelineschede (de isolerende laag rond de axonen) nog intact is. Zijn spieren werken daardoor niet op die plekken.

„Maar”, heeft de arts hem gezegd, „we hebben er vertrouwen in dat je wel weer gevoel gaat krijgen in bepaalde spieren. Misschien dat je in de toekomst niet kunt bergbeklimmen, maar wel weer zonder krukken kunt lopen.” En daar tekent hij voor. Zijn onafhankelijkheid weer terugkrijgen zou fantastisch zijn. Voor zijn werk als relatiemanager bij een transportbedrijf is het vooral van belang dat hij weer goed kan typen. Maar ook dat lukt nog niet. Want de zenuwen in zijn linkerhand zijn eveneens aangetast. En dus is het volgen van fysiotherapie en het doen van oefeningen voorlopig zijn fulltimebaan.

Verwerking

Psychisch zijn ze er gelukkig goed vanaf gekomen, al is de exacte schade nog onduidelijk. Toch krijgen ze sinds kort hulp. Voor de zekerheid, om te zorgen dat er ook bij de kleine Jamie geen onbewuste angsten opgeslagen liggen. En om een beter beeld te krijgen van wat er nu precies is gebeurd.

Mark wil zo veel mogelijk perspectieven op het gebeurde horen en zo veel mogelijk details krijgen, zodat hij de puzzel in zijn hoofd com pleet kan maken. Dat helpt hem bij de verwerking van het drama. Daarom gaan ze in januari ook naar een herdenkingsbijeenkomst van de instorting in Kröv. Dan kan hij misschien eindelijk dat beloofde biertje met zijn redder Christoph drinken en horen hoe die zijn leven heeft gewaagd om hem, Mark, te redden.

Teruggaan naar de plek waar het gebeurd is, maakt misschien ook dat Edi en hij zich beter kunnen realiseren wat hen is overkomen. Want om eerlijk te zijn, voelt het nog steeds heel onwerkelijk dat ze onder een ingestort hotel hebben gelegen. Zit hij hier op zijn zesentwintigste met krukken, een scootmobiel in de gang en een bed in de woonkamer. Dat verwacht je toch niet?

Worstelen met de vraag waarom hen dit is overkomen, doet hij niet. Die vraag parkeert hij. Daar krijgt hij toch geen antwoord op, niet in dit leven in elk geval.

Hij ziet het zo: Hij heeft het zijn hele leven goed gehad. Hij heeft een prachtig gezin, een dak boven zijn hoofd, een autootje voor de deur en een fijne kerkelijke gemeente. En toen kwam er opeens, volledig onverwachts, een beproeving. Maar de Bijbel wijst hem erop dat hij zijn kruis moet opnemen en achter Jezus moet aangaan. Zoals iedereen dat met beproevingen in zijn of haar eigen leven moet doen.

Hij staart even voor zich uit. De Heere heeft hen eruit geholpen en ze mogen opnieuw leven, zegt hij. Zo eenvoudig is het ergens gewoon. De jaren die ze nog voor zich hebben, zijn een gift van Hem. Hoe hij die precies gaat besteden weet hij nog niet. Dat ontdekt hij later wel.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 december 2024

Terdege | 244 Pagina's

Gered uit de duisternis

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 december 2024

Terdege | 244 Pagina's